Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-7382

van Cindy Franssen (CD&V) d.d. 23 november 2012

aan de staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen, en staatssecretaris voor Staatshervorming, toegevoegd aan de eerste minister

Federale overheidsdiensten - Ziekteverzuim

ambtenaar
overheidsapparaat
ministerie
absenteïsme
ziekteverlof
officiële statistiek

Chronologie

23/11/2012 Verzending vraag
10/9/2013 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7369
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7370
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7371
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7372
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7373
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7374
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7375
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7376
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7377
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7378
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7379
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7380
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7381
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7383
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7384
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7385
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7386
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7387

Vraag nr. 5-7382 d.d. 23 november 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Jaarlijks worden voor alle diensten van de Vlaamse Overheid de ziekteverzuimcijfers opgevraagd en samengevoegd om een zicht te krijgen op het ziekteverzuim.

Het opvragen van het ziekteverzuim is er relatief eenvoudig omdat de 13 ministeries (departementen en interne verzelfstandigde agentschappen of IVA's zonder rechtspersoonlijkheid) aangesloten zijn op een centraal personeelssysteem. Voor de overige entiteiten dient er echter jaarlijks een rondvraag georganiseerd te worden.

Een gelijkaardige oefening kan gemakkelijk gemaakt worden voor de federale overheidsdiensten.

1) Hoeveel werkdagen afwezigheid van één dag wegens ziekte werden er genoteerd binnen de respectieve overheidsdiensten? Graag kreeg ik de cijfers voor 2009, 2010, 2011 en de stand van zaken in 2012.

2) Hoeveel werkdagen afwezigheid wegens ziekte, minder dan 30 dagen, werden in dezelfde periode vastgesteld?

3) Hoeveel werkdagen afwezigheid wegens langdurige ziekte (meer dan 30 dagen) werden genoteerd in dezelfde periode?

4) Wat is de impact van deze ziektedagen op het personeelsbestand van de respectieve organisaties?

5) Hoeveel werkdagen verminderde prestaties wegens ziekte werden voor diezelfde periode vastgesteld?

6) Werden er specifieke acties ondernomen om het ziekteverzuim te verminderen? Zo ja, welke?

7) Welke evolutie kan worden vastgesteld in vergelijking met de voorgaande jaren?

8) Wat is het ziekteafwezigheidspercentage (het percentage te werken dagen dat in het betrokken jaar verloren is gegaan aan afwezigheid ten gevolge van ziekte) van de respectieve overheidsdiensten?

Antwoord ontvangen op 10 september 2013 :

Voor wat de Federale Overheidsdienst (FOD) Mobiliteit  betreft:

Ik heb de eer het geachte lid de volgende gegevens voor wat betreft de FOD Mobiliteit en Vervoer mee te delen:

1. ziekteverzuim van een dag:

2009: 1 007

2010: 991

2011: 986

2012 (tot 30/11): 972

2. ziekteverzuim van minder dan 30 dagen (met inbegrip van het ziekteverzuim van een dag):

2009: 14 139

2010: 13 188

2011: 11 819

2012 (tot 30/11): 12 735

3. ziekteverzuim van meer dan 30 dagen:

2009: 5 680

2010: 4 642

2011: 4 088

2012 (tot 30/11): 4 583

4. Impact op het personeel

Voor de FOD Mobiliteit en Vervoer kan ik in het algemeen garanderen dat de impact van de afwezigheden door ziekte tot op heden volledig onder controle is: er is geen enkele sector waar deze afwezigheden zware gevolgen hebben voor de dienstverlening aan de burgers.

Dit gezegd zijnde, maak ik me echter wel zorgen over de gevolgen van de regelmatige inkrimpingen van het medewerkersaantal voortvloeiend uit diverse maatregelen die een ongunstige invloed hebben op het personeelsbestand van de federale overheidsdiensten, en die nog bovenop de gevolgen van het ziekteverzuim komen.

5. Verminderde prestaties omwille van medische redenen

2009: 976

2010: 895

2011: 486

2012 (tot 30/11): 610

6. Acties

De aanscherping van de controle en het toezicht op het ziekteverzuim heeft uiteraard een positieve invloed op het percentage van dit soort afwezigheden. Ik pleit er alleszins voor dat de controleartsen van Medex nog meer controles zouden uitvoeren, aangezien het nut hiervan niet meer moet worden aangetoond.

7. Verloop

Men stelt vast dat het ziekteverzuimpercentage voor de FOD Mobiliteit en Vervoer in 2012 opnieuw wat gestegen is na twee jaren een daling te hebben gekend. De cijfers voor mijn departement liggen echter lager dan het federale gemiddelde, zoals blijkt uit het verslag van Medex. Zoals ik al zei, kan ik enkel maar pleiten voor een versterking van de controles door Medex en voor een aangescherpt toezicht op de oproepen tot verschijning voor de pensioencommissie.

8. Ziekteverzuimpercentage

2009: 6,57

2010: 5,91

2011: 5,27

2012 (tot 30/11): 5,73

Voor wat FOD Volksgezondheid en Leefmilieu betreft:

Net als bij de Vlaamse overheid zijn bij de federale overheid de verschillende overheidsdiensten aangesloten op het centraal absenteïsmesysteem van Medex. Van hieruit worden de afwezigheden wegens ziekte binnen de hele federale overheid geregistreerd en opvolgd en worden ook de controles georganiseerd. Jaarlijks maakt Medex, die afhangt van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, een uitgebreid rapport op met de stand van zaken van het ziekteverzuim binnen de federale overheid. Dit rapport is beschikbaar op www.fedweb.belgium.be en www.health.belgium.be

Hierna volgen de cijfers voor de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

1. Hierna hebben wij een overzicht opgemaakt van het totaal aantal eendagsziektes dat werd opgenomen van 2009 tot op heden.

2009

2010

2011

2012

722

817

842

864

Opmerking: voor de jaren 2009 tot en met 2010 bevatten de cijfers enkel de gegevens van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Vanaf 2011 zijn ook de gegevens van onze twee wetenschappelijk instellingen, het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid en het Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie hierin opgenomen.

2. Hierna hebben wij een tabel opgenomen dat een overzicht geeft van het aantal ziektedagen of wel het aantal dagen dat niet werd gepresteerd door medewerkers die ziek waren voor een periode van minder dan 30 dagen :

2009

2010

2011

2012

7.012,4

7.114,1

6.957,8

8.726,6

3. Hierna hebben wij een tabel opgenomen dat een overzicht geeft van het aantal ziektedagen of wel het aantal dagen dat niet werd gepresteerd door medewerkers die ziek waren voor een periode van meer dan 30 dagen :

2009

2010

2011

2012

12.601,4

11.303,9

11.625,6

8.903,2

4. Hierna hebben wij berekend wat voor onze organisatie de kostprijs is van de afwezigheden wegens ziekte, uitgedrukt in FTE.

2009

2010

2011

2012

78,14

73,38

74,04

70,24

Wij hebben dit als volgt berekend: totaal aantal verzuimdagen gedeeld door 251 (= totaal aantal gewerkte dagen voor een FTE op jaarbasis).

Dat betekent dus dat in 2011 bijvoorbeeld het aantal ziektedagen overeenkwam met het aantal dagen dat normaal op jaarbasis gepresteerd wordt door 74 FTE.

Opmerking: voor dit antwoord geldt dezelfde opmerking als bij vraag 1: voor de jaren 2009 tot en met 2010 bevatten de cijfers enkel de gegevens van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Vanaf 2011 zijn ook de gegevens van onze twee wetenschappelijk instellingen, het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid en het Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie hierin opgenomen.

5. Hierna een tabel dat per jaar het aantal dagen weergeeft dat personeelsleden gebruik hebben gemaakt van het regime van verminderde prestaties wegens ziekte:

2009

2010

2011

2012

715

1206

720

1248,6

Opmerking : het gaat hier om het aantal werkdagen, zonder feest- en brugdagen.

6. Binnen onze FOD volgen wij de gegevens met betrekking tot ziekteverzuim nauwlettend op.

Wij vergelijken onze cijfers ook met deze uit het federale rapport van Medex.

In 2011 had onze FOD een ziekteverzuimpercentage (zie vraag 8) van 5,03 % terwijl dit voor de hele federale overheid 6,84 % bedroeg. Onze FOD telde in 2011 46,62 % verzuimers, wat betekent dat een op de twee personeelsleden in 2011 zich nooit ziek heeft gemeld. Binnen de federale overheid bedraagt dit cijfer 68,42 % (dat betekent dat ongeveer 30 % van de personeelsleden nooit ziek was in 2011). Onze FOD scoort dus relatief goed op vlak van ziekteverzuim.

Wij proberen hier direct en indirect aan te werken.

Indirect willen wij het ziekteverzuim binnen de organisatie aanpakken door te investeren in onze medewerkers en leidinggevenden. Betrokken, gemotiveerde medewerkers melden zich immers minder vaak ziek. Daarom organiseren wij om de twee jaar een tevredenheidsenquête die wij nauwlettend analyseren en waar wij, in overleg met onze medewerkers, verbeteringsacties aan koppelen die tot doel hebben het welzijn en de betrokkenheid van medewerkers te verhogen. Wij hechten veel belang aan resultaatgerichtheid en autonomie. Het invoeren van telewerk in onze organisatie sluit hierbij aan. Ook willen wij in onze organisatie ruimte bieden aan talenten, een van onze zes organisatiewaarden, en investeren in de ontwikkeling van medewerkers om er op die manier voor te zorgen dat medewerkers met goesting komen werken. Ook investeren wij via ons programma “integraal management” in de ontwikkeling en ondersteuning van ons management zodat zij hun rol van people manager op zich nemen en elke dag werken aan het motiveren, ondersteunen, sturen en inspireren van hun medewerkers.

Wij werken direct aan ons ziekteverzuim door middel van een duidelijke opvolgingsprocedure waarbij inbreuken op het ziektemeldings- en controlesysteem consequent opgevolgd worden. Hier willen we in 2013 graag nog verder in gaan door ook een preventief ziekteverzuimbeleid uit te werken. Eerst en vooral willen we onze leidinggevenden verder sensibiliseren omtrent de problematiek van ziekte. Uit eigen onderzoek blijkt dat leidinggevenden niet altijd de tijd nemen om verzuimgesprekken te voeren met medewerkers of contact te houden met een zieke medewerker terwijl we zien dat zulke acties net de betrokkenheid van medewerkers verhogen, de verzuimdrempel verhogen en de reïntegratiedrempel verlagen. Wij willen onze leidinggevenden hier meer bewust van maken en hen ook opleiden in het voeren van dergelijke gesprekken. Ten tweede willen wij in ons preventief ziekteverzuimbeleid ook aandacht hebben voor de meest voorkomende diagnoses. Uit het rapport van Medex blijkt dat stressgerelateerde aandoeningen en locomotorische aandoeningen in 2011 verantwoordelijk waren voor respectievelijk 41,72 % en 26,48 % van de verzuimdagen binnen de federale overheid. Daarom willen wij ook de komende jaren verder werken aan een stressbeleid en aan het beter informeren en ondersteunen van onze medewerkers op vlak van ergonomie. Nu zijn er reeds verstelbare bureau’s en stoelen, maar via korte infosessies / workshops willen wij onze personeelsleden ook meer sensibiliseren rond wat zij kunnen doen om spanningen ter hoogte van de rug, nek of schouders te voorkomen of te verzachten.

7. Zoals hieronder aangegeven is ons absenteïsmecijfer de laatste jaren gedaald. Zoals hierboven aangegeven scoort onze FOD ook goed in vergelijking met andere organisaties.

8. Hieronder geven wij een overzicht van het absenteïsmecijfer voor 2009 tot en met 2012.

2009

2010

2011

2012

6,03

5,56

5,03

3,98

Het absenteïsmecijfer wordt als volgt berekend: aantal verzuimdagen * 100 gedeeld door het product van het aantal FTE’s en het aantal te presteren dagen door een FTE.

Voor 2012 is de informatie onvolledig omdat enerzijds het verwerken van de ziekteattesten enige tijd met zich meebrengt en anderzijds omdat het jaar nog niet is afgesloten.

Ook hier geldt dezelfde opmerking als bij de vragen 1 en 4: voor de jaren 2009 tot en met 2010 bevatten de cijfers enkel de gegevens van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Vanaf 2011 zijn ook de gegevens van onze twee wetenschappelijk instellingen, het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid en het Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie hierin opgenomen.

Voor wat FOD Economie betreft:

Voor de FOD Economie, Kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s), Middenstand en Energie heeft mijn collega, de heer Johan Vande Lanotte, minister van Economie, Consumenten en Noordzee, in zijn antwoord op de parlementaire vraag nr. 5-7372 dezelfde vragen beantwoord.