Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-2571

van Fatiha SaÔdi (PS) d.d. 20 juni 2011

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Institutionele Hervormingen

Federale administraties - Personen met een handicap - Rekrutering

ministerie
werknemer met een beperking
integratie van gehandicapten
gereserveerde arbeidsplaats

Chronologie

20/6/2011 Verzending vraag
19/7/2011 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2570
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2572
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2573
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2574
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2575
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2576
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2577
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2578
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2579
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2580
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2581
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2582
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2583
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2584
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2585
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2586
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2587
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2588
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2589
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2590

Vraag nr. 5-2571 d.d. 20 juni 2011 : (Vraag gesteld in het Frans)

De Begeleidingscommissie voor de aanwerving van personen met een handicap in het federaal openbaar ambt (BCAPH), ingesteld bij koninklijk besluit van 5 maart 2007, ziet sedert 2009 toe op de toepassing van de 3%-doelstelling voor de aanwerving van personen met een handicap. De Commissie moet ook de inspanningen van de federale organisaties om de 3%-doelstelling voor de tewerkstelling van personen met een handicap te bereiken, evalueren.

Zoals u weet, was het aandeel van de personen met een handicap die voor de federale overheid werken in 2009 slechts 0,9%, wat dus veel lager is dan het quotum van 3% personen met een handicap dat door het koninklijk besluit van 5 maart 2007 werd ingevoerd.

Het is dus van belang dat elke federale administratie de aanwerving van personen met een handicap aanmoedigt en alle middelen inzet om dit engagement gestand te doen en dichter bij die 3%-doelstelling te komen.

Kunt u mij voor de administraties die onder uw bevoegdheid vallen, zeggen

1) hoeveel personen met een handicap er werken (met opgave van statuut en geslacht);

2) welke concrete initiatieven worden genomen om de rekrutering van personen met een handicap te bevorderen?

Antwoord ontvangen op 19 juli 2011 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op haar vragen.

1. Op 31 december 2010 waren er 28 209 personeelsleden tewerkgesteld bij de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën.

Op basis van cijfergegevens die in 2003 werden gearchiveerd kon worden vastgesteld dat 586 personen met een handicap op dat moment bij de FOD Financiën tewerkgesteld waren. Het staat vast dat de meerderheid van deze personen op dit moment nog steeds in dienst zijn.

Anderzijds werd, op verzoek van de Begeleidingscommissie die werd opgericht in het kader van het koninklijk besluit van 5 maart 2007 tot organisatie van de werving van personen met een handicap, in de maand december van 2010 voor de tweede maal een enquête “Tewerkstelling en Handicap” uitgevoerd bij de personeelsleden van de FOD Financiën.

Voor het gehele departement stuurden 217 personeelsleden op vrijwillige basis deze vragenlijst terug. Dit cijfer is beduidend lager dan het werkelijk aantal tewerkgestelde personeelsleden met een handicap maar bewijst dat het beleid van het Departement adequaat is.

Er mag evenwel aangenomen worden dat het werkelijke percentage van tewerkstelling van personen met een handicap schommelt rond de 2 % (586/28.209). Hierbij kan wel bevestigd worden dat in alle niveaus en in de meeste voorkomende functies personen met een handicap werkzaam zijn.

2. Het beleid van de FOD Financiën dat er altijd in heeft bestaan personen met een handicap zonder enige discriminatie te integreren te midden van de andere personeelsleden, lijkt mij het meest geschikt.

Bij de indiensttreding van personen met een handicap neemt de FOD Financiën spontaan contact op met deze mensen om hen extra te motiveren en de mogelijkheden te bespreken, zoals het zoeken van een gepaste standplaats rekening houdend met hun verplaatsingsbeperkingen.

Daarenboven wordt ook zorgvuldig gezocht naar een geschikte functie-inhoud die afgestemd is op hun competenties en mogelijkheden. Indien nodig gebeuren ook de noodzakelijke aanpassingen aan hun werkpost op het vlak van logistiek, informatica en veiligheid. Hiervoor wordt soms een beroep gedaan op de deskundige ondersteuning van organisaties zoals de Brailleliga, firma’s gespecialiseerd in speciale softwareprogramma’s en uiteraard de Sociale Dienst en de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (IDPBW) van de FOD Financiën zelf.