BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2010-2011
________
23 februari 2011
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-1462

de Bert Anciaux (sp.a)

aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
________
Overheid - Band met het bedrijfsleven - Deontologie en transparantie - Voorkomen van belangenvermenging
________
betrekking tussen overheid en burger
openbaarheid van het bestuur
ambtenaar
minister
belangenconflict
economische ethiek
politieke moraal
________
23/2/2011Verzending vraag
16/3/2011Antwoord
________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1450
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1451
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1452
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1453
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1454
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1455
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1456
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1457
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1458
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1459
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1460
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1461
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1463
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1464
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1465
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1466
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1467
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1468
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1469
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1470
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-1462 d.d. 23 februari 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Er bestaan veel en soms zeer intensieve banden tussen de overheid en het bedrijfsleven. In die relaties zit altijd het gevaar van belangenvermenging verscholen. Voor een alert toezicht en om vage verdachtmakingen met kracht te kunnen ontkennen, is een absolute transparantie met betrekking tot de verbanden of de verhoudingen tussen regeringsleden en topambtenaren enerzijds en het bedrijfsleven anderzijds daarom cruciaal. Dat zorgt voor een sterk vertrouwen in de onkreukbaarheid van uitvoerende politici.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen.

1) Heeft u of hebben uw rechtstreekse medewerkers of topambtenaren rechtstreekse banden met een of meerdere privaatrechtelijke ondernemingen? Bezit u of bezitten uw rechtstreekse medewerkers aandelen van firma's waarmee de federale overheid een contractuele of een structurele band onderhoudt? Zo ja, om welke firma's gaat het?

2) Bent u lid van een raad van bestuur of eigenaar of mede-eigenaar van een privaatrechtelijke firma? Stelde u de regering hiervan op de hoogte?

3) Nam u deel aan beraadslagingen die een invloed konden of kunnen hebben voor die firma's? Indien die firma's op een of andere wijze een rechtstreekse band verwierven of verwerven met de overheid, hoe kan u die persoonlijke band verantwoorden?

4) Welke deontologische regels gelden binnen de regering? Hoe voorkomen die regels heel concreet een mogelijke belangenvermenging? Zijn reeds vermoedens gerezen of hebben zich al feiten van belangenvermenging voorgedaan? Zo ja, welke en met welke gevolgen? Nam u ontslag uit een of andere raad van bestuur wegens een band met een overheid?

Antwoord ontvangen op 16 maart 2011 :

1 tot 3) Ik wijs het geachte lid erop dat, overeenkomstig de wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, de bij zijn vraag betrokken personen de lijst met al hun mandaten alsook een vermogensaangifte bij het Rekenhof hebben ingediend.

De lijst met de verschillende mandaten en beroepen kan worden geraadpleegd in het Belgisch Staatsblad van 13 augustus 2010.

Overeenkomstig artikel 3 van de voornoemde wet van 2 mei 1995 staat het Rekenhof borg voor de absolute vertrouwelijkheid van deze documenten. Alleen een onderzoeksrechter is gemachtigd ze te raadplegen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek dat tegen die persoon wordt gevoerd uit hoofde van zijn mandaat of van zijn ambt.

4) Ik verwijs naar het door de eerste minister verstrekte antwoord op vraag nr. 5-1450 van 23 februari 2011.