Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-1450

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 23 februari 2011

aan de eerste minister, belast met de Co÷rdinatie van het Migratie- en asielbeleid

Overheid - Band met het bedrijfsleven - Deontologie en transparantie - Voorkomen van belangenvermenging

betrekking tussen overheid en burger
openbaarheid van het bestuur
politieke moraal
economische ethiek
belangenconflict
minister
ambtenaar

Chronologie

23/2/2011Verzending vraag
7/12/2011Dossier gesloten

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1451
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1452
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1453
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1454
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1455
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1456
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1457
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1458
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1459
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1460
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1461
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1462
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1463
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1464
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1465
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1466
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1467
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1468
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1469
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1470

Vraag nr. 5-1450 d.d. 23 februari 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Er bestaan veel en soms zeer intensieve banden tussen de overheid en het bedrijfsleven. In die relaties zit altijd het gevaar van belangenvermenging verscholen. Voor een alert toezicht en om vage verdachtmakingen met kracht te kunnen ontkennen, is een absolute transparantie met betrekking tot de verbanden of de verhoudingen tussen regeringsleden en topambtenaren enerzijds en het bedrijfsleven anderzijds daarom cruciaal. Dat zorgt voor een sterk vertrouwen in de onkreukbaarheid van uitvoerende politici.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen.

1) Heeft u of hebben uw rechtstreekse medewerkers of topambtenaren rechtstreekse banden met een of meerdere privaatrechtelijke ondernemingen? Bezit u of bezitten uw rechtstreekse medewerkers aandelen van firma's waarmee de federale overheid een contractuele of een structurele band onderhoudt? Zo ja, om welke firma's gaat het?

2) Bent u lid van een raad van bestuur of eigenaar of mede-eigenaar van een privaatrechtelijke firma? Stelde u de regering hiervan op de hoogte?

3) Nam u deel aan beraadslagingen die een invloed konden of kunnen hebben voor die firma's? Indien die firma's op een of andere wijze een rechtstreekse band verwierven of verwerven met de overheid, hoe kan u die persoonlijke band verantwoorden?

4) Welke deontologische regels gelden binnen de regering? Hoe voorkomen die regels heel concreet een mogelijke belangenvermenging? Zijn reeds vermoedens gerezen of hebben zich al feiten van belangenvermenging voorgedaan? Zo ja, welke en met welke gevolgen? Nam u ontslag uit een of andere raad van bestuur wegens een band met een overheid?