Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1394

van Guy D'haeseleer (Vlaams Belang) d.d. 24 april 2017

aan de vice-eersteminister en minister van Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post

Federale overheidsdiensten - Gehandicapten - Tewerkstelling

ministerie
overheidsadministratie
overheidsapparaat
integratie van gehandicapten
gehandicapte
werknemer met een beperking
officiële statistiek

Chronologie

24/4/2017 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 25/5/2017 )
22/5/2017 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1391
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1392
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1393
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1395
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1396
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1397
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1398
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1399
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1400
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1401
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1402
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1403
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1404
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1405
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1406
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1407
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1408

Vraag nr. 6-1394 d.d. 24 april 2017 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De beleidsdomeinen welzijn, volksgezondheid en gezin zijn Vlaamse gemeenschapsbevoegdheden ; daarin kadert ook het beleid ten aanzien van gehandicapten. Dit betreft dus een transversale aangelegenheid.

Reeds jaren wordt er aandacht gevraagd voor de tewerkstelling van gehandicapten, zowel in de openbare sector als in de privésector. Een aangepaste tewerkstelling is immers de beste garantie op integratie in de maatschappij van deze zeer kwetsbare groep. Er werden ook al vele initiatieven aangekondigd om het aantal gehandicapten dat wordt tewerkgesteld in de openbare diensten te verhogen. De resultaten blijven echter steevast uit.

1) Hoeveel personen met een handicap waren er in 2014, 2015 en 2016 werkzaam op uw departement, opgesplitst per taalrol ?

2) Wat is hun aandeel in de totale tewerkstelling, opgesplitst per overheidsdienst ?

3) Welke inspanningen werden er geleverd om hun aantal op te trekken ?

Antwoord ontvangen op 22 mei 2017 :

A. Federale overheidsdienst (FOD) Buitenlandse Zaken

1) Opgesplitst per taalrol waren tussen 2014 en 2016 volgend aantal personen met een arbeidsbeperking tewerkgesteld op het hoofdbestuur van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking :

– 2014 : 6 Franstaligen en 14 Nederlandstaligen ;

– 2015 : 6 Franstaligen en 13 Nederlandstaligen ;

– 2016 : 5 Franstaligen en 13 Nederlandstaligen.

2) Deze cijfers hebben enkel betrekking op het hoofdbestuur van de FOD. Daar vertegenwoordigen zij momenteel ongeveer 1,5 % in de totale tewerkstelling.

3) Enerzijds worden er inspanningen geleverd om de tewerkstelling van de reeds op de FOD tewerkgestelde personen met een handicap te handhaven door onder meer de nodige redelijke aanpassingen van de werkplaats te voorzien. Anderzijds wordt er ook geworven van de specifieke lijsten van laureaten van Selor met een arbeidsbeperking. De FOD onderhoudt ook contacten met organisaties die personen met een handicap vertegenwoordigen en laten mensen met een arbeidsbeperking stages lopen.

B. FOD Beleid en ondersteuning

1) De verdeling van het aantal personen met een handicap in 2014, 2015 en 2016 was als volgt :

2014

Organisatie

Totaal personeelsleden

# Nederlandstaligen met handicap

# Franstaligen met handicap

Totaal gehandicapte werknemers

% tewerkstelling

FOD Personeel en Organisatie (*)

449

5

6

11

2,45 %

FOD Budget en Beheerscontrole (**)

159

1

1

2

1,26 %

FOD Informatie- en Communicatietechnologie (*)

33

1

0

1

3,03 %



2015

Organisatie

Totaal personeelsleden

# Nederlandstaligen met handicap

# Franstaligen met handicap

Totaal gehandicapte werknemers

% tewerkstelling

FOD Personeel en Organisatie (*)

439

5

6

11

2,51 %

FOD Budget en Beheerscontrole (**)

148

1

2

3

2,03 %

FOD Informatie- en Communicatietechnologie (*)

31

0

0

0

0,00 %



2014

Organisatie

Totaal personeelsleden

# Nederlandstaligen met handicap

# Franstaligen met handicap

Totaal gehandicapte werknemers

% tewerkstelling

FOD Personeel en Organisatie (*)

545

6

6

12

2,20 %

FOD Budget en Beheerscontrole (**)

150

1

2

3

2,00 %

FOD Informatie- en Communicatietechnologie (*)

31

0

2

2

6,45 %

(**) Bron : eigen berekening & Pdata.

(*) Bron : Pdata.

2) Zie 1).

3) De FOD B&B, FOD P&O en FOD Fedict hebben zich ertoe verbonden een werkomgeving te creëren die gastvrij is voor mensen met een handicap, met name door inspanningen te leveren op het vlak van sensibilisering van het personeel en door indien nodig de werkomgeving aan te passen. Zij hebben zich er eveneens toe verbonden dat ze zullen trachten het quotum te bereiken waarbij 3 % van de personeelsleden mensen met een handicap zijn.

Om deze doelstellingen te halen en de aangegane verbintenissen na te leven hebben de voormelde organisaties een verantwoordelijke diversiteit aangeduid die ermee belast is het federale diversiteitsbeleid uit te voeren en de gelijke kansen te bevorderen.

Om een 3 % tewerkstellingsgraad van personen met een handicap te bereiken hebben de organisaties, vóór elke aanwerving, de beschikbaarheid geëvalueerd van specifieke reserves van kandidaten met een handicap bij Selor voor het gezochte profiel. Indien deze reserves beschikbaar zijn worden zij geraadpleegd. Tijdens de rekrutering wordt bovendien alleen rekening gehouden met de competenties van de kandidaten, zonder discriminatie op basis van geslacht, handicap, afkomst of seksuele geaardheid. Kandidaten met een handicap die dit wensen, kunnen redelijke aanpassingen van de selectieprocedure vragen. In het geval dat een kandidaat met handicap deelneemt wordt de selectieprocedure op redelijke wijze aangepast.

C. FOD Economie

Wat de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie betreft, verwijs ik naar het antwoord van mijn collega, de minister van Economie, op de schriftelijke vraag nr. 6-1392.