5-456/3

5-456/3

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

8 JANUARI 2013


Voorstel van resolutie betreffende een krachtdadiger optreden van België met het oog op de universele afschaffing van de doodstraf


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW ARENA EN DE HEER DE BRUYN


I. INLEIDING

De commissie besprak dit voorstel van resolutie tijdens haar vergaderingen van 11 december 2012 en 8 januari 2013.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING VAN MEVROUW VANESSA MATZ EN DE HEER BERT ANCIAUX, INDIENERS VAN HET VOORSTEL VAN RESOLUTIE

Mevrouw Matz wijst erop dat het erg symbolisch is om dit voorstel van resolutie op de agenda van de commissie te plaatsen, 11 december ligt namelijk aan de vooravond van de internationale dag van de rechten van de mens. Heel wat nieuwe en terugkerende gevallen die met de doodstraf te maken hebben, kunnen ons niet onberoerd laten. India heeft zijn moratorium dat van kracht was in 2004, opgeheven. Pakistan en Afghanistan blijven de doodstraf uitvoeren. Andere landen, zoals Sri Lanka en Bangladesh zouden bereid zijn om de doodstraf terug in te voeren. Hamas executeerde verschillende personen in Gaza. In de Verenigde Staten wordt de doodstraf nog altijd uitgevoerd.

Het Regeerakkoord van 1 december 2011 (blz. 166) en de algemene Beleidsnota Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken van 21 december 2011 (stuk Kamer, nr. 53-1964/10, blz. 9) bepalen het volgende : « Er zal vooral aandacht uitgaan naar vrijheid van meningsuiting, gelijkheid tussen mannen en vrouwen, sociale rechtvaardigheid, de klimaatkwestie en de strijd tegen de doodstraf. » De regering wil dus een gedurfde opstelling nemen tegenover die problematiek. Die problemen worden steeds ernstiger op internationaal vlak en de regering dient hier dus op te worden geattendeerd.

De heer Anciaux verwijst naar de omschrijving van Amnesty International van de doodstraf die wordt bestempeld als de meest wrede, meest onmenselijke en meest vernederende van alle straffen. Gelukkig voerde België de doodstraf sinds een vijftigtal jaar niet meer uit en werd deze afgeschaft overeenkomstig de wet van 10 juli 1996 tot afschaffing van de doodstraf en tot wijziging van de criminele straffen. Talrijke partnerlanden van België voor de ontwikkelingssamenwerking maken echter nog zelfs nog geen aanstalten om de uitvoering van de doodstraf te verminderen. In China worden er nog geregeld executies uitgevoerd en ook de USA heeft op dit gebied een kwalijke reputatie. Spreker hoopt dan ook dat de heer Barack Obama, president van de USA in zijn tweede ambtsperiode, die aanvangt vanaf januari 2013, zal ingaan tegen de lobby die de doodstraf nog als een absolute noodzaak beschouwt. België moet samen met de EU stappen blijven nemen om dit op de Europese en internationale agenda te blijven zetten.

III. ALGEMENE BESPREKING

De heer Miller wijst erop dat de doodstraf een constante is in de verschillende politieke stelsels. In het Europese joods-christelijke verleden werd het doden van iemand die een feit zou hebben gepleegd dat strafbaar is met de doodstraf, nooit beschouwd als in strijd met de grondslagen van de samenleving, meer bepaald met de Tien Geboden. Alle christelijke staten hebben de doodstraf toegepast ondanks het zesde gebod : « Dood niet, geef geen ergernis. »

De afschaffing van de doodstraf luidt een breuk in met de oude joods-christelijke samenleving, een unicum in de wereld. Dit is een essentieel kenmerk van ons democratisch systeem. Het voorstel van resolutie betreft dus een thema van uitzonderlijk belang voor onze samenleving. Het vertegenwoordigt een democratische verworvenheid die in onze Grondwet is ingeschreven en gebaseerd is op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

De bepalingen van dit voorstel van resolutie moeten op zoveel mogelijk landen betrekking hebben, waaronder de Verenigde Staten, aangezien de doodstraf indruist tegen de Europese menselijke waarden.

De heer Torfs merkt op dat in de toelichting van het voorstel van resolutie wordt gesteld dat « De grote meerderheid van de terechtstellingen plaats vindt in slechts vijf landen, met name : China, Iran, Irak, Saoedi-Arabië en de Verenigde Staten » (stuk Senaat, nr. 5-456/1, blz. 2). In punt 2 van het dispositief van het voorstel van resolutie wordt ook gevraagd aan de regering om « specifieke stappen te ondernemen jegens de landen die de doodstraf het vaakst tot uitvoering brengen » (stuk Senaat, nr. 5-456/1, blz. 5). Ons land geeft echter dikwijls de voorrang aan commerciële belangen en geldgewin boven ethische principes, uitgedrukt in resoluties.

De heer De Bruyn wijst op de gewijzigde, meer realistische aanpak van Amnesty International inzake de wereldwijde afschaffing van de doodstraf. Men is al tevreden als voor een land als China verifieerbare en correcte cijfers inzake terdoodveroordelingen worden ter beschikking gesteld. Voor andere landen wordt gestreefd naar het bereiken van een moratorium en in landen waar de doodstraf niet meer wordt uitgevoerd wordt aangedrongen op de afschaffing ervan. Amnesty International moduleert dus zijn visie naar gelang van de evolutie die een bepaald land al heeft doorgemaakt

De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken bevestigt dat de strijd tegen de doodstraf een prioriteit van de regering vormt in het kader van de naleving van de mensenrechten. Ons land is een actieve speler op het internationale toneel, zowel bilateraal als multilateraal, voor wat de strijd tegen de doodstraf betreft. Op het niveau van de Europese Unie maakt België deel uit van een groep van vrienden van het Tweede Facultatieve Protocol behorende bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten tot afschaffing van de doodstraf. Hierdoor wordt er een reeks multilaterale stappen ondernomen en de gezamenlijke inspanningen van de internationale gemeenschap hebben steeds meer landen ertoe aangespoord om de doodstraf niet meer toe te passen of een moratorium in te stellen. Uit de recentste gegevens blijkt dat honderdvijftig van de honderddrieënnegentig lidstaten van de Verenigde Naties de doodstraf hebben afgeschaft of een moratorium hebben ingesteld. Verschillende resoluties tot ondersteuning van de internationale inspanningen hiertoe, werden goedgekeurd binnen de Derde Commissie van de algemene Vergadering.

Bovendien werden er doeltreffende stappen ondernomen bij landen die nog altijd de doodstraf uitvoeren om hen minimale internationale standaarden te laten naleven. Die landen wordt verzocht de doodstraf uit te voeren voor een steeds beperkter aantal misdaden. Dat feit komt niet voldoende tot uiting in het voorstel van resolutie.

Jemen staat niet op de lijst van landen waar de doodstraf het meest wordt uitgevoerd. In landen zoals Vietnam en China werd er onlangs vooruitgang geboekt en het aantal gevallen waarop de doodstraf van toepassing is, daalde.

Spreker verwijst naar punt 4 van het dispositief waarin de regering wordt verzocht « binnen de Raad voor de mensenrechten van de Verenigde Naties de passende initiatieven te nemen om de universele afschaffing van de doodstraf te bespoedigen, inclusief via de oprichting van een permanente werkgroep daarvoor ». Momenteel maakt het probleem van de afschaffing van de doodstraf deel uit van het mandaat van de speciale rapporteur voor executies. De oprichting van een ad hoc werkgroep zou contraproductief kunnen zijn in het kader van de campagne voor de afschaffing van de doodstraf.

IV. BESPREKING VAN DE AMENDEMENTEN

A. Considerans

Punt C

De heer Vanlouwe dient het amendement nr. 7 in dat ertoe strekt om in punt C van de considerans, de woorden « aanwezig is » te vervangen door de woorden « actief deelneemt aan de werkzaamheden van ».

De heer Vanlouwe legt uit dat het hier gaat om een technische correctie, in overeenstemming met amendement nr. 5 op punt 4 van het dispositief. België is immers niet langer lid van de mensenrechtenraad.

Amendement nr. 7 wordt eenparig aangenomen door de 11 aanwezige leden.

Punt K (nieuw)

Mevrouw Arena dient amendement nr. 1 in dat ertoe strekt een nieuw punt K toe te voegen, luidende : « verheugd over de goedkeuring van het ontwerp van resolutie « Moratorium on the Use of the Death Penalty » door de derde Commissie van de algemene Vergadering van de Verenigde Naties. »

De heren Vanlouwe en De Groote dienen het amendement nr. 2 in dat ertoe strekt om in de considerans een nieuw punt K toe te voegen luidende : « K. verwijzend naar het ontwerp van resolutie, waarin de lidstaten worden opgeroepen om een moratorium op de doodstraf in te stellen en die op 19 november 2012 werd aangenomen door honderd-en-tien landen binnen de Derde Commissie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties »

De heer Vanlouwe legt uit dat het een actualisering betreft in verband met onderhandelingen op VN-niveau voor een wereldwijd moratorium. Het is specifieker dan het amendement nr. 1 van mevrouw Arena want het bevat het aantal landen dat aan de stemming heeft deelgenomen evenals de datum van de stemming.

De heer Anciaux gaat ervan uit dat het de bedoeling van deze honderdentien landen is om de doodstraf niet meer uit te voeren. Moratorium is volgens spreker geen juiste term omdat dit neerkomt op het bevriezen van de huidige situatie. Het gaat dus in feite om een tussenstap.

Volgens de heer Torfs betekent moratorium in dit geval dat de doodstraf niet meer wordt uitgevoerd zonder dat ze daadwerkelijk wordt afgeschaft, wat in ons land lange tijd het geval was.

De heer Vanlouwe begrijpt deze stelling maar vindt het wel belangrijk dat deze verwijzing naar het genoemde ontwerp van resolutie wordt opgenomen in het voorstel van resolutie.

De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken verduidelijkt dat het voornoemde ontwerp van resolutie ondertussen werd goedgekeurd door de algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20 december 2012.

Amendement nr. 2 wordt eenparig aangenomen door de 11 aanwezige leden. Aangezien amendement nr. 1 dezelfde strekking heeft als amendement nr. 2, wordt het ingetrokken door de indiener.

B. Dispositief

Punt 2

De heer Vastersavendts c.s. dient het amendement nr. 4 in dat ertoe strekt in punt 2 van het dispositief, de woorden « het vaakst » tussen de woorden « die de doodstraf » en de woorden « tot uitvoering »te doen vervallen.

De heer Vasteravendts legt er de nadruk op dat elk mensenleven waardevol is. In punt 2, wil men zich enkel richten tot die landen die de doodstraf het vaakst uitvoeren. Niet alleen is dit criterium bijzonder vaag (wat betekent « het vaakst » ?), bovenal is elke doodstraf die wordt uitgevoerd er één te veel. Dit is naar het aanvoelen van de spreker ook het uitgangspunt van de indieners en bijgevolg is het aangewezen de woorden « het vaakst » te schrappen.

De heer Anciaux steunt het amendement nr. 4 omdat er geen sprake kan zijn van selectieve verontwaardiging wanneer men de doodstraf uitspreekt.

Amendement nr. 4 wordt eenparig aangenomen door de 11 aanwezige leden.

Punt 4

De heer Vastersavendts c.s. dient het amendement nr. 5 in dat ertoe strekt het punt 4 van het dispositief als volgt te vervangen : « binnen de Verenigde Naties de passende initiatieven te nemen om de universele afschaffing van de doodstraf te bespoedigen; ».

De heer Vastersavendts legt uit dat het voorstel van resolutie op enkele punten is achterhaald. België, niet verkozen als lid van de mensenrechtenraad, kan dus de vraag die in punt 4 aan de orde is en gebaseerd op de consideransen C en D, niet inwilligen. België kan dit hooguit aankaarten bij de VN maar dus niet binnen de mensenrechtenraad. Aldus kan België niet zelf binnen deze raad pleiten voor een werkgroep betreffende de doodstraf.

Amendement nr. 5 wordt eenparig aangenomen door de 11 aanwezige leden.

Punt 6

De heren Vanlouwe en De Groote dienen het amendement nr. 3 in dat ertoe strekt om in het dispositief, het punt 6 als volgt aan te vullen :« voor partnerlanden die, na diplomatiek overleg, gevangenen blijven executeren, moet de bilaterale hulp worden verminderd ».

De heer Vanlouwe legt uit dat het aangewezen is de strijd tegen de doodstraf te bepleiten bij onze partnerlanden. Maar indien de partnerlanden blijven vasthouden aan executies, moet de regering ook de beslissing durven nemen om de directe hulp te verminderen.

De heer De Decker sluit zich aan bij de filosofie die aan de basis ligt van dit amendement. Spreker merkt op dat heel wat partnerlanden van de Belgische ontwikkelingssamenwerking, zoals Palestina, nog steeds de doodstraf toepassen.

De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken wijst erop dat de relaties tussen België en de partnerlanden voor ontwikkelingssamenwerking worden geregeld door clausules betreffende de naleving van de mensenrechten.

De heer De Decker bevestigt dat er daartoe een juridisch kader bestaat. Bijgevolg dient spreker amendement nr. 6 in dat ertoe strekt in het voorgestelde punt 6 van het dispositief aan te vullen met de woorden « overeenkomstig de wet betreffende de Belgische internationale samenwerking  ».

Amendement nr. 6 wordt eenparig aangenomen door de 11 aanwezige leden. Het aldus door amendement nr. 6 gesubamendeerde amendement nr. 3 wordt eenparig aangenomen door de 11 aanwezige leden.

V. STEMMING

Het geamendeerde voorstel van resolutie wordt eenparig aangenomen door de 11 aanwezige leden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteurs voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteurs, Le président,
Marie ARENA. Piet DE BRUYN. Karl VANLOUWE.

Tekst aangenomen door de commissie (zie stuk Senaat, nr. 5-456/4 — 2012/2013).