1-1067/2

1-1067/2

Belgische Senaat

ZITTING 1998-1999

20 OKTOBER 1998


Wetsontwerp houdende budgettaire en diverse bepalingen


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER COENE

Art. 14

Dit artikel schrappen.

Verantwoording

Het is niet noodzakelijk om de betreffende bekrachtigingstermijn te verlengen.

Luc COENE.

Nr. 2 VAN MEVROUW NELIS-VAN LIEDEKERKE

Art. 23

Dit artikel schrappen.

Verantwoording

De bepaling dat het FCUD zijn niet-aangewende saldi niet aan het RKW hoeft terug te storten is de bekrachtiging van de in artikel 22 geïnstitutionaliseerde anomalie. Een jaar geleden stond de financiële leefbaarheid van het FCUD serieus ter discussie; thans blijkt dit fonds plotseling over een spaarpot te beschikken.

Lisette NELIS-VAN LIEDEKERKE.

Nr. 3 VAN DE HEREN SANTKIN EN POTY

Art. 26

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Aangezien de Ministerraad op vrijdag 9 oktober een reeks amendementen heeft goedgekeurd op het wetsontwerp houdende sociale bepalingen, dat in de Kamer wordt behandeld, is artikel 26 van dit wetsontwerp overbodig. Een van die amendementen wijzigt immers reeds de data die voorkomen in artikel 191, 15º, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

Jacques SANTKIN.
Francis POTY.

Nr. 4 VAN MEVROUW NELIS-VAN LIEDEKERKE

Art. 36

Dit artikel schrappen.

Verantwoording

Volgens de bepalingen van dit artikel mag de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening PWA-reserves inpalmen om werkloosheidsvergoedingen te betalen. Aangezien de PWA's een specifieke finaliteit en hun eigen financieringswijze hebben is het verwerpelijk om de PWA-reserves voor de RVA in te zetten. De VLD heeft meer dan eens vastgesteld dat de regering de werkloosheidsuitgaven onderschat. Indien deze kritiek ter harte was genomen en dus de werkloosheidscijfers- en uitgaven correct werden begroot, zou deze handelwijze niet nodig zijn.

Lisette NELIS-VAN LIEDEKERKE.

Nr. 5 VAN DE HEER HATRY

Art. 37

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Het commentaar in het Kamerverslag van de heer Moock (Stuk Kamer, nr. 1585/7, 1997-1998) stemt duidelijk niet overeen met het dispositief van dit artikel.

De beperkingen die in het verslag worden genoemd ­ zoals de verwijzing naar het openbaar nut, de instellingen en de internationale verenigingen van openbaar nut en het algemeen belang ­ zijn niet in het dispositief opgenomen.

Het dispositief bevat drie bepalingen, die slechts schijnbaar beperkend zijn :

­ de verwijzing naar de « uitzonderlijke gevallen » is een volstrekt inhoudsloze beperking;

­ de enige andere beperking ligt in de beslissingsbevoegdheid van de uitvoerende macht (in Ministerraad overlegd koninklijk besluit);

­ de andere criteria « een nuttige en aan het gebouw aangepaste bestemming » en « die het algemeen belang ten goedekomt » zijn overduidelijk vatbaar voor een zuiver politieke, niet-technische interpretatie.

De Raad van State heeft er in zijn advies van 8 mei 1998 al op gewezen dat deze tekst zeer onnauwkeurig is. De gebruikte termen zijn zo vaag dat ze op onverschillig welke manier kunnen worden ingevuld. Daardoor krijgt de Koning een bijna onbeperkte bevoegdheid.

Dat er een probleem bestaat, kan niemand ontkennen. De minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen heeft in het verleden vaak genoeg problemen gehad omdat hij door toevallige omstandigheden eigenaar werd van gebouwen die bewoond waren of die gebruikt werden voor de detailhandel (de winkels in het Palais voor Schone Kunsten in Brussel). In het verslag zijn alleen voorbeelden genoemd waar niemand iets op tegen kan hebben, maar dat geldt niet voor alle bestemmingen die de nieuwe bepalingen mogelijk maken, zoals bijvoorbeeld de kampen voor kandidaat-vluchtelingen.

De enige duidelijke beperking, die in de praktijk erg zwaar zal uitvallen, is dat elk koninklijk besluit over individuele gevallen bij wet bekrachtigd moet worden. Dit is een bijzondere zware en onwelkome last, die bovendien het prestige aantast van de wetgevende macht, die zich niet met individuele gevallen hoort bezig te houden.

De controle vooraf door de Inspectie van Financiën en achteraf door het Rekenhof heeft geenszins belet dat gebouwen een bestemming kregen die het algemeen belang ten goede kwam, zoals de voorbeelden uit het verslag van de heer Moock aantonen.

Men kan zich dus vragen stellen bij het nut van artikel 37.

Nr. 6 VAN DE HEER HATRY

(Subsidiair amendement op amendement nr. 5)

Art. 37

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 37. ­ De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de Regie der Gebouwen machtigen om aan gebouwen, eigendom van de Staat en beheerd door de Regie, een andere bestemming te geven dan de huisvesting van bovenvermelde diensten. Deze machtiging wordt alleen in uitzonderlijke omstandigheden verleend en moet worden gemotiveerd. De bestemming moet materieel aangepast zijn aan het goed en het openbaar nut dienen in de strikte zin van het woord.

Het koninklijk besluit bepaalt de investeringen waartoe de Regie wordt gemachtigd en de bezettingsvoorwaarden, die niet onder de normale marktprijs mogen liggen.

Op 30 juni en 31 december van elk jaar dient de Koning bij het Parlement een wetsontwerp in tot bekrachtiging van de besluiten die zijn genomen tijdens de zes maanden die aan de indiening van het wetsontwerp voorafgaan.

De koninklijke besluiten houden op uitwerking te hebben op het einde van de twaalfde maand volgend op hun inwerkingtreding, tenzij zij vóór die dag bij wet bekrachtigd zijn.

De besluiten die bij wet bekrachtigd zijn, kunnen slechts bij wet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven. »

Verantwoording

Zie amendement nr. 5.

Als er geen meerderheid wordt gevonden om artikel 37 te schrappen, willen wij met amendement nr. 6 het doel van artikel 37 bereiken, maar dan op een minder lakse en beter georganiseerde manier.

Nr. 7 VAN DE HEER HATRY

Art. 12

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

De prijs die de Belgische gezinnen betalen voor hun elektriciteit, ligt ver boven het Europese gemiddelde en boven de kostprijs die wordt aangerekend door de meeste met België concurrerende landen. Dit verschil wordt niet veroorzaakt door de productiekosten maar door het in België gevoerde beleid, en dit om twee redenen :

­ de gemeenten geven er de voorkeur aan de dividenden op te strijken van de intercommunales waarin ze vennoot zijn, veeleer dan de prijs van elektriciteit en gas te verlagen;

­ de federale regering stelt steeds hogere eisen aan de twee elektriciteitsproducenten en -verdelers in België : aan de gewone heffing van 14,5 miljard frank voegt ze nu een zogenaamd eenmalige en uitzonderlijke aanslag van 1,5 miljard toe.

Paul HATRY.

Nr. 8 VAN DE HEER COENE

Art. 37

Op het einde van het 1ste lid toevoegen :

« Deze machtiging is beperkt tot een periode van 3 jaar. Ze kan eventueel verlengd worden onder dezelfde voorwaarden als de oorspronkelijke machtiging. »

Verantwoording

Het lijkt niet gewenst een machtiging te geven die onbeperkt is in de tijd. Dit laat misbruiken toe waar overheidsgebouwen voor onbeperkte tijd aangewend worden voor andere doeleinden dan huivesting van overheidsdiensten.

Luc COENE.