Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-778

van Jurgen Ceder (Vlaams Belang) d.d. 29 december 2010

aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid

Vakbonden - Syndicale vorming - Bijdragen door instellingen, diensten of agentschappen - Gebrek aan transparantie

vakbond
economische steun
openbaarheid van het bestuur
Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
plaatsbewijs
vakbondsvertegenwoordiger

Chronologie

29/12/2010 Verzending vraag
3/8/2011 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-774
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-775
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-776
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-777
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-779
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-780
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-781
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-782
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-783
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-784
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-785
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-786
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-787
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-788
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-789
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-790
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-791
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-792
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-793
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-794
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-795

Vraag nr. 5-778 d.d. 29 december 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Uit eerdere vragen die in het Vlaams Parlement werden gesteld, blijkt dat sommige instellingen hebben beslist om jaarlijks een geldbedrag voor syndicale vorming over te maken aan de drie "representatieve" vakbonden: het Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV), het Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV) en de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van BelgiŽ (ACLVB). Die betaling was nieuws voor het parlement en ze was nergens duidelijk vermeld in een jaarrekening, een begroting of een jaarverslag. Controle bleek zo goed als onbestaande.

Hierdoor rijst de vraag in hoeverre er ook bij federale agentschappen, bedrijven, instellingen en diensten geld wordt overhandigd aan (vertegenwoordigers van) de drie "representatieve" vakbonden of eventuele andere vakbonden, al dan niet in ruil voor vermeende prestaties, zoals niet-gecontroleerde syndicale vorming.

Uit de Vlaamse casus blijkt onder meer dat de drie bonden hun interne vergaderingen laten subsidiŽren als 'syndicale vorming'.

Daarom kreeg ik graag een antwoord op de volgende vragen met betrekking tot de diensten, agentschappen, bedrijven en instellingen betreft die onder uw toezicht of controle staan.

1. Welke vormen van toelagen, premies, ondersteuningen, terugbetalingen van kosten, tegemoetkomingen, ... waren voorzien voor vakbonden en/of hun vertegenwoordigers in 2009?

2. Welk bedrag werd hieraan besteed in 2009? Graag kreeg ik een volledige lijst van de diensten, agentschappen, bedrijven en instellingen die onder het toezicht en de controle van de minister vallen, met een vermelding van de aard van de toelage, het bedrag, de begunstigde vakbond en/of vertegenwoordiger per vakbond en het bedrag in 2009.

3. Op welke wettelijke of decretale basis berusten de voorwaarden voor het verkrijgen van elk van die toelagen, of op welke beslissing van welk bevoegd orgaan binnen de instelling?

4. Werden de eventuele ingebrachte facturen en bewijsstukken, op het ogenblik dat de bedragen door de bonden of hun vertegenwoordigers werden opgevraagd, door de diensten, instellingen, agentschappen en bedrijven onder uw gezag vergeleken met de opgelegde voorwaarden om te zien of betaling verschuldigd was? Zo neen, waarom niet?

5. Werden, op het ogenblik dat de bedragen door de bonden of hun vertegenwoordigers werden opgevraagd, de eventuele ingebrachte facturen en bewijsstukken door de diensten, instellingen, agentschappen en bedrijven onder uw gezag onderling vergeleken om dubbel gebruik te voorkomen? Zo neen, waarom niet?

6. Werd na de uitbetaling effectief gecontroleerd of de toelage voor de vooropgestelde doelstelling werd gebruikt ? Zo ja, door wie en op welke wijze?

7. Meent u dat de instellingen onder uw gezag ter zake in 2009 de beginselen van behoorlijk bestuur hebben nageleefd? Zo neen, welke concrete maatregelen neemt u om de reglementaire basis, de voorwaarden, de controle bij de opvraging en de controle nadien in te voeren of te versterken?

8. Vindt u het aanvaardbaar dat vakbonden hun interne vergaderingen laten subsidiŽren als 'syndicale vorming'? Zo neen, zal u de instellingen onder uw gezag melden dat dit onmogelijk kan worden aanvaard?

Antwoord ontvangen op 3 augustus 2011 :

Wat betreft de Federale Overheidsdienst (FOD) Werkgelegenheid, arbeid et sociaal overleg :

1. In 2009, was een toelage aan de vakbonden voorzien voor sociaal onderzoek en voor vorming van de werknemersvertegenwoordigers in de onderneming

2. In 2009 ontvingen de vakbonden de volgende toelage: Algemeen christelijk Vakbond (ACV) 381 150 euro, de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België (ACLVB) 84 700 euro en het Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV) 381 150 euro,

3. De toelage wordt toegekend op basis van het koninklijk besluit van 20 november 1990 betreffende de toelage voor sociaal onderzoek en vorming van de werknemersvertegenwoordigers in de onderneming. Dit koninklijk besluit is op zijn beurt gebaseerd op de programmawet van 22 december 1989, inzonderheid op artikel 249.

4. De vakbonden ontvangen de toelagen op basis van ingediende projecten die moeten worden aanvaard. De minister vraagt hiervan een advies aan de Commissie die hiermee belast is.

5. Zonder voorwerp; zie vraag 4

6. De vakbonden dienen jaarlijks een evaluatie in te dienen over de projecten waarvoor ze een toelage gekregen hebben.

7. De toelage wordt toegekend overeenkomstig de geldende regelgeving.

8. Zonder voorwerp: de vakbonden kunnen een toelage krijgen op basis van ingediende en aanvaarde projecten omtrent sociaal onderzoek en vorming.

Wat betreft de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) :

1. De RVA betaalt geen enkel bedrag aan de vakbonden voor een vakbondsopleiding, niet meer dan andere rechtstreekse vergoedingen.

2. Niet van toepassing.

3. Niet van toepassing.

4. Niet van toepassing.

5. Niet van toepassing.

6. Niet van toepassing.

7. Niet van toepassing.

8. Niet van toepassing.

Wat betreft de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie (RJV):

1. In de RJV was geen enkele vorm van toelagen, premies, ondersteuningen, terugbetalingen van kosten, tegemoetkomingen, … voorzien voor vakbonden en/of hun vertegenwoordigers in 2009.

2. Niet van toepassing.

3. Niet van toepassing.

4. Niet van toepassing.

5. Niet van toepassing.

6. Niet van toepassing.

7. Niet van toepassing.

8. Niet van toepassing.

Wat betreft de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen (HVW) :

1.Geen terugbetaling of tegemoetkoming.

2. Niet van toepassing.

3. Niet van toepassing.

4. Niet van toepassing.

5. Niet van toepassing.

6. Niet van toepassing.

7. Niet van toepassing.

8.Niet van toepassing.

Wat betreft het Fonds voor Arbeidsongevallen (FAO) :

1. Er werden geen rechtstreekse toelagen, premies, ondersteuningen, terugbetalingen van kosten, tegemoetkomingen, voorzien voor de vakbonden en/of hun vertegenwoordigers in 2009.

2. Niet van toepassing.

3. Niet van toepassing.

4. Niet van toepassing.

5. Niet van toepassing.

6. Niet van toepassing.

7. Niet van toepassing.

8. Onze instelling heeft geen zicht op de inhoud van de “syndicale vormingen” en kan niet uitmaken of het al dan niet interne vergaderingen betreft.