5-1755/1

5-1755/1

Belgische Senaat

ZITTING 2011-2012

19 JULI 2012


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap en van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen, ter uitvoering van de artikelen 118 en 123 van de Grondwet

(Ingediend door de dames Christine Defraigne, Freya Piryns, de heren Philippe Moureaux, Bert Anciaux, Bart Tommelein, Dirk Claes, Marcel Cheron en Francis Delpérée)


TOELICHTING


Dit voorstel moet samen gelezen worden met de voorstellen tot herziening van de artikelen 118, § 2, en 123, § 2, van de Grondwet, samen ingediend bij het Parlement (Stukken Senaat, nrs. 5-1752/1; 5-1753/1) die de constitutieve autonomie aan het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap toekennen en de wetgever toelaten om de aangelegenheden aan te duiden waarop deze constitutieve autonomie betrekking heeft.

Met het oog op de uitvoering van deze voorstellen tot herziening van de Grondwet wijzigt het wetsvoorstel de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap en de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen. Het voorstel duidt de aangelegenheden aan betreffende de verkiezing, de samenstelling en de werking van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap en betreffende de samenstelling en de werking van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap die het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap kan regelen bij decreet.

Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap beschikt over constitutieve autonomie in dezelfde aangelegenheden — aangewezen bij de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen — als de Parlementen van de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest.

Zoals nu het geval is voor het Parlement van de Vlaamse Gemeenschap, het Parlement van de Franse Gemeenschap en het Parlement van het Waalse Gewest, veronderstelt de uitoefening van de constitutieve autonomie door het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap de goedkeuring van een decreet met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van het Parlement aanwezig is.

ARTIKELSGEWIJZE COMMENTAAR

In de artikelsgewijze commentaar wordt telkens naar de artikelen van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instelligen verwezen naar analogie waarmee aan het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap constitutieve autonomie wordt verleend.

Artikel 1

Op grond van artikel 77, eerste lid, 3º, en artikel 83 van de Grondwet vermeldt het voorstel dat het een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet regelt.

Artikel 2

Analogie : artikel 24, §§ 1 tot en met 3, BWHI.

Aangelegenheid : het wijzigen van het aantal parlementsleden en het bepalen van aanvullende regels voor de samenstelling van het Parlement

Het artikel biedt de mogelijkheid aan het Parlement om het aantal parlementsleden te wijzigen.

Het artikel biedt bovendien de mogelijkheid aan het Parlement om regels te bepalen die degene aanvullen bedoeld in afdeling I, met opschrift « Samenstelling », van hoofdstuk II van titel III van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap.

De stellers van het voorstel hebben evenwel geenszins de bedoeling om het Parlement de bevoegdheid toe te kennen alle bepalingen te wijzigen van de eerste afdeling, met opschrift « Samenstelling », van hoofdstuk II van titel III. Inderdaad, het woord « aanvullende » geeft aan dat het Parlement niet gemachtigd wordt om de bepalingen van de eerste afdeling, met opschrift « Samenstelling » te wijzigen, maar het daarentegen gemachtigd wordt om regels te bepalen die deze aanvullen.

Zo, wordt de mogelijkheid verleend om bijzondere regels vast te stellen die bedoeld zijn om bepaalde evenwichten in de samenstelling van het Parlement te verzekeren (namelijk mannen-vrouwen, lokale mandatarissen of niet, ...).

Het Parlement mag bijgevolg op grond hiervan de bepalingen van de wet niet wijzigen.

Artikel 3

Analogie : artikel 24bis, § 3, BWHI.

Aangelegenheid : het instellen van bijkomende onverenigbaarheden voor de parlementsleden.

Artikel 4

Analogie : artikelen 49, § 2, 24bis, § 2bis en 24bis, § 3 BWHI. Dienaangaande wordt er op analoge wijze verwezen naar de desbetreffende decreten die van toepassing zijn in de andere gemeenschappen en gewesten in toepassing van deze artikelen.

Aangelegenheid : het stelsel van onverenigbaarheden die van toepassing zijn op leden van het Parlement die tot de Regering van een deelentiteit toetreden en het vervangen van parlementsleden die tot de federale Regering toetreden.

Artikel 5

Analogie : artikel 35, § 3, BWHI.

Aangelegenheid : het bepalen van de vereiste meerderheid waarmee de decreten inzake constitutieve autonomie worden goedgekeurd.

Artikel 6

Analogie : artikel 49, § 1, BWHI (artikelen 32, 33, 34, 37, 41, 46, 47, 48, 68, 69, 70, 71, 72 en 73 BWHI).

Aangelegenheid : verwijzingsartikel waarin meerdere aangelegenheden worden aangewezen : de openingszitting, de voorzitter van de openingszitting, de openbaarheid van de vergaderingen, de aanwezigheid van de Regering, de verzoekschriften, het bureau en het personeel van de assemblee, de griffier, de ondertekening van de besluiten en de werking van de Regering.

Artikel 7

Analogie : artikel 63, § 4, BWHI.

Aangelegenheid : het bepalen van het aantal Regeringsleden.

Artikel 8

Analogie : artikel 59, § 3, juncto artikel 24bis, § 3, BWHI.

Aangelegenheid : het instellen van bijkomende onverenigbaarheden voor de Regeringsleden.

Artikel 9

1º)

Analogie : artikel 26 BWHI.

Aangelegenheid : het bepalen van de kieskringen.

2º)

Analogie : artikel 26quater, eerste lid, BWHI.

Aangelegenheid : het bepalen van de hoofdplaats van de kieskringen.

Artikel 10

Analogie : artikel 28, eerste tot en met zesde lid, BWHI

Aangelegenheid : het bepalen van de regels inzake opvolgers.

Artikel 11

Analogie : artikel 28bis, § 1, tweede lid, BWHI.

Aangelegenheid : het bepalen van het minimumaantal handtekening bij de voordracht van kandidaten.

Artikel 12

Analogie : artikel 29cties, tweede lid, BWHI.

Aangelegenheid : het bepalen van de regels inzake de devolutieve werking van de lijststem.

Christine DEFRAIGNE.
Freya PIRYNS.
Philippe MOUREAUX.
Bert ANCIAUX.
Bart TOMMELEIN.
Dirk CLAES.
Marcel CHERON.
Francis DELPÉRÉE.

WETSVOORSTEL


HOOFDSTUK 1

Algemene bepaling

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

HOOFDSTUK 2

Wijzigingen van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap

Art. 2

Artikel 8, § 1, van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, wordt aangevuld met een lid, luidende :

« Het parlement kan bij decreet het aantal bedoeld in het eerste lid wijzigen en aanvullende samenstellingsregels bepalen. »

Art. 3

Artikel 10bis van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 16 juli 1993, 16 december 1996, 25 mei 1999, 27 maart 2006, 20 maart 2007 en 21 februari 2010, wordt aangevuld met een lid, luidende :

« Het Parlement kan bij decreet bijkomende onverenigbaarheden instellen. »

Art. 4

Artikel 10ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 16 december 1996 en gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende :

« § 5 — Het Parlement kan bij decreet de bepalingen van § 1, § 2, § 3, tweede lid en § 4, wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen. Het decreet voorziet in dit geval in zijn vervanging in het Parlement. »

Art. 5

Artikel 44 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 16 juli 1993, 16 december 1996, 7 januari 2002, 3 juli 2003 en 27 maart 2006, wordt aangevuld met een lid, luidende :

« In afwijking van artikel 35, § 2, van de bijzondere wet worden de decreten bedoeld in de artikelen 8, § 1, tweede lid, 10bis, vierde lid, 10ter, § 5, 45, 49, eerste lid, 50, derde lid, van deze wet, alsook in de artikelen 11, §§ 1bis, 1ter en 1quater, 20bis, 22, tweede lid, en 45, § 2, derde lid, van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen, aangenomen met tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen. »

Art. 6

Artikel 45 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 16 juli 1993, wordt hersteld als volgt :

« Art. 45. Het Parlement kan bij decreet de bepalingen van de artikelen 42, 43 en 44, tweede lid van deze wet en de artikelen 32, §§ 2 en 3, 33, 37, tweede en derde lid, 41, 46, 47, 48, 68, eerste lid, en 69 tot 73 van de bijzondere wet wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen. »

Art. 7

Artikel 49, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 7 januari 2002, 5 mei 2003 en 27 maart 2006, wordt aangevuld met de volgende zin :

« Het Parlement kan bij decreet het maximum aantal leden van de Regering wijzigen. »

Art. 8

Artikel 50 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 16 december 1996 en 27 maart 2006, wordt aangevuld met een lid, luidende :

« Het Parlement kan bij decreet bijkomende onverenigbaarheden instellen. »

HOOFDSTUK 3

Wijzigingen van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen

Art. 9

In artikel 11 van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen, gewijzigd bij de wetten van 27 maart 2006 en 14 april 2009 worden de paragrafen 1bis tot 1quater ingevoegd, luidende :

« § 1bis. Het Parlement kan bij decreet de kieskringen die deel uitmaken van het Duitse taalgebied bepalen overeenkomstig artikel 26 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.

In dat geval kan het Parlement ook bij decreet een kieskring voor het hele grondgebied van de Gemeenschap instellen waaruit een deel van de Parlementsleden wordt verkozen. Geen kieskring mag de grenzen van het grondgebied van de Gemeenschap overschrijden.

§ 1ter. Het Parlement kan bij decreet de plaats waar het hoofdbureau van de kieskring zitting houdt, wijzigen.

§ 1quater. Wanneer § 1bis wordt toegepast, wordt een hoofdbureau van de kieskring samengesteld in de hoofdplaats van elke kieskring. Het Parlement bepaalt bij decreet de hoofdplaats van de kieskringen.

Het hoofdbureau van de kieskring wordt voorgezeten door de vrederechter bevoegd voor de hoofdplaats of, bij zijn ontstentenis door één van zijn plaatsvervangers naar dienstouderdom. Het hoofdbureau van de kieskring wordt samengesteld overeenkomstig § 2, vierde lid. »

Art. 10

In dezelfde wet wordt een artikel 20bis ingevoegd, luidende :

« Art. 20bis. Het Parlement kan bij decreet beslissen dat, bij de voordracht van de kandidaten voor de mandaten van parlementsleden, tegelijkertijd en onder dezelfde vorm de kandidaat-opvolgers moeten worden voorgedragen. In dat geval kan het Parlement bij decreet de bepalingen van artikel 28, eerste tot zesde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen invoeren, wijzigen, aanvullen of vervangen.

Wanneer het eerste lid wordt toegepast, zijn de artikelen 29ter, vierde lid, 29octies, vierde lid, 29nonies en 29nonies1 van dezelfde bijzondere wet van toepassing. Het Parlement kan, bij decreet, de bepalingen van artikel 29nonies, eerste tot en met derde lid, wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen. »

Art. 11

Artikel 22, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006 wordt aangevuld met een zin, luidende :

« Het Parlement kan, bij decreet, de aantallen bedoeld in het voorgaande lid wijzigen. »

Art. 12

In artikel 45, § 2, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 5 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2000 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :

« Het Parlement kan bij decreet de bepalingen van het tweede lid wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen. »

12 juli 2012.

Christine DEFRAIGNE.
Freya PIRYNS.
Philippe MOUREAUX.
Bert ANCIAUX.
Bart TOMMELEIN.
Dirk CLAES.
Marcel CHERON.
Francis DELPÉRÉE.