5-1465/3

5-1465/3

Belgische Senaat

ZITTING 2011-2012

7 FEBRUARI 2012


Wetsontwerp houdende diverse dringende bepalingen inzake gezondheid


Evocatieprocedure


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE SOCIALE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR DE HEREN IDE EN BROTCHI


I. INLEIDING

Dit optioneel bicameraal wetsontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers oorspronkelijk ingediend als een wetsontwerp van de regering (stuk Kamer, nr. 53-2005/1).

Het werd op 2 februari 2012 aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers, met 86 stemmen bij 53 onthoudingen.

Het werd op 3 februari 2012 overgezonden aan de Senaat en diezelfde dag geëvoceerd.

De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 7 februari jl. in aanwezigheid van mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING

Mevrouw Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, verklaart dat voorliggend wetsontwerp een deel van de beslissingen uitvoert die de regering in het kader van de begroting 2012 heeft genomen, en waarover een discussie heeft plaatsgevonden naar aanleiding van de bespreking van het beleid inzake volksgezondheid.

Het Parlement heeft in het kader van de programmawet van december 2011 al een eerste deel van deze maatregelen goedgekeurd, meer bepaald de maatregel die in een « moduleerbare » prijsverlaging voorzag, en de laatste maatregelen die nog in wording zijn, zoals de zuurstoftherapie, zullen in het kader van de volgende wetten worden voorgelegd.

De bepalingen die vandaag voorliggen zijn dringend, omdat de berekening van hun weerslag op de begroting rekening hield met de data van inwerkingtreding, gaande van 1 maart tot 1 juli 2012.

Zoals aangekondigd, nemen deze besparingsmaatregelen drie aspecten van het geneesmiddelenverbruik in het vizier : de prijs, het voorgeschreven volume en de aflevering van de goedkoopste generieke geneesmiddelen. In 2012 worden er volledig innoverende maatregelen genomen, in het bijzonder in termen van responsabilisering van de partners van de ziekteverzekering en met betrekking tot de prijs van geneesmiddelen die nog onder patent vallen.

Meer in het bijzonder worden de volgende maatregelen uitgevoerd.

Via de artikelen 2 en 4 zal de minister in de klassen waarvoor grote uitgaven gebeuren en waar de concurrentie bijzonder sterk is, in dit geval in 2012 voor de maagzuurremmers, een terugbetalingsplafond op het niveau van de goedkoopste specialiteit van elke molecule kunnen vastleggen. Dat plafond zal worden berekend volgens vorm en identieke dosis en volgens vergelijkbare (kleine of grote) verpakkingen binnen een molecule. Dat zal op jaarbasis 14,5 miljoen euro opbrengen. Om te vermijden dat de uitvoering van deze maatregel perverse effecten op de patiënt en de apotheker zou hebben, werd in artikel 10 bepaald dat de apotheker de patiënt een goedkoper geneesmiddel mag afleveren indien de geneesheer een geneesmiddel heeft voorgeschreven dat duurder is dan het maximumbedrag.

Artikel 2 bepaalt eveneens dat elk voorschrift van een antibioticum of van een antimycoticum in ambulante zorg automatisch als een voorschrift op stofnaam zal worden beschouwd, en dat de apotheker zal verplicht zijn om één van de goedkoopste geneesmiddelen af te leveren.

De artikelen 10 en 11 vullen de bepalingen van artikel 2 aan en leggen op het vlak van de volksgezondheid de basis om deze substitutie — ter herinnering : tot 2 klassen beperkt — onder de voor de patiënt beste voorwaarden te kunnen uitvoeren.

Er werd met name in voorzien dat de substitutie alleen voor acute behandelingen is toegestaan en dat de geneesheer er zich om 2 redenen tegen kan verzetten :

— hetzij omdat de geneesheer weet dat zijn patiënt een allergie heeft die de subsitutie ongeschikt maakt en die hij op het voorschrift vermeldt;

— hetzij omdat de geneesheer een therapeutisch voorbehoud maakt; hij vermeldt dat dus op het voorschrift en noteert de medische motivering in het patiëntendossier.

Deze maatregel zal op 1 maart 2012 in werking treden aangezien de Commissie geneesheren-ziekenfondsen geen alternatief voorstel heeft gedaan om de volumes tegen 31 januari 2012 te verminderen en dat een jaarlijkse besparing van 21,7 miljoen euro kan opleveren.

Maar, gelet op het uitstekend werk van deze Commissie in verband met de voorstellen over de volumeverminderingen, zal de minister het RIZIV vragen om, samen met de commissie geneesheren-ziekenfondsen, ter zake structurele maatregelen op te stellen met het oog op de besparingen op de volumes vanaf 2013 waartoe zou kunnen beslist worden.

De artikelen 3 en 9 van hun kant raken — op zeer klassieke wijze voor de besparingen in geneesmiddelen — de referentieterugbetaling, maar op een veel meer gerichte manier. Dat zal in 2012 inderdaad twee bijzondere en overdreven beschermde segmenten raken :

— opdat de dynamiek van de prijsdaling in de post-patentsector ook in het segment van de geneesmiddelen zonder remgeld zou plaatsvinden, zullen enerzijds op 1 april 2012 de — originele of generische — geneesmiddelen buiten patent die uitsluitend in categorie A worden terugbetaald 41 % in plaats van 31 % minder moeten kosten. Dat zal de kosten van deze oude maar nog zeer bruikbare geneesmiddelen met 26,7 miljoen euro kunnen verminderen;

— anderzijds zullen alle verbeterde vormen van een molecule die nu van de verminderingen in de referentieterugbetaling zijn vrijgesteld met de helft van de verplichte prijsdalingen worden verminderd (van 31 %, 6 en 5,5 % na twee en vier jaar). Dat zal op jaarbasis ongeveer 16 miljoen euro opbrengen.

Artikel 4 zal de maatregel voor de geneesmiddelen in rusthuizen uitvoeren en zal ervoor zorgen dat men een terugbetaling kan bedenken die met de specificiteiten van deze sector rekening houdt, en die jaarlijks 20 miljoen euro zal doen besparen.

De terugbetaling van de in rusthuizen afgeleverde geneesmiddelen zal meer bepaald worden aangepast opdat de kosten vergelijkbaar zouden zijn met die van een bevoorrading via een ziekenhuisapotheek. De meeste rusthuizen zullen dus verder door hun gebruikelijke apotheker worden bevoorraad, maar de kosten voor het RIZIV zullen verminderen.

De artikelen 5 en 6 verplichten de farmaceutische firma's om de prijsveranderingen van hun geneesmiddelen onder patent in landen die, vooral qua levensstandaard, op het onze gelijken, mee te delen. Elke significante prijsverandering zal automatisch in België worden toegepast, volgens in overleg met de betrokken farmaceutische industrie te bepalen regels, maar die in ieder geval in 2013 12 miljoen euro zullen moeten opleveren.

Om te vermijden dat sommige behandelingen van de Belgische markt verdwijnen, biedt de wettelijke basis toch de mogelijkheid om overeenkomsten tussen het RIZIV en de firma's te sluiten (momenteel alleen indien de Commissie Terugbetaling Geneesmiddelen een dossier klasse 1 of weesgeneesmiddel weigert) tot deze specifieke situatie uit te breiden.

Artikel 7 vormt een noodzakelijke correctie op de moduleerbare prijsdaling op 1 april 2012, teneinde bepaalde aanvragers die niet op de hoogte waren van de dalingen die de wet hen ging opleggen niet te straffen.

De laatste bepaling met betrekking tot de geneesmiddelen ten slotte is die van artikel 12, die de prijsblokkering — onder dezelfde voorwaarden als die voor 2011 — voor 2012 verlengt. Deze prijsblokkering, uitsluitend van toepassing op de terugbetaalde geneesmiddelen, is een noodzakelijke maatregel opdat de besparingsmaatregelen die de prijzen treffen niet zouden worden tenietgedaan. Ze staat echter wel toe dat men rekening houdt met een specifiek rentabiliteitsprobleem, zoals dat vandaag al het geval is.

Artikel 8 van zijn kant richt zich op de administratiekosten van de verzekeringsinstellingen en legt het bedrag voor 2012 vast.

Voor alle overheidsdiensten werden maatregelen goedgekeurd om de uitgaven strikt te controleren. Deze maatregelen gelden voor de openbare sociale zekerheidsinstellingen en voor de derdeninstanties die opdrachten voor rekening van de sociale zekerheid uitvoeren, namelijk de verzekeringsinstellingen, de werkloosheids- en kinderbijslagkassen en de sociale secretariaten.

Wat de administratiekosten van de landsbonden van de ziekenfondsen en van de Kas voor geneeskundige verzorging van de NMBS betreft, bedraagt de gevraagde besparing, geconcretiseerd in artikel 7 van het wetsontwerp, 43,3 miljoen in vergelijking met de bedragen die zouden zijn toegekend indien men de in de wet geneeskundige verzorging en uitkeringen bepaalde parameters zou toepassen.

De toepassing van de wettelijke parameters zou immers de administratiekosten met 3,65 % hebben verhoogd. De gevraagde besparing komt dus overeen met een vermindering van de administratiekosten van -0,465 % in vergelijking met 2011.

III. ALGEMENE BESPREKING

De heer Ide begrijpt dat er moet bespaard worden. Dat is nodig en de gezondheidszorg moet zijn steentje bijdragen. Er kan volgens hem zelfs nog veel meer bespaard worden. Besparen is echter één zaak, tersluiks een bepaald principe introduceren dat een maatschappelijk debat behoeft, is iets anders. Hij betreurt dat het principe van substitutie zonder debat geïntroduceerd wordt onder het mom van besparingen.

Senator Ide wijst er de leden van de meerderheid op dat in de Kamer van volksvertegenwoordigers een amendement werd ingediend door de fracties van de meerderheid dat als het huidige artikel 10 in het ontwerp staat. Dit artikel stelt dat alle gekende overlegorganen een advies zullen moeten geven over een eventuele uitbreiding van de substitutie. Het systeem wordt echter nu al geïntroduceerd zonder debat. Dit is toch een tegenstrijdigheid ? Ofwel kiest de minister voor de introductie van een principe zonder maatschappelijk debat, ofwel kiest zij ervoor eerst het debat te voeren en het overlegmodel te respecteren, wat inhoudt dat de substitutie nu nog niet ingevoerd kan worden. Het is het een of het ander. De heer Ide zal amendementen indienen, waarvan hij hoopt dat ze zullen goedgekeurd worden zodat het ontwerp terug naar de Kamer gaat. Daar kan vervolgens het debat gevoerd worden.

De heer Ide stelt voor dat de generische industrie, die haar prijzen te hoog stelt, aangesproken wordt. Hij herinnert eraan dat hij de minister gewezen heeft op veel mogelijke besparingen in de gezondheidszorg, die de actoren weinig pijn zouden doen.

Is de minister het ermee eens dat er principieel een probleem is doordat de voorliggende tekst eigenlijk substitutie introduceert en dat zij door de aanvaarding van het amendement van de meerderheid eigenlijk onlogisch handelt ? Enerzijds introduceert zij substitutie, anderzijds zegt ze dat ze in de toekomst rekening zal houden met de overlegpartners.

Mevrouw Onkelinx, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid erkent dat het om een belangrijk en moeilijk debat gaat. Er wordt in België heel veel belang gehecht aan de therapeutische vrijheid. Men raakt hier aan die vrijheid, zij het in beperkte mate, voor de acute behandelingen en onder bepaalde voorwaarden van substitutie. Het onderwerp werd behandeld in de overlegcommissie artsen-ziekenfondsen, waar het principe van substitutie aanvaard werd, op voorwaarde dat het de artsen die therapeutische bezwaren hebben, toegestaan is zich ertegen te verzetten. Het advies van de commissie artsen-ziekenfondsen werd amper twee dagen voor het ontwerp in de Kamer besproken werd, aan de minister overgezonden. Er is dan voorgesteld met dat overleg rekening te houden door een mogelijkheid van therapeutisch bezwaar in te voeren, waarbij dat bezwaar wordt vermeld in het medisch dossier, dat moet worden gecontroleerd. De maatregel zal in de toekomst worden geëvalueerd.

De heer Ide stelt dat de nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen hard gezocht heeft naar besparingsmaatregelen in de geneesmiddelensector. Er bestaat bij alle personen die hier aan deelgenomen hebben, een zekere frustratie omdat een principe geïntroduceerd wordt zonder maatschappelijk debat. Bovendien wilde men de besparingsmaatregelen eigenlijk vooral op een ander vlak realiseren. De heer Ide is het volledig eens met besparingen, maar hij is het volledig oneens met het feit dat een zeer belangrijk principe tersluiks geïntroduceerd wordt. Hij wijst er op dat er een verschil is met het principe van het voorschrijven op stofnaam (VOS) waarvoor de geesten rijp zijn en waarover voldoende gediscussieerd werd.

De minister benadrukt dat er over de maatregel een akkoord is bereikt in de commissie artsen-ziekenfondsen. Het is geen maatregel die tegen de algemene opvatting in wordt opgelegd.

De heer Ide vindt het nochtans bizar dat er mails en brieven worden rondgestuurd waarin vurig wordt gepleit om het maatschappelijk debat te voeren. Bovendien is ook een parlementair debat nodig. Ook dat werd niet gevoerd. Hij beseft echter dat hij het hierover niet eens zal worden met de minister. Hij hoopt dat genoeg commissieleden ervoor zullen kiezen het maatschappelijk debat te voeren.

Inzake de controle waarover de minister het had : worden hiervoor bijzondere uitvoeringsbepalingen voorzien ? Hoe ziet de minister het graven in een medisch dossier concreet ?

Volgens de minister is de invoering van het principe van de substitutie vernieuwend. Dat komt ten goede aan de patiënten en aan de sociale zekerheid, terwijl de therapeutische vrijheid van de arts geëerbiedigd wordt. In het verslag van de commissie artsen-ziekenfondsen, die op 30 januari 2012 samenkwam, kan men lezen dat de nationale commissie artsen-ziekenfondsen een consensus heeft bereikt over de volgende voorstellen : maatregel tot het beperken van de volumes inzake PPI, antibiotica en statines; invoering van de mogelijkheid van substitutie door de apotheker voor de orale antibiotica voor acuut gebruik, tenzij de arts therapeutisch bezwaar maakt.

Hoe zal het worden gecontroleerd ? De arts die wenst dat zijn patiënt generische antibiotica krijgt of om medische redenen antibiotica van het originele merk X en geen andere moet op het voorschrift « niet substitueerbaar »vermelden. Opdat de apotheker het recht zou hebben het duurdere generische geneesmiddel af te geven en er de terugbetaling op toe te passen, moet hij in farmanet — de flow waarin hij alle terugbetaalde geneesmiddelen registreert — vermelden dat de arts zich tegen de substitutie heeft verzet. Het RIZIV zal dus voor elke arts het percentage van verzet tegen substitutie hebben. Het RIZIV kan controle uitoefenen op grond van artikel 73 van de wet betreffende de ziekteverzekering, dat nodeloos duur voorschrijfgedrag verbiedt en het mogelijk maakt de arts te bestraffen. Die controle zal worden uitgevoerd bij artsen die een extreem gedrag vertonen, bijvoorbeeld de 5 % artsen die zich het vaakst verzetten tegen substitutie in hun voorschriften voor antibiotica of antimycotica. Die artsen zullen zich moeten verantwoorden voor de profielcommissies. De commissie zal oordelen of hun verantwoording van elk geval acceptabel is. Er zullen aanbevelingen worden geformuleerd en wanneer die niet in acht worden genomen, kunnen sancties volgen.

Een eerste controle op dat verzet kan plaatsvinden nadat de maatregel zes maanden is toegepast, dus in oktober 2012 voor de maanden maart tot mei 2012. Het maatschappelijk debat waar de heer Ide om vraagt, kan worden gehouden op basis van de evaluatie.

De heer Ide wijst er op dat de Raad van State zijn advies op een termijn van 5 dagen heeft gegeven. Zij hebben dus niet de tijd gehad voor een grondig onderzoek van de teksten.

Spreker is er van overtuigd dat er nog marge is in de besparingen voor generische geneesmiddelen. Er worden al inspanningen gevraagd van de generische industrie, maar tegelijk worden er acties ondernomen waardoor de markt voor de generische geneesmiddelen uitbreidt. Daardoor kan er ook op een ander vlak meer inspanningen gevraagd worden van deze industrie.

De heer Ide heeft nog een specifieke vraag over de volgende woorden van artikel 12 van het ontwerp : « in uitzonderingsgevallen en voor zover dit door bijzondere redenen die te maken hebben met de rentabiliteit die door de aanvrager worden bewezen wordt gerechtvaardigd ». Wat zijn die bijzondere redenen ? Hij kondigt de indiening aan van een amendement dat meer transparantie wenst in te brengen door de bijzondere redenen in te vullen.

Als er inderdaad substitutie zou komen, en er gaat iets mis, wie is dan eindverantwoordelijke ? De heer Ide is de eerste om te zeggen dat er in 99,9 % van de gevallen niets mis zal gaan, maar het kan toch niet uitgesloten worden.

Wat ten slotte de controle betreft, vraagt de heer Ide of het FLAG-systeem ook zal gebruikt worden in het kader van het voorschrijven op stofnaam.

De minister bevestigt dit.

De minister noemt als voorbeeld een product dat wordt toegediend bij allergie voor wespengif. Er is geen alternatief op de markt voor dit product en de rentabiliteit ervan is zo laag dat de fabrikant wilde stoppen met de productie. Dat is een uitzonderlijk geval, waar de FOD Economische Zaken is akkoord gegaan een afwijking toe te staan.

De heer du Bus de Warnaffe dankt de minister ervoor dat zij herinnert aan het beginsel van vrije keuze van therapie, dat in België geldt. Zij heeft ook benadrukt dat het huidige pilootproject geëvalueerd zal worden. Wie zal die evaluatie uitvoeren ? Kan zij garanderen dat de ziekenfondsen, de artsen, de apothekers en de patiëntenverenigingen daarbij betrokken zullen worden ? Zo kan men namelijk de volledige inachtneming van de therapeutische vrijheid waarborgen, terwijl men ook kan nagaan of de aan de apothekers opgelegde aanpassingen wel degelijk de bedoelde besparingen opleveren. Wat is de precieze agenda van die evaluatie ?

Mevrouw Onkelinx, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt dat er pas een algemene evaluatie kan gebeuren wanneer men over voldoende gegevens beschikt. Zoals zij reeds zei, zal het een paar maanden duren alvorens de eerste controles kunnen plaatsvinden. Op dat moment zal men enerzijds de begrotingssituatie kunnen nagaan en anderzijds het gedrag van de apothekers en de artsen. De evaluatie zal gebeuren op basis van de gegevens die door de controle wordt geleverd. De resultaten zullen geanalyseerd worden door het verzekeringscomité, wanneer het zijn technische schattingen voor de begroting 2013 bestudeert.

De heer Brotchi verheugt zich over het gedane werk en vindt dat de minister heel ver is gegaan in de te overwegen besparingen. Aan de bezorgdheid van de artsen werd tegemoetgekomen door het amendement in de Kamer, waarmee het substitutieprincipe genuanceerd wordt en de arts de mogelijkheid krijgt om een therapeutische uitzondering te maken. Die moet uiteraard zijn ingegeven door ernstige motieven en de motivering van de uitzondering zal gecontroleerd kunnen worden door de evaluatiedienst van het RIZIV en de adviserende geneesheer. Een arts kan bijvoorbeeld een bepaald ontstekingswerend middel voorschrijven, omdat hij weet dat zijn patiënt allergisch is voor het andere middel.

De senator heeft gehoord dat er een probleem is met de terugbetaling van de behandeling van insufficiëntie van de hartkleppen van mensen ouder dan tachtig. Hoe zit dat nu ? Wordt die medische behandeling niet meer terugbetaald ?

Mevrouw Onkelinx, de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, zegt dat er voor zover zij weet niets veranderd is.

Mevrouw Winckel sluit zich aan bij de vorige spreker wat de mogelijkheid van therapeutische bezwaren betreft. De redenen daarvoor staan in het patiëntendossier en worden gecontroleerd. Het gaat hier om een belangrijk evenwicht, waardoor de therapeutische vrijheid van de voorschrijver gewaarborgd is.

Wat de noodzaak betreft om eerst een maatschappelijk debat te voeren, vindt het lid dat de minister reeds over de maatregelen heeft nagedacht en dat het vooruit moet, want tijdverlies is geldverlies. Door te besparen, kunnen we ons sociale zekerheidssysteem garanderen. Men dient een langetermijnvisie te hebben en maatregelen te nemen zodat iedereen toegang blijft hebben tot kwaliteitsgezondheidszorg.

De senator benadrukt dat alle maatregelen die genomen zijn, besparingsmaatregelen zijn die de patiënt niet treffen. Bovendien verwacht het regeerakkoord opnieuw groei vanaf 2013.

Mevrouw Temmerman vindt het zeer belangrijk voor de therapeutische vrijheid dat er niet-substitueerbare uitzonderingsmaatregelen bestaan. Zij hoopt dat deze niet te pas en te onpas zullen gebruikt worden want therapeutische vrijheid wordt soms door artsen ingeroepen wanneer het niet echt nodig is. Artsen werken tegenwoordig trouwens meer en meer met « evidence based »-richtlijnen, die zeggen dat een bepaald medicijn of product gebruikt kan worden. Het systeem zoals het nu wordt voorgesteld lijkt senator Temmerman heel redelijk te zijn. Het zal goed begeleid en opgevolgd moeten worden vooraleer het verder kan geëvalueerd worden.

Spreekster is het eens met de heer Ide over de noodzaak van een maatschappelijk debat. Het ene sluit het andere echter niet uit. Er moet immers ook actie ondernomen worden en dit systeem kan goedgekeurd worden terwijl tegelijk het maatschappelijk debat wordt geopend.

De heer Ide stipt aan dat « evidence based medicine » niet betekent dat er automatisch voor de goedkoopste oplossing gekozen wordt. Het kan zelfs inhouden dat een duurder medicijn aangeraden wordt. Dit is toch een belangrijke nuance.

Senator Ide heeft een vraag over artikel 10 van het wetsontwerp, dat in werking zal treden op een door de Koning te bepalen datum. In de memorie van toelichting staat er dat het artikel in werking treedt op een door de Koning te bepalen datum, die nog niet wordt vastgelegd, maar indien de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen vóór 31 januari 2012 de door de regering gevraagde maatregelen niet voorstelt, zal ze op 1 maart 2012 worden vastgelegd. Betekent dit dat antibiotica en antimycotica onverkort verdergaan, zonder dat de nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen daar enige inbreng in heeft, en er bovendien een koninklijk besluit voor de inwerkingtreding van artikel 10 komt ?

De minister bevestigt dat dit koninklijk besluit er zal zijn vóór 1 maart 2012.

IV. ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING

Artikel 6

Amendement nr. 1

De heer Ide en mevrouw Sleurs dienen amendement nr. 1 in (stuk Senaat, nr. 5-1465/2) dat ertoe strekt om het door dit artikel voorgestelde 8º ook te verwijzen naar artikel 34, eerste lid, 5º, c) en niet enkel naar b), van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

De heer Ide heeft begrip voor het feit dat generische medicijnen er inderdaad voor kunnen zorgen dat een geneesmiddelenbudget daalt. Op het gebied van de generische medicijnen is er zeker nog plaats voor beterschap en hun gebruik mag dus zeker aangemoedigd worden. Het amendement gaat over het feit dat uit een internationale vergelijking blijkt dat ook de generische medicijnen duur zijn. Waarom moeten de generische medicijnen dan niet hun duit in het zakje doen ? Waarom wordt er niet internationaal naar een prijszetting gekeken waardoor ook daar de prijs daalt ? Er kan hier nog meer bespaard worden.

De heer Torfs meent dat het wellicht een illusie is om in het kader van de bespreking van voorliggend wetsontwerp een maatschappelijk debat te voeren. In verband met de door amendement nr. 1 voorgestelde wijziging, vraagt hij waarom voor generische geneesmiddelen niet hetzelfde wordt gedaan als voor de andere geneesmiddelen. Wat is de reden van het gemaakte onderscheid ? In hoeverre is dit met het gelijkheidsbeginsel te verzoenen ? Kan men, op een juridisch waterdichte manier, zeggen dat er op het gebied van prijzen enkel onderscheid wordt gemaakt wanneer het gaat om geneesmiddelen die tot een bepaalde categorie behoren ?

Mevrouw Onkelinx, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt dat deze bepaling onderzocht werd door de Raad van State, die geen bezwaar had omdat het onderscheid gebaseerd is op een objectief criterium, namelijk of er een brevet is of niet.

België leeft niet in een vacuüm. Wat er zich op Europees niveau afspeelt met betrekking tot de ondernemingen en het beheer van de geneesmiddelenprijzen, gaat ons aan. Als een firma de prijs van zijn geneesmiddelen in het buitenland laat zakken, is het belangrijk dit te weten en iets te ondernemen om de prijsverlaging overal door te voeren.

De geneesmiddelen waar geen patent meer op zit doen al mee aan prijsdalingen, substituties enz. Geen enkel geneesmiddel zal aan de besparingsmaatregelen ontsnappen. De geneesmiddelen zonder patent staan gewoon meer onder druk.

De minister is geen voorstander van amendement nr. 1 omdat ze vindt dat het systeem eerst geëvalueerd moet worden. Misschien zal men na de evaluatie besluiten om de maatregel uit te breiden naar alle geneesmiddelen.

De heer Ide wijst er op dat indien zijn amendementen vandaag door de Senaatscommissie goedgekeurd worden, ze daarom nog geen realiteit zijn geworden. Het ontwerp wordt dan wel teruggezonden naar de Kamer, waar een debat gevoerd kan worden.

De minister wijst erop dat door een vertraging een belangrijke som verloren gaat omwille van niet-gerealiseerde besparingen.

Artikel 8

Amendement nr. 2

De heer Ide en mevrouw Sleurs dienen amendement nr. 2 in (stuk Senaat, nr. 5-1465/2) dat beoogt de tekst van artikel 8 volledig te vervangen.

De heer Ide heeft in de algemene bespreking reeds gesteld dat, in geval van besparingen, iedereen moet besparen : verstrekkers van geneesmiddelen, zorgverstrekkers, ziekenfondsen, ziekenhuizen en patiënten. In amendement nr. 2 pleit hij voor een meer verregaande besparing van de administratiekosten van de ziekenfondsen. Voor hun voorstel hebben de indieners zich gesteund op de cijfers van de sociale verzekeringskantoren. Die hebben ook een ledenbestand, hebben heel wat administratieve kosten en toch beperken zij hun kosten tot 3,05 %, terwijl ziekenfondsen gemiddeld 5 % nodig hebben.

De minister vindt dat er van de verzekeringsinstellingen een grote inspanning wordt gevraagd voor de administratiekosten. Laten we niet vergeten dat onze verzekering voor gezondheidszorg niet zou werken zonder de ziekenfondsen. De ziekenfondsen zijn in feite de transversale vakbonden van de patiënten, zij verzekeren diensten aan de patiënten, geven advies, betalen terug, verzorgen de controles. Zij zijn de steunpilaren van onze ziekteverzekering. De ziekenfondsen zullen echter geen 3,65 % groei kennen. Bovendien zullen ze moeten besparen. Dat betekent een grote inspanning, waarbij er geherstructureerd zal worden op personeelsniveau.

In 2009 moesten de ziekenfondsen al 10 miljoen euro besparen na toepassing van de wettelijke parameters. In 2010 en 2011 werd een jaarlijkse besparing geëist van 16 miljoen euro.

De minister meent dat nog verder gaan, onverantwoord zou zijn.

Senator Ide beseft dat er al inspanningen van de ziekenfondsen gevraagd worden. Voor hem volstaan die echter niet. In 2006 bedroegen de administratiekosten voor de ziekenfondsen 929 miljoen euro. Vijf jaar later is dat opgelopen tot 1,1 miljard euro. Dit toont aan dat er daar zeker nog vet op de soep is.

Artikel 12

Amendement nr. 3

De heer Ide en mevrouw Sleurs dienen amendement nr. 3 in (stuk Senaat, nr. 5-1465/2) dat beoogt om in artikel 12, derde lid, de woorden « in uitzonderingsgevallen, en voor zover dit door bijzondere redenen die te maken hebben met de rentabiliteit die door de aanvrager worden bewezen wordt gerechtvaardigd » te vervangen door de woorden « met inachtneming van de door de Koning bepaalde voorwaarden ».

De heer Ide verklaart dat dit amendement betrekking heeft op de bevoegdheid van de minister van Economie. Het amendement pleit voor transparantie. Als er prijsblokkeringen worden geïntroduceerd, dan beschikt de FOD Economie over enorm veel speelruimte om een afwijking toe te staan. Het gevolg is dat de sterkste lobbyist eventuele prijsblokkeringen ongedaan kan maken. De enige manier om daarop een antwoord te bieden is door in het koninklijk besluit zeer specifiek de uitzonderingsgevallen te bepalen.

Als reactie op amendement nr. 3 onderstreept de minister dat de minister voor Economische Zaken niet zomaar alles kan doen wat hij wil. Krachtens artikel 12 van het wetsontwerp, kan de minister alleen een afwijking van de prijsblokkering toestaan in uitzonderingsgevallen, en voor zover dit wordt gerechtvaardigd door bijzondere redenen die te maken hebben met de rentabiliteit en die door de aanvrager worden bewezen. Bovendien is de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen niet verplicht om de beslissing van de minister te volgen.

V. STEMMINGEN

Amendement nr. 1 wordt verworpen met 9 tegen 2 stemmen bij 1 onthouding.

Amendement nr. 2 wordt verworpen met 10 tegen 2 stemmen.

Amendement nr. 3 wordt verworpen met 10 tegen 2 stemmen.

Het geheel van het ontwerp houdende diverse dringende bepalingen inzake gezondheid, zoals het werd overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers (zie stuk Kamer, nr. 53-2005/12) wordt aangenomen met 10 stemmen bij 2 onthoudingen.

In overeenstemming met de Kamer van volksvertegenwoordigers bracht de commissie één technische correctie aan aan artikel 7 van dit wetsontwerp. In de Nederlandse tekst in fine van dit artikel wordt ten onrechte de datum van 1 juli 2012 vermeld, terwijl in werkelijkheid 1 juni 2012 wordt bedoeld, zoals in de Franse tekst.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteurs voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteurs, De voorzitster,
Louis IDE. Jacques BROTCHI. Elke SLEURS.