5-527/1

5-527/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

23 NOVEMBER 2010


Voorstel van resolutie betreffende de bepaling van een specifiek beleid ten aanzien van de Belgen in het buitenland

(Ingediend door de heer François Bellot c.s.)


TOELICHTING


Ruim 500 000 Belgische onderdanen verblijven in het buitenland. Het merendeel van hen onderhoudt nauwe banden met het thuisland en wil die banden ook in stand houden. Op 10 juni 2007, naar aanleiding van de parlementsverkiezingen, hebben meer dan 122 000 in het buitenland verblijvende Belgen hun stemrecht uitgeoefend en aldus te kennen gegeven hoezeer zij aan hun politieke rechten in België gehecht zijn. Inzonderheid wat het stemrecht bij de verkiezingen voor wat de parlementen van de gewesten en Gemeenschappen betreft, ware het raadzaam dat de expats op gelijke voet zouden worden gesteld met de in België wonende Belgen; voor de Europese verkiezingen is een analoge gelijkschakeling wenselijk, maar die zou dan enkel nodig zijn voor de Belgen die buiten de Europese Unie verblijven.

Weliswaar zijn ten behoeve van de in het buitenland verblijvende Belgen al bepaalde maatregelen genomen, zodat iedereen met dezelfde nationaliteit dezelfde stemrechten heeft, maar die maatregelen — hoe noodzakelijk ook — zijn ontoereikend. We moeten ernaar streven dat alle Belgen als burger dezelfde behandeling genieten — of zij nu in het binnenland, dan wel in het buitenland verblijven. Momenteel bestaat er geen algemeen beleid ten aanzien van de Belgen in het buitenland. Pas relatief recent is men begonnen rekening te houden met hun belangen in België. Die inachtneming valt samen met de toekenning van het stemrecht aan de Belgen in het buitenland naar aanleiding van de parlementsverkiezingen van 1999.

De Belgen in het buitenland koesteren grote verwachtingen in zeer uiteenlopende aangelegenheden zoals de mobiliteit van studenten en de erkenning van de diploma's, de sociale zekerheid, de toegang tot de dubbele nationaliteit, de fiscaliteit, de diplomatieke en consulaire bescherming enzovoort. Daarom stellen wij voor de banden tussen de Belgen in het buitenland en België zelf te institutionaliseren. Ondanks hun inzet kunnen onze diplomatieke en consulaire posten immers geen afdoend antwoord bieden op alle verwachtingen van de Belgen in het buitenland. Daarom moeten de bestaande regelingen worden uitgebreid, zodat wie een hechte en vaste band met het thuisland wenst te behouden, dat ook kán doen. Alle in dit voorstel van resolutie opgenomen suggesties moeten dan ook in die zin worden begrepen. Het is met name de bedoeling te komen tot een regeling waarbij de belangen van de Belgen in het buitenland afdoend worden beschermd.

François BELLOT.
Alain COURTOIS.
Gérard DEPREZ.
Richard MILLER.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. wijst erop dat er ten aanzien van de Belgen in het buitenland geen algemeen beleid bestaat;

B. stipt aan dat de Belgen in het buitenland terzake nochtans heel wat verwachtingen koesteren;

C. wijst erop dat het koninklijk besluit tot uitvoering van de zogenaamde dubbele-nationaliteitswet op 10 mei 2007 in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt, en dat het beginsel van de dubbele nationaliteit pas na 30 april 2008 in werking is getreden wat de Oostenrijkse, de Britse, de Deense, de Franse, de Spaanse, de Ierse, de Italiaanse, de Luxemburgse, de Nederlandse en de Noorse nationaliteit betreft, terwijl dat beginsel voor de andere nationaliteiten al sinds 10 juni 2007 geldt;

D. vindt het volstrekt onlogisch dat sommige categorieën van in het buitenland verblijvende Belgen op directe of indirecte wijze stemrecht wordt geweigerd, terwijl voor alle in België verblijvende Belgen stemplicht geldt; wat voor het federale niveau van tel is, moet dat bovendien ook zijn voor de gewest- en de gemeenschapsverkiezingen;

E. vindt dat de verkiezing van parlementsleden die de Belgen in het buitenland vertegenwoordigen, slechts mag worden overwogen bij wijze van aanvulling op de toekenning van stemrecht voor de verkiezingen op federaal, gewest-, gemeenschaps- en Europees niveau;

F. is de mening toegedaan dat de administratieve procedures inzake het stemrecht van de Belgen in het buitenland voort moeten worden vereenvoudigd; dat de in het buitenland verblijvende Belgen die waren ingeschreven voor de parlementsverkiezingen van 10 juni 2007, automatisch moeten worden ingeschreven op de consulaire of diplomatieke kiezerslijsten, waarbij rekening moet worden gehouden met de keuzen die werden gemaakt met het oog op die verkiezingen; dat die automatische koppeling van wezenlijk belang is en niet los kan worden gezien van de kiesplicht; dat de volgende regering zich ertoe moet verbinden die gelijkheid voor alle komende verkiezingen in de wet op te nemen;

G. stelt vast dat de elektronische stemming vandaag in alle andere landen een feit is; acht het raadzaam die stemwijze ook in onze kiesbepalingen op te nemen; vindt dat die mogelijkheid beantwoordt aan de democratische vereisten en iedereen in staat stelt waar ook ter wereld zijn kiesplicht na te komen en zijn stemrecht uit te oefenen; is tevens van mening dat het beveiligde en geheime systeem dat moet worden ingevoerd, alle nodige garanties voor het uitbrengen van een nuttige stem biedt;

H. wijst erop dat de Belgische expats in zeer uiteenlopende persoonlijke situaties verkeren; dat het nodig is daar rekening mee te houden, teneinde geen oppervlakkige maatregelen te bepleiten en teneinde in te spelen op de échte behoeften van de expats;

I. vindt dat onze landgenoten die geconfronteerd worden met het dubbele probleem van de fiscale verblijfplaats (in België) en de maatschappelijke verblijfplaats (in het buitenland) een heuse status van belasting- en bijdrageplichtige moeten kunnen krijgen, opdat hun belastingen en sociale bijdragen tegelijkertijd kunnen worden behandeld; acht het voorts raadzaam dat een dergelijk voluntaristisch beleid wordt uitgebreid tot alle regeringsaangelegenheden, inclusief de sociale aangelegenheden;

J. wijst op de noodzaak dat de regering zich ertoe verbindt deel te nemen aan onderhandelingen over de fiscale en sociale aangelegenheden die worden geregeld in het kader van de Europese Unie en via internationale verdragen (met zevenentachtig landen); acht het vanzelfsprekend dat de bilaterale akkoorden terzake hoe dan ook door de beide partners moeten worden geratificeerd; wijst op de uitwerking van een eerste document over de grond van de zaak, dat beantwoordt aan de noden die heel wat expats veelvuldig formuleren en dat er is gekomen nadat Frankrijk en België — in de persoon van minister van Financiën Didier Reynders en van voormalig Frans minister van Begroting en Staatshervorming Jean-François Copé — terzake een akkoord hadden gesloten;

K. wijst erop dat wie in het buitenland gaat wonen toch nog zijn eventueel onroerend goed in België moet kunnen beheren; dat die — al dan niet verhuurde — goederen een verworven vermogensreserve vormen, evenals een band met België; dat op die onroerende goederen belastingen worden geheven als de inkomsten eruit meer dan 2 500 euro bedragen; dat voormeld, in 1991 vastgestelde bedrag achterhaald is en moet worden herzien; dat het billijk zou zijn het belastingplafond van 2 500 euro op te trekken, rekening houdend met de index van de consumptieprijzen, alsook het jaarlijks aan te passen;

L. wijst erop dat expats die beslissen naar België terug te keren, dat vaak doen met het oog op de instandhouding van het via hun activiteit in het buitenland opgebouwde kapitaal; dat zij in dat geval zelfs vaak de zetel van hun activiteit in België willen vestigen, wat een meerwaarde voor ons land oplevert;

M. vindt dat de betrekkingen met de fiscale administratie direct moeten zijn, alsook moeten worden vereenvoudigd en aangepast; dat de betrokkenen antwoorden moeten kunnen krijgen op sleutelmomenten in hun expatriëring : wanneer zij uit België vertrekken, tijdens hun verblijf in het buitenland en wanneer zij naar hier terugkeren; dat de in het buitenland verblijvende Belgen er vrij voor moeten kunnen kiezen hun dossier te laten behandelen door een gespecialiseerde dienst, wat wordt vergemakkelijkt dankzij de oprichting van het « Belastingcentrum voor Belgen in het Buitenland », dat nu al operationeel is via het callcenter « 0257/25757 », dat er is gekomen op initiatief van minister van Financiën Reynders; dat de aldus gegeven antwoorden moeten sporen met de situatie van de gezinnen, de studenten, de ambtenaren, de ondernemingen en de verenigingsstructuren;

N. wijst erop dat de sociale zekerheid niet beperkt blijft tot enkel de pensioenrechten; dat wie dat wenst, toegang moet hebben tot dekking van de ziekterisico's, waaronder beroepsziektes en invaliditeit, bijstand en maatschappelijke hulp, socioprofessionele herinschakeling, arbeidsongevallen en terugbetaling van vaccins en geneesmiddelen die buiten België niet worden terugbetaald; dat hetzelfde geldt inzake moederschap en verlaagde ziekteverzekeringstarieven voor studenten in het buitenland;

O. wijst erop dat de toegang tot de permanente beroepsopleiding, meer bepaald wat de talenkennis betreft, van wezenlijk belang is; dat het onlineafstandsonderwijs een heel belangrijk instrument is dat moet worden opgewaardeerd; dat die toegang moet worden georganiseerd in het kader van de European Vocational Training Association (EVTA); dat men zich tot doel moet stellen informatie en opleiding te verstrekken aan personen die in het buitenland aan de slag gaan of er gaan studeren, alsook op afstand voorbereidingen te treffen voor hun terugkeer en hen daartoe op te leiden;

P. meent dat de toegang tot het basis- en het secundair onderwijs voor de jonge Belgen in het buitenland een politieke topprioriteit moet worden; dat de Franstalige Belgische scholen in Afrika zonder de federale budgettaire inbreng van Ontwikkelingssamenwerking zelfs niet langer zouden worden bekostigd door de Franse Gemeenschap; dat die scholen in budgettair opzicht positief moeten kunnen worden « gediscrimineerd » via een specifieke post op de begroting van de Franse Gemeenschap, die niet alleen de kosten voor de structurele en de pedagogische uitgaven dekt, maar tevens de leerkrachten en de hele personeelsformatie van die scholen bevoordeelt inzake statuut en bezoldiging;

Q. attendeert erop dat de expats het sterk op prijs stellen door hun thuisland te worden geïnformeerd;

R. is zich ervan bewust dat de Belgen in het buitenland uiteraard evenmin worden gespaard door de gang van het leven; dat zij op familierechtelijk gebied heikele momenten beleven, meer bepaald bij echtscheidingen, inzake het behoud van de rechten van de vrouw, de uitoefening van het ouderlijk gezag en het wederrechtelijk vasthouden van kinderen; dat de rechtshulp krachtig moet worden aangestuurd door Buitenlandse Zaken om te waarborgen dat de procedures onverwijld worden opgevolgd; dat bijzondere aandacht uitgaat naar de tenuitvoerlegging van de Conventie van Den Haag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale kinderontvoering;

S. meent dat de in het buitenland veroordeelde personen, om voor de hand liggende humanitaire redenen, naar hun thuisland moeten worden overgebracht;

T. geeft aan dat de afschaffing van het verbod op de dubbele nationaliteit kan leiden tot netelige persoonlijke situaties, waarmee personen met een dubbele nationaliteit reeds te maken hebben, met name bij het vervullen van de dienstplicht; dat België elke onderdaan met de Belgische nationaliteit in een dergelijke situatie juridisch moet beschermen;

U. merkt op dat men op grond van de geopolitieke evolutie van bepaalde regio's wereldwijd voortdurend moet toezien op de veiligheid van de Belgen in het buitenland; dat men de crisissituaties moet oplossen (conflicten, verslechtering van de gezondheidstoestand enzovoort), alsook de persoonlijke en familiale situaties in de hand moet houden; dat het « Europees Solidariteitsfonds » in het raam van de Europese Unie moet worden gesteund, aangezien dankzij dat fonds snel kan worden opgetreden om te voorkomen dat de niet in hun thuisland verblijvende Europeanen nadeel wordt berokkend; dat het wenselijk is in te stemmen met de voorstellen van het door de Europese Commissie ingediende Groenboek van de Europese Commissie aangaande de diplomatieke en consulaire bescherming van EU-burgers in derde landen,

vraagt de regering, eventueel in overleg met de deelgebieden :

1. de band tussen de Belgen in het buitenland en hun thuisland aan te halen, door

a) de bevoegde federale overheidsdiensten (FOD's) en de gemeenschaps- en gewestministeries te gelasten een specifieke website « Huis van de Belgen in het buitenland » uit te bouwen, zoals bepaalde andere landen dat reeds hebben gedaan;

b) het vereiste personeel ter beschikking te stellen, dat weet heeft van de specifieke knelpunten waarmee expats te maken hebben en in die zin is opgeleid, alsook dat personeel te gelasten die knelpunten direct weg te werken dan wel de afhandeling van de dossiers samen met de verantwoordelijke ambtenaren of overheidsdiensten op te volgen;

c) een ambassadeur aan te wijzen voor de Belgen in het buitenland, op voordracht van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, met standplaats Brussel; hij moet worden gelast op te treden als contactpersoon met alle overheden van het land, met dien verstande dat de gemeenschappen en de gewesten, indien zij dat wensen, elk een algemeen afgevaardigde kunnen aanwijzen die met diezelfde taak wordt belast;

d) in elk gemeentebestuur een specifieke gemeenteambtenaar aan te wijzen, die speciaal is opgeleid om in te gaan op de vragen van de Belgen in het buitenland die voor aansluiting bij die welbepaalde gemeente hebben gekozen;

e) de grensbewoners de mogelijkheid te bieden direct aan te kloppen bij de lokale Belgische besturen die het dichtst bij hun woonplaats gelegen zijn, om de administratieve formaliteiten uit te voeren waarvoor geen consulaire bemoeiing vereist is, alsook om hen te verzoeken dringende gewenste stukken af te geven;

f) een enig digitaal loket op te richten, om eender welk administratief stuk online te kunnen opvragen (dit systeem werd reeds in Frankrijk getest, en wel voor alle Franse burgers);

g) de band met het verenigingsleven aan te halen, aangezien de Belgische overheden gehoor moeten geven aan de verzoeken tot ondersteuning van de representatieve organisaties van de Belgen in het buitenland, zoals de Union francophone des Belges à l'étranger (UFBE);

2. egalitair burgerschap te bevorderen via de nationaliteit en het stemrecht, door :

a) de toegang tot de dubbele nationaliteit te verbeteren : de Belgen die hun nationaliteit hebben verloren en opnieuw Belg willen worden, moeten daartoe gebruik kunnen maken van een passende en versnelde procedure; de FOD Justitie moet in dat verband een specifieke en vereenvoudigde handleiding met de nodige informatie uitwerken;

b) een speciale afdeling op te richten voor de lijst van de verzoekschriften inzake naturalisaties, waarvoor in een specifieke en versnelde procedure moet worden voorzien; bijzondere aandacht moet uitgaan naar de gezinsleden van de betrokken Belgen;

c) te erkennen dat alle Belgen gelijke burgers zijn, wat inhoudt dat de Belgen die verblijven in een Staat die geen lid is van de Europese Unie stemrecht moeten hebben voor de Europese verkiezingen, en wel vanaf 2014, bij de volgende Europese verkiezingen;

d) na te gaan of het wenselijk is een Vergadering van de Belgen in het buitenland in te stellen;

e) de betrokkenen automatisch in te schrijven op de consulaire kieslijsten;

f) het elektronisch stemmen in te stellen;

3. voor de Belgen in het buitenland in een fiscaal en sociaal statuut te voorzien, door :

a) het « statuut van belastingplichtige » beter te onderbouwen; de belastingen en de sociale bijdragen moeten immers in dezelfde Staat worden betaald (minister van Financiën Reynders heeft zulks in één welbepaald geval geregeld, met name door de grensregeling met Nederland en Duitsland af te schaffen);

b) belastingen te heffen op de in België gelegen onroerende goederen;

c) een belastingprotocol inzake de terugkeer naar het thuisland aan te nemen, waarin wordt uiteengezet welke vrijstellingen kunnen worden verleend bij de overbrenging van de in het buitenland uitgevoerde activiteiten;

d) de betrekkingen met de belastingadministratie te vereenvoudigen;

e) de socialezekerheidsinstrumenten uit te breiden;

f) om alle taken van de sociale zekerheid te bundelen en af te stemmen op de sociologische wijzigingen die gepaard gaan met de emigratie en de mondialisering, moet de DOSZ het « Sociaal-Verzekeringsfonds van de Belgen in het buitenland » worden, waardoor een specifieke behandeling van het vraagstuk van de grensbewoners mogelijk wordt;

g) te overleggen met de Staat, de gewesten, de gemeenschappen en de sociale partners over het sluiten van een nieuwe overeenkomst welke die wijziging moet onderbouwen, met inbegrip van de financiering en de interventiemogelijkheden, alsook van de toewijzing van de activa;

4. de Belgische studenten in het buitenland de toegang tot de cultuur te waarborgen, door :

a) hen toegang te verschaffen tot permanente beroepsopleiding;

b) hen toegang te verschaffen tot het basis- en het secundair onderwijs;

c) de culturele band aan te halen; daartoe moet de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking een « Belgische web-radio-tv » oprichten, die via het internet kan worden bezocht;

5. de Belgen in het buitenland juridische bescherming en veiligheid te bieden, door :

a) rechtshulp te organiseren;

b) de veroordeelden over te brengen naar hun thuisland;

c) de Belgische onderdanen juridisch te beschermen;

d) de oprichting van het « Europees Solidariteitsfonds » te steunen.

22 oktober 2010.

François BELLOT.
Alain COURTOIS.
Gérard DEPREZ.
Richard MILLER.