5-96/1

5-96/1

Belgische Senaat

BUITENGEWONE ZITTING 2010

16 SEPTEMBER 2010


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Herziening van artikel 195 van de Grondwet

(Verklaring van de wetgevende macht, zie  Belgisch Staatsblad  nr. 135 —  Ed. 2 van 7 mei 2010)


(Ingediend door de heer Johan Vande Lanotte c.s.)


TOELICHTING


Dit voorstel moet worden samengelezen met onze voorstellen nrs. 5-97/1 tot 5-108/1 - BZ 2010.

Begin jaren negentig hertekende het Sint-Michiels-akkoord ons institutioneel landschap fors. Gewesten en Gemeenschappen werden volwaardig uitgebouwd. In 1995 kregen we de eerste rechtstreekse verkiezing van de deelstaatparlementen. Het Sint-Michiels-akkoord tekende voor de Senaat een rol uit als reflectiekamer en ontmoetingsplaats van de Gemeenschappen.

Die opdracht heeft de Senaat evenwel niet op een constante wijze naar behoren kunnen waarmaken. Ook het ontbreken van een politieke verantwoordingsplicht tegenover de Senaat heeft de slagkracht van de instelling aangetast. Eigenlijk is een flink stuk van de bestaansreden van de Senaat net het feit dat hij altijd bestaan heeft.

Wij zijn van oordeel dat de Senaat moet vervangen worden door een niet-permanent orgaan. Dat principe werd overigens reeds opgenomen in het zogenaamde Marathon-akkoord van 26 april 2002. De afschaffing van de Senaat als permanent orgaan zou de staatsstructuur niet alleen vereenvoudigen, het levert ook een forse besparing op.

In ons voorstel wordt de Senaat een niet-permanent orgaan bestaande uit 70 senatoren. Onder hen behoren 35 senatoren tot de Nederlandse taalgroep en 35 senatoren tot de Franse taalgroep. In beginsel worden alle beslissingen genomen door een meerderheid in beide taalgroepen. Zo wordt de Senaat een volwaardige Senaat der Gemeenschappen.

De Senaat zal zich beperken tot enkele kerntaken als de grondwetsherziening, bijzondere wetgeving en instemming met gemengde verdragen en samenwerkingsakkoorden.

Dit voorstel wil vaste vorm geven aan dit plan.

Het stapt af van het principe van artikel 36 van de Grondwet, dat bepaalt dat de federale wetgevende macht gezamenlijk wordt uitgeoefend door de Koning, de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat en wil die bevoegdheid beperken tot enkel de Koning en de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Artikel 43 van de Grondwet deelt de Kamer en de Senaat op in een Nederlandse en een Franse taalgroep. Het voorgestelde artikel 43 van de Grondwet past deze indeling toe op de nieuwe samenstelling van Kamer en Senaat.

Artikel 45 van de Grondwet bepaalt dat de Koning de Kamers kan verdagen. Dit voorstel strekt ertoe de mogelijkheid van verdaging op te heffen.

Artikel 46 van de Grondwet bevat de wijzen waarop de Koning de Kamer van volksvertegenwoordigers kan ontbinden. Het voorgestelde artikel 46 van de Grondwet schaft deze mogelijkheden af. Daar de Kamer niet langer ontbonden kan worden, zal de ontbinding van de Kamer natuurlijk ook niet langer de ontbinding van de Senaat tot gevolg hebben. De Kamer en de Senaat worden zo legislatuurparlementen.

Artikel 54 van de Grondwet bevat de regeling van de zogenaamde  alarmbelprocedure  in Kamer en Senaat. Dit voorstel strekt ertoe deze procedure enkel mogelijk te maken in de Kamer.

Artikel 56 van de Grondwet stelt dat zowel de Kamer als de Senaat het recht van onderzoek hebben. Het voorgestelde artikel 56 van de Grondwet beperkt dit recht van onderzoek tot de Kamer.

Artikel 57 van de Grondwet bevat de behandeling van verzoekschriften in Kamer en Senaat. Dit voorstel tot herziening van de Grondwet beperkt de behandeling van verzoekschriften tot de Kamer.

Het voorgestelde artikel 61 van de Grondwet bevat de nieuwe samenstelling van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Deze zal voortaan bestaan uit 165 leden. Onder hen worden 150 kamerleden rechtstreeks verkozen. Daarnaast worden 15 kamerleden aangewezen door de rechtstreeks verkozen kamerleden. De aanwijzing van deze tweede categorie van kamerleden gebeurt bij bijzondere meerderheid.

Het huidige artikel 63,  1, van de Grondwet bepaalt dat de Kamer van volksvertegenwoordigers bestaat uit 150 leden. Deze bepaling wordt opgeheven.

Het huidige artikel 64 van de Grondwet bevat de verkiesbaarheidvoorwaarden van de kamerleden. Daar in dit voorstel de Kamer behalve uit 150 rechtstreeks verkozen kamerleden ook zal bestaan uit 15 aangewezen kamerleden, bevat dit artikel voortaan ook de aanwijzingsvoorwaarden van die 15 kamerleden.

Artikel 65 van de Grondwet bepaalt dat de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers voor vier jaar gekozen worden. Om de vier jaar wordt de Kamer vernieuwd. Dit voorstel tot herziening wil de rechtstreeks verkozen kamerleden voor 5 jaar verkiezen en de aangewezen kamerleden voor 5 jaar aanwijzen. Aangezien ook de Gemeenschaps- en Gewestparlementen voor vijf jaar worden verkozen, zal voortaan de verkiezing van de kamerleden samenvallen met de verkiezing van de leden van de Gemeenschaps- en Gewestparlementen.

Artikel 67 bepaalt de samenstelling van de Senaat. Het huidige voorstel strekt ertoe 70 senatoren te laten aanwijzen door de parlementen van de verschillende Gemeenschappen. 35 Senatoren worden aangewezen door het Vlaams Parlement, 34 door het Parlement van de Franse Gemeenschap en 1 senator door het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap. Het overgrote deel van deze senatoren moet reeds lid zijn van de Gemeenschaps- of Gewestelijke parlementen of regeringen. Het Parlement van de Franse Gemeenschap, het Parlement van het Waals Gewest en de Franse taalgroep van het Parlement van Brussels Hoofdstedelijk Gewest maken onderling afspraken over de aanwijzing van de 34 senatoren die door het Parlement van de Franse Gemeenschap aangewezen worden. Er wordt in een minimale vertegenwoordiging van elk geslacht voorzien.

Het voorgestelde artikel 68 van de Grondwet past de wijze aan waarop de senatoren worden verdeeld volgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging aan de nieuwe samenstelling van de Senaat.

Het huidige artikel 70 van de Grondwet bepaalt dat de senatoren voor 4 jaar gekozen of aangewezen worden. Om de 4 jaar wordt de Senaat vernieuwd. Het voorgestelde artikel 70 van de Grondwet wil de senatoren laten aanwijzen voor een periode van 5 jaar.

Artikel 71, tweede lid, van de Grondwet bepaalt dat de senatoren recht hebben op een vergoeding van hun onkosten. Deze vergoeding werd vastgesteld op vierduizend frank per jaar. Dit voorstel schaft de vergoeding voor de senatoren af.

Artikel 72 van de Grondwet betreft de senatoren van rechtswege. Dit voorstel wil de senatoren van rechtswege afschaffen.

Artikel 74 van de Grondwet bepaalt de aangelegenheden waarvoor de federale wetgevende macht gezamenlijk wordt uitgeoefend door de Koning en de Kamer van volksvertegenwoordigers. In dit voorstel wordt artikel 74 opgeheven vanaf de eerstkomende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat door het te vervangen door een nieuw artikel 74 dat de aangelegenheden bepaalt waarvoor de federale wetgevende macht gezamenlijk wordt uitgeoefend door de Koning en de Senaat. Het betreft enerzijds instemmingswetten met verdragen die betrekking hebben op aangelegenheden waarvoor zowel de Gemeenschappen en/of Gewesten als de federale overheid bevoegd zijn. Anderzijds betreft het de instemmingswetten met samenwerkingsakkoorden tussen de federale overheid, de Gemeenschappen en de Gewesten.

Het huidige tweede lid van artikel 75 van de Grondwet stelt dat, behalve voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 77, de wetsontwerpen worden voorgelegd aan de Kamers op initiatief van de Koning, worden ingediend in de Kamer van volksvertegenwoordigers en vervolgens worden overgezonden aan de Senaat. Dit voorstel wil het tweede lid vervangen zodat de wetsontwerpen die een aangelegenheid bedoeld in artikel 77 regelen en die op initiatief van de Koning aan de Kamers worden voorgelegd, ingediend worden in de Kamer van volksvertegenwoordigers en vervolgens overgezonden worden aan de Senaat.

Het huidige artikel 75, derde lid, van de Grondwet bepaalt dat de wetsontwerpen houdende instemming met verdragen voorgelegd worden aan de Kamers op initiatief van de Koning, ingediend worden in de Senaat en vervolgens overgezonden worden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers. Het voorliggende voorstel strekt ertoe deze bepaling op te heffen.

Dit voorstel strekt ertoe een nieuw artikel 76bis in te voegen dat toelaat dat door de Kamer aangenomen wetsontwerpen aan een tweede onderzoek worden onderworpen. Een reflectiecommissie bestaande uit de aangewezen Kamerleden zal zich op deze taak toeleggen.

Artikel 77 van de Grondwet bevat de aangelegenheden waarvoor Kamer en Senaat gelijkelijk bevoegd zijn. Het huidige voorstel stelt dat voortaan, in afwijking van artikel 36 van de Grondwet, de federale wetgevende macht gelijkelijk zal uitgeoefend worden door de Koning, de Kamer en de Senaat voor een aantal aangelegenheden. Die aangelegenheden worden in dit voorstel tot herziening beperkt tot de verklaring tot herziening van de Grondwet en de herziening van de Grondwet, de aangelegenheden die krachtens de Grondwet door beide Kamers moeten worden geregeld, de aangelegenheden opgesomd onder 3 en de bijzondere meerderheidswetten.

Artikel 83 van de Grondwet bepaalt dat elk wetsvoorstel en elk wetsontwerp vermeldt of het een aangelegenheid regelt bedoeld in artikel 74, dan wel een aangelegenheid in de zin van artikel 77 of artikel 78 van de Grondwet. Het voorgestelde artikel 83 van de Grondwet stelt dat voortaan zal moeten vermeld worden of een wetsvoorstel een aangelegenheid regelt waarvoor de Koning en de Kamer van volksvertegenwoordigers gezamenlijk de wetgevende macht uitoefenen, dan wel de Koning, de Kamer en de Senaat of respectievelijk de Koning en de Senaat.

Het huidige artikel 90, eerste lid, tweede volzin van de Grondwet regelt de hypothese waarbij de Kamers ontbonden zijn op het ogenblik van het overlijden van de Koning. Deze regeling wordt door het voorstel opgeheven.

Artikel 100, tweede lid, tweede volzin, van de Grondwet bepaalt dat de Senaat de aanwezigheid van de ministers kan vorderen voor de bespreking van een wetsontwerp of wetsvoorstel of voor de uitoefening van het recht op onderzoek. Dit voorstel wil de vordering van ministers door de Senaat opheffen voor zover die het recht op onderzoek betreft. Door de wijziging van artikel 56 van de Grondwet beschikt de Senaat immers niet langer over het recht op onderzoek.

Artikel 119, tweede volzin, van de Grondwet bepaalt dat een lid van een Gemeenschaps- of Gewestparlement niet tegelijk lid kan zijn van de Senaat. Dit voorstel wil deze onverenigbaarheid opheffen om aldus toe te laten dat de gemeenschapsparlementen de senatoren in grote mate onder hun leden aanwijzen.

Artikel 143 van de Grondwet regelt de voorkoming en de regeling van de belangenconflicten. De Senaat doet bij gemotiveerd advies uitspraak over het belangenconflict. Dit voorstel wil bij bijzondere meerderheidswet een instantie aanwijzen welke die functie in de toekomst zal vervullen. Diezelfde bijzondere wet zal de procedureregels nopens deze instantie bevatten.

Dit voorstel strekt ertoe een nieuw artikel 143bis in te voegen. Dat bepaalt dat de samenwerkingsakkoorden die ook betrekking hebben op federale aangelegenheden slechts gevolg hebben na de instemming van de Senaat. De instemmingswet in de Senaat geldt meteen ook als instemming voor de verschillende betrokken parlementen. Deze instemmingswetten hebben een meerderheid van stemmen in elke taalgroep nodig. Bovendien moet een meerderheid van elke taalgroep aanwezig zijn. De overzending naar een betrokken parlement wordt voorzien indien geoordeeld wordt dat de belangen van een Gewest, Gemeenschap of van de federale overheid ernstig benadeeld worden.

Het huidige artikel 167,  2, van de Grondwet bepaalt dat verdragen, andere dan de verdragen die uitsluitend betrekking hebben op de aangelegenheden waarvoor de Gemeenschappen of de Gewesten bevoegd zijn, slechts gevolg hebben na de instemming van de Kamers. De huidige derde paragraaf bepaalt dat verdragen die uitsluitend betrekking hebben op de aangelegenheden waarvoor de Gemeenschappen en Gewesten bevoegd zijn, slechts gevolg hebben na de instemming van het betrokken parlement. Deze twee paragrafen worden geschrapt. Een nieuw in te voegen artikel 167bis zal deze kwestie verder regelen.

Een nieuw in te voegen artikel 167bis heeft betrekking op de instemming met de verschillende soorten verdragen. Exclusief-federale verdragen hebben slechts gevolg nadat zij de instemming van de Kamer hebben verkregen. De exclusief-deelstatelijke verdragen hebben slechts gevolg nadat zij instemming van het betrokken Parlement hebben verkregen. De gemengde verdragen tot slot hebben gevolg nadat zij instemming van de Senaat hebben verkregen. Er wordt een bijzondere procedure voorzien die een overzending mogelijk maakt naar een betrokken parlement indien de belangen van een Gewest, Gemeenschap of van de federale overheid ernstig kunnen benadeeld worden.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 195 van de Grondwet bevat de procedure tot herziening van de Grondwet. Er wordt hier in een eenvoudige procedure voorzien waarbij voor een aantal artikelen die niet voor herziening vatbaar verklaard werden, maar die betrekking hebben op de parlementaire assemblees en de gelijktijdige verkiezingen, een grondwetswijziging mogelijk gemaakt wordt.

Die wijzigingen — welke eerst na de aanneming van artikel 195 doorgevoerd kunnen worden — worden als bijlage bij onderhavig voorstel opgenomen.

Johan VANDE LANOTTE
Bert ANCIAUX
Ludo SANNEN
Guy SWENNEN
Marleen TEMMERMAN
Gler TURAN
Frank VANDENBROUCKE.

VOORSTEL


Enig artikel

In artikel 195 van de Grondwet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A. het tweede en het derde lid worden opgeheven;

B. in het vierde lid, dat het tweede lid wordt, worden de woorden  Deze Kamers beslissen,  vervangen door de woorden  Na de algehele vernieuwing van de Kamers, beslissen deze, ;

C. een derde lid wordt ingevoegd, luidende :

 In afwijking van het tweede lid kunnen de Grondwetgevende Kamers, in overeenstemming met de Koning, tot de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamers en ten laatste tot 1 januari 2014, de artikelen die niet aangewezen zijn voor herziening wijzigen met het oog op :

1 de aanpassing van de bevoegdheden van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat bij de uitoefening van de federale wetgevende macht;

2 de aanwijzing van vijftien leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers door de rechtstreeks gekozen leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers;

3 het afschaffen van de mogelijkheid tot vervroegde ontbinding van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat;

4 de aanpassing van de duur van de zittingsperiode van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat;

5 de aanpassing van de procedure voor het sluiten van internationale verdragen. ;

D. in het vijfde lid, dat het vierde lid wordt, wordt het zinsdeel  In dit geval mogen de Kamers niet beraadslagen  vervangen door het zinsdeel  De Kamers mogen niet beraadslagen over wijzigingen aan grondwettelijke bepalingen .

20 juli 2010.

Johan VANDE LANOTTE
Bert ANCIAUX
Ludo SANNEN
Guy SWENNEN
Marleen TEMMERMAN
Gler TURAN
Frank VANDENBROUCKE.

BIJLAGE


VOORGESTELDE WIJZIGINGEN VAN BEPALINGEN WELKE NIET VOORKOMEN IN DE LIJST VAN DE VOOR HERZIENING VATBARE GRONDWETSBEPALINGEN

Herziening van artikel 36 van de Grondwet

Enig artikel

Artikel 36 van de Grondwet wordt vervangen als volgt :

 Art. 36. — De federale wetgevende macht wordt gezamenlijk uitgeoefend door de Koning en de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Overgangsbepaling

Deze regeling treedt in werking vanaf de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat. Tot dan wordt de federale wetgevende macht gezamenlijk uitgeoefend door de Koning, de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat. .

Herziening van artikel 43 van de Grondwet

Enig artikel

Artikel 43 van de Grondwet wordt vervangen als volgt :

 Art. 43. —  1. De leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers worden in een Nederlandse en in een Franse taalgroep ingedeeld op de bij de wet vastgestelde wijze.

Wat betreft de leden die door de gekozen leden worden aangewezen, gebeurt deze indeling op de door de wet vastgestelde wijze, volgens het stelsel van de evenredige vertegenwoordiging en rekening houdende met het aantal gekozen leden dat bij de Nederlandse en de Franse taalgroep werd ingedeeld.

 2. De senatoren bedoeld in artikel 67,  1, 1, vormen de Nederlandse taalgroep van de Senaat. De senatoren bedoeld in artikel 67,  1, 2 en 3, vormen de Franse taalgroep van de Senaat.

Overgangsbepaling

Tot de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat. blijft de volgende regeling gelden :   1. Voor de bij de Grondwet bepaalde gevallen worden de gekozen leden van elke Kamer in een Nederlandse en een Franse taalgroep ingedeeld op de bij de wet vastgestelde wijze.

 2. De senatoren bedoeld in artikel 67,  1, 1, 3 en 6, vormen de Nederlandse taalgroep van de Senaat. De senatoren bedoeld in artikel 67,  1, 2, 4 en 7, vormen de Franse taalgroep van de Senaat. .

Herziening van artikel 46 van de Grondwet

Enig artikel

Artikel 46 van de Grondwet wordt opgeheven vanaf de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat.

Herziening van art. 54 van de Grondwet

Enig artikel

In artikel 54 van de Grondwet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1 in het eerste lid worden de woorden  van de Kamer van volksvertegenwoordigers  ingevoegd tussen de woorden  een der taalgroepen  en de woorden  en ter tafel gelegd ;

2 in het tweede lid worden de woorden  de betrokken Kamer  vervangen door de woorden  de Kamer van volksvertegenwoordigers .

Overgangsbepaling

Het eerste lid treedt in werking vanaf de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat.

Herziening van artikel 61 van de Grondwet

Enig artikel

Artikel 61 van de Grondwet wordt vervangen als volgt :

 Art. 61. — De Kamer van volksvertegenwoordigers telt honderdvijfenzestig leden, van wie :

1 honderdvijftig leden, rechtstreeks gekozen door de burgers die volle achttien jaar zijn en die niet verkeren in een der gevallen van uitsluiting door de wet bepaald; iedere kiezer heeft recht op slechts n stem;

2 vijftien leden, aangewezen door de overeenkomstig de bepaling onder 1 rechtstreeks gekozen leden; tot aanwijzing wordt besloten met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid.

Overgangsbepaling

Tot de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers blijft de volgende regeling van toepassing : De leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers worden rechtstreeks gekozen door de burgers die volle achttien jaar oud zijn en die niet verkeren in een der gevallen van uitsluiting bij de wet bepaald.

Ieder kiezer heeft recht op slechts n stem. .

Herziening van artikel 64 van de Grondwet

Enig artikel

In artikel 64 van de Grondwet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1 in het eerste lid worden de woorden  Om verkiesbaar te zijn moet men  vervangen door de woorden  Om tot lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers gekozen of aangewezen te worden moet men ;

2 in het tweede lid worden de woorden  of aanwijzing  ingevoegd tussen de woorden  tot verkiesbaarheid  en de woorden  kan worden .

Overgangsbepaling

Het eerste lid treedt in werking vanaf de eerstvolgende algemene verkiezingen

Herziening van artikel 71, tweede lid, van de Grondwet

Enig artikel

Artikel 71, tweede lid, van de Grondwet wordt opgeheven vanaf de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat.

Herziening van artikel 74 van de Grondwet

Enig artikel

Artikel 74 van de Grondwet wordt vervangen als volgt :

 Art. 74. — In afwijking van artikel 36 wordt de federale wetgevende macht gezamenlijk uitgeoefend door de Koning en de Senaat voor

1 de wetten houdende instemming namens de Parlementen van de gemeenschappen en de gewesten en de Kamer van volksvertegenwoordigers met verdragen bedoeld in artikel 167bis;

2 de wetten houdende instemming namens de Parlementen van de gemeenschappen en de gewesten en de Kamers met samenwerkingsakkoorden tussen de Staat, de gemeenschappen en de gewesten.

Overgangsbepaling

Het eerste lid treedt in werking na de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat. .

Herziening van artikel 75, tweede en derde lid, van de Grondwet

Enig artikel

In artikel 75 van de Grondwet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1 het tweede lid wordt vervangen als volgt :  De wetsontwerpen die een aangelegenheid bedoeld in artikel 77 regelen en die op initiatief van de Koning aan de Kamers worden voorgelegd, worden ingediend in de Kamer van volksvertegenwoordigers en vervolgens overgezonden aan de Senaat. ;

2 het derde lid wordt opgeheven.

Overgangsbepaling

Het eerste lid treedt in werking vanaf de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat.

Invoeging van een nieuw artikel 76bis in de Grondwet

Enig artikel

In titel III, hoofdstuk II, van de Grondwet wordt een artikel 76bis ingevoegd, luidende :

 Art. 76bis. — De wetsontwerpen die door de Kamer van volksvertegenwoordigers zijn aangenomen, kunnen binnen de vijftien dagen door haar aan een tweede onderzoek worden onderworpen door een reflectiecommissie, samengesteld uit de overeenkomstig artikel 61, 2, aangewezen leden.

Overgangsbepaling

Het eerste lid treedt in werking vanaf de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers. .

Herziening van artikel 77 van de Grondwet

Enig artikel

Artikel 77 van de Grondwet wordt vervangen als volgt :

 Art. 77. — In afwijking van artikel 36 zijn de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat gelijkelijk bevoegd voor :

1 de verklaring tot herziening van de Grondwet en de herziening van de Grondwet;

2 de aangelegenheden die krachtens de Grondwet door beide Kamers moeten worden geregeld;

3 de wetten bedoeld in de artikelen 115, 118, 121, 123, 129, 130, 140, 141 tot 143, 176, evenals de wetten ter uitvoering van de voormelde wetten en artikelen;

4 de wetten aan te nemen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, evenals de wetten ter uitvoering hiervan.

Een wet aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, kan andere wetten aanduiden waarvoor de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat gelijkelijk bevoegd zijn.

De wetten bedoeld in artikel 170,  2, tweede lid, worden aangenomen met de meerderheid van de stemmen in elke taalgroep, mits de meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig is.

Overgangsbepaling

Het eerste tot het derde lid treden in werking vanaf de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat. Tot dan geldt de volgende regeling : De Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat zijn gelijkelijk bevoegd voor :

1 de verklaring tot herziening van de Grondwet en de herziening van de Grondwet;

2 de aangelegenheden die krachtens de Grondwet door beide wetgevende Kamers dienen te worden geregeld;

3 de wetten bedoeld in de artikelen 5, 39, 43, 50, 68, 71, 77, 82, 115, 117, 118, 121, 123, 127 tot 131, 135 tot 137, 140 tot 143, 145, 146, 163, 165, 166, 167,  1, derde lid,  4 en  5, 169, 170,  2, tweede lid,  3, tweede en derde lid,  4, tweede lid, en 175 tot 177, evenals de wetten ter uitvoering van de voormelde wetten en artikelen;

4 de wetten aan te nemen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, evenals de wetten ter uitvoering hiervan;

5 de wetten bedoeld in artikel 34;

6 de wetten houdende instemming met verdragen;

7 de wetten aangenomen overeenkomstig artikel 169 om de naleving van internationale of supranationale verplichtingen te verzekeren;

8 de wetten op de Raad van State;

9 de organisatie van de hoven en rechtbanken;

10 de wetten tot goedkeuring van samenwerkingsakkoorden tussen de Staat, de gemeenschappen en de gewesten.

Een wet aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, kan andere wetten aanduiden waarvoor de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat gelijkelijk bevoegd zijn. .

Herziening van artikel 83 van de Grondwet

Enig artikel

Artikel 83 van de Grondwet wordt vervangen als volgt :

 Art. 83. — Elk wetsvoorstel en elk wetsontwerp vermeldt of het een aangelegenheid regelt waarvoor de Koning en de Kamer van volksvertegenwoordigers gezamenlijk de wetgevende macht uitoefenen, dan wel of het een aangelegenheid regelt waarvoor de Koning, de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat gezamenlijk de wetgevende macht uitoefenen dan wel of het een aangelegenheid regelt waarvoor de Koning en de Senaat gezamenlijk de wetgevende macht uitoefenen.

Overgangsbepaling

Deze regeling treedt in werking vanaf de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat. Tot zolang geldt de volgende regeling :  Elk wetsvoorstel en elk wetsontwerp vermeldt of het een aangelegenheid regelt bedoeld in artikel 74, in artikel 77 of in artikel 78 .

Herziening van artikel 90, eerste lid, tweede volzin, van de Grondwet

Enig artikel

In artikel 90, eerste lid, van de Grondwet wordt de tweede volzin opgeheven vanaf de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat.

Invoeging van een nieuw artikel 143bis in de Grondwet

Enig artikel

In titel III van de Grondwet wordt een hoofdstuk Vbis ingevoegd dat artikel 143bis bevat, luidende :

 Hoofdstuk Vbis — Samenwerkingsakkoorden tussen de Staat, de gemeenschappen en de gewesten

Art. 143bis.  1. — De samenwerkingsakkoorden tussen, enerzijds, de Staat en, anderzijds, een of meer gemeenschappen en gewesten hebben eerst gevolg nadat zij de instemming van de Senaat hebben verkregen. De wet houdende instemming geldt als instemming namens de betrokken wetgevende vergaderingen, onder voorbehoud van toepassing van paragraaf 2.

De wetten houdende instemming met de samenwerkingsakkoorden worden aangenomen met de meerderheid van de stemmen in elke taalgroep, mits de meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig is.

 2. Indien een Parlement van een gemeenschap of een gewest, de Franse taalgroep van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of de Kamer van volksvertegenwoordigers, voor de eindstemming in openbare vergadering op gemotiveerde wijze oordeelt dat een samenwerkingsakkoord de belangen van die gemeenschap, dat gewest, of de federale overheid ernstig kan benadelen, dan wordt het wetsontwerp houdende instemming met dit akkoord ter instemming eveneens naar de betrokken wetgevende vergadering overgezonden.

Het verzoek tot overzending naar het Parlement van een gemeenschap of een gewest, of Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest wordt goedgekeurd met drie vierden van de stemmen van de betrokken wetgevende vergadering. Het verzoek tot overzending naar de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt goedgekeurd met een meerderheid van de stemmen in elke taalgroep, mits de meerderheid van de leden aanwezig is.

Wat betreft de aangelegenheden die tot de bevoegdheden van de betrokken wetgevende vergadering behoren, heeft het samenwerkingsakkoord eerst gevolg nadat het de instemming van die wetgevende vergadering heeft verkregen. Voor het overige blijft het eerste lid van toepassing, behoudens wanneer de overzending tot gevolg heeft dat de instemming door de Senaat betrekking heeft op de sluiting van een samenwerkingsakkoord door :

1 uitsluitend de Vlaamse regering;

2 uitsluitend de regering van de Franse Gemeenschap, de regering van het Waalse Gewest, het College van de Franse taalgroep van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

3 meerdere van de regeringen vermeld onder 2.

In het onder 1 vermelde geval wordt de wet houdende instemming met deze samenwerkingsakkoorden aangenomen met de meerderheid van de stemmen in de Nederlandse taalgroep, mits de meerderheid van de leden van die taalgroep aanwezig is. In de onder 2 en 3 vermelde gevallen wordt de wet houdende instemming met deze samenwerkingsakkoorden aangenomen met de meerderheid van de stemmen in de Franse taalgroep, mits de meerderheid van de leden van die taalgroep aanwezig is.

Een wet, aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bedoelde meerderheid stelt de nadere regelen vast voor de overzending en het verlenen van de instemming door de betrokken wetgevende vergaderingen.

Overgangsbepaling

Deze regeling treedt in werking vanaf de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat. .

Herziening van artikel 167, tweede paragraaf, van de Grondwet

Enig artikel

In artikel 167 van de Grondwet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1 in paragraaf 2 wordt de tweede volzin opgeheven;

2 in paragraaf 3 wordt de tweede volzin opgeheven.

Overgangsbepaling

Deze regeling treedt in werking vanaf de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat.

Invoeging van een nieuw artikel 167bis in de Grondwet

Enig artikel

In de Grondwet wordt een artikel 167bis ingevoegd, luidende :

 Art. 167bis. —  1. De verdragen die uitsluitend betrekking hebben op aangelegenheden waarvoor de federale overheid bevoegd is, hebben eerst gevolg nadat zij instemming van de Kamer van volksvertegenwoordigers hebben verkregen.

 2. De verdragen die uitsluitend betrekking hebben op aangelegenheden waarvoor de gemeenschappen en gewesten bevoegd zijn, hebben eerst gevolg nadat zij de instemming van het bevoegde Parlement hebben verkregen.

 3. De verdragen die niet uitsluitend betrekking hebben op aangelegenheden waarvoor de Parlementen van de gemeenschappen en de gewesten bevoegd zijn, hebben eerst gevolg nadat zij de instemming van de Senaat hebben verkregen, onder voorbehoud van toepassing van het derde tot het vijfde lid.

De wet houdende instemming met deze verdragen wordt aangenomen met de meerderheid van de stemmen in elke taalgroep, mits de meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig is.

Indien een Parlement van een gemeenschap of een gewest, de Franse taalgroep van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of de Kamer van volksvertegenwoordigers, voor de eindstemming in openbare vergadering op gemotiveerde wijze oordeelt dat een verdrag zoals bedoeld in het eerste lid, al naargelang, de belangen van die gemeenschap, dat gewest, of de federale overheid ernstig kan benadelen, dan wordt het wetsontwerp houdende instemming met dit verdrag ter instemming eveneens naar de betrokken wetgevende vergadering overgezonden.

Het verzoek tot overzending naar het Parlement van een gemeenschap of een gewest, of Franse taalgroep van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt goedgekeurd met drie vierden van de stemmen van de betrokken wetgevende vergadering. Het verzoek tot overzending naar de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt goedgekeurd met een meerderheid van de stemmen in elke taalgroep, mits de meerderheid van de leden aanwezig is.

Wat betreft de aangelegenheden die tot de bevoegdheden van de betrokken wetgevende vergadering behoren, heeft het verdrag eerst gevolg nadat het de instemming van die wetgevende vergadering heeft verkregen. Voor het overige blijft het eerste lid van toepassing, behoudens wanneer de overzending tot gevolg heeft dat de instemming door de Senaat betrekking heeft op de deelname aan de verdragssluiting door :

1 uitsluitend de Vlaamse regering;

2 uitsluitend de regering van de Franse Gemeenschap, de regering van het Waalse Gewest, het College van de Franse taalgroep van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

3 meerdere van de regeringen vermeld onder 2.

In het onder 1 vermelde geval wordt de wet houdende instemming met deze verdragen aangenomen met de meerderheid van de stemmen in de Nederlandse taalgroep, mits de meerderheid van de leden van die taalgroep aanwezig is. In de onder 2 en 3 vermelde gevallen wordt de wet houdende instemming met deze verdragen aangenomen met de meerderheid van de stemmen in de Franse taalgroep, mits de meerderheid van de leden van die taalgroep aanwezig is.

Een wet, aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bedoelde meerderheid stelt de nadere regelen vast voor de overzending en het verlenen van de instemming door de betrokken wetgevende vergaderingen.

Overgangsbepaling

Deze regeling treedt in werking vanaf de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat.