3-366/8

3-366/8

Belgische Senaat

ZITTING 2004-2005

19 MEI 2005


De problematiek van de doping in de sport


AMENDEMENTEN
ingediend na de goedkeuring van het verslag


Nr. 9 VAN DE HEER CORNIL EN MEVROUW BOUARFA

Aanbeveling 26

De tekst van aanbeveling 26 doen vervallen.

Verantwoording

Om na te gaan of een nieuw middel in de strijd tegen doping in de sport nodig is, moet er een evenwicht worden gevonden tussen twee elementen :

— de efficiŽntie van de voorgestelde maatregelen;

— het risico dat de grondrechten van individuen worden aangetast.

Met het opzetten van een systeem met spijtoptanten wordt dat evenwicht niet gevonden. De risico's voor de rechtzoekende zijn veel groter dan de voordelen.

Het is absoluut niet bewezen dat een beroep doen op spijtoptanten efficiŽnt is. Bovendien kunnen de grondrechten van individuen erdoor worden geschonden (eerbied voor de persoonlijke levenssfeer, rechten van de verdediging, ...)

Het is in de ogen van de indieners geenszins wenselijk om de lijst met rechtsregels inzake uitzonderingen en strafvermindering uit te breiden. Deze lijst is trouwens opgenomen in het tweede tussentijds verslag van de Parlementaire onderzoekscommissie naar de georganiseerde criminaliteit in BelgiŽ (stuk Senaat, nr. 1-326/8).

De volgende lijst geeft een beknopt overzicht van alle uitzonderingen en gevallen van strafvermindering :

1. Artikel 111 van het Strafwetboek (aanslag op de Koning).

2. Artikel 136 van het Strafwetboek (kenbaar maken van de daders).

3. Artikelen 148 en 151 van het Strafwetboek (daden van willekeur).

4. Artikel 153 van het Strafwetboek (aangeven van de schuldige).

5. Artikelen 160 tot 168, 169, 171 tot 176, 177, 180, 185bis, 186, 187bis, 497 en 497bis van het Strafwetboek (valse munt en namaking).

6. Artikel 192 van het Strafwetboek (kenbaar maken van de daders).

7. Artikelen 299 en 300 van het Strafwetboek (verspreiden van drukwerk).

8. Artikelen 303 en 304 van het Strafwetboek (loterijen).

9. Artikel 326 van het Strafwetboek (bendevorming).

10. Artikel 490bis van het Strafwetboek (bedrieglijk bewerken van onvermogen).

11. Artikel 509 van het Strafwetboek (uitgifte van ongedekte effecten).

12. Artikel 5 van de wet van 12 maart 1858 houdende herziening van Boek II van het Strafwetboek betreffende de misdaden en wanbedrijven die afbreuk doen aan de internationale betrekkingen.

13. Artikel 226 van de algemene wet inzake douane en accijnzen.

14. Artikel 6 van de wet van 24 februari 1921 (verdovende middelen).

15. Artikel 10 van de wet van 15 juli 1985 (hormonen).

Jean CORNIL.
Sfia BOUARFA.