2-1158/12

2-1158/12

Belgische Senaat

ZITTING 2002-2003

11 MAART 2003


Wetsvoorstel houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens


AMENDEMENTEN


Nr. 155 VAN DE HEREN HAPPART EN MONFILS

Art. 3

In § 2 van dit artikel, het 1º vervangen als volgt :

« 1º de niet-vuurwapens en de namaakwapens waarvoor geen bijzondere regeling geldt, maar die ontworpen zijn met een markering in een opvallende kleur op de grendel ».

Verantwoording

Gelet op de talrijke parlementaire interpellaties betreffende het gebruik van namaakwapens en de suggestie van minister Verwilghen in zijn nota van april 2000, lijkt het nodig elk gevaar dat van namaakwapens kan uitgaan, weg te werken.

Wat de slagkracht betreft kan er geen probleem zijn, maar de mogelijkheid dat de indruk ontstaat dat het om een echt wapen gaat, moet verdwijnen.

Het model dat het amendement voor ogen heeft is uitgerust met een felgekleurde mof, waardoor zelfs een leek moeiteloos ziet dat het wapen ongevaarlijk is.

Nr. 156 VAN DE HEREN HAPPART EN MONFILS

Art. 3

In § 3 van dit artikel, na de woorden « alle overige vuurwapens » de woorden « waarvan de binnendiameter van de loop groter is dan 4 mm » invoegen.

Verantwoording

In de handel zijn wapens verkrijgbaar die tot de korte wapens (zie artikel 2, 9º) gerekend kunnen worden, waarvan de percussie noch ringvormig, noch centraal is, en die niet met een slagpin zijn uitgerust. Het zijn ook geen kleine pistolen of revolvers die een klein penvuurpatroon van het type-Lefaucheux afvuren. Deze « kleine vuurwapens » zijn als sleutelhangers vrij gemakkelijk in de handel te vinden.

Het zijn geen alarmwapens. Er bestaat geen homologatie voor dat soort wapens, en bij de ontploffing verlaat de vlam de mond van de loop.

Het is ook geen wapen voor wapenrekken, aangezien het draagbaar is (sleutelhanger) en niet bedoeld is om aan een muur te hangen.

Het is geen speeltuig.

Volgens de voorgestelde tekst zou dus een vergunning vereist zijn om een dergelijk wapen te kopen. Daarbij moet de aanvrager :

­ een medisch attest voorleggen dat bevestigt dat hij in staat is een wapen te hanteren;

­ slagen voor een proef betreffende de kennis van de toepasselijke regelgeving en het hanteren van een vuurwapen.

Om dergelijke excessen in de wetgeving te vermijden wil het amendement het begrip vuurwapens beperken tot wapens waarvan de binnendiameter van de loop groter is dan 4 mm.

Jean-Marie HAPPART.
Philippe MONFILS.

Nr. 157 VAN DE HEER HAPPART

Art. 4

In § 3 van dit artikel, het eerste lid vervangen als volgt :

« § 3. De gouverneur doet binnen twee maanden uitspraak over de aanvraag om erkenning na ontvangst van het met redenen omkleed advies van de procureur des Konings en van de burgemeester bevoegd voor de vestigingsplaats en voor de woonplaats van de aanvrager. Na het verstrijken van die termijn wordt de erkenning geacht te zijn verkregen. »

Verantwoording

Thans blijven de erkenningaanvragen maandenlang, zoniet een jaar, liggen op een of andere dienst. Zoiets is volstrekt ontoelaatbaar. Het moet mogelijk zijn de geschiktheid van de personen sneller dan dat te beoordelen.

Door de ordeloze manier waarop de wet wordt uitgevoerd, raken collecties zoek, gaan banen verloren en leggen zelfstandigen het bijltje erbij neer.

Uit ontwerpen van uitvoeringsbesluiten blijkt dat de diensten die de beroepsbekwaamheid van de erkenningaanvragers moeten natrekken slechts eenmaal per jaar moeten bijeenkomen. Dat betekent dat er aan een erkenningaanvraag pas ten vroegste één jaar na de indiening gevolg gegeven wordt.

Dat is volstrekt onaanvaardbaar, zeker nu de werkgelegenheid in het gedrang komt.

Nr. 158 VAN DE HEER HAPPART

Art. 18

Het 7º van dit artikel aanvullen als volgt :

« Dat verbod geldt niet voor het beoefenen van de jacht of het sportschieten. »

Verantwoording

De wet van 29 juli 1934 op de privé-milities, die in afdeling 4 (betreffende de oorlogswapens) van de wet werd ingevoegd, wordt opgeheven door artikel 36 van het wetsvoorstel. De huidige regeling slaat echter op paramilitaire organisaties, en men kan ervan uitgaan dat het verbod niet slaat op het beoefenen van de jacht of het sportschieten.

Aangezien het voorstel de wapencategorieën afschaft, gaat het niet alleen meer specifiek om een voorzorgsmaatregel tegen oorlogspraktijken. Uiteenlopende activiteiten zouden als onderricht in het gebruik van geweld beschouwd kunnen worden.

Men moet dus voorkomen dat een drijfjacht beschouwd wordt als onderricht in het gebruik van geweld of dat, bijvoorbeeld, het snelschieten (een olympische sporttak) beschouwd wordt als schieten « op commando », dat het gebruik van geweld kan bevorderen.

Gelet echter op het feit dat artikel 18, 7º, van het voorstel bepaalt dat collectieve oefeningen « al dan niet met wapens » verboden zijn uit vrees voor het onderricht in het gebruik van geweld, is het zeer de vraag wat er met gevechtssporten of het africhten van honden voor de verdediging van goederen moet gebeuren.

Zou het voorgestelde artikel 2 daarover niet explicieter moeten zijn, zodat ongewenste interpretaties achterwege blijven ?

Onze vrees blijkt gegrond wanneer men vaststelt dat er in het verleden al dergelijke arbitraire maatregelen genomen zijn met de sluiting van schietclubs en inbeslagneming van windbuksen tot gevolg. Parlementaire vragen werden daarover gesteld, maar er is nog steeds geen oplossing voor dat probleem, dat nog even actueel blijft.

Om recreatiesporten te beschermen wil dit amendement dergelijke interpretatiemogelijkheden uitsluiten.

Nr. 159 VAN DE HEER HAPPART

Art. 24

In dit artikel, na de woorden « Bij herhaling », de woorden « binnen twee jaar » invoegen.

Verantwoording

De wet is zo complex dat hij geheel onopzettelijk kan worden overtreden.

Elke overtreding moet worden voorkomen, maar ze mag geen reden opleveren om een onderneming te sluiten wanneer ­ in haar levensloop! ­ een andere overtreding kan worden vastgesteld.

Wat met meer dan honderdjarige ondernemingen ?

Een beetje begrip zet ertoe aan de mogelijke herhaling in de tijd te beperken.

Nr. 160 VAN DE HEER HAPPART

Art. 28

Paragraaf 2 van dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Dit artikel verleent de burgemeester en de gouverneur reeds de bevoegdheid de sluiting of de ontruiming te gelasten van winkels of opslagplaatsen van wapens.

Wanneer men dat recht aan alle officieren van gerechtelijke politie geeft, hangen er willekeurige maatregelen boven ons hoofd.

Valt het niet te vrezen dat een beëdigde een erkende wapenhandelaar met zo'n maatregel bedreigt indien hij hem niet de verhoopte korting op een aankoop toekent ?

Het volstaat niet te vermelden dat de rechten van derden behoren te worden gevrijwaard.

Een sluiting van een onderneming, al is ze maar tijdelijk, betekent het ontslag van het personeel en een onherstelbaar verlies voor de houder van de erkenning.

Onze vrees wordt bewaarheid in artikel 29 van het voorstel, volgens hetwelk overtredingen moeten worden opgespoord en vastgesteld door :

1º de leden van de federale politie, de lokale politie en de douane.

Uiteindelijk dreigt iedereen zich uit te geven voor officier van gerechtelijke politie ...

Nr. 161 VAN DE HEER HAPPART

Art. 32

Het 3º van dit artikel vervangen als volgt :

« 3º bepaalt het bedrag van de rechten of retributies die geheven worden bij het verlenen van de documenten waarvan in deze wet sprake is. Het voorhanden hebben van vuurwapens kan geen aanleiding geven tot het innen van rechten of retributies. »

Verantwoording

De huidige wetgeving heeft bepaalde gemeentelijke of provinciale overheden de mogelijkheid geboden om op hun niveau het voorhanden hebben van vuurwapens te belasten.

Die maatregel heeft wantrouwen veroorzaakt bij de wapenbezitters en draagt niet bij tot de spontane aangifte van vuurwapens.

De uitvoeringsbesluiten van 20 september 1991 hebben gepoogd die nefaste neiging een halt toe te roepen door te bepalen dat dat « geen aanleiding kan geven tot de inning van rechten of retributies ».

Door de bevoegdheid om rechten of retributies te innen tot de Koning te beperken, voorkomt men dat de vuurwapens op allerlei manieren worden belast en stelt men de jagers en de sportschutters gerust. Bovendien zullen de bezitters van allerlei vuurwapens niet meer aarzelen om hun wapens aan te geven.

Voorliggend voorstel beperkt de bevoegdheid van de Koning om het bedrag van de rechten of retributies te bepalen, die worden geïnd naar aanleiding van het afgeven van de documenten.

Niets belet de lokale, provinciale of gewestelijke overheid rechten te innen op het voorhanden hebben van vuurwapens.

Jean-Marie HAPPART.

Nr. 162 VAN DE HEER MOENS

Art. 27

In artikel 27, § 1, eerste lid in fine de volgende woorden toevoegen :

« alsmede voor goedgekeurde bestellingen aan buitenlandse Staten of openbare besturen ».

Verantwoording

Zoals het advies van de commissie voor de Financiën stelt, leidt de samenlezing van de artikelen 3, 4, 7 en 27 van het voorstel tot een absolute verhindering voor Belgische wapenleveranciers van militair of paramilitair materieel, om nog te handelen met buitenlandse afnemers. Vooral de traditionele wapenindustrie zou door dit verbod getroffen worden, en niet die van meer gesofistikeerd elektronische wapencomponente, die niet onder deze wet vallen. Het amendement heft deze discriminatie op.

Guy MOENS.

Nr. 163 VAN DE REGERING

(Subamendement van de regering op amendement nr. 162 van de heer Moens)

Art. 27

Tussen de woorden « alsmede voor » en « goedgekeurde bestellingen » de woorden « overeenkomstig de wet van 5 augustus 1991 betreffende de in-, uit- en doorvoer van wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik dienstig materieel en de daaraan verbonden technologie » invoegen.

De minister van Justitie,

Marc VERWILGHEN.