2-679/3

2-679/3

Belgische Senaat

ZITTING 2000-2001

19 JUNI 2001


Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, tot beperking met de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen en tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad en de Brusselse Hoofdstedelijke Raad


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BINNENLANDSE ZAKEN EN VOOR DE ADMINISTRATIEVE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR MEVROUW LEDUC


I. INLEIDENDE UITEENZETTING VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

De minister verklaart dat de twee wetsontwerpen (nr. 2-679/1 en nr. 2-680/1) samen moeten worden gelezen en dat de voorgestelde hervorming in de lijn ligt van wat werd voorzien voor de verkiezing van de Federale Kamers en van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap als de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden en het Europees Parlement.

Deze hervorming beoogt een verdieping en een verbetering van de burgerdemocratie wat trouwens een van de doelstellingen is van het regeerakkoord. De burger zal beter kunnen bepalen wie hem zal vertegenwoordigen. De nieuwe weging van de lijststem zal bovendien bijdragen tot een betere vertegenwoordiging van vrouwen op het politieke forum, aangezien een stem op een vrouw evengoed zwaarder zal doorwegen.

Die maatregel strekt er eveneens toe een mentaliteitswijziging tot stand te brengen en de burger ertoe aan te zetten zich meer te interesseren voor de politiek.

De aan de commissie ter bespreking voorgelegde ontwerpen strekken ertoe die hervorming nu ook concreet gestalte te geven voor de verkiezing van de gewestraden. Aangezien zowel de bijzondere wetten (bijzondere wet van 8 augustus 1980 en bijzondere wet van 12 januari 1989) als de gewone wetten (wetten betreffende de verkiezing van de gewestraden) moeten worden gewijzigd, is een optreden van zowel de bijzondere wetgever als de gewone wetgever vereist.

Het ontwerp van bijzondere wet wijzigt :

a) de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen zoals gewijzigd door de wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, wat de verkiezing van de Vlaamse Raad en de Waalse Gewestraad betreft;

b) de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen voor de verkiezing van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad.

Het wetsontwerp strekt ertoe het effect van de lijststemmen met de helft te verminderen, zodat bij de overdracht van de zetels binnen eenzelfde lijst beter rekening wordt gehouden met het aantal voorkeurstemmen dat de kandidaten van die lijst hebben behaald. Voor die kandidaten zal dit leiden tot meer gelijke kansen en voor de burgers zal dit bijdragen tot het aanwakkeren van het door diezelfde kiezers gewenste debat.

Volgens de voorgestelde regeling komen de lijststemmen, die een instemming met de volgorde van voordracht te kennen geven, nog steeds in aanmerking voor de berekening van het stemcijfer van de lijst, maar tellen zij voor de overdracht van de zetels naar de kandidaten van de lijst maar voor de helft mee.

Het ontwerp schaft tevens het onderscheid af tussen kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers, zoals dat overigens al het geval is voor de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen en voor de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap. In die drie verkiezingen worden voor de opvolging immers geen kandidaten voorgedragen.

Voor de aanwijzing van de gekozen opvolgers bij de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad en de Brusselse Hoofdstedelijke Raad zal, net als in de vigerende wet, worden overgegaan tot een nieuwe individuele toekenning door overdracht naar de niet-gekozen kandidaten van hetzelfde aantal lijststemmen die een instemming met de volgorde van voordracht te kennen geven, met andere woorden, van de helft van het aantal stembiljetten met een lijststem. Die nieuwe toekenning zal op dezelfde manier geschieden als voor de aanwijzing van de gekozenen, dat wil zeggen telkens zoveel als nodig is om het voor elke lijst specifieke verkiesbaarheidscijfer te behalen, maar te beginnen bij de eerste niet-gekozen kandidaat, in de volgorde van voordracht.

De wijze waarop het verkiesbaarheidscijfer wordt vastgesteld, wordt door dit wetsontwerp niet gewijzigd. Het wordt verkregen door het stemcijfer van de lijst te delen door het aantal zetels dat aan die lijst is toegekend, vermeerderd met een eenheid.

Dit ontwerp van bijzondere wet is voorts op een ander punt vernieuwend : voor elke lijst met minstens een gekozene worden alle niet-gekozen kandidaten volgens de bovenvermelde procedure opvolger verklaard. Het aantal gekozen opvolgers mag, zoals de wet er thans uitziet, niet meer dan het dubbele van het aantal gekozenen van de lijst bedragen en evenmin minder dan drie.

II. BESPREKING

a) Algemene bespreking

Een lid betwist dat de wetswijziging een vrouwvriendelijke en evenwichtsbevorderende maatregel is omdat de competitie tussen kandidaten thans veel groter gaat worden en een ander type kiescampagne zal genereren. De kandidaten die kunnen investeren in sterkere campagnes zullen daar een voordeel uit halen.

Daarenboven legt zij de nadruk op het feit dat er een Europees onderzoek lopende is naar een beter kiesstelsel op Europees niveau, ook wat het evenwicht man en vrouw betreft. Het kabinet van de minister verwijst niet naar dit nochtans essentiële onderzoek.

Ten derde moet een vrouwvriendelijke politiek in de globaliteit worden bekeken. Een compensatie voor deze maatregel zou zijn om de rits wettelijk vast te leggen in de lijstsamenstelling. Zij vraagt waar het regeringsvoorstel, waarnaar werd verwezen door minister Onkelinx, in dat verband blijft en uit haar vrees over de manier waarop de regering dit punt behandelt.

Een lid herinnert eraan dat over deze materie uren werd gedebatteerd in de vorige legislatuur. Er werd vroeger reeds gevraagd om de lijsten af te schaffen teneinde de burgers toe te laten hun vertegenwoordigers werkelijk te kiezen. Zij blijft bijgevolg voorstander van een volledige afschaffing van de lijststem die wel moet tellen voor het toekennen van het aantal zetels maar niet voor de aanduiding van de verkozenen. Zij wenst eveneens dat het systeem dat erin bestaat de aparte lijst van opvolgers te laten verschijnen op de kiezerslijst zou worden gewijzigd zodat diegene die het meeste stemmen heeft na de verkozenen daadwerkelijk opvolger zou worden.

Noch de mannen, noch de vrouwen moeten bevoordeeld worden. De kracht van de lijststem moet worden ontnomen. Zij is ervan overtuigd dat door het wegvallen van de lijststem, zowel de mannen als de vrouwen op eigen kracht zullen worden verkozen en dat de burgers op die manier de effectief verkozenen zullen zien optreden.

Het verwondert een lid dat er geen rekening wordt gehouden met de wetenschappelijke gegevens over dit ontwerp. Naar het effect van de afschaffing van de devolutieve kracht van de lijststem op de verkiezing van vrouwen is interessant onderzoek gedaan. Daaruit is gebleken dat er geen verband bestaat tussen beide factoren en dat de afschaffing leidt tot goed georganiseerde en gesofisticeerde kiescampagnes die vrouwen benadelen.

Uiteraard moet de democratisering en de transparantie van politieke partijen nog verbeterd worden, maar het wetsontwerp gebruikt vrouwen als alibi terwijl de vertegenwoordiging van vrouwen toch in een veel ruimer geheel thuishoort.

Vorige spreekster wijst erop dat de maatschappij evolueert. Er is in het verleden gevochten om de vrouwen verkozen te zien. Thans, bij de laatste verkiezingen van haar partijbureau en -structuren, zijn de vrouwen in de absolute meerderheid. Mannen en vrouwen krijgen gelijke kansen. De tijd dat een onderscheid man-vrouw bestond is voorbij. Er moeten geen positieve acties meer worden ondernomen in die richting. De burger weet wie hij moet kiezen, of het nu een man of een vrouw is.

Een ander lid stelt dat zijn partij het compromis zal steunen maar wenst toch te nuanceren. Het wetsvoorstel gaat volgens hem de gelijkberechtiging tussen man en vrouw niet bevorderen.

Binnen zijn partij zijn de leden verdeeld over het al dan niet volledig of gedeeltelijk afschaffen van de lijsten. Er zijn mensen binnen de partij die minder bekend zijn en daardoor benadeeld zouden kunnen worden. Men stelt immers vast dat de rangschikking op een lijst vaak afhangt van de bekendheid van de persoon zonder dat het werkelijk inhoudelijk project hierbij wordt nagestreefd. Om die redenen hebben de meeste partijen bekende Vlamingen of Walen op hun lijsten geplaatst. Hij vreest dat bekwame maar minder populaire kandidaten quasi niet kunnen optornen tegen zetelende collega's. Indien in de provinciale kiesomschrijvingen de opvolgerslijst wordt afgeschaft hebben de minder populaire doch gekwalificeerde collega's gewoonweg geen enkele kans meer. Niettegenstaande deze vrezen zal hij het regeringscompromis toch steunen.

Een lid gaat akkoord met de stelling van vorige spreker en verwijst naar een studiedag in Gent over de directe verkiezingen van de burgemeester alwaar verscheidene deelnemers wel meer democratie wensen maar zich toch afvragen of deze nieuwe maatregel dit doel wel nastreeft. De campagnevoering en het selecteren van bekende kandidaten tonen aan dat de populariteit een grote rol speelt.

Mevrouw Thijs licht twee amendementen toe waarbij wordt voorzien in een lijst met vijf opvolgers teneinde te vermijden dat er, in geval van uitputting van verkozenen, tussentijdse verkiezingen moeten worden georganiseerd.

Een lid wijst er in dat verband op dat in de provincie Namen tijdens de vorige zittingsperiode een tekort aan provincieraadsleden is ontstaan, waarbij ook de opvolgerslijst was uitgeput. Dat heeft niet geleid tot nieuwe verkiezingen : de provincieraad heeft gewoon vergaderd met een paar raadsleden minder.

Een ander lid is niet voor de volledige afschaffing van de devolutieve werking. Een halvering ervan is een aanvaardbaar compromis. Er moeten nog verkiesbare plaatsen zijn omdat kandidaten die minder populair doch goed parlementair werk verrichten ook in aanmerking moeten kunnen komen. Hij gelooft niet in het procédé waarbij alleen de kiezer de waarheid heeft.

Ten tweede, betreffende te kleine lijsten, is hij voor een provinciale kiesomschrijving want de afschaffing van de opvolgers zal enkel problemen meebrengen.

Nog een ander lid meent dat verschillende pariteitskwesties in de loop van de discussie door elkaar gehaspeld zijn. Hij pleit opnieuw voor de totale afschaffing van de lijststem, zelfs als dat de concurrentie binnen de politieke partijen verscherpt. Volgens hem heeft men geen oog voor de kloof tussen de politici en de burger, die verbitterd raakt omdat hij de indruk heeft dat zijn stem geen gewicht in de schaal legt.

Daarom moet deze stap vandaag worden gezet met in het achterhoofd het contract dat de burger is voorgesteld ten tijde van de assisen van de democratie en de serie verklaringen waarbij hem werd beloofd dat naar hem zou worden geluisterd.

Het feit dat de commissie voor politieke vernieuwing blijkbaar een stille dood is gestorven, acht het lid een vorm van contractbreuk die de burger dreigt te ontgoochelen. Hij weet dat het systeem dat hij voorstelt moeilijkheden meebrengt, die eventueel kunnen worden opgevangen, maar toch vindt hij het een goed voorstel voor het komende decennium.

Een lid wijst erop dat het probleem van een gebrek aan verkozenen zich vooral voordoet op provinciale lijsten op verschillende plaatsen maar veel minder bij andere lijsten. Zij staat niet negatief tegenover de amendementen van mevrouw Thijs.

De indienster stelt dat zich tijdens een legislatuur een aantal problemen kunnen voordoen : overlijden van een verkozene, aanvaarding van een job onverenigbaar met het mandaat ... Op dat ogenblik is een lijst van opvolgers noodzakelijk.

De minister benadrukt dat de kleine kieskringen een reëel probleem vormen en dat bij uitputting van de opvolgerslijst buitengewone verkiezingen moeten worden georganiseerd. De minister geeft er de voorkeur aan dat na de stemming over de voorliggende ontwerpen, een wetsvoorstel voor alle assemblees samen wordt ingediend.

Een lid meent dat een keuze inzake de decumulatie van mandaten, waarbij bepaalde vormen van cumulatie verboden worden, bijkomend enorme moeilijkheden zal opleveren.

Een lid meent dat de wens van de minister om het voorstel voor alle assemblees te onderzoeken niet haalbaar is. Een akkoord voor alle assemblees is immers onmogelijk op redelijke termijn. De verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers zijn de enige verkiezingen waar het probleem zich snel kan stellen en waar de termijn van de verkiezingen niet vastligt. Indien dit wordt doorgevoerd zonder dat het probleem van de afschaffing van de opvolgers is opgelost is dit onverantwoord. Vooraleer het huidige ontwerp wordt gestemd, moet er bij de regering al een voorbeeld van oplossing worden uitgewerkt voor de Kamerverkiezingen. Hij verzet zich tegen een procedure waarbij alles in één keer moet worden geregeld omdat dit problemen zal veroorzaken.

b) Artikelsgewijze bespreking

Artikel 1

Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.

Artikel 2

Mevrouw Thijs dient amendement nr. 1 in, dat ertoe strekt het tweede lid aan te vullen met de woorden « te vermeerderen met vijf ».

Om te voorkomen dat er als gevolg van het voorliggende ontwerp bij gebrek aan opvolgers tussentijdse verkiezingen moeten worden gehouden, wordt voorgesteld dat er op een lijst vijf kandidaten meer mogen voorkomen dan het aantal te verkiezen leden. De voorgestelde formule is een mogelijkheid en geen verplichting en daardoor blijft het democratisch recht op kandidaatstelling bij verkiezingen ten volle gehandhaafd. Tegelijk verhoogt het voorstel de betrokkenheid bij de verkiezingen.

De minister herhaalt dat hij het probleem liever geregeld wil zien door een afzonderlijk wetsvoorstel voor alle assemblees.

Artikelen 3 en 4

Over deze artikelen worden geen opmerkingen gemaakt.

Artikel 5

De heer Dallemagne dient amendement nr. 3 in, dat ertoe strekt de woorden « Alvorens de gekozenen aan te wijzen, ... totdat de helft van het aantal stembiljetten met een lijststem uitgeput is » te doen vervallen.

Volgens de indiener van het amendement moet de devolutieve kracht van de lijststemmen volledig tenietgedaan worden om meer gewicht toe te kennen aan de keuze van de kiezer en om het kiesstelsel doorzichtiger te maken. Deze stemmen zouden alleen in rekening gebracht mogen worden voor de zetelverdeling tussen de lijsten en niet meer voor het toekennen van zetels aan kandidaten. Zo worden alleen de kandidaten met de meeste voorkeurstemmen verkozen, ongeacht waar zij op de lijst staan.

De minister stelt vast dat dit amendement de devolutieve kracht van de lijststemmen volledig wil tenietdoen. Dit valt niet samen met het regeringsakkoord, dat ertoe strekt de devolutieve kracht voor slechts de helft te beperken. De minister vraagt derhalve dat het oorspronkelijke wetsontwerp behouden blijft.

Een lid stelt dat het voorstel van de heer Dallemagne reeds eerder werd gemaakt door de VLD en dat zij bijgevolg eveneens achter een volledige afschaffing van de devolutieve kracht staat. Maar aangezien het om een regeringscompromis gaat en dat regeren geven en nemen betekent, gaat haar partij akkoord met het regeringscompromis.

Een lid verbaast zich over het demagogisch en antidemocratisch karakter van dit amendement, gelet op het werk dat door de PSC is verricht. Het onvermogen van sommige partijen om een interne democratie te organiseren lijkt hen ertoe te verplichten een discours te ontwikkelen dat wars is van elke ideologie terwijl het politieke debat juist een ideologisch debat is, waarbij keuzes moeten worden gemaakt en via de politieke partijen moeten worden vertolkt. Men kan van mening zijn dat de interne structuren en de werking van de partijen voor verbetering vatbaar zijn en onvoldoende democratisch zijn maar nu al kiezen voor een systeem van directe democratie is wel een grote stap. Het is zelfs een grove vergissing.

Uit alle CRISP-studies blijkt immers dat een dergelijk systeem niet voor meer democratie zorgt maar leidt tot een systeem, waarin het politieke debat onbestaande is en waarin louter het mediagenieke optreden van een kandidaat de doorslag geeft.

De regeringsverklaring beperkt de schade daar zij de devolutieve kracht van de lijststemmen halveert.

Het is het goed recht van partijen om hun interne structuren te veranderen, maar zij hebben daarentegen niet het recht een depolitisering van de samenleving op te leggen.

Een lid herinnert eraan dat het om een PSC-voorstel gaat dat dateert van het congres over de democratie van 1998. Men herinnere zich dat elke partij heeft nagedacht over de vraag hoe de burger te verzoenen met de politiek. Er bestaan weliswaar andere middelen om ervoor te zorgen dat de burger meer inspraak heeft bij de keuze van de verkozenen.

Misschien moet de maatregel die hij voorstelt, worden bijgestuurd wegens bepaalde gevolgen ervan zoals de politieke marketing die een echt probleem vormt in de hedendaagse democratie.

Hij is evenwel van mening dat men vertrouwen moet hebben in de burger en dat men moet pogen de dwalingen van de democratie, bijvoorbeeld de invloed van het geld en de marketing op ons democratisch bestel, te corrigeren. Het is al te gemakkelijk ervan uit te gaan dat de totale afschaffing van de devolutieve kracht de democratie zou schaden. Het is opportuun dit systeem te aanvaarden en de nadelige gevolgen ervan weg te werken alsook aan de burgers vertrouwen te schenken.

Hij betreurt dat de commissie voor de politieke vernieuwing in het slop is geraakt en dat de beloften aan de burger op het stuk van de verbetering van de democratie loze woorden zijn gebleken. De volledige afschaffing van de devolutieve kracht geeft dus een sterk signaal aan de burger teneinde diens vertrouwen te herstellen.

Artikel 6

De heer Dallemagne dient amendement nr. 4 in, dat ertoe strekt artikel 6 van het ontwerp van bijzondere wet te doen vervallen.

De verantwoording is dezelfde als de verantwoording van amendement nr. 3.

Artikel 7

Dit artikel geeft geen aanleiding tot opmerkingen.

Artikel 8

Dit artikel geeft geen aanleiding tot opmerkingen.

Artikel 9

Mevrouw Thijs dient amendement nr. 2 in dat ertoe strekt het tweede lid aan te vullen met de woorden « te vermeerderen met vijf ».

De verantwoording is dezelfde als voor amendement nr. 1.

Artikelen 10 tot 16

Deze artikelen geven geen aanleiding tot opmerkingen.

c) Artikelsgewijze stemming

Artikel 1

Artikel 1 wordt eenparig aangenomen door de 11 aanwezige leden.

Artikel 2

Het amendement nr. 1 wordt verworpen met 10 stemmen tegen 1.

Artikel 2 wordt aangenomen met 9 stemmen bij 2 onthoudingen.

Artikel 3

Artikel 3 wordt aangenomen met 10 stemmen bij 1 onthouding.

Artikel 4

Artikel 4 wordt aangenomen met 10 stemmen bij 1 onthouding.

Artikel 5

Het amendement nr. 3 wordt verworpen met 11 stemmen tegen 1 stem.

Artikel 5 wordt aangenomen met 11 stemmen bij 1 onthouding.

Artikel 6

Het amendement nr. 4 wordt verworpen met 10 stemmen tegen 1 stem bij 1 onthouding.

Artikel 6 wordt aangenomen met 9 stemmen tegen 1 stem bij 1 onthouding.

Artikel 7

Artikel 7 wordt aangenomen met 11 stemmen bij 1 onthouding.

Artikel 8

Artikel 8 wordt aangenomen met 10 stemmen bij 2 onthoudingen.

Artikel 9

Het amendement nr. 2 wordt verworpen met 9 stemmen tegen 3.

Artikel 9 wordt aangenomen met 9 stemmen bij 3 onthoudingen.

Artikelen 10 tot 16

De artikelen 10 tot 16 worden aangenomen met 11 stemmen bij 1 onthouding.

d) Stemmingen over het wetsontwerp in zijn geheel

Het ontwerp van bijzondere wet wordt in zijn geheel aangenomen met 10 stemmen bij 2 onthoudingen.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Jeannine LEDUC. Anne-Marie LIZIN.

De door de commissie aangenomen tekst
is dezelfde als de tekst
van het ontwerp van bijzondere wet
(zie stuk Senaat nr. 2-679/1 - 2000/2001)