2-532/1

2-532/1

Belgische Senaat

ZITTING 1999-2000

14 JULI 2000


Wetsvoorstel houdende de organisatie van de civiele veiligheidsdiensten

(Ingediend door de heer Georges Dallemagne en mevrouw Anne-Marie Lizin)


TOELICHTING


De commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden van de Senaat heeft gedurende meer dan 6 maanden de werking van de civiele bescherming en van de hulpdiensten in ons land bestudeerd.

Het uitgangspunt van deze werkzaamheden was de bespreking van een wetsvoorstel ingediend door mevrouw Lizin (Stuk Senaat, nr. 2-16/1, 1999-2000), dat de hervorming van de hulpdiensten beoogt. De leden van de commissie zijn snel tot het besef gekomen dat dit initiatief nog veel werk zou vergen en dat het belangrijk is daarbij de actoren in de sector van de civiele bescherming uitgebreid te raadplegen.

In de eerste plaats hebben de commissieleden vastgesteld dat de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming grondig gewijzigd dient te worden. De hulpdiensten zijn nu immers anders georganiseerd en zij kunnen momenteel geen volledige garantie bieden wat hun optreden betreft bij civiele risico's zoals ongevallen, natuurrampen, branden en overstromingen.

Om de geplande hervorming af te stemmen op de bestaande behoeften, heeft de commissie de betrokken personen en diensten uitgebreid aan het woord laten komen.

VASTSTELLINGEN

Al deze hoorzittingen en bezoeken hebben tot de volgende vaststellingen geleid :

A. Structurele problemen

1) In het algemeen zijn de risico's niet in kaart gebracht. Dit is nochtans een conditio sino qua non voor de rationele organisatie van de hulpdiensten.

2) De minister en de gouverneurs moeten de noodplannen opstellen en uitvoeren. Deze plannen beantwoorden niet voor alle provincies en plaatsen aan eenvormige normen.

3) De civiele bescherming heeft de kwalijke gevolgen moeten ondergaan van het lineaire aftoppen van de begrotingen gedurende de jaren van budgettaire inkrimping. Dit was een tegenvaller voor haar eigen investeringen en ook voor de subsidies bedoeld om de brandweerdiensten en de diensten voor dringende medische hulpverlening uit te rusten.

4) Er is weinig samenwerking tussen de minister van Binnenlandse Zaken, onder wie de civiele bescherming en de brandweer ressorteren, en de minister van Volksgezondheid, die de normen voor de dringende medische hulpverlening bepaalt.

5) De versnippering van de brandweerdiensten is onproductief. Wanneer bovendien een dienst voor verschillende gemeenten moet instaan, verdeelt de gouverneur de kosten over de centrumgemeente en de andere gemeenten, zonder objectieve en duidelijke verdeelsleutel. Uit de cijfers blijkt dat de inwoners van de centrumgemeente veel meer bijdragen dan de inwoners van de andere gemeenten. Dat is onrechtvaardig en ongerechtvaardigd. Ook hangt de doelmatigheid van de samenwerking binnen en tussen de huidige, door de reglementering vastgelegde zones nog teveel af van de goede wil van de diensthoofden.

6) Met de huidige reglementering wordt de verdeling in zones geļnterpreteerd als een manier om te besparen op de federale subsidies veeleer dan als een nuttig organisatiemiddel. Ongezonde concurrentie tussen de zones om « de grootste » te worden moet worden voorkomen.

7) Met betrekking tot de dringende medische hulpverlening ligt het accent niet langer op het vervoer van zieken, maar op het vervoer van artsen naar de plaats van het incident. Dat kan levens te redden maar roept vragen op over de samenwerking tussen de veiligheidssector en de urgentiediensten van de ziekenhuizen.

8) Er heerst een zekere wanorde wat het materieel betreft. Sommige gemeenten zijn goed uitgerust, andere niet. Er zijn gemeenten die liever niet geconfronteerd worden met de administratieve formaliteiten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en die er de voorkeur aan geven om op eigen kosten materieel aan te kopen, veeleer dan gebruik te maken van de gezamenlijke aankopen van het ministerie. Vaak wordt er op een ondoordachte manier gespecialiseerd materieel aangekocht, dat dan in een opslagplaats verdwijnt en niet wordt gebruikt bij gebrek aan onderhoud of aan personeel dat bekwaam is om het te gebruiken.

B. Statuut van het personeel

9) De gemeentelijke autonomie zorgt ervoor dat de centrumgemeenten heer en meester zijn over het statuut van hun brandweerlui. Dit leidt tot tal van uiteenlopende statuten, wat dan weer problemen, spanningen en onrust veroorzaakt, zowel bij de gemeenten als bij de hulpdiensten.

10) Terwijl de civiele bescherming op federaal niveau georganiseerd is, kunnen de brandweerdiensten zich niet op een dergelijke structuur beroepen, zodat zij zich als beroepsgroep weinig kunnen laten gelden.

11) Voor het goede verloop van de operaties zijn er vrijwilligers nodig, niet alleen om aan een voldoende aantal hulpverleners te komen maar ook om praktische en budgettaire redenen. Er is niet overal nood aan een beroepskorps. In zones waar niet onophoudelijk incidenten plaatsvinden, kan een vrijwilligerskorps nuttig zijn. Deze vrijwilligers moeten echter een degelijk statuut hebben, geleid worden en passend opgeleid zijn.

C. Opleiding van het personeel

12) Bij de indiensttreding en na de benoeming dient een eenvormige opleiding te worden gegeven. Voor de officieren moet er een specifieke hogere opleiding komen die bij ons, in tegenstelling tot onze buurlanden, tot op heden niet bestaat.

D. Toegankelijkheid en communicatie

13) De crisiscentra zijn niet dag en nacht werkzaam. Er zou een wachtdienst moeten komen.

14) De 100-centrales zijn ingedeeld volgens de telefoonzones. Sommige brandweerkorpsen hangen af van verschillende 100-centrales. Dat komt de dienstverlening natuurlijk niet ten goede.

15) Wat de communicatie betreft, moet ten slotte worden gezorgd voor een onderlinge verbinding van alle netten (Astrid, Natinul, Telerad, brandweerdiensten, enz.).

Wat tot slot, na de gedane vaststellingen en de afgelegde bezoeken, vooral in het oog springt is de totale heterogeniteit van het materieel, de werkwijzen, de statuten, de manieren waarop wordt ingegrepen, de veiligheidsniveau's. Ook opvallend is het ontbreken van een volledige en federaal geļntegreerde inventaris van alle risico's op het vlak van de civiele veiligheid. Bijgevolg bestaat er ook geen definitie van het niveau van civiele veiligheid dat men voor de bevolking wenst. De werkzaamheden van de commissie hebben voorts aangetoond dat de samenwerking te wensen overlaat en hoe gebrekkig de structuur is met betrekking tot de diverse hulpdiensten en de verschillende niveaus waarop de civiele veiligheid op plaatselijk, provinciaal en federaal vlak kan optreden.

Op basis van deze vaststellingen worden de volgende aanbevelingen gedaan

In het kader van de bespreking van de hervorming van de hulpdiensten, die zowel in de Senaat als op executief vlak wordt voortgezet, legt de commissie de volgende aanbevelingen ter stemming voor aan de Assemblee :

Structuur

De commissie voor de Binnenlandse Zaken beveelt aan een Federale Raad voor de civiele veiligheid op te richten. Deze raad speelt een adviserende rol en krijgt de bevoegdheid om initiatieven te nemen.

De commissie voor de Binnenlandse Zaken beveelt aan provinciale en zonale raden voor de civiele veiligheid op te richten. Daarbij wordt het bestaande zonesysteem overgenomen.

De Koning bepaalt de samenstelling van de raden en doet daarbij een beroep op alle betrokken burgemeesters.

Vaststelling van de risico's

De commissie beveelt aan criteria vast te leggen om de risico's te bepalen en een cartografisch systeem uit te werken waarop de risico's en de verkeersaders vermeld staan.

Deze kaarten worden aan de diensten voor de civiele veiligheid bezorgd. Hieraan dient een clausule van vertrouwelijkheid verbonden te zijn.

Opleiding

Er dient een betere opleiding te komen voor het personeel, zowel bij de werving als gedurende de loopbaan.

Daartoe beveelt de commissie aan een federale academie van de civiele veiligheid voor officieren te richten en de middelen voor de provinciale scholen te verhogen.

Professionalisering

De commissie vraagt om een verdere professionalisering. De plaats waar de beroepskrachten worden ingezet, dient af te hangen van verschillende criteria : de plaats en de aard van de risico's, demografische en economische elementen (stad, industrieterrein, ...).

Statuut

De commissie voor de Binnelandse Zaken beveelt aan de hiėrarchie te herzien en te vereenvoudigen. De nieuwe civiele-veiligheidsdiensten, samengesteld uit de brandweerdiensten en de diensten van de civiele bescherming, moeten in drie homogene categorieėn van graden verdeeld worden (officier, onderofficier, basisgraad), met daarnaast het administratief personeel.

Elke civiele-veiligheidszone moet de personeelsformatie « civiele veiligheid » volgen. De formaties « officier », « onderofficier » en « basis » moeten opgevuld worden.

Verticale en horizontale mobiliteit

Ieder personeelslid van de civiele-veiligheidsdiensten moet, binnen de grenzen van zijn specialiteit, kunnen rekenen op overplaatsingen en bevorderingen tussen de zones onderling alsook tussen de zones en de gespecialiseerde federale diensten voor de civiele veiligheid.

Vrijwilligers

De commissie voor de Binnenlandse Zaken raadt de regering aan maatregelen te nemen om het statuut van de vrijwillige leden van de civiele-veiligheidsdiensten geleidelijk te harmoniseren. Zij beveelt aan over vijf jaar tot een volledig eenvormig statuut te komen.

Gelijke kansen voor mannen en vrouwen

De commissie voor de Binnenlandse Zaken beveelt aan om maatregelen uit te werken waardoor de vrouwen beter geļnformeerd worden over hun carričremogelijkheden bij de civiele-veiligheidsdiensten.

Pensioenleeftijd

Tenslotte moet de pensioenleeftijd van de personeelsleden van de civiele-veiligheidsdiensten onderzocht worden met inachtneming van de specifieke aard van hun werk, zoals dat ook is gebeurd bij de politiehervorming.

Financiering

Bij de hervorming moeten de lasten via objectieve criteria op een billijker wijze verdeeld worden.

Georges DALLEMAGNE.
Anne-Marie LIZIN.

WETSVOORSTEL


HOOFDSTUK I

Algemene bepaling

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

HOOFDSTUK II

Definities

Art. 2

De diensten van de civiele veiligheid staan in voor het geheel van maatregelen die dienen om :

­ personen te helpen;

­ goederen te beschermen;

­ dringende medische hulp te verlenen;

­ het milieu te beschermen;

­ aan preventie te doen;

­ toezicht te houden op de omgevingsradioactiviteit;

­ uitzonderlijke situaties te beheren;

­ risico's te bestuderen en in te schatten.

Art. 3

De Koning bepaalt het grondgebied van iedere plaatselijke civiele-veiligheidszone.

Art. 4

Een plaatselijke civiele-veiligheidszone groepeert de gemeenten die afhangen van hetzelfde civiele-veiligheidscentrum.

Art. 5

De gemeenten die deel uitmaken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vormen de Brusselse civiele-veiligheidszone.

Art. 6

In het Vlaams Gewest en in het Waals Gewest vormen de plaatselijke civiele-veiligheidszones binnen een provincie een provinciale civiele-veiligheidszone.

HOOFDSTUK III

Samenstelling van de beheersorganen

bevoegd inzake de civiele veiligheid

AFDELING 1

Plaatselijke Raad voor de civiele veiligheid

Art. 7

De burgemeesters van de gemeenten waaruit een plaatselijke civiele-veiligheidszone is samengesteld, vormen samen met de officier die aan het hoofd staat van de plaatselijke zone, de Plaatselijke Raad voor de civiele veiligheid.

Iedere burgemeester neemt bij toerbeurt het voorzitterschap van de Plaatselijke Raad voor de civiele veiligheid waar.

AFDELING II

Provinciale Raad voor de civiele veiligheid

en Brusselse Raad voor de civiele veiligheid

Art. 8

In het Vlaams Gewest en in het Waals Gewest is de Provinciale Raad voor de civiele veiligheid samengesteld uit :

­ de voorzitters van de Zonale Raden voor de civiele veiligheid;

­ de provinciegouverneurs;

­ een inspecteur van de diensten van de civiele veiligheid;

­ vijf officieren.

Wanneer voorts de Provinciale Raad voor de civiele veiligheid over technische aangelegenheden vergadert, maakt de voorzitter van de betrokken technische commissie deel uit van deze raad.

De provinciegouverneur is de voorzitter van de Provinciale Raad voor de civiele veiligheid.

Art. 9

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de Brusselse Raad voor de civiele veiligheid samengesteld uit :

­ de burgemeesters van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

­ de gouverneur van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

­ een inspecteur van de diensten van de civiele veiligheid;

­ vijf officieren.

Wanneer voorts de Brusselse Raad voor de civiele veiligheid over technische aangelegenheden vergadert, maakt de voorzitter van de betrokken technische commissie deel uit van deze raad.

De gouverneur van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de voorzitter van de Brusselse Raad voor de civiele veiligheid.

AFDELING III

Adviesraad van burgemeesters

Art. 10

De Adviesraad van burgemeesters is samengesteld uit 16 burgemeesters benoemd door de Koning.

AFDELING IV

Federale Directie van de civiele veiligheid

Art. 11

De Federale Directie van de civiele veiligheid is samengesteld uit :

­ een directeur;

­ een permanent secretariaat;

­ een vertegenwoordiger van iedere Provinciale Raad voor de civiele veiligheid.

AFDELING V

Federale Raad voor de civiele veiligheid

Art. 12

De Federale Raad voor de civiele veiligheid is samengesteld uit :

­ de federale minister tot wiens bevoegdheid de civiele veiligheid behoort, of zijn vertegenwoordiger;

­ de federale minister tot wiens bevoegdheid de volksgezondheid behoort, of zijn vertegenwoordiger;

­ de minister van het Brussels Gewest tot wiens bevoegdheid de civiele veiligheid behoort, of zijn vertegenwoordiger;

­ de provinciegouverneurs;

­ de gouverneur van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

­ een vertegenwoordiger van de Provinciale Raden voor de civiele veiligheid en van de Brusselse Raad voor de civiele veiligheid.

Wanneer voorts de Federale Raad voor de civiele veiligheid onderwerpen behandelt die verband houden met de personeelsformatie, de bezoldigingsregeling en het administratief statuut, de weddenschalen, de toelagen en de vergoedingen, alsook de voorwaarden inzake werving, benoeming en bevordering voor het personeel van de civiele veiligheid, nemen ook de gewestelijke ministers tot wier bevoegdheid de werkgelegenheid behoort, of hun vertegenwoordigers aan de besprekingen deel.

HOOFDSTUK IV

Bevoegdheden

AFDELING I

Plaatselijke Raad voor de civiele veiligheid

Art. 13

De Plaatselijke Raad voor de civiele veiligheid staat in voor het dagelijks beheer van de diensten van de civiele veiligheid binnen de plaatselijke civiele-veiligheidszone.

AFDELING II

Provinciale Raad voor de civiele veiligheid

en Brusselse Raad voor de civiele veiligheid

Art. 14

De Provinciale Raden voor de civiele veiligheid en de Brusselse Raad voor de civiele veiligheid hebben tot taak de beslissingen uit te voeren van de technische commissies bedoeld in de artikelen 16 tot 19.

Art. 15

Elke Provinciale Raad voor de civiele veiligheid alsook de Brusselse Raad voor de civiele veiligheid wijzen uit hun leden een lid aan dat zijn raad vertegenwoordigt in de Federale Raad voor de civiele veiligheid.

AFDELING III

Technische commissies

Art. 16

De Technische Commissie belast met de organisatie van de civiele veiligheid zorgt voor de correcte toepassing van :

1. de regels vastgesteld door de Koning;

2. de door de Algemene Directie van de civiele veiligheid op basis van de bepalingen van de Federale Raad voor de civiele veiligheid vastgestelde regels;

3. de organieke reglementen en het huishoudelijk reglement.

Art. 17

De Technische Commissie belast met de werving en de bevordering van de personeelsleden van de diensten van de civiele veiligheid organiseert de werving en de bevordering van de personeelsleden. De Technische Commissie bepaalt tevens het kader waarin de psychosociale begeleiding van de brandweerlui plaatsvindt.

Art. 18

De Technische Commissie belast met de doeltreffendheid van de operaties op het vlak van de civiele veiligheid ziet toe op het doeltreffend verloop van de operaties door :

1. een analyse te maken van de aard van de operaties voor elk van de samenstellende plaatselijke zones;

2. het materieel onder de plaatselijke zones te verdelen;

3. ervoor te zorgen dat er genoeg personeel en materieel beschikbaar zijn;

4. ervoor te zorgen dat er in elke zone een officier permanent aanwezig is;

5. versterkingen te organiseren die in andere zones kunnen bijspringen;

6. het verloop van de dringende medische hulpverlening te controleren.

Art. 19

De Technische Commissie belast met de opleiding op het vlak van de civiele veiligheid richt een provinciale school voor de civiele veiligheid op.

AFDELING IV

Speciale Interventiegroep

Art. 20

De Speciale Interventiegroep voert technologisch zeer complexe operaties uit :

­ operaties in een nucleaire, bacteriologische of chemische omgeving;

­ onderzoek en opsporing;

­ verkenning van het terrein;

­ evacuatie van personen die in gevaar verkeren;

­ andere, door de Koning te bepalen omstandigheden.

AFDELING V

Federale Directie van de civiele veiligheid

Art. 21

De Federale Directie van de civiele veiligheid heeft tot taak de wet en de koninklijke besluiten betreffende de civiele veiligheid uit te voeren.

Art. 22

De Federale Directie van de civiele veiligheid heeft tot taak de beslissingen uit te voeren van de Federale Raad voor de civiele veiligheid, zoals bepaald in artikel 26 van deze wet.

Art. 23

De Federale Directie van de civiele veiligheid heeft bovendien tot taak :

1. preventieregels inzake de civiele veiligheid op te stellen;

2. een inspectiedienst voor de civiele veiligheid op te richten;

3. de lessen van de federale academie voor de civiele veiligheid te organiseren.

Art. 24

De Federale Directie van de civiele veiligheid neemt het dagelijks beheer van de civiele-veiligheidsdiensten waar op federaal vlak.

AFDELING VI

De Federale Raad voor de civiele veiligheid

Art. 25

De Federale Raad voor de civiele veiligheid stelt aan de Koning voor regels te bepalen inzake :

1. het statuut van de personeelsleden van de civiele veiligheid;

2. de opleiding van de personeelsleden van de civiele veiligheid;

3. de criteria voor de financiering van de civiele veiligheid door de zones.

Art. 26

De Federale Raad voor de civiele veiligheid stelt de reglementen vast inzake :

1. het bepalen van de risicocriteria en de niveaus;

2. het bepalen van de normen betreffende de risico's, het personeel, het materieel en de opleiding;

3. de spreiding van het personeel over de provinciale zones;

4. de verdeling van het materieel over de provinciale zones;

5. het opstellen van het programma van de federale academie voor de civiele veiligheid.

Art. 27

De Federale Raad voor de civiele veiligheid benoemt voor iedere provinciale civiele-veiligheidszone en voor de Brusselse civiele-veiligheidszone vijf officieren die het personeel van de hulpdiensten vertegenwoordigen in de Provinciale Raden voor de civiele veiligheid en in de Brusselse Raad voor de civiele veiligheid.

Art. 28

De Federale Raad voor de civiele veiligheid zendt ieder jaar aan het Parlement een verslag over dat de werking van de diensten van de civiele veiligheid evalueert : de burgerlijke risico's waaraan de bevolking op het vlak van de civiele veiligheid is blootgesteld, het niveau van civiele veiligheid van de bevolking, de materiėle en persoonlijke schadegevallen, de middelen die aan de civiele bescherming zijn toegewezen, de aanbevelingen inzake civiele veiligheid.

Art. 29

De Federale Raad voor de civiele veiligheid omvat een permanent secretariaat waarvan de leden door de Koning worden benoemd en dat het overleg en de coördinatie tussen de federale ministers, de gewestelijke ministers en de provinciale autoriteiten organiseert.

Art. 30

Het permanent secretariaat van de Federale Raad voor de civiele veiligheid organiseert het overleg en de coördinatie tussen de federale minsters, de gewestelijke ministers en de provinciale autoriteiten.

AFDELING VII

De Koning

Art. 31

Op voorstel van de Federale Raad voor de civiele veiligheid, stelt de Koning de regels vast inzake :

1. het statuut van de personeelsleden van de civiele veiligheid;

2. de opleiding van de leden van de civiele veiligheid;

3. de criteria voor de financiering van de civiele veiligheid door de zones.

Art. 32

Op voorstel van de Federale Raad voor de civiele veiligheid, benoemt de Koning de directeur van de Algemene Directie van de civiele veiligheid.

Art. 33

Op voorstel van de Federale Raad voor de civiele veiligheid, benoemt de Koning de leden van het permanent secretariaat van de Algemene Directie van de civiele veiligheid.

Art. 34

Op voorstel van de Federale Raad voor de civiele veiligheid, benoemt de Koning de leden van de Speciale Interventiegroep.

Art. 35

Op voorstel van de Federale Raad voor de civiele veiligheid, benoemt de Koning de burgemeesters die deel uitmaken van de Adviesraad van burgemeesters.

HOOFDSTUK V

Personeel

AFDELING I

Statuut van het personeel

Art. 36

Het beroepspersoneel van de diensten van de civiele veiligheid heeft een eenvormig statuut.

Art. 37

Het vrijwillig personeel van de diensten van de civiele veiligheid heeft een eenvormig statuut.

Dit statuut bepaalt het minimumloon, het pensioenrecht, het vakantiegeld en de waarborgen bij een arbeidsongeval.

AFDELING II

Hiėrarchie

Art. 38

Het beroeps- en vrijwillig personeel van de diensten van de civiele veiligheid is verdeeld in drie categorieėn van graden :

­ de graad van « officier »;

­ de graad van « onderofficier »;

­ de basisgraad.

De Koning bepaalt de loonschalen binnen iedere graad.

HOOFDSTUK VI

Opleiding

Art. 39

De provinciale school voor de diensten van de civiele veiligheid staat in voor de opleiding van de onderofficieren en het basispersoneel.

Art. 40

De federale school voor de diensten van de civiele veiligheid staat in voor de opleiding van de officieren.

HOOFDSTUK VII

Inspectie

Art. 41

De Inspectiedienst van de civiele veiligheid oordeelt naar stukken en ter plaatse over de uitvoering van de wettelijke en de reglementaire bepalingen inzake de toestand van het materieel van de civiele-veiligheidsdiensten.

Art. 42

De Inspectiedienst controleert ten minste twee keer per jaar elke civiele-veiligheidsdienst.

HOOFDSTUK VIII

Financiering

AFDELING I

Financiering van de plaatselijke
civiele-veiligheidszones

Art. 43

De financiering van de plaatselijke civiele-veiligheidszones gebeurt als volgt :

­ door een dotatie van de federale overheid;

­ voor het Vlaams Gewest en voor het Waals Gewest, door een provinciale dotatie, en voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, door een dotatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

­ door gemeentelijke bijdragen, berekend op basis van de criteria bepaald in artikel 44.

Art. 44

Iedere zone stelt vast hoeveel de gemeenten bijdragen waaruit ze bestaat.

Deze bijdragen worden berekend op basis van :

­ het aantal inwoners van de gemeente;

­ het aantal bedrijven dat op het grondgebied van de gemeente is gevestigd.

AFDELING II

Financiering van de provinciale
civiele-veiligheidszones

Art. 45

In het Vlaams Gewest en in het Waals Gewest worden de provinciale civiele-veiligheidszones gefinancierd door de provincies.

AFDELING III

Financiering van de federale organen
van de civiele veiligheid

Art. 46

De federale overheid financiert de federale organen van de civiele veiligheid.

HOOFDSTUK IX

Overgangsbepalingen

Art. 47

De eenmaking van het statuut van het beroepspersoneel van de diensten voor de civiele veiligheid moet volledig doorgevoerd zijn binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet.

Art. 48

De eenmaking van het statuut van het vrijwillig personeel van de diensten voor de civiele veiligheid moet volledig doorgevoerd zijn binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet.

Art. 49

De Federale Raad voor de civiele veiligheid dient binnen zes maanden na zijn oprichting bij de minister een rapport in dat een cartografie en de inventaris van de structurele en de materiėle middelen alsook van de mankracht bevat die thans beschikbaar zijn op het vlak van de bestrijding van de civiele risico's.

HOOFDSTUK X

Slotbepaling

Art. 50

De wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming wordt opgeheven.

Georges DALLEMAGNE.
Anne-Marie LIZIN.