Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1859

van Lode Vereeck (Open Vld) d.d. 3 mei 2018

aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen

Staatssteun - Overtreding van de Europese regels - Bedragen - Terugbetaling - Aantal zaken - Cijfers

overheidssteun
toezicht op overheidssteun
terugbetaling van steun
economische steun
schending van het EU-recht
officiële statistiek

Chronologie

3/5/2018 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/6/2018 )
9/10/2018 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1847
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1848
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1849
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1850
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1851
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1852
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1853
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1854
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1855
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1856
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1857
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1858
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1860
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1861
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1862
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1863
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1864

Vraag nr. 6-1859 d.d. 3 mei 2018 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op vrijdag 26 januari 2018 vond er in het Federaal Adviescomité voor de Europese Aangelegenheden van de Senaat een gedachtewisseling plaats met mevrouw Margrethe Vestager, Europees commissaris voor Mededinging, over de verschillende aspecten van het Europees mededingingsbeleid (cf. stuk Senaat, nr. 6-400/1). Tijdens deze vergadering werden de drie componenten van het Europees beleid ter vrijwaring van de mededinging op de Europese vrije markt, zijnde het antikartelbeleid, de controle op marktconcentraties (bedrijfsfusies en -overnames) en het toezicht op staatssteun toegelicht.

In haar antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 6-1772 van 2 februari 2018 stelde de federale minister van Begroting « niet over alle gegevens te beschikken » met betrekking tot de overtredingen door België van de Europese staatssteunregels. Uit het antwoord bleek verder dat « Elke instantie [is] verantwoordelijk is voor de dossiers die onder de eigen bevoegdheden vallen ».

Het transversale karakter van deze vraag ligt besloten in het feit dat de middelen die vanuit het Europees mededingingsrecht in de federale Schatkist stromen, een impact hebben op de budgettaire situatie van het land. Aangezien België als één eenheid naar buiten treedt in zijn contacten met de Europese Unie (EU), hebben deze middelen onrechtstreeks een weerslag op de budgettaire verantwoordelijkheid van de gefedereerde entiteiten, zijnde de Gewesten en de Gemeenschappen.

Ik heb volgende vragen voor u :

De Europese Commissie waakt ook over de legitimiteit van de staatsteun die door de Europese lidstaten aan bedrijven wordt gegeven.

1) Graag verneem ik van u voor de dossiers die onder uw eigen bevoegdheid vallen hoe vaak de Europese Commissie sinds de eeuwwisseling reeds een veroordeling heeft uitgesproken wegens het toekennen van staatssteun die in overtreding was met de Europese staatssteunregels ?

2) Graag kreeg ik een overzicht met per casus het bedrag aan staatssteun dat op eis van de Europese Commissie terugbetaald moest worden, met vermelding van de identiteit van de « schuldenaar ».

3) Werden deze bedragen ook effectief aan de Belgische Staat terugbetaald ? Graag kreeg ik per casus een overzicht van de terugbetaalde staatssteun, uitgedrukt in euro's, enerzijds, en in percentage van het totaalbedrag aan initieel toegekende staatssteun, anderzijds.

4) Graag kreeg ik per casus en indien mogelijk een globaal overzicht van de bestemming(en) die aan deze middelen werd gegeven. Stroomden deze ontvangsten als algemene middelen terug naar de Schatkist ?

Antwoord ontvangen op 9 oktober 2018 :

1) De Europese Commissie heeft een procedure wegens inbreuk op de Europese staatssteunregels ingeleid met betrekking tot het koninklijk besluit van 7 januari 2014 tot toekenning van een toelage aan Brussels Airport Company, houder van de exploitatielicentie van de luchthaven Brussel-Nationaal, voor de ondersteuning van infrastructuur inzake beveiliging.

In samenspraak met de Europese Commissie besliste de regering om de betrokken steun vrijwillig in te trekken met het koninklijk besluit houdende intrekking van het koninklijk besluit van 7 januari 2014 tot toekenning van een toelage aan Brussels Airport Company, houder van de exploitatielicentie van de luchthaven Brussel-Nationaal, voor de ondersteuning van infrastructuur inzake beveiliging.

De Europese Commissie verklaarde de betrokken steun onverenigbaar met de interne markt in een beslissing van 18 juli 2017. In deze beslissing was evenwel gesteld dat België zich reeds naar de regels van de Europese Unie had geschikt.

2) & 3) De staatssteun in kwestie, die aan drie luchtvaartmaatschappijen werd toegekend, bedroeg respectievelijk 16 779 819 euro voor Brussels Airlines, 2 143 621 euro voor Jetair (vandaag TUI) en 76 560 euro voor Thomas Cook, wat neerkomt op een totaal bedrag van 19 miljoen euro.

Ook de rente op die bedragen was verschuldigd, te rekenen vanaf 22 september 2014 tot de datum van de terugbetaling. Die rente werd door de Europese Commissie berekend, en zodoende liep het totale bedrag op tot 17 323 365,30 euro voor Brussels Airlines, 2 213 059,01 euro voor TUI en 79 040 euro voor Thomas Cook.

4) Voor wat de bestemmingsvraag betreft, verwijs ik u naar punt 4) d) van het antwoord van de minister van Begroting op uw schriftelijke vraag nr.6-1772 van 2 februari 2018. Hierin verduidelijkte de minister dat de middels een terugvorderingsprocedure verkregen middelen rechtstreeks, zonder voorafgaande bestemming in de schatkist vloeien.