Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1858

van Lode Vereeck (Open Vld) d.d. 3 mei 2018

aan de minister van Begroting, belast met de Nationale Loterij

Staatssteun - Overtreding van de Europese regels - Bedragen - Terugbetaling - Aantal zaken - Cijfers

overheidssteun
toezicht op overheidssteun
terugbetaling van steun
economische steun
schending van het EU-recht
officiële statistiek

Chronologie

3/5/2018 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/6/2018 )
28/5/2018 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1847
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1848
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1849
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1850
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1851
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1852
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1853
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1854
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1855
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1856
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1857
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1859
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1860
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1861
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1862
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1863
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1864

Vraag nr. 6-1858 d.d. 3 mei 2018 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op vrijdag 26 januari 2018 vond er in het Federaal Adviescomité voor de Europese Aangelegenheden van de Senaat een gedachtewisseling plaats met mevrouw Margrethe Vestager, Europees commissaris voor Mededinging, over de verschillende aspecten van het Europees mededingingsbeleid (cf. stuk Senaat, nr. 6-400/1). Tijdens deze vergadering werden de drie componenten van het Europees beleid ter vrijwaring van de mededinging op de Europese vrije markt, zijnde het antikartelbeleid, de controle op marktconcentraties (bedrijfsfusies en -overnames) en het toezicht op staatssteun toegelicht.

In haar antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 6-1772 van 2 februari 2018 stelde de federale minister van Begroting « niet over alle gegevens te beschikken » met betrekking tot de overtredingen door België van de Europese staatssteunregels. Uit het antwoord bleek verder dat « Elke instantie [is] verantwoordelijk is voor de dossiers die onder de eigen bevoegdheden vallen ».

Het transversale karakter van deze vraag ligt besloten in het feit dat de middelen die vanuit het Europees mededingingsrecht in de federale Schatkist stromen, een impact hebben op de budgettaire situatie van het land. Aangezien België als één eenheid naar buiten treedt in zijn contacten met de Europese Unie (EU), hebben deze middelen onrechtstreeks een weerslag op de budgettaire verantwoordelijkheid van de gefedereerde entiteiten, zijnde de Gewesten en de Gemeenschappen.

Ik heb volgende vragen voor u :

De Europese Commissie waakt ook over de legitimiteit van de staatsteun die door de Europese lidstaten aan bedrijven wordt gegeven.

1) Graag verneem ik van u voor de dossiers die onder uw eigen bevoegdheid vallen hoe vaak de Europese Commissie sinds de eeuwwisseling reeds een veroordeling heeft uitgesproken wegens het toekennen van staatssteun die in overtreding was met de Europese staatssteunregels ?

2) Graag kreeg ik een overzicht met per casus het bedrag aan staatssteun dat op eis van de Europese Commissie terugbetaald moest worden, met vermelding van de identiteit van de « schuldenaar ».

3) Werden deze bedragen ook effectief aan de Belgische Staat terugbetaald ? Graag kreeg ik per casus een overzicht van de terugbetaalde staatssteun, uitgedrukt in euro's, enerzijds, en in percentage van het totaalbedrag aan initieel toegekende staatssteun, anderzijds.

4) Graag kreeg ik per casus en indien mogelijk een globaal overzicht van de bestemming(en) die aan deze middelen werd gegeven. Stroomden deze ontvangsten als algemene middelen terug naar de Schatkist ?

Antwoord ontvangen op 28 mei 2018 :

1) Wat betreft de dossiers die binnen mijn bevoegdheid vallen, is er geen enkele veroordeling geweest van de Europese Commissie voor het toekennen van staatssteun die in overtreding was met de Europese regels.

2) tot 4) Die vragen zijn dus niet van toepassing.