Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-8545

van Yves Buysse (Vlaams Belang) d.d. 20 maart 2013

aan de minister van Werk

Sociale verkiezingen - Betwisting tussen kandidaten en hun werkgever - Arbeidsrechtbank - Onontvankelijke tussenkomst van advocaten in opdracht van de Belgische Staat

vakbondsverkiezing
vakbond
arbeidsrechtspraak
advocaat

Chronologie

20/3/2013 Verzending vraag
13/9/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-8545 d.d. 20 maart 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Naar aanleiding van de sociale verkiezingen 2012 werd op twee plaatsen, voor de arbeidsrechtbank te Gent en te Brugge, een vordering tot staken op basis van de anti-discriminatie wetgeving ingeleid door werknemers die kandidaat willen zijn voor de erkende Britse vakbond Solidarity en haar Vlaamse afdeling, de Vlaamse Solidaire Vakbond (VSV). Dit telkens tegen hun werkgever.

In ons recht voorzien partijen in hun eigen verdediging. De magistraat oordeelt onafhankelijk. Hij wordt bijgestaan met een advies van het auditoraat. Daardoor zijn de krachten tussen partijen in evenwicht.

Tot verbazing van velen verschenen in de rechtbank naast de advocaten voor de drie monopolievakbonden ook twee advocaten voor de Belgische Staat. Die was geen procespartij, maar de advocaten kwamen naar eigen zeggen "het algemeen belang" verdedigen.

De arbeidsrechter te Gent wees de tussenkomst van de Belgische Staat op vraag van de eisende partij af met deze motivering: "De algemene verantwoording van de Belgische Staat om tussen te komen beantwoordt niet aan deze vereisten... De organisatie van de sociale verkiezingen werd door de wetgever nauwkeurig en gedetailleerd bepaald en omschreven... De minister van Werk is daarin geen partij, de organisatie ervan berust in handen van werkgevers en vakbonden... De minister van Werk heeft geen afdoende belang in de zin van artikel 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek om in dit geding tussen te komen."

Graag een antwoord op volgende vragen:

1) Werd de minister of een van haar medewerkers of adviseurs op voorhand gecontacteerd over een mogelijke tussenkomst door een van de drie monopolievakbonden? Zo ja, wanneer, hoe en door wie? Graag een gedetailleerd overzicht van eventueel emailverkeer met datum van verzending of ontvangst.

2) Waarom beval de minister een advocatenkantoor een tussenkomst in deze procedures?

3) Op welke datum besloot de Belgische Staat tot tussenkomst? Op welke datum werd dit in de ministerraad beslist?

4) Hoe werd het advocatenkantoor geselecteerd en aangeduid om in deze processen tussen te komen?

5) Welk bedrag aan provisies, kosten en erelonen werd tot op dit ogenblik door de Belgische Staat in deze twee processen aan de advocaten betaald?

6) Voerde de Belgische Staat, in de loop van het proces besprekingen, teksten uitgewisseld, of argumenten uitgewisseld met ABVV, ACV en/of ACLVB? Zo ja, op welke datum, van welke aard?

7) Onderschrijft de minister de redenering van de arbeidsrechtbank te Gent dat de Belgische Staat in dit proces geen rol te spelen heeft? Zo neen, waarom niet? Is het aanvaardbaar om belastinggeld te verspillen aan procedures waarin de Belgische Staat geen betrokken partij is?

8) Heeft de Belgische Staat besloten in beroep te gaan en/of verder tussen te komen bij de behandeling van deze zaken in graad van beroep? Zo ja, waarom? Op welke datum werd die beslissing door de ministerraad genomen?

Antwoord ontvangen op 13 september 2013 :

Gelieve hierna het antwoord op de gestelde vraag te willen vinden.

1) Vanaf 27 april 2012 werd mijn administratie evenals mijn beleidscel gecontacteerd omtrent de gerechtelijke procedure die door zgn. “kandidaten” van een niet representatieve vakbond tegen bepaalde werkgevers waren ingesteld. Een eerste verzoek om tussenkomst was afkomstig van een representatieve werkgeversorganisatie. Ook tijdens de “Begeleidingscommissie voor de sociale verkiezingen” waar de representatieve organisaties van werknemers en werkgevers zetelen samen met mijn administratie om het goede verloop van de verkiezingsprocedures op te volgen, werd hierover gesproken.

2) Een tussenkomst in gerechtelijke dossiers waarin de Federale Overheidsdienst (FOD) niet rechtstreeks als partij betrokken is, komt voor maar blijft uitzonderlijk. Doorgaans wordt ertoe beslist indien de administratie na onderzoek van oordeel is dat de specifieke expertise die op de FOD aanwezig is kan bijdragen tot het verdedigen van een correcte interpretatie van belangrijke basisregelgeving betreffende de arbeidsverhoudingen en het sociaal overleg. Dit was ook in het verleden reeds het geval.

Mede na aandringen van de werkgeversorganisaties was ik van oordeel dat het nodig was onze specifieke argumenten voor de rechtbank te kunnen ontwikkelen die pleiten voor het behoud van de huidige fundamentele regels en evenwichten inzake sociaal overleg op ondernemingsniveau. Het is dan ook normaal dat mijn administratie mij adviseerde tussen te komen in deze procedure en ik heb haar advies gevolgd.

3) Het advocatenkantoor werd geraadpleegd op 27 april 2012. Dergelijke tussenkomsten behoort tot de bevoegdheid van de betrokken minister en dienen niet worden voorgelegd aan de ministerraad.

4) Er werd gekozen voor het advocatenkantoor Eubelius omwille van hun deskundigheid en ervaring ter zake.

5) Het antwoord op deze vraag werd rechtstreeks aan het betrokken lid overgemaakt, gelet op de vertrouwelijkheid van deze gegevens.

6) Omtrent de werkwijze van het advocatenkantoor kan ik u geen informatie verlenen, aangezien dit valt onder de vertrouwelijke correspondentie tussen confraters.

7) a) en b) Ik leg mij neer bij de wijsheid van de rechtbank.

c) Onze tussenkomst is gerechtvaardigd aangezien de Belgische Staat hierdoor de kans heeft gekregen haar argumenten uiteen te zetten. Het was dus onze plicht om tussen te komen en alles in het werk te stellen om de correcte toepassing van de bestaande wetgeving te verdedigen. Het risico dat een foute toepassing van die wetgeving het sociaal overleg zou ontregelen en meerdere ondernemingen en de gehele economie grote schade zou toebrengen moest immers maximaal beperkt worden. Dat we de goede beslissing genomen hebben blijkt ook uit het feit dat de stelling ten gronde van de Belgische Staat ook door de rechter werd gevolgd.

8) De Belgische Staat heeft besloten geen beroep aan te tekenen, noch verder tussen te komen.