Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-8018

van Yves Buysse (Vlaams Belang) d.d. 5 februari 2013

aan de staatssecretaris voor Staatshervorming, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor de Regie der gebouwen, toegevoegd aan de minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken

Jubelparkmuseum - Langdurige verwaarlozing - Waterschade - Verantwoordelijkheid - Schade aan kunstwerken - Herstellingen

museum
Regie der Gebouwen
kunstvoorwerp

Chronologie

5/2/2013 Verzending vraag
1/3/2013 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8017

Vraag nr. 5-8018 d.d. 5 februari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het Jubelparkmuseum bevindt zich in een lamentabele toestand. De regenval van de voorbije weken heeft veel waterschade aangericht, maar dat is natuurlijk slechts de zoveelste fase in een lang proces van verval. Een normaal gebouw moet tegen hevige regenbuien bestand zijn. Het was tenslotte geen tsunami of geen cycloon. Overal zijn emmers geplaatst om regenwater op te vangen. In minstens één tentoonstellingszaal komen brokstukken los uit een rottende plek van meerdere vierkante meters groot in het plafond. Een andere zaal ligt vol parketblokjes die door het vocht zijn aangetast en losgeraakt. In de Romeinse Zaal en de Kloostergang loopt bij hevige regenval water binnen. Zoals in een krotwoning of een overstromingsgebied moeten er dweilen gelegd worden om het water tegen te houden. Van de rechterbuitengevel zijn brokstukken losgekomen en er zijn hekken geplaatst om ongelukken te voorkomen. Aan de rotonde van de grote hal is een houten bruggetje getimmerd waarop emmers staan om water op te vangen. De koepel van de rotonde brokkelt af. Het personeel moet alle soorten lapwerk improviseren om de schade enigszins te beperken, en de lamentabele staat van het gebouw min of meer voor de bezoekers te verbergen. Hier moet dringend ingegrepen worden. Het is hoogst verontrustend dat de Regie der Gebouwen als reactie op deze berichten alleen heeft aangekondigd dat er "nog dit jaar" een studie zal komen. Nochtans kan zo'n verregaand verval van een gebouw niet bij verrassing komen. Dit wijst op verregaande en langdurige verwaarlozing. Het is het zoveelste voorbeeld van wanbeleid bij de Regie de Gebouwen.

1) Wanneer werd voor het eerst melding gemaakt van lekken en/of waterinsijpeling in het Jubelparkmuseum?

2) Welke diensten zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en voor de herstellingswerken aan de gebouwen van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis? Welke diensten zijn hier tekortgeschoten?

3) Hebben kunstwerken in het Jubelparkmuseum schade geleden als gevolg van de verwaarlozing van het gebouw? Zo ja, welke? Worden al deze kunstwerken gerestaureerd? Zo ja, binnen welke termijn en met welk budget?

4) Met een "studie" kan men geen lekken dichten. Wanneer begint men met echte herstellingen?

Antwoord ontvangen op 1 maart 2013 :

1. Wanneer het geachte lid spreekt over het Jubelparkmuseum veronderstel ik dat hij het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis bedoelt.Gelet op de ouderdom van dit complex en de uitgestrektheid er van, kunnen zich steeds nieuwe problemen manifesteren. Het is dan ook onmogelijk om te spreken van een eerste melding, aangezien er zich steeds opnieuw plaatselijke problemen kunnen manifesteren.

2. De Regie der Gebouwen – Directie Brussel – Afdeling Facility en Onderhoud is verantwoordelijk voor het onderhoud en de nodige herstellingswerken aan deze gebouwen. Bij melding van een probleem moet eerst ter plaatse door een technieker de oorzaak van het probleem bepaald worden, een offerte gevraagd worden aan verschillende firma’s en de nodige kredieten gereserveerd worden. Pas dan kan tot de herstelling overgegaan worden.

3. Voor zover ons bekend hebben de kunstwerkengeen schade geleden dank zij de tussenkomsten van het personeel ter plaatse. De schade aan de infrastructuur die niet te vermijden is vermits men pas bepaalde waterinfiltraties kan vaststellen nadat de schade reeds opgetreden is (bijvoorbeeld vochtplekken in pleisterwerk) wordt door de Regie der Gebouwen hersteld met haar onderhoudsbudgetten.

4. Het frequent voorkomen van plaatselijke infiltraties wijst er op dat de dakdichting versleten is en aan een totale renovatie toe is. De “studie” heeft dan ook als doel een volledig renovatiebestek op te stellen en na aanbesteding hiervan de uitvoering van deze werken op te starten. Deze werken zijn voorzien voor 2014. De nodige budgetten zullen hiervoor gereserveerd worden, maar kunnen pas bepaald worden na het afwerken van het aanbestedingsdossier.