Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-7735

van Yoeri Vastersavendts (Open Vld) d.d. 15 januari 2013

aan de minister van Justitie

Verhoren van verdachten en getuigen - "Telehoren" - Nederland

videocommunicatie
strafprocedure
strafrechtspraak
overbrenging van gedetineerden

Chronologie

15/1/2013 Verzending vraag
16/5/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-7735 d.d. 15 januari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Nederlandse Justitie grijpt naar moderne middelen voor het verhoren van verdachten en getuigen. De komende twee jaar worden alle detentiecentra voor vreemdelingen en de meeste gevangenissen uitgerust met apparatuur die videoconferentie met een rechtbank mogelijk maakt.

Gedetineerde verdachten, vreemdelingen, getuigen en deskundigen in het buitenland kunnen dan op afstand vanuit de rechtszaal worden verhoord.

De invoering van het "telehoren" levert een aanzienlijke besparing op. Dit werd in Nederland trouwens bevestigd door het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie.

Ook moet het telehoren de "rechterlijke macht moderniseren en de efficiŽntie van de rechtsgang vergroten".

Door het nieuwe systeem moeten minder mensen worden vervoerd, en dat levert een aanzienlijke kostenbesparing op. Naast een positieve impact voor het milieu is het vooral belangrijk voor de risicovolle transporten tussen de gevangenissen en de rechtbanken. Deze maatregel komt dus vooral de veiligheid ten goede.

Het aantal aanhoudingen tijdens strafzaken wordt kleiner en de wachttijd voor zittingen neemt af, zo verwacht men.

Drie pilootprojecten in 2007 in Nederland werden alvast positief bevonden. Vreemdelingen die op de detentieboot in Dordrecht zitten, worden op afstand door de rechtbank in Maastricht verhoord. De rechtbank Den Haag gebruikt het systeem sinds enige tijd voor het horen van getuigen en deskundigen in het buitenland. Tussen de rechtbank Haarlem en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba is ook al een videoverbinding gerealiseerd. Volgens het ministerie zijn de ervaringen tot nu toe positief.

Op diverse locaties gaat de overheid nu videoconferentie ruimtes inrichten. Ook webcams kunnen volgens het ministerie prima worden gebruikt, vooral in het buitenland. Telehoren kan echter niet voor alle zaken worden ingezet, omdat een persoonlijke confrontatie vaak onontbeerlijk is.

Graag kreeg ik antwoord op volgende vragen :

1) Hoe reageert de minister op dit onderzoek? Kan zij aangeven of het telehoren voor eenvoudige standaardzittingen ook in ons land kan worden ingevoerd ? Zo neen, kan zij aangeven welke de positieve en welke de negatieve punten zijn van "telehoren", alsook waarom de negatieve punten uiteindelijk de doorslag geven? Zo ja, kan zij aangeven wanneer dit zou worden doorgevoerd?

2) Werden er in ons land reeds proefprojecten inzake "telehoren" opgezet? Zo ja, welke waren de resultaten? Zo neen, is zij bereid proefprojecten op te zetten in ons land?

3) Kan de minister zo accuraat mogelijk aangeven hoeveel personeelsleden van de overheid betrokken zijn bij het vervoer van gevangenen, alsook bij de politiebegeleiding ervan en dit zowel wat betreft aantallen personeelsleden als manuren en dit op jaarbasis? Kan zij tevens de kostprijs ervan toelichten?

Antwoord ontvangen op 16 mei 2013 :

Het wetboek van strafvordering voorziet de mogelijkheid om videoconferentie te gebruiken in strafzaken : het verhoor van een bedreigde getuige, het verhoor van een getuige, een expert of een verdachte die in het buitenland verblijft, het verhoor van een minderjarige, maar de rechtspositie van gedetineerden in dit verband dient nog geregeld te worden.

Het burgerlijk en het gerechtelijk wetboek voorzien geen artikel over het gebruik van de videoconferentie in burgerlijke en in commerciële geschillen. Het beroep doen op de videoconferentie gebeurt dan in gemeenschappelijk akkoord tussen de partijen in het geding, geval per geval. 

Binnen de rechterlijke organisatie is er ervaring inzake videoconferenties tussen Antwerpen en Hasselt (Hof van Beroep en afdeling van het Hof) waar in 2008-2009 een pilootproject liep. Dit werd positief geëvalueerd en momenteel kunnen maandelijks gemiddeld 20 zaken behandeld worden met gebruik van een videoconferentie.

Er wordt bijgevolg gezocht om de mogelijkheden tot videoconferentie uit te breiden.  Een uitbreiding zal een gunstig effect hebben op een aantal structurele kosten en kan zorgen voor een rationalisering van een aantal gerechtskosten. 

Videoconferentie kan ook nuttig zijn bij werkvergaderingen. Teneinde dit te ontwikkelen, werkt de Federale Overheidsdienst (FOD) Justitie aan een protocolakkoord om het punctueel gebruik te regelen dat de magistratuur kan maken van de videoconferentie-apparatuur die in de crisiscentra staat van de provinciegouverneurs. Dit gebruik kan leiden tot tijdswinsten, kostenreductie bij verplaatsingen, vermindering van gerechtskosten en tot een efficiënter gebruik door de concentratie van de middelen.

Behalve de werkvergaderingen (Zetel – Openbaar ministerie – College van de Procureurs-generaal), is de ontwikkeling van capaciteit van videoconferenties bij de transnationale samenwerking eveneens een optie, voornamelijk voor het Federaal Parket maar ook occasioneel voor andere instanties. Deze behoefte kadert in een europees project ter bevordering van het gebruik van videoconferentie, ECVC2 - Transnational Videoconferening - Belgium - Site Survey Parquet fédéral, een europees e-project dat opgestart werd in 2011 om een grotere ervaring te verwerven in het gebruik van videoconferentie in de Rechterlijke Organisatie (zowel op vlak van de nationale werking, van de vergaderingen als van de internationale samenwerking). Daarenboven is voor dit luik een europese subsidie beschikbaar om de aankoop en het invoeren van videoconferentie in de Lidstaten aan te moedigen.

Een overheidsopdracht voor aankoop en levering van videoconferentie-apparatuur voor het Federaal Parket werd op 23 januari 2013 toegewezen aan « BT professional services Belgium ». Deze leverancier verzorgt momenteel in samenwerking met de logistieke diensten en met het Federaal Parket de installatie van de apparatuur. Na installatie en standaardisering zal dit luik de nodige kennis en ervaring opleveren en nieuwe mogelijkheden bieden om België te laten samenwerken met de andere lidstaten die videoconferentie gebruiken.