Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-672

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 27 december 2010

aan de minister van Justitie

Brusselse probleemwijken - Sociaal-economische ontwikkelingen - Veiligheid en justitie - Beleid

Hoofdstedelijk Gewest Brussels
achterstandsbuurt
metropool
sociaal-economische omstandigheden
strijd tegen de misdadigheid
misdaadbestrijding
sociaal beleid
sociaal probleem

Chronologie

27/12/2010 Verzending vraag
9/6/2011 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-673

Vraag nr. 5-672 d.d. 27 december 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Recente statistieken uit Frankrijk bewijzen dat de toestand in de zwakkere voorgebieden van grootsteden als uiterst erbarmelijk en zeker ook alarmerend mogen worden ge´nterpreteerd. De hoge werkloosheidscijfers, de bedenkelijke huisvesting en dito sociale voorzieningen zijn de bekende oorzaken en gevolgen.

Spijtig genoeg passen een aantal wijken in de Brusselse gemeenten perfect in dit plaatje en delen ze in de analyse. Dat is niet nieuw en de rellen die zich de voorbije decennia voordeden vormen daarvan een triest bewijs. Daarbij durf ik veronderstellen dat de betrokken politici deze situaties nauwlettend opvolgen en hieromtrent een adequaat en prioritair beleid voeren. Uiteraard zijn onder andere de gemeentebesturen en de gewestelijke structuren een belangrijke partner, maar ook het federale niveau draagt hier een belangrijke verantwoordelijkheid, door bij voorbeeld haar opdrachten rond veiligheid, politie en justitie.

In dit verband kreeg ik graag een antwoord op de volgende vragen:

1. Hoe worden de sociaale-conomische ontwikkelingen in de zwakkere Brusselse wijken opgevolgd. Welke zijn hierbij de meest recente en significante ontwikkelingen en hoe worden deze geduid op het vlak van veiligheid en justitie?

2. Wie co÷rdineert en regisseert de opvolging van de sociaal-economische ontwikkelingen en de beleidsvoering ter zake? Welke structuren, formele netwerken en geco÷rdineerde plannen werden/worden in dit verband ontwikkelt of bestaan er reeds?

3. Op welke wijze wordt er op het vlak van justitie en veiligheid preventief opgetreden? In welke mate worden ook sociale, culturele, pedagogische maatregelen en programma's ontwikkeld? Welke zijn deze, hoe worden ze geŰvalueerd, welke impact sorteren ze op de ontwikkelingen in deze zwakkere wijken?

4. Beoordeelt de minister de kwaliteit van een geco÷rdineerde aanpak van de sociaal-economische ontwikkelingen in deze zwakkere wijken als voldoende adequaat en efficiŰnt om bedreigingen zoals erupties van geweld, een toenemende criminaliteit, een verstoorde relatie met de veiligheidsdiensten (de zogenaamde no go-zones) te beheersen en dus te vermijden?

Antwoord ontvangen op 9 juni 2011 :

In antwoord op uw vier vragen zal ik een globaal antwoord formuleren.

U haalt in uw vraag de link aan tussen sociale en economische factoren en criminaliteit. De aandacht voor de link tussen deze parameters zorgt ervoor dat het veiligheidsbeleid niet vanuit één hoek wordt benaderd, maar dat juist in het samenspel tussen de verschillende beleidsdomeinen de kans op een effectieve beteugeling van onveiligheid, overlast en criminaliteit de meeste kans op slagen heeft. Het werken via preventieve en bestuurlijke acties en een repressief sluitstuk, gekoppeld aan nazorg voor daders en slachtoffers is hierbij van belang.

Deze integrale en geïntegreerde aanpak van criminaliteit bepaalt sinds de Kadernota Integrale Veiligheid uit 2004 de Belgische federale visie op het veiligheidsbeleid.

Momenteel reikt het Nationaal Veiligheidsplan 2008-2011 een verdere aanzet aan tot een integraal veiligheidsbeleid.

Om een adequaat veiligheidsbeleid te kunnen voeren staan een aantal instrumenten ter beschikking van de lokale overheden en actoren die betrokken zijn bij het lokale veiligheidsbeleid. Wat het justitieel beleid aangaat, zijn er twee instrumenten die de procureur des Konings, als vervolgende instantie en politieoverheid, volop kan aanwenden.

Vooreerst is er het parketbeleidsplan van de procureur des Konings. In dit parketbeleidsplan gebeurt een prioriteitstelling van bepaalde criminele fenomenen, waarvoor een specifiek strafrechtelijk beleid wordt ontwikkeld. Belangrijk hierbij te vermelden is dat dit gegeven zich dient in te schrijven in de richtlijnen die de minister van Justitie en het College van Procureurs-generaal hieromtrent uitschrijven. Op die manier kunnen er per gerechtelijk arrondissement specifieke accenten worden gelegd in het opsporings- en vervolgingsbeleid die passen in een algemeen en ruimer beleidskader.

Daarnaast maakt de procureur des Konings samen met de burgemeester(s), korpschef van de lokale politie en directeur-coördinator van de federale politie deel uit van de zonale veiligheidsraad. In deze zonale veiligheidsraad wordt het zonaal veiligheidsplan opgesteld, dat het veiligheidsbeleid uitstippelt waarop de actie van de lokale politie in de desbetreffende zone gefundeerd is. Dit gebeurt onder gezag van de burgemeester(s) en de procureur des Konings. Voor deze laatste is het belangrijk om tot een afstemming te komen met het parketbeleidsplan. In de voorbereidende fase van het zonaal veiligheidsplan worden sociale en economische gegevens aangewend om het veiligheidsbeeld van de zone te vormen om hieraan gepaste beleidsmaatregelen te koppelen. In de evaluatiefase van het zonaal veiligheidsplan zal dan worden nagegaan in hoeverre het gevoerde beleid en de vooropgestelde doelstellingen zijn gerealiseerd.

Daarnaast worden vanuit de gemeente en haar bevoegdheden naar de veiligheidszorg toe ook instrumenten uitgewerkt. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de strategische veiligheids- en preventieplannen die voor 102 Belgische gemeenten, waaronder heel wat gemeenten in het Brusselse (Anderlecht, Oudergem, Brussel, Vorst, Sint-Gillis, Elsene, Jette, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node,…) een gemeentelijk beleid op het gebied van preventie en veiligheid uittekenen. Daarnaast biedt het lokaal integraal veiligheidsplan voor gemeenten eveneens een mogelijkheid tot het integraal, geïntegreerd en transversaal samenwerken aan veiligheid tussen (lokale) beleidsdomeinen. Ook in het kader van de nieuwe gemeentewet en het gemeentedecreet is de gemeente gehouden een beleidsprogramma op te stellen, waarin maatregelen voor sociaal-economische problemen kunnen worden voorzien.

Het spreekt voor zich dat er tussen deze verschillende instrumenten, die vanuit een bepaalde finaliteit worden opgesteld en die een bepaalde looptijd hebben (beleidscyclus), de nodige afstemming en samenwerking moet worden verzekerd. Zo kan in het kader van het strategisch veiligheids- en preventieplan afstemming worden gezocht met de politionele preventie, die eerder in het zonaal veiligheidsplan wordt uitgewerkt. Ook kan dit plan een bron van informatie zijn voor de opstelling van het lokaal integraal veiligheidsbeleid of het zonaal veiligheidsplan. In dit kader kan het aangewezen zijn dat de preventieambtenaar uitgenodigd wordt om deel te nemen aan de zonale veiligheidsraad.

De bedoeling is om te streven naar een ketengericht, integraal en geïntegreerd beleid waarin politionele, bestuurlijke en gerechtelijke instanties hun acties op elkaar afstemmen, onder andere door overlegmomenten te voorzien. Dit vraagt een voortdurende reflectie, inspanning en sensibilisatie van de betrokken actoren op het terrein.

Ook vanuit andere bestuursniveaus, zoals het federale niveau, dient een coherente visie op het veiligheidsbeleid te worden uitgewerkt.