Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-4396

van Yves Buysse (Vlaams Belang) d.d. 28 december 2011

aan de staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten, toegevoegd aan de minister van FinanciŽn en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken

Federale overheidsdiensten - Databank met personeelsgegevens - Problemen bij Pdata - Maatregelen

overheidsapparaat
personeelsbeheer
bedrijfsbeheerssysteem
gegevensbank
ministerie

Chronologie

28/12/2011 Verzending vraag
30/1/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-2824

Vraag nr. 5-4396 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De federale overheidsdiensten moeten een databank bijhouden van de administratieve en geldelijke toestand van het personeel dat zij met hun budget betalen. Ze moeten die gegevens om de zes maanden overmaken aan de minister van Ambtenarenzaken. Dit is vastgelegd in het koninklijk besluit van 4 oktober 2005 houdende uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 141 van 30 december 1982 tot oprichting van een databank betreffende de personeelsleden van de overheidssector. De Federale Overheidsdienst (FOD) Personeel en Organisatie gebruikt de webapplicatie Pdata om het aantal ambtenaren binnen het federaal administratief openbaar ambt te tellen. Het Rekenhof heeft erop gewezen dat er ter wille van de efficiŽntie een precieze wettelijke omschrijving van het federaal openbaar ambt nodig is en een volledige officiŽle lijst van de instellingen of organismen waarvan het personeel rechtstreeks of onrechtstreeks door de Staat wordt betaald. Momenteel bestaat er niet eens een precieze nomenclatuur van de gebruikte juridische begrippen. In het 165ste Boek van het Rekenhof, Volume I, blz. 685 en in het 166ste Boek, Volume I, blz. 774, heeft het Rekenhof al gewezen de moeilijkheden die uit die lacunes voortvloeien. Het probleem is dus niet nieuw.

De dienst Pdata kampt nog altijd met de dubbele moeilijkheid dat zij zelf, zonder precieze wettelijke referentie, de lijnen van het federale openbaar ambt moet afbakenen en dat zij niet over de wettelijke middelen beschikt om de diverse instellingen te verplichten de nodige gegevens aan te leveren. Bij gebrek aan een officiŽle inventaris van het federale openbaar ambt baseert Pdata zich enerzijds op een wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken om het federaal administratief openbaar ambt te omschrijven, en anderzijds op artikel 4 van het reeds vermelde koninklijk besluit van 4 oktober 2005, voor de gegevens over de rechterlijke orde, de Raad van State, het Interfederaal Korps van de Inspectie van FinanciŽn, het militair personeel en de federale politie. De gegevens die de dienst in dat kader ontvangt, zijn echter te summier. Ze zijn beperkt tot de opdeling van het personeelsbestand in contractuelen en statutairen en in actieve en niet-actieve medewerkers. Pdata omvat ook de gegevens die sommige andere diensten spontaan toesturen. De dienst die Pdata beheert, is evenwel van mening dat er nog ongeveer 180 door de Staat gesubsidieerde instellingen zijn die hun personeelsgegevens niet meedelen. Bovendien bevat Pdata niet de financiŽle gegevens die het koninklijk besluit van 4 oktober 2005 voorschrijft en die de federale diensten nodig hebben om hun begroting te kunnen opstellen en om hun personeelsbeleid te voeren. Pdata is volgens het Rekenhof een betrouwbaar middel om het volume en de structuur te analyseren van het personeelsbestand van het federaal administratief openbaar ambt. Maar de kwaliteit en de volledigheid van de informatie over de andere instellingen zijn ontoereikend om de evolutie van het personeelsbeheer nauwgezet te kunnen analyseren.

Welke stappen heeft de geachte minister reeds gezet om:

1) een wettelijke omschrijving van het federaal ambt te formuleren;

2) een lijst op te stellen van de instellingen of organismen waarvan het personeel rechtstreeks of onrechtstreeks door de Staat wordt betaald;

3) de door de Staat gesubsidieerde instellingen te verplichten voluit met Pdata samen te werken;

4) de gegevens over de opdeling van het personeelsbestand over contractuelen en statutairen en over actieve en niet-actieve medewerkers te laten aanvullen met alle informatie die nodig is om een begroting te kunnen opstellen en een efficiŽnt personeelsbeleid te kunnen voeren?

Antwoord ontvangen op 30 januari 2012 :

1. Het klopt niet dat er geen officiële lijst is van het federaal administratief openbaar ambt. Die lijst is immers bepaald in artikel 1 van de wet van 22 juli 1993. Het is daarentegen wel volstrekt juist dat de gegevens betreffende de bijzondere korpsen bepaald zijn in het koninklijk besluit van 4 oktober 2005. Ik vestig echter uw aandacht op het feit dat dat besluit zelf een uitvoeringsbesluit is van het besluit nr. 141 van 30 december 1982.

De Federale Overheidsdienst (FOD) Personeel en Organisatie verzamelt, controleert en exploiteert de gegevens betreffende het federaal administratief openbaar ambt. De verschillende diensten van het federaal administratief openbaar ambt werken probleemloos samen en erkennen het nut en de meerwaarde voor hen van de inzameling en de exploitatie van de gegevens.

Als u het over 180 instellingen hebt, beroept u zich wellicht op de nomenclatuur die de Nationale Bank gebruikt. Dat is een bijzonder heterogene verzameling. Naast het federaal administratief openbaar ambt en de bijzondere korpsen bevat ze immers ook de overheidsbedrijven evenals een heel groot aantal organisaties, zoals de orden van bepaalde vrije beroepen (advocaten, geneesheren, architecten, de kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, enz.).

Het lijkt me dat de inclusie van al die organismen in het federaal administratief openbaar ambt de grootste verwarring zou stichten

Daarom lijkt het me beter om de huidige wettelijke bepaling te bewaren, die uiteraard in functie van de oprichtingen, afschaffingen of fusies van organisaties evolueert.

2. De voorgestelde aanpak lijkt me ook verwarring te stichten. Zo wordt het personeel van de hospitalen op de een of andere manier gedeeltelijk door de Staat gesubsidieerd. Hen aan het openbaar ambt toevoegen zou tegen het gezond verstand en de internationale praktijk indruisen.

3. Ook hier lijkt het me onverstandig om van elke door de Staat gesubsidieerde organisatie te eisen dat haar personeel wordt geïnventariseerd volgens de criteria van het besluit van 4 oktober 2005.

4. Die karakterisering is er zeker in Pdata voor het federaal administratief openbaar ambt, die overigens, zoals u weet, oneindig veel meer gegevens bevat. Anderzijds is het de de vraag of we de bijzondere korpsen daartoe moeten verplichten. De FOD Personeel en Organisatie is bereid om die gegevens te verwerken, op dezelfde manier als de gegevens die de FOD vandaag beheert. Wellicht moet die beslissing door het parlement zelf worden genomen: de scheiding van de machten en de grondwettelijke bepalingen betreffende de strijdkrachten lijken me van die aard te zijn dat de FOD Personeel en Organisatie de kennisgeving van gegevens van bepaalde bijzondere korpsen niet kan eisen zonder daartoe expliciet gemachtigd te zijn door de wetgever.