Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-2971

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 18 augustus 2011

aan de minister van Klimaat en Energie

Noordzee - Olielekken

Noordzee
vervuiling van de zee
verontreiniging door koolwaterstoffen
offshore-installatie
offshoreboring
Europees Agentschap voor maritieme veiligheid
vervoer per pijpleiding

Chronologie

18/8/2011Verzending vraag
13/9/2011Antwoord

Vraag nr. 5-2971 d.d. 18 augustus 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het olieboorplatform Gannet Alpha van Shell lekt sinds woensdag 10 augustus olie in de Noordzee. Tot nu toe zijn er 1.300 vaten olie, of iets meer dan 200.000 liter, in de Noordzee gestroomd als gevolg van deze lekken. De Britse regering noemt het de ergste ramp op de Noordzee in tien jaar tijd.

De multinational maakte het nieuws pas twee dagen na de ontdekking bekend en blijft zeer karig in haar informatieverstrekking. Ook nadat er nieuwe lek werd ontdekt blijven er veel onduidelijkheden.

De oorzaak van de lekken is nog niet gekend. Experts vrezen dat de vergevorderde leeftijd van de pijplijnen in de Noordzeebodem wel eens de boosdoener zouden kunnen zijn.

Dit blijkt overigens geen alleenstaand geval te zijn. Uit documenten van de Britse Health and Safety Executive (HSE), die in handen kwamen van de Britse krant The Guardian waren er in 2009 en 2010 meer dan honderd ernstige olie- en gaslekken in de Noordzee.

Hierover wens ik de volgende vragen te stellen aan de geachte minister:

1. Is de minister op de hoogte van de ontwikkelingen van het recente incident met het olieplatform Gannet Alpha? Staan de minister en zijn diensten in direct contact met de Britste overheden en/of met de multinational Shell over de opvolging van deze lekken? Vormen deze olielekken een potentiŽle bedreiging voor BelgiŽ? Zo ja, wat zal de minister ondernemen om de gevolgen van deze milieuverontreiniging te beperken? Zo neen, op basis van welke argumenten meent de minister dat er geen bedreiging zou zijn voor ons land? Vertrouwt de minister de multinational Shell als die stelt dat "alles onder controle zou zijn"?

2. Is de minister op de hoogte van de vele honderden ernstige olie- en gaslekken die zich jaarlijks in de Noordzee voordoen zoals blijkt uit de documenten van de Britse Health and Safety Executive (HSE)? Wordt BelgiŽ hiervan steeds op de hoogte gebracht door de Britse overheden en/of de verantwoordelijke bedrijven? Zo neen, zal BelgiŽ het Verenigd Koninkrijk hierop aanspreken?

3. Heeft BelgiŽ al schade ondervonden van de ernstige olie- en gaslekken die zich jaarlijks in de Noordzee voordoen? Worden onze kustwateren ten gronde gecontroleerd op eventuele verontreiniging die door deze lekken ontstaan? Heeft BelgiŽ in de afgelopen jaren al schadevergoedingen ontvangen van de betrokken bedrijven?

4. Hebben er zich in BelgiŽ al incidenten voorgedaan met de onderzeese pijpleidingen? Zo ja, over welke incidenten gaat het hier en wanneer hebben deze zich voorgedaan? Hoe vaak worden de onderzeese pijpleidingen voor de Belgische Kust gecontroleerd? Wie staat er financieel en praktisch in voor het onderhoud en het herstel van deze pijplijnen? Wat is daarbij het aandeel van de Belgische overheid?

Antwoord ontvangen op 13 september 2011 :

Ik heb de eer om het volgende te antwoorden op de vragen van het geachte lid.

1. De AD Energie staat hierover niet rechtstreeks in verbinding met de Britse of andere overheidsdiensten. Dergelijke incidenten worden wel besproken op het North Sea Offshore Authorities Forum (NSOAF) waarvan Nederland, Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Duitsland, Noorwegen, Zweden, Ierland en de Faroe Eilanden deel uitmaken en informatie uitwisselen over het aanpakken van incidenten, harmonisering van standaarden, enz. Indien er een incident is dat de territoriale wateren bedreigt, wordt de kustwacht op de hoogte gebracht. Op Europees niveau worden dergelijke maatregelen gecoördineerd door het “International Maritime Organisation” en door het “European Maritime Safety Agency” (EMSA) (http://www.emsa.europa.eu/). EMSA focust zich hierbij op maritieme vervuiling en de implementatie van crisismaatregelen en heeft daarvoor in verschillende lidstaten het nodige materiaal ter beschikking. De Bonn overeenkomst van 1984 regelt de samenwerking bij olierampen tussen verschillende Noordzeelanden. De vele dode vogels en de desastreuze gevolgen voor vissersgemeenschappen en de toeristische sector als gevolg van de rampen met de Erika in 1999 en de Presitge in 2002, herinnerden Europa aan de keerzijde van het maritiem transport. Als reactie heeft Europa het Europees Agentschap voor Maritieme veiligheid (EMSA) opgericht. Dit agentschap ziet in eerste plaats toe op de veiligheid van schepen en zorgt ervoor dat de schepen conform de milieuwetgeving zijn. Het is eveneens bevoegd om lidstaten te helpen met het ontwikkelen van een effectieve capaciteit voor de strijd tegen verontreinigingen in de gemeenschappelijke zeegebieden. Er zijn bijvoorbeeld satellietbeelden om vervuiling te identificeren en te lokaliseren. Dit agentschap werd ook gevraagd om de verschillende elementen en mechanismes, gebruikt in de strijd tegen de verontreiniging, te centraliseren. Op mondiaal vlak bestaan er ook verschillende conventies die de internationale regels inzake preventie van verontreiniging, organisatie van de oliebestrijding en het inperken van effecten als gevolg van verontreinigen, vastleggen.

Ook in België is reeds fors geïnvesteerd in het bestrijden van verontreiniging. In 2000 had de Federale Overheidsdienst (FOD) Leefmilieu reeds 2,5 miljoen euro in een systeem van drijvende dammen en pompen voor stookolie geïnvesteerd. Met dit materiaal kon onder meer voorkomen worden dat de olie van de Tricolor het natuurgebied het Zwin vervuilde. Daarnaast is het de federale overheid die de operationele interventieplannen opstelt. Deze plannen garanderen dat in crisissituaties de samenwerking zo goed mogelijk verloopt. Het is echter niet enkel de federale overheid die een grote rol speelt in de strijd tegen de verontreiniging. Om de impact van een verontreiniging in te perken, werken verschillende diensten samen. Het oliebestrijdingmateriaal is eigendom van de federale overheid, maar staat in Oostende en Jabbeke, klaar om te worden ingezet. Als de olie de stranden vervuilt, dan is het de Civiele bescherming die instaat voor het samenstellen van de interventieploegen en het transport van het materiaal. Bij een vervuiling op zee kan de Staat de diensten en uitrusting huren bij de DAB vloot. In geval van een ramp op zee stelt de gouverneur van West-Vlaanderen het rampenplan in werking.

Het lek heeft de Belgische kust niet bedreigd, aangezien het lek zich situeerde op 180 Km van de kust in Schotland en het slechts een beperkte omvang had.

2. en 3. De Europese commissie benadrukt in haar communicatie van oktober 2010 het belang van een adequate interventiecapaciteit op EU-niveau om dergelijke problemen op te vangen.

De kustwacht is een werkingsstructuur voor de verschillende betrokken administraties, met als doel de actie van de verschillende diensten te optimaliseren. Deze optimalisering kan verschillende vormen aannemen: de gecoördineerde omzetting van internationale verplichtingen, de inzet van mensen en middelen. Om gezamenlijk over alle “gereedschappen” te kunnen beschikken, heeft de Kustwacht de vorm van een samenwerkingsakkoord tussen de federale regering en het Vlaamse gewest. Ook de provincie West-Vlaanderen is betrokken doordat de gouverneur het Overlegorgaan van de kustwacht voorzit. De Dienst “Marien Milieu” neemt deel aan het Overlegorgaan van de Kustwacht en de directeur-generaal van AD Leefmilieu neemt deel aan het Beleidsorgaan. De conclusies en suggesties van deze organen worden aan de respectievelijke regeringen gepresenteerd.

4. Er zijn geen oliepijpleidingen in de Belgische nationale wateren. Er is onshore enkel een ruwe oliepijpleiding van Rotterdam naar Antwerpen alsook nog een aantal productpijplijnen van de raffinaderijen naar de grote depots.

De gaspijplijnen worden jaarlijks onderhouden door de eigenaars van de pijplijnen (Interconnector of Gassco voor de onderzeese pijplijnen en Fluxys voor de pijpleidingen op Belgisch grondgebied). In principe wordt er telkens ruim op voorhand meegedeeld wanneer het onderhoud zal plaatsvinden. Met deze pijplijnen zijn er nog geen incidenten geweest die een impact op het milieu hebben gehad. De controles op deze pijplijnen vinden systematisch plaats.