Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-2736

van Cindy Franssen (CD&V) d.d. 14 juli 2011

aan de minister van Landsverdediging

de initiatieven omtrent Holocausteducatie

misdaad tegen de menselijkheid
Tweede Wereldoorlog
concentratiekamp
nationaal-socialisme
Nationaal Instituut voor oorlogsinvaliden, oudstrijders en oorlogsslachtoffers

Chronologie

14/7/2011 Verzending vraag
20/7/2011 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-550

Vraag nr. 5-2736 d.d. 14 juli 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Met de steun van Defensie en op uitnodiging van het Instituut voor Veteranen - Nationaal Instituut voor Oorlogsinvaliden, Oudstrijders en Oorlogsslachtoffers (IV-NIOOO) bezochten een 200-tal scholieren op 25 januari 2011 het concentratiekamp van Auschwitz in Polen. De scholieren kwamen uit achttien secondaire scholen uit beide landsdelen. Gespecialiseerde gidsen vertelden gedetailleerd over het leven in deze huiveringwekkende oorden. De jongeren en hun leerkrachten waren diep geraakt door de getuigenissen van overlevenden.

Dit bezoek van Belgische scholieren aan Auschwitz begint stilaan een traditie te worden. In 2010 namen 180 jongeren uit beide landsgedeelten deel, in 2009 waren dat er 135, in 2008 en 2007 telkens een honderdtal.

In 2012 wordt BelgiŽ voorzitter van de International Task Force Holocaust. Deze denktank stimuleert educatie-, herinnerings- en onderzoeksinitiatieven over de Holocaust. In dit kader moet een bezoek van Belgische scholieren aan Auschwitz in 2012 zeker opnieuw georganiseerd worden.

Dergelijke bezoeken zijn alleen maar toe te juichen maar zijn, spijtig genoeg, niet voor alle scholieren uit de derde graad van het secundair onderwijs weggelegd.

Ik had van de minister het volgende willen vragen:

1. Waarop baseert het Instituut voor Veteranen - Nationaal Instituut voor Oorlogsinvaliden, Oudstrijders en Oorlogsslachtoffers (IV-NIOOO) zich om scholen uit te nodigen voor een bezoek aan Auschwitz?

2. Aan welke criteria moeten scholen voldoen om uiteindelijk voor een dergelijk bezoek geselecteerd te worden?

3. Is er aangaande deze bezoeken overleg tussen Defensie en de ministeries van Onderwijs van Vlaanderen en van de Franse Gemeenschap?

4. Wat is de kostprijs van het bezoek aan Auschwitz in 2011 (verplaatsingen per bus, per vliegtuig, maaltijden ter plaatse,...)?

5. Welk percentage van de kostprijs betaalt de scholier, welke percentage de school, welk percentage Defensie en welk percentage het IV-NIOOO?

6. Hoever staat de regering met de voorbereiding van het Belgisch voorzitterschap van de International Task Force Holocaust?

Antwoord ontvangen op 20 juli 2011 :

Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te willen vinden op de door hem gestelde vragen.

1. Het Instituut voor Veteranen – Nationaal Instituut voor Oorlogsinvaliden, Oudstrijders en Oorlogsslachtoffers (IV-NIOOO) verzamelt de vragen die van de scholen zelf komen. De toekenning van de plaatsen aan de scholen houdt rekening met een rechtvaardige verdeling tussen de gemeenschappen.

2. Om in overweging te worden genomen dient de aanvraag gemotiveerd zijn.

Deze motivering moet met name bestaan in een herinneringsproject over Auschwitz of over de Shoah.

3. Het Instituut werkt op talrijke punten samen op de verschillende herinneringsprojecten die ze verwezenlijkt met de diverse gemeenschappen en hun respectieve ministers van onderwijs.

4. Defensie staat in voor de verplaatsing per vliegtuig, de kosten voor gidsen en de maaltijd aan boord. Het totaalbedrag hiervoor bedroeg in 2011 32 742,84 euro. Het Instituut staat in voor de kosten van het ontbijt, drank, verplaatsing per bus, verklarende brochures en voor twee herinneringskransen. Het totaalbedrag hiervoor bedroeg in 2011 3 621,76 euro.

5. De leerlingen en de scholen betalen niets. Defensie draagt bij voor 90 %. Het Instituut voor Veteranen draagt bij voor 10 %.

6. Het Instituut (IV-NIOOO) plant voor mei 2012 de organisatie van een speciale trein met 1 000 jongeren met als bestemming Auschwitz. De reis zal vijf dagen duren. Dit zal aan heel veel jongeren uit alle provincies van het land, en uit de rest van Europa, toelaten om het kamp te bezoeken in het gezelschap van meerdere overlevenden. Dit project met een Europese dimensie, kan een van de concrete realisaties worden van de Belgische Staat in het kader van het voorzitterschap van de “International Task Force Holocaust”.