Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-2454

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 1 juni 2011

aan de minister van Justitie

Adoptie door homoparen - Tegenwerking van ziekenhuizen - Maatregelen

seksuele minderheid
adoptie
discriminatie op grond van seksuele geaardheid
ziekenhuis

Chronologie

1/6/2011 Verzending vraag
26/9/2011 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2455

Vraag nr. 5-2454 d.d. 1 juni 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Amper achttien homokoppels slaagden er de laatste vier jaar in om een kind te adopteren. Ook in het buitenland maken homokoppels bitter weinig kans op een adoptie. Daarom stellen homokoppels zich steeds meer kandidaat voor de binnenlandse adopties. Volgens sommige deskundigen bieden de meer conservatieve ziekenhuizen tegenkanting bij het toekennen van een adoptiekind aan een homokoppel. Ze uiten daartegen bezwaren en misbruiken zo de wet, waardoor adoptie door homokoppels in de praktijk wordt tegengewerkt. Ze omzeilen de wet door als ziekenhuis of als gynaecoloog zelf op zoek te gaan naar een heterokoppel dat interesse heeft in het adoptiekind.

Volgens de reactie van de minister van Volksgezondheid op mijn schriftelijke vraag nr. 5-1584 u op de volgende vragen antwoorden:

1) Heeft u kennis over deze praktijken? Kan u disciplinair optreden tegen ziekenhuizen die op slinkse wijze de wettelijke regeling voor adoptie voor homoparen onmogelijk maken? Is zulke vorm van discriminatie strafbaar of kan deze strafbaar worden gemaakt? Zal u hieromtrent een onderzoek bevelen en zo mogelijk de namen van die ziekenhuizen en geneeskundigen die discriminerend optreden doorgeven aan het parket of aan het Centrum voor gelijkheid van kansen?

2) Kan u het lage aantal adopties door homoparen bevestigen of heeft u kennis van buitenlandse adopties die gelukt zijn via rechtstreekse bemiddeling van de kandidaat adoptieouders? Al vele jaren geleden klaagde ik de wantoestanden aan binnen de adoptiewereld. Bent u op de hoogte van praktijken waarbij kandidaat-adoptanten grote geldsommen moeten betalen voor het verkrijgen van een adoptiekind?

Antwoord ontvangen op 26 september 2011 :

Ook na navraag bij de gemeenschappen zijn mij geen praktijken bekend waaraan ziekenhuizen of zelfs gynaecologen zouden meewerken om homokoppels van adopties uit te sluiten. Het jaarverslag 2010 inzake discriminatie en diversiteit van het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding, dat zich focuste op holebi’s, maakt hier ook geen gewag van.

Indien ik zou geïnformeerd worden van dergelijke praktijken zou ik de feiten die een misbruik uitmaken, onmiddellijk aan de procureur des Konings ter kennis brengen. Ook het Centrum voor gelijke kansen en racismebestrijding kan optreden indien dergelijke feiten zich voordoen en dit op basis van artikel 3, tweede lid, 5º, van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. Het Centrum is namelijk bevoegd om in rechte op te treden in alle rechtsgeschillen waarbij er een schending is van de antidiscriminatiewet van 10 mei 2007. De situatie waarvan sprake in de parlementaire vraag valt dan ook onder deze wet. Deze wet creëerde een algemeen kader voor de bestrijding van discriminatie op grond van onder andere seksuele geaardheid en dit met betrekking tot de in artikel 5 bedoelde aangelegenheden. Een arts of ziekenhuis die de adoptie van een kind door een homokoppel verhindert, enkel op basis van het feit dat het om een homokoppel gaat, maakt zich in principe schuldig aan discriminatie bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten die publiekelijk beschikbaar zijn. Het is uiteindelijk aan de feitenrechter om te oordelen of er in concreto sprake zal zijn van discriminatie of niet.

Artikel 22 van de antidiscriminatiewet bepaalt de straffen

Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft:

1° hij die in een van de in artikel 444 van het Strafwetboek bedoelde omstandigheden aanzet tot discriminatie jegens een persoon wegens een van de beschermde criteria, en dit, zelfs buiten de in artikel 5 bedoelde domeinen;

2° hij die in een van de in artikel 444 van het Strafwetboek bedoelde omstandigheden aanzet tot haat of geweld jegens een persoon wegens een van de beschermde criteria, en dit, zelfs buiten de in artikel 5 bedoelde domeinen;

3° hij die in een van de in artikel 444 van het Strafwetboek bedoelde omstandigheden aanzet tot discriminatie of tot segregatie jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan, wegens een van de beschermde criteria, en dit, zelfs buiten de in artikel 5 bedoelde domeinen;

4° hij die in een van de in artikel 444 van het Strafwetboek bedoelde omstandigheden aanzet tot haat of geweld jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan, wegens een van de beschermde criteria, en dit, zelfs buiten de in artikel 5 bedoelde domeinen.

De verwijzing naar artikel 444 van het Strafwetboek bepaalt dat de gebeurtenissen zich in het openbaar moeten voordoen. In de strafrechtelijke procedure wordt er ook een intentionaliteit verondersteld van de dader: deze moet op een vrijwillige en opzettelijke manier hebben gediscrimineerd.

Het aantal adopties door homoparen is inderdaad laag. Tot op heden werden er geen inter-landelijke adopties door homoparen erkend. In veel landen van herkomst bepaalt de interne wetgeving immers dat adopties alleen voor koppels van verschillend geslacht openstaan.

Er zijn inderdaad buitenlandse praktijken bekend waar voor het verkrijgen van een adoptiekind belangrijke geldsommen worden betaald. Dergelijke praktijken zijn onaanvaardbaar.