Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-5484

van Ann Somers (Open Vld) d.d. 7 december 2009

aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid

Activiteitsgraad van ouderen - Verhoging - Generatiepact - Doelstellingen van Lissabon - Maatregelen in andere Europese landen - Initiatieven in BelgiŽ

oudere werknemer
vergrijzing van de bevolking
beroepsbevolking
bevolking op arbeidsgeschikte leeftijd

Chronologie

7/12/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2010 )
1/2/2010 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 4-4421

Vraag nr. 4-5484 d.d. 7 december 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Bij een ongewijzigd beleid zal een jongere van vijftien jaar gemiddeld slechts 28,4 jaar van zijn loopbaan werken. Dat blijkt uit een projectie van experts van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO). Tijdens een colloquium van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) werd tot de bevinding gekomen dat het Generatiepact zijn doel voorbij schiet en niet bijdraagt tot een wezenlijke verhoging van de activiteitsgraad van ouderen. Nog steeds kan BelgiŽ geen gelijke tred houden met het Europese Unie (EU)-gemiddelde.

Het ziet er niet naar uit dat daar snel verandering in zal komen. Landen als Nederland, Finland en Duitsland en zelfs Frankrijk hebben de jongste jaren nieuwe maatregelen genomen om mensen langer aan het werk te houden. Vooral landen die kiezen voor een integrale benadering die zich richt op alle beleidsdomeinen en de hele loopbaan blijken succes te hebben.

1. Blijft het de ambitie van de geachte minister om de doelstellingen van Lissabon na te streven en zo snel mogelijk te komen tot een activiteitsgraad van 50 % van de 55-plussers?

2. Welke concrete termijn acht ze haalbaar, rekening houdend met de economische crisis?

3. Zal ze rekening houden met de maatregelen die andere Europese landen zijn genomen en die hebben bijgedragen tot een gevoelige verhoging van de werkgelegenheidsgraad van 55-plussers?

4. Welke concrete maatregelen komen in aanmerking voor de Belgische arbeidsmarkt?

5. Zal ze rekening houden met de vaststelling dat vooral landen die kiezen voor een integrale benadering die zich richt op alle beleidsdomeinen en de hele loopbaan succes blijken te hebben in het optrekken van de werkgelegenheidsgraad van 55-plussers?

6. Wat betekent dit concreet in Belgische context en welke initiatieven zal ze hieromtrent nemen?

Antwoord ontvangen op 1 februari 2010 :

1. Ja.

2. Op dit ogenblik waagt geen enkele ernstige internationale noch Belgische instelling zich aan nauwkeurige prognoses omtrent het einde van de crisis en de daaropvolgende evolutie van de arbeidsmarkt. Het lijkt mij niet verstandig dat wel te doen.

3. Vanzelfsprekend betekent het beleid in de andere Europese landen die in het verleden en vandaag geconfronteerd werden met de noodzaak om de werkzaamheidsgraad van de oudere werknemers op te trekken een belangrijke inspiratiebron voor mijn beleid.

4. Elk land heeft een eigen socio-economische structuur, een eigen historische en politieke context, eigen tradities en werkmethodes. Het is daarom vrijwel nooit mogelijk om maatregelen zomaar over te nemen. Zoals reeds aangehaald zijn succesvolle maatregelen wel een inspiratiebron voor mijn beleid.

5. Ik onderschrijf inderdaad de wenselijkheid van samenhangende gehelen van maatregelen binnen verschillende beleidsdomeinen. Wanneer uit de evaluatie van het Generatiepact waarnaar ik verwees in de vragen 4-4418 en 4-4420 van het geachte lid zou blijken dat nieuwe maatregelen zich opdringen zal dat inderdaad volgens die werkwijze moeten gebeuren.

6. Ik zal erop toezien dat het Generatiepact zoals voorzien verder wordt geëvalueerd en dat te gepasten tijde het nodige overleg zal worden opgestart.