Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-4898

van Paul Wille (Open Vld) d.d. 28 oktober 2009

aan de minister van Klimaat en Energie

Green Investment Scheme-contract (GIS) - Investeringen in Hongarije - Projecten - Gebrek aan transparantie - Concrete investeringen - Controles - Samenwerking met Hongarije

vermindering van gasemissie
emissiehandel
Hongarije
begrotingsfonds
zachte energie
CREG
investering in het buitenland
emissierechten
Protocol van Kyoto

Chronologie

28/10/2009Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 27/11/2009)
24/11/2009Antwoord

Vraag nr. 4-4898 d.d. 28 oktober 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ruim een decennium geleden engageerde BelgiŽ zich in het kader van het Kyoto-protocol om tegen 2012 zijn CO2-uitstoot met 7,5 % te reduceren ten opzichte van 1990. Om dat doel te halen, werden in 2004 de inspanningen verdeeld tussen de federale overheid en de gewesten.

Een derde van de federale inspanning zou worden gerealiseerd door 12,2 miljoen ton CO2-uitstootrechten te kopen via duurzame projecten in het buitenland.

In 2008 stelde BelgiŽ vast dat de verwachte duurzame projecten uitbleven en de CO2-kredietenportefeuille niet tijdig gevuld zou geraken. Daarop sloot de geachte minister op 8 augustus 2008 een Green Investment Scheme-contract (GIS) af met de Hongaarse overheid voor de aankoop van twee miljoen ton emissierechten De financiering gebeurde door het Fonds voor broeikasgassen van de Commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas (CREG), dat uitsluitend gespijsd wordt met taksen op elektriciteitsfacturen.

Het GIS is ontstaan om overschotten aan emissierechten van de voormalige Oostbloklanden gemakkelijker te verhandelen. Dat " overschot " ontstond door de toevallige samenloop in 1990 van de economische ineenstorting in vroegere communistische industrielanden, en de nulmeting van de uitstoot onder het Kyoto-protocol. GIS-projecten vallen echter niet onder het Kyoto-protocol en er rust dus ook geen verplichting op de gefinancierde projecten om voor bijkomende emissiereducties te zorgen. Toch is dat de uitgesproken bedoeling.

Om de werkelijke impact van het Belgisch-Hongaarse GIS te meten, vroegen enkele journalisten van Mo Magazine het contract van 8 augustus 2008 op. Ze deden daarbij een beroep op de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, een grondwettelijk recht op inzage in overheidsdocumenten.

De Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu stuurde slechts een verknipte versie van het contract, zonder informatie over de betaalde prijs of over sancties bij het uitblijven van investeringen of het niet naleven van het contract. De bestemming van de middelen - de groene investeringen in Hongarije - werd ook slechts vaag opgelijst.

Ik had dan ook volgende vragen voor de geachte minister:

1. Is hij bereid het desbetreffende contract ongecensureerd ter beschikking te stellen van de vraagsteller? Zo neen, waarom niet? Zo ja, kan u mij een kopie bezorgen?

2. Kan hij aangeven over welke controlemechanismen hij beschikt om op het terrein na te gaan in hoeverre Hongarije daadwerkelijk de Belgische GIS gelden heeft geÔnvesteerd in concrete milieuprojecten en kan hij het rendement voor het milieu weergeven?

3. Verloopt de samenwerking met Hongarije naar wens wat betreft de GIS?

4. Kan hij de daadwerkelijke impact geven van de Belgisch-Hongaarse GIS?

5. Werd de joint board die volgens het contract de GIS moet controleren en waar zowel Hongarije als ons land vertegenwoordigers moet aanduiden reeds volledig samengesteld? Zo ja, wie zetelt er in en wanneer vond de eerste vergadering plaats?

6. Klopt mijn informatie als zouden de Belgische en vooral de Hongaarse niet gouvernementele organisaties (NGO) niet eens uitgenodigd om in het Comitť te zitten? Stoort dit hem niet?

7. Werd er reeds een externe auditeur aangeduid zoals voorzien is in het oorspronkelijk contract en zo neen, werd de offerte reeds uitgeschreven?

8. Werden er concrete afspraken gemaakt tussen BelgiŽ en Hongarije over respectievelijk de emissiereductie die tegenover het Belgische geld staat en de wijze hoe dit zal worden gerealiseerd? Zo neen, waarom niet en getuigt dit van goed bestuur?

9. Vreest hij niet dat het Belgische geld gewoonweg bestaande milieuprojecten zal financieren en kan hij dit specifiek toelichten wat betreft contractuele garanties en controlemechanismen die werden uitgewerkt om dit te voorkomen?

10. Hoe evalueert hij de GIS-contracten en is dit een goed instrument om de uitstoot duurzaam te reduceren? Kan hij dit uitvoerig toelichten?

Antwoord ontvangen op 24 november 2009 :

In antwoord op de eerste vraag van het geachte lid, heb ik de eer te verwijzen naar mijn antwoord op zijn vraag nr. 4-4319 van 7 september laatstleden.

In antwoord op zijn tweede vraag is het zo dat een onafhankelijk auditeur zowel het correcte gebruik van de Green Investment-contract (GIS) inkomsten alsook de uitvoering van de GIS activiteiten en hun behaalde resultaten zal controleren en valideren. Bovendien hebben we een controle via de vergaderingen van de Joint Board. Het moet echter duidelijk zijn dat, net zoals hier in België het geval is, het rendement van bijvoorbeeld een energie-efficiëntie programma in de gebouwensector pas achteraf kan bepaald worden.

De samenwerking met mijn Hongaarse collega, waarmee ik ook samenwerk in het kader van de tripartite voor het EU voorzitterschap, verloopt in de beste omstandigheden.

De GIS, waarvan het Belgisch contract slechts een deel is, beoogt een effectieve impact te hebben, hoofdzakelijk op de energie-efficiëntie in de gebouwensector en het gebruik van hernieuwbare energie.

In antwoord op vragen 5 en 6 kan gesteld worden dat de samenstelling van de Joint Board contractueel bepaald wordt: in totaal dienen zes leden te worden aangesteld, waaronder een vertegenwoordiger van niet- gouvernementele leefmilieu organisaties en erkende leefmilieu experten. Aan de Belgische zijde zijn de erkende experten aangeduid. Tijdens een vergadering van het Technisch Comité werden de niet gouvernementele organisaties aan Belgische zijde wel degelijk werden uitgenodigd. De Belgische niet-gouvernementele organisaties zijn echter niet ingegaan op onze uitnodiging omdat ze van oordeel zijn dat ze niet beschikken over de technische capaciteit om deze taak op zich te nemen. Tijdens de eerste vergadering van de Joint Board op 16 maart 2009, waaraan België heeft deelgenomen is gebleken dat het niet beschikken van de nodige technische capaciteit geen reden is om niet deel te nemen. Vandaar zal België opnieuw een oproep doen naar de niet-gouvernementele organisaties om hieraan deel te nemen.

De aanstelling van een onafhankelijke en internationaal gerenommeerd auditeur is via een overheidsopdracht lopende. Er werd ook een overheidsopdracht geopend voor investeringen in energie-efficiëntie in de gebouwensector.

Wat betreft de verhouding tussen de GIS inkomsten en de emissiereducties is het evident dat het zonder specificatie van de exacte projecten en te gebruiken technologieën onmogelijk is, net zoals in België, om een garantie te geven over deze verhouding. Zoals al eerder aangegeven zal dit retroactief bepaald kunnen worden.

De additionaliteit ten opzichte van bestaande programma’s is een belangrijk aandachtspunt. Dit zal ook nauwgezet gecontroleerd worden via de controlemechanismen die ik eerder aangehaald heb.

In antwoord op uw laatste vraag kan algemeen gesteld worden dat GIS een goed mechanisme is, op voorwaarde dat de middelen effectief gebruikt worden voor vergroening van de economie en samenleving en de additionaliteit van de projecten zorgvuldig gecontroleerd worden.