SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2007-2008 Zitting 2007-2008
________________
3 avril 2008 3 april 2008
________________
Question écrite n° 4-693 Schriftelijke vraag nr. 4-693

de Patrik Vankrunkelsven (Open Vld)

van Patrik Vankrunkelsven (Open Vld)

au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles

aan de vice-eersteminister en minister van Justitie en Institutionele Hervormingen
________________
GSM - Utilisation au volant - Infractions GSM - Gebruik achter het stuur - Overtredingen 
________________
téléphone mobile
infraction au code de la route
sécurité routière
communication mobile
mobiele telefoon
overtreding van het verkeersreglement
verkeersveiligheid
mobiele communicatie
________ ________
3/4/2008 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 8/5/2008 )
23/5/2008 Rappel
5/1/2009 Dossier gesloten
3/4/2008 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 8/5/2008 )
23/5/2008 Rappel
5/1/2009 Dossier gesloten
________ ________
Herindiening van : schriftelijke vraag 4-401
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-615
Heringediend als : schriftelijke vraag 4-2516
Herindiening van : schriftelijke vraag 4-401
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-615
Heringediend als : schriftelijke vraag 4-2516
________ ________
Question n° 4-693 du 3 avril 2008 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 4-693 d.d. 3 april 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

En vertu de l’arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière, un conducteur doit « être constamment en mesure d’effectuer toutes les manœuvres qui lui incombent et doit avoir constamment le contrôle du véhicule ou des animaux qu’il conduit.

Bien que cela s’applique en principe aussi à l’utilisation du GSM en voiture, le ministre compétent pour la Mobilité en 2002 a cependant décidé d’introduire un point particulier à l’article 8 selon lequel « le conducteur ne peut faire usage d’un téléphone portable en le tenant en main. »

Il ne s’agit pourtant pas de la seule opération pouvant empêcher le conducteur d’exécuter toutes les manoeuvre nécessaires et d’avoir constamment le contrôle du véhicule qu’il conduit.

Je souhaite une réponse aux questions suivantes.

1. Combien d’infractions consistant en l’utilisation du GSM au volant ont-elles été constatées annuellement entre 1995 et 2000 ? Dans combien de cas d’accidents de la route l’utilisation du GSM a-t-elle été considérée comme la cause de l’accident entre 1995 et 2000 ?

2. Combien d’infractions consistant en l’utilisation du GSM au volant ont-elles été constatées annuellement entre 2000 et 2005 ? Dans combien de cas d’accidents de la route l’utilisation du GSM a-t-elle été considérée comme la cause de l’accident entre 2000 et 2005 ?

3. Combien d’infractions à l’article 8.3 commises par des conducteurs portant des chaussures sans lacets ni bride ont-elles été constatées annuellement entre 2000 et 2005 ? Dans combien de cas d’accidents de la route le port de chaussures sans lacets ni bride a-t-il été considéré comme la cause de l’accident entre 2000 et 2005 ?

4. Combien d’infractions commises par des conducteurs qui lisaient au volant ont-elles été constatées annuellement entre 2000 et 2005 ? Dans combien de cas d’accidents de la route la lecture au volant a-t-elle été considérée comme la cause de l’accident entre 2000 et 2005 ?

5. Vu que des maniements plus dangereux que l’utilisation du GSM au volant tombent sous le coup de la disposition générale de l’article 8.3 du Code de la route, le ministre estime-t-il opportun que l’utilisation du GSM fasse l’objet d’une disposition particulière ?

 

Volgens het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer moet een bestuurder “steeds in staat zijn alle nodige rijbewegingen uit voeren en voortdurend zijn voertuig of zijn dieren goed in de hand hebben”.

Hoewel dit in principe ook van toepassing is op het gebruik van een GSM in de wagen, besliste de minister die Mobiliteit in zijn bevoegdheden had in 2000 toch om een apart punt onder artikel 8 in te voegen dat de bestuurder verbiedt “om gebruik te maken van een draagbare telefoon die hij in de hand houdt”.

Nochtans is dit niet de enige handeling die de bestuurder kan beletten om alle nodige rijbewegingen uit te voeren en voortdurend zijn voertuig goed in de hand te hebben.

Graag had ik van de geachte minister een antwoord gekregen op volgende vragen:

1. Hoeveel overtredingen werden jaarlijks vastgesteld waarbij de bestuurder de GSM gebruikte in de wagen van 1995 tot 2000? Bij hoeveel verkeersongevallen werd het gebruik van de GSM als oorzaak beschouwd van 1995 tot 2000?

2. Hoeveel overtredingen werden jaarlijks vastgesteld waarbij de bestuurder de GSM gebruikte in de wagen van 2000 tot 2005? Bij hoeveel verkeersongevallen werd het gebruik van de GSM als oorzaak beschouwd van 2000 tot 2005?

3. Hoeveel overtredingen werden jaarlijks, van 2000 tot 2005, vastgesteld waarbij de bestuurder van een voertuig los schoeisel droeg, en dat dus onder de bepaling van artikel 8.3 valt? Bij hoeveel verkeersongevallen werd los schoeisel als oorzaak beschouwd van 2000 tot 2005?

4. Hoeveel overtredingen werden jaarlijks vastgesteld waarbij de bestuurder achter het stuur aan het lezen was van 2000 tot 2005? Bij hoeveel verkeersongevallen werd lezen achter het stuur beschouwd als oorzaak van 2000 tot 2005?

5. Als gevaarlijkere handelingen dan GSM-gebruik achter het stuur, vallen onder de algemene bepaling van artikel 8.3 van de Wegcode, acht de geachte minister het dan opportuun dat GSM-gebruik een specifieke bepaling krijgen?