SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2008-2009 Zitting 2008-2009
________________
23 juin 2009 23 juni 2009
________________
Question écrite n° 4-3626 Schriftelijke vraag nr. 4-3626

de Sabine de Bethune (CD&V)

van Sabine de Bethune (CD&V)

au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken
________________
Droits de l'enfant - Intérêt - Budget - Objectifs stratégiques pour 2008 Kinderrechten - Aandacht - Begroting - Strategische doelstellingen voor 2008 
________________
droits de l'enfant
budget de l'État
rechten van het kind
rijksbegroting
________ ________
23/6/2009 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 23/7/2009 )
9/10/2009 Antwoord
23/6/2009 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 23/7/2009 )
9/10/2009 Antwoord
________ ________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3623
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3624
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3625
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3627
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3628
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3629
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3630
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3631
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3632
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3633
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3634
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3635
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3636
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3637
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3638
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3639
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3640
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3641
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3642
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3643
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3644
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3623
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3624
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3625
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3627
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3628
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3629
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3630
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3631
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3632
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3633
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3634
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3635
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3636
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3637
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3638
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3639
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3640
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3641
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3642
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3643
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3644
________ ________
Question n° 4-3626 du 23 juin 2009 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 4-3626 d.d. 23 juni 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

La Convention relative aux droits de l'enfant de 1989 fut ratifiée par la Belgique le 16 décembre 1991 et est entrée en vigueur le 15 janvier 1992.

La Convention fut suivie en 2002 par un plan d'action des Nations unies (ONU) appelé « A world fit for children ». Ce document qui énonce dix points d'action concrets, demande à tous les États membres, entre autres, de réaliser d'urgence un plan national d'action.

En exécution de ces engagements internationaux, la Belgique a adopté, le 4 septembre 2002, une loi sur l'application de la Convention relative aux droits de l'enfant.Le gouvernement devait informer chaque année le parlement de sa politique.

En outre, le conseil des ministres a approuvé le 8 juillet 2005 le plan national d'action consacré aux droits de l'enfant (2005-2012) en vue de l'application de la Convention.

La Belgique s'est ainsi engagée concrètement à prendre les mesures nécessaires pour réaliser les droits de l'enfant. Cette tâche exige une volonté politique constante ainsi que la libération des moyens financiers nécessaires.

La politique fédérale des droits de l'enfant est une politique horizontale. Tous les domaines de la politique touchent en effet aux droits et intérêts des enfants et des jeunes.

Je souhaiterais obtenir une réponse aux questions suivantes:

1. Quels étaient les objectifs stratégiques en 2008 en matière de droits de l'enfant ?

2. Quels moyens a-t-on inscrits dans le budget 2008, globalement et par poste, pour réaliser une politique favorable aux enfants ?

 

Het Verdrag voor de rechten van het kind van 1989 werd door België op 16 december 1991 geratificeerd en trad er in werking op 15 januari 1992.

Het Verdrag werd in 2002 gevolgd door een Verenigde Naties (VN) Actieplan onder de naam “ A World fit for Children “. Dit document, dat tien concrete actiepunten formuleert, vraagt onder andere aan alle Lidstaten dringend werk te maken van een nationaal actieplan.

Ter uitvoering van deze internationale engagementen nam België op 4 september 2002 een wet aan tot instelling van een jaarlijkse rapportage over de toepassing van het VN-Kinderrechtenverdrag. De regering dient zo het Parlement jaarlijks op de hoogte te houden van haar beleid.

Daarnaast keurde de Ministerraad op 8 juli 2005 het nationale actieplan inzake de rechten van het kind (2005–2012) goed met het oog op de toepassing van het Verdrag.

Hierdoor heeft België er zich concreet toe geëngageerd de nodige maatregelen te nemen om de rechten van kinderen daadwerkelijk te realiseren. Deze opdracht vergt een volgehouden politieke wil en ook het vrijmaken van de nodige financiële middelen.

Het federaal kinderrechtenbeleid is een horizontaal beleid. Alle beleidsdomeinen hebben immers raakvlakken bij de rechten en belangen van kinderen en jongeren.

Elke federale minister, regeringslid, staatssecretaris en overheidsdienst heeft binnen het eigen bevoegdheidspakket de verantwoordelijkheid om het kinderrechtenbeleid te bewaken en een kindvriendelijke dimensie toe te passen.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1.Welke waren de strategische doelstellingen inzake kinderrechten in 2008?

2.Hoeveel middelen werden ingeschreven in de begroting voor 2008, in globo en per post, ter verwezenlijking van de kindvriendelijke dimensie van het beleid?

 
Réponse reçue le 9 octobre 2009 : Antwoord ontvangen op 9 oktober 2009 :

1. La promotion et protection des droits de l’enfant est une des priorités de la politique belge et européenne des droits de l’homme.

Mes services continuent par conséquent à apporter leur expertise et appui à la mise en œuvre des lignes directrices de l’Union européenne et veiller à la bonne prise en compte de ces principes dans la politique extérieure de l’Union européenne et de la Belgique. Ceci concerne les lignes directrices relatives à la protection des enfants dans les conflits armés, mais aussi celles – récemment adoptées – portant sur la promotion et la protection des droits de l’enfant dans les pays tiers.

Durant son mandat au Conseil de sécurité, la Belgique a également fait partie en 2008 d’un groupe de travail de cet organe sur les enfants dans les conflits armés. Ceci a permis à la Belgique de jouer un rôle important au plus haut niveau politique au sujet de cette problématique.

2. Pour ces raisons évidentes, j’ai soutenu à de nombreuses reprises le financement de projets de l’ONU et d’organisations non gouvernementales (ONG) destinés à aider ces enfants à retrouver une vie normale en les réhabilitant dans leurs communautés et ce, dans différentes régions et pays. Ces projets sont complémentaires aux actions menées par la Coopération au développement. Ils ne sont cependant pas financés au départ d’une ligne budgétaire spécifique.

Pour terminer, je tiens à souligner que mon département veille également à ce que la Belgique respecte ses obligations de rapportage auprès du Comité des Droits de l’Enfant à Genève.

1. De bevordering en bescherming van de rechten van het kind is een van de prioriteiten van het Belgische en Europese mensenrechtenbeleid.

Mijn diensten dragen met hun expertise en steun dan ook verder bij tot de tenuitvoerlegging van de richtsnoeren van de Europese Unie. Ze zien erop toe dat deze beginselen bij het externe optreden van de EU en van België worden toegepast. Het betreft de richtsnoeren inzake de bescherming van het kind in gewapende conflicten, maar ook de recent goedgekeurde richtsnoeren ter bevordering en bescherming van de rechten van het kind in derde landen.

Door haar lidmaatschap in de Veiligheidsraad zetelde België in 2008 ook in de werkgroep van de Veiligheidsraad voor kinderen in gewapende conflicten. Dit liet België toe om op het hoogste politieke niveau een belangrijke rol te spelen met betrekking tot deze problematiek.

2. Om deze voor de hand liggende redenen heb ik herhaaldelijk de financiering van projecten van de Verenigde Naties (NV) en van niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) gesteund die erop gericht zijn deze kinderen weer een normaal leven te laten leiden door hun rehabilitatie in hun gemeenschappen in de verschillende regio’s en landen. Deze projecten vullen de acties van de ontwikkelingssamenwerking aan, maar worden niet vanuit een eigen budgetlijn gefinancierd.

Ten slotte wil ik benadrukken dat mijn departement er eveneens op toeziet dat België zijn verplichtingen nakomt inzake de rapportering aan het Comité voor de Rechten van het Kind in Genève.