BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2010-2011
________
20 juli 2011
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-2824

de Yves Buysse (Vlaams Belang)

aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
________
Federale overheidsdiensten - Databank met personeelsgegevens - Problemen bij Pdata - Maatregelen
________
overheidsapparaat
personeelsbeheer
bedrijfsbeheerssysteem
gegevensbank
ministerie
________
20/7/2011 Verzending vraag
7/12/2011 Dossier gesloten
________
Heringediend als : schriftelijke vraag 5-4396
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-2824 d.d. 20 juli 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De federale overheidsdiensten moeten een databank bijhouden van de administratieve en geldelijke toestand van het personeel dat zij met hun budget betalen. Ze moeten die gegevens om de zes maanden overmaken aan de minister van Ambtenarenzaken. Dit is vastgelegd in het koninklijk besluit van 4 oktober 2005 houdende uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 141 van 30 december 1982 tot oprichting van een databank betreffende de personeelsleden van de overheidssector. De Federale Overheidsdienst (FOD) Personeel en Organisatie gebruikt de webapplicatie Pdata om het aantal ambtenaren binnen het federaal administratief openbaar ambt te tellen. Het Rekenhof heeft erop gewezen dat er ter wille van de efficiŽntie een precieze wettelijke omschrijving van het federaal openbaar ambt nodig is en een volledige officiŽle lijst van de instellingen of organismen waarvan het personeel rechtstreeks of onrechtstreeks door de Staat wordt betaald. Momenteel bestaat er niet eens een precieze nomenclatuur van de gebruikte juridische begrippen. In het 165ste Boek van het Rekenhof, Volume I, blz. 685 en in het 166ste Boek, Volume I, blz. 774, heeft het Rekenhof al gewezen de moeilijkheden die uit die lacunes voortvloeien. Het probleem is dus niet nieuw.

De dienst Pdata kampt nog altijd met de dubbele moeilijkheid dat zij zelf, zonder precieze wettelijke referentie, de lijnen van het federale openbaar ambt moet afbakenen en dat zij niet over de wettelijke middelen beschikt om de diverse instellingen te verplichten de nodige gegevens aan te leveren. Bij gebrek aan een officiŽle inventaris van het federale openbaar ambt baseert Pdata zich enerzijds op een wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken om het federaal administratief openbaar ambt te omschrijven, en anderzijds op artikel 4 van het reeds vermelde koninklijk besluit van 4 oktober 2005, voor de gegevens over de rechterlijke orde, de Raad van State, het Interfederaal Korps van de Inspectie van FinanciŽn, het militair personeel en de federale politie. De gegevens die de dienst in dat kader ontvangt, zijn echter te summier. Ze zijn beperkt tot de opdeling van het personeelsbestand in contractuelen en statutairen en in actieve en niet-actieve medewerkers. Pdata omvat ook de gegevens die sommige andere diensten spontaan toesturen. De dienst die Pdata beheert, is evenwel van mening dat er nog ongeveer 180 door de Staat gesubsidieerde instellingen zijn die hun personeelsgegevens niet meedelen. Bovendien bevat Pdata niet de financiŽle gegevens die het koninklijk besluit van 4 oktober 2005 voorschrijft en die de federale diensten nodig hebben om hun begroting te kunnen opstellen en om hun personeelsbeleid te voeren. Pdata is volgens het Rekenhof een betrouwbaar middel om het volume en de structuur te analyseren van het personeelsbestand van het federaal administratief openbaar ambt. Maar de kwaliteit en de volledigheid van de informatie over de andere instellingen zijn ontoereikend om de evolutie van het personeelsbeheer nauwgezet te kunnen analyseren.

Welke stappen heeft de geachte minister reeds gezet om:

1) een wettelijke omschrijving van het federaal ambt te formuleren;

2) een lijst op te stellen van de instellingen of organismen waarvan het personeel rechtstreeks of onrechtstreeks door de Staat wordt betaald;

3) de door de Staat gesubsidieerde instellingen te verplichten voluit met Pdata samen te werken;

4) de gegevens over de opdeling van het personeelsbestand over contractuelen en statutairen en over actieve en niet-actieve medewerkers te laten aanvullen met alle informatie die nodig is om een begroting te kunnen opstellen en een efficiŽnt personeelsbeleid te kunnen voeren?