5-2080/1

5-2080/1

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

13 MEI 2013


Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 36 van het wegverkeersreglement om een helmplicht voor jonge fietsers in te voeren

(Ingediend door mevrouw Anke Van dermeersch c.s.)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 6 december 2007 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 4-441/1 — 2007/2008).

In tal van landen bestaat er reeds een helmplicht : Spanje, Finland, Oostenrijk, Zweden, Spanje, TsjechiŽ, IJsland, Nieuw-Zeeland, AustraliŽ, bepaalde provincies in Canada, bepaalde staten in de Verenigde Staten, ... In deze landen wordt de verplichting tot het dragen van een helm doorgaans wel beperkt tot kinderen en jongeren.

Men is het er algemeen over eens dat de valhelm voor fietsers zeer nuttig is in het voorkomen van gevaarlijke of zelfs dodelijke hoofdletsels bij ongevallen en valpartijen. Verscheidene studies tonen dat duidelijk aan.

Volgens een schatting (Elvik, 2011) lijkt het risico op hoofdletsels voor niet-dragers van een fietshelm 1,72 keer zo groot te zijn als dat voor helmdragers, met een 95 %-betrouwbaarheidsinterval van 1,33-2,22. Voor hersenletsel lijkt het risico 2,13 keer zo groot (met een 95 %-betrouwbaarheidsinterval van 1,33-3,45). Als alle bekeken letsels aan hoofd en nek samen worden genomen, blijkt de risicotoename geringer, maar nog steeds aanwezig (factor 1,18; 95 %-betrouwbaarheidsinterval 1,02-1,35) (1) .

Een studie van Macpherson & Spinks (2007) over de helmverplichting voor kinderen en jongeren tot en met zeventien jaar in de Amerikaanse staat CaliforniŽ toonde een reductie van 18 % van het aantal hersenletsels bij de kinderen en jongeren aan. Volgens een andere studie van bovengenoemde onderzoekers in de Canadese provincies waar de helmplicht voor jongeren tot en met zeventien jaar was ingevoerd, nam het aantal hoofdletsels bij fietsers onder de achttien jaar met 45 % af; in provincies waar geen helmplicht was ingevoerd was de reductie 27 %. Carr et al. bestudeerden in 1995 de gevolgen van de invoering van de helmplicht in de Australische staat Victoria. Zij vonden in de vier jaar na invoering van een algemene helmplicht een afname van 39 % van het aantal hoofdletsels bij in het ziekenhuis opgenomen fietsers. Een studie van Schuffham et al. uit 2000 berekende dat de algemene verplichtstelling in Nieuw-Zeeland samenging met 19 % reductie van het aantal hoofdletsels bij fietsers over een periode van drie jaar (2) .

In Zweden steeg het helmgebruik bij kinderen jonger dan 10 jaar van 20 % in 1988 naar 45 % in 1995, terwijl het aantal hoofdletsels met 43 % daalde. AustraliŽ kende een daling met 55 % van het aantal dodelijke fietsslachtoffers na veralgemeende invoering van de fietshelmplicht (1990) en een daling van de ziekenhuisopnamen bij fietsers met 26 % (3) .

Gelet op de grotere kwetsbaarheid van fietsende kinderen in het verkeer, dienen zij in elk geval als eerste doelgroep voor het dragen van de fietshelm in aanmerking te komen. Diverse instanties (BIVV, FOD Volksgezondheid, verzekeringsmaatschappijen, ziekenfondsen, ...) spelen daarop in en zetten diverse lovenswaardige campagnes en acties op het getouw.

Hoewel een veralgemeende helmplicht in BelgiŽ volgens sommigen zou kunnen leiden tot een daling van het aantal fietsgebruikers — vanwege onder meer het praktische ongemak en het zicht — zijn de indieners van dit voorstel van mening dat kinderen tot twaalf jaar zich optimaal veilig door het steeds intensiever en drukker wordende wegverkeer dienen te verplaatsen. Gelet op het feit dat verkeersopvoeding en -initiatie een wezenlijk onderdeel is van het lesprogramma van de basisschool en op het feit dat veel kinderen moeizaam en erg onzeker hun eerste stappen in het verkeer zetten, is het dragen van de valhelm voor fietsers geen overbodige luxe.

De indieners van dit voorstel zijn dan ook de mening toegedaan dat deze nieuwe regeling tegemoet komt aan de zorg voor meer veiligheid voor de zwakste en jongste weggebruikers.

Anke VAN DERMEERSCH.
Yves BUYSSE.
Filip DEWINTER.
Bart LAEREMANS.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 36 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, vervangen bij het koninklijk besluit van 16 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 24 juni 2000, 14 mei 2002, 18 december 2002, 4 april 2003, 22 augustus 2006 en 11 juni 2011 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :

ę Fietsers beneden de leeftijd van twaalf jaar moeten een valhelm dragen. Ľ

Art. 3

Deze wet treedt in werking twee maanden nadat ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

22 april 2013.

Anke VAN DERMEERSCH.
Yves BUYSSE.
Filip DEWINTER.
Bart LAEREMANS.

(1) Factsheet Fietshelmen, september 2012, Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, blz. 1.

(2) Factsheet Fietshelmen, september 2012, Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, blz. 4-5.

(3) Federale Commissie Verkeersveiligheid, Staten-Generaal van de verkeersveiligheid van 25 februari 2002, http://www.fcvv.be/Docs/2002/Dossier %207 %20gordel.pdf.