5-456/1

5-456/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

10 NOVEMBER 2010


Voorstel van resolutie betreffende een krachtdadiger optreden van BelgiŽ met het oog op de universele afschaffing van de doodstraf

(Ingediend door mevrouw Vanessa Matz en de heer Bert Anciaux)


TOELICHTING


Dit voorstel van resolutie neemt — met enkele wijzigingen — de tekst over van een voorstel dat reeds op 9 november 2009 in de Kamer van volksvertegenwoordigers werd ingediend (stuk Kamer, nr. 52-2235/1).

1. Inleiding

Volgens secretaris-generaal Terry Davis van de Raad van Europa, is de doodstraf een barbaarse en wraakzuchtige parodie van gerechtigheid. Amnesty International vindt het de wreedste, de meest onmenselijke en de meest vernederende van alle straffen.

Het verbod op de doodstraf maakt deel uit van de fundamentele waarden van de Europese Unie. Artikel 2, ę Recht op leven Ľ, punt 2 van hoofdstuk I, met als opschrift ę Waardigheid Ľ, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat als bijlage bij het Verdrag van Lissabon gaat (1) , bepaalt : ę Niemand wordt tot de doodstraf veroordeeld of terechtgesteld. Ľ.

2. De situatie in de wereld

Nochtans werd in 2009 714 keerde doodstraf uitgevoerd naar verluidt en zou het reŽle aantal terechtstellingen nog hoger liggen want die cijfers omvatten alleen de officieel ter kennis gebrachte terechtstellingen. Tal van landen kondigen de executies niet aan of maken slechts gedeeltelijke cijfers bekend. Het werkelijke aantal terechtstellingen zou kunnen oplopen tot 10 000.

In alle werelddelen wachten tienduizenden ter dood veroordeelden in streng beveiligde afdelingen van gevangenissen en in onmenselijke omstandigheden op de voltrekking van hun straf.

Achtenvijftig landen hebben de doodstraf niet afgeschaft. In 2009 werden in achttien van die landen terechtstellingen voltrokken. De grote meerderheid van de terechtstellingen vindt plaats in slechts vijf landen, met name : China, Iran, Irak, Saoedi-ArabiŽ en de Verenigde Staten.

Ondanks die alarmerende cijfers wint de afschaffing van de doodstraf wereldwijd meer en meer veld. In 2009 hebben Togo en Burundi het verbod op de doodstraf opgenomen in hun rechtsbestel en in 2010 deed Angola hetzelfde.

Op de lijst van de honderdveertig afschaffende landen zijn er vijfennegentig die het verbod op de doodstraf uitdrukkelijk in hun wetgeving hebben opgenomen. Dat is tweemaal meer dan vijfentwintig jaar geleden. Verscheidene landen zetten de doodstraf almaar vaker om in opsluiting. Andere landen blijven uitstel van de straf instellen.

Er zij aan herinnerd dat de doodstraf in de meeste landen waar zij wordt toegepast, wordt uitgesproken na een oneerlijk proces waarin de rechten van de verdediging met voeten worden getreden. Maar zelfs als die rechten worden geŽerbiedigd, bestaat het risico dat een onschuldige ter dood wordt gebracht, zoals in 2004 is gebeurd met Cameron Willingham in de Verenigde Staten.

Tal van onderzoeken hebben aangetoond dat de doodstraf niet ontradend werkt op de criminaliteit in een samenleving of in een land.

Het is duidelijk dat de doodstraf vaker wordt gebruikt als politiek of moreel repressiemiddel dan om seriemoordenaars terecht te stellen. Enkele voorbeelden : de doodstraf wordt in Noord-Korea of Guatemala — om maar die twee landen te noemen — toegepast op politieke tegenstanders, in Saoedi-ArabiŽ en Iran op homoseksuelen of mensen die overspel hebben gepleegd, in Vietnam en China op mensen die corruptie hebben gepleegd. Nog in China wordt de doodstraf zelfs toegepast op veedieven. De doodstraf treft meestal de armsten, de minderheden of de vreemdelingen.

3. De doodstraf in de landen waarmee BelgiŽ op ontwikkelingsvlak samenwerkt

Sommige partnerlanden van de Belgische CoŲperatie hebben de doodstraf niet uitdrukkelijk afgeschaft, hoewel zij ze niet meer uitspreken of toepassen (Palestina). Andere hebben de doodstraf als veroordeling uitgesproken zonder ze toe te passen (Algerije, Marokko, de Democratische Republiek Congo, Oeganda, Niger, Tanzania, Mali, enzovoort). Ten minste ťťn partnerland van de Belgische CoŲperatie blijft terechtstellingen uitvoeren (Vietnam), met ten minste negentien executies in 2008 (volgens Amnesty International). Een ander partnerland, Burundi, heeft de doodstraf in april 2009 uitdrukkelijk verboden. Wij herinneren er aan dat de wet op de ontwikkelingssamenwerking uitdrukkelijk bepaalt dat de Belgische CoŲperatie de intensivering van de bevordering van de mensenrechten en van de menselijke waardigheid in de partnerlanden moet mogelijk maken.

4. Internationale actie tegen de doodstraf

De afschaffing van de doodstraf kan binnen de internationale gemeenschap op ruime steun rekenen. Niet minder dan zeventig organisaties zijn lid van de World Coalition Against the Death Penalty. Ook de Verenigde Naties zijn bijzonder actief via hun verschillende gespecialiseerde organisaties en het Tweede Facultatieve Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten is specifiek gericht op de afschaffing van de doodstraf. Na Straatsburg in 2001, Montreal in 2004 en Parijs in 2007 verwelkomde GenŤve in februari 2010 het vierde wereldcongres tegen de doodstraf.

5. BelgiŽ en de Raad voor de mensenrechten

Ondanks een laattijdige afschaffing van de doodstraf (op 1 augustus 1996, ook al dateert de laatste terechtstelling van 1950), heeft BelgiŽ er resoluut voor gekozen de mensenrechten te bevorderen, zoals blijkt uit zijn talrijke initiatieven in dat verband (ratificatie van alle juridische instrumenten terzake, tegengaan van antipersoonsmijnen en van clustermunitie, initiatieven bij de VN-instanties enzovoort).

BelgiŽ is lid van de Raad voor de mensenrechten, die vertegenwoordigers uit zevenenveertig landen telt, en nam in 2009-2010 het voorzitterschap van die Raad waar.

De Raad voor de mensenrechten buigt zich over de doodstraf. Om gevolg te geven aan Besluit 2/102 van de Raad voor de Mensenrechten (2) heeft de secretaris-generaal op 16 juli 2010 aan die Raad een rapport over het vraagstuk van de doodstraf bezorgd, teneinde over de toestand dienaangaande een stand van zaken op te maken. Dat rapport stelt het volgende : ę The present report contains information covering the period from 1st June 2009 to 1st July 2010, and draws attention to a number of phenomena, including the continuing trend towards abolition, the practice of engaging in a national debate on the death penalty, and the ongoing difficulties in gaining access to reliable information on executions Ľ (3) .

Volgens de indieners van dit voorstel van resolutie moet BelgiŽ met behulp van zijn coŲperatie, via zijn bilaterale of multilaterale betrekkingen, alle gelegenheden aangrijpen om ter gelegenheid van zijn voorzitterschap van de Europese Unie, de afschaffing van de doodstraf te bevorderen.

Vanessa MATZ.
Bert ANCIAUX.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. overwegende dat de doodstraf een onterende handeling is die indruist tegen de menselijke waardigheid en de gerechtigheid en die door vrijwel alle landen, met instemming van de bevolking, wordt veroordeeld en verboden;

B. overwegende dat alleen een vastberaden en onafgebroken optreden van alle verdedigers van de mensenrechten die gruwelijke daad uit de wereld kan helpen;

C. met tevredenheid vaststellend dat BelgiŽ aanwezig is in de Raad voor de mensenrechten van de Verenigde Naties;

D. gelet op het feit dat binnen de Raad voor de mensenrechten een tiental werkgroepen zijn opgericht, elk met hun eigen thema, maar dat nog geen werkgroep werd opgericht in verband met de afschaffing van de doodstraf;

E. overwegende dat ons land zijn vastberaden beleid ter bevordering en bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden overal ter wereld, alsook met het oog op een universele toepassing ervan, moet voortzetten;

F. overwegende dat in het streven naar de universele afschaffing van de doodstraf vooruitgang is geboekt, doordat in tientallen landen het middenveld nauw bij de zaak betrokken werd en sommige regeringen passend zijn opgetreden;

G. betreurend dat, hoewel in de meeste partnerlanden van de Belgische CoŲperatie vooruitgang wordt geboekt, sommige partnerlanden nog altijd doodstraffen uitspreken, en dat minstens ťťn partnerland nog altijd doodvonnissen tot uitvoering brengt;

H. zich erover verheugend dat in sommige partnerlanden van de Belgische CoŲperatie, de doodstraf officieel is afgeschaft;

I. gelet op de zorgwekkende situatie in de vijf landen waar het gros van alle doodstraffen worden uitgevoerd, namelijk China, Iran, Irak, Saoedi-ArabiŽ en de Verenigde Staten;

J. diep geschokt door de terechtstelling van minderjarigen in Iran, alsook door het feit dat dit land de doodstraf voortaan ook toepast wegens pornografie en overweegt ze toe te passen wegens geloofsverzaking, ketterij en hekserij,

Vraagt de regering :

1. de universele afschaffing van de doodstraf stelselmatig maar nog nadrukkelijker te bepleiten in de verschillende internationale instanties die waken over de rechten van de mens;

2. specifieke stappen te ondernemen jegens de landen die de doodstraf het vaakst tot uitvoering brengen, en hen met name van deze resolutie in kennis te stellen;

3. er bij de landen die dat nog niet hebben gedaan, stelselmatig op aan te dringen dat zij de voor die afschaffing vereiste rechtsmiddelen bekrachtigen, onder meer het tweede Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, gericht op de afschaffing van de doodstraf;

4. binnen de Raad voor de mensenrechten van de Verenigde Naties de passende initiatieven te nemen om de universele afschaffing van de doodstraf te bespoedigen, inclusief via de oprichting van een permanente werkgroep daarvoor;

5. bij de bilaterale gesprekken met de vertegenwoordigers van derde landen die de doodstraf in de praktijk brengen, de grote ongerustheid van ons land stelselmatig ter sprake te brengen;

6. er bij de partnerlanden waarmee BelgiŽ bilateraal samenwerkt, via een onafgebroken politieke dialoog op aan te dringen dat zij de doodstraf niet langer uitvoeren en officieel afschaffen, alsook degene die ze afschaffen in dat verband te feliciteren.

7 oktober 2010.

Vanessa MATZ.
Bert ANCIAUX.

(1) http://www.europarl.europa.eu/charter/pdf/text_nl.pdf.

(2) http://www2.ohchr.org/english/bodies/hrcouncil/docs/2session/res2-102.pdf.

(3) http://www2.ohchr.org/english/bodies/hrcouncil/docs/12session/A.HRC.12 45.pdf.