Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-681

van Lode Vereeck (Open Vld) d.d. 26 juni 2015

aan de vice-eersteminister en minister van Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post

Academische Onderzoeksorganisatie voor beleidsondersteuning - ACROPOLIS (Academic Research Organisation for Policy Support)

ontwikkelingshulp
Algemeen Bestuur voor de Ontwikkelingssamenwerking
universitair onderzoek

Chronologie

26/6/2015 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 30/7/2015 )
14/7/2015 Antwoord

Vraag nr. 6-681 d.d. 26 juni 2015 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De academische onderzoeksorganisatie voor beleidsondersteuning, ACROPOLIS, ondersteunt het Belgische directoraat-generaal voor Ontwikkelingssamenwerking (DGD) bij de beleidsvoorbereiding op basis van empirisch onderzoek. De ACROPOLIS-groep verricht academisch onderzoek en levert academische diensten op maat voor de Belgische beleidsmakers inzake ontwikkelingssamenwerking. Het ultieme doel is een voortgezette professionalisering en kwaliteitsverbetering van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

De ACROPOLIS-groep kan voor de periode mei 2014-2017 rekenen op financiële en administratieve steun van ARES-CCD (Académie de recherche et d'enseignement supérieur - Commission de la coopération au développement) en VLIR-UOS (Vlaams Interuniversitaire Raad - Universitaire Ontwikkelingssamenwerking). VLIR-UOS en ARES-CCD hebben hiervoor een budget van gemiddeld 330.000 euro per groep per werkjaar. Er zijn thans drie groepen die rond drie verschillende thema's werken. VLIR-UOS ontvangt op haar beurt jaarlijks een budget van ongeveer 35 miljoen euro van het DGD.

Naast ontwikkelingshulp spelen meerdere factoren een rol bij economische en sociale ontwikkeling. Deze factoren vallen onder andere beleidsdomeinen,zowel op supranationaal, federaal als regionaal vlak. Dit gegeven motiveert het transversale karakter van onderhavige vraagstelling.

1. In welke mate en op welke manier is de ACROPOLIS-groep betrokken bij de uitwerking van de nieuwe strategische aanpak van het Belgische ontwikkelingsbeleid?

2. Op hoeveel middelen uit het Belgische budget voor ontwikkelingssamenwerking kan VLIR-UOS van 2015 tot en met 2019 jaarlijks rekenen?

3. Hoe motiveert de minister de financiering van VLIR-UOS op federaal niveau? Is er omtrent de opdrachten, werking en resultaten van VLIR-UOS een terugkoppeling met de bevoegde minister(s) op het niveau van de Vlaamse Gemeenschap?

Antwoord ontvangen op 14 juli 2015 :

1) Binnen het ACROPLIS-programma wordt er rond drie thema’s gewerkt :

– hulpeffectiviteit in fragiele situaties ;

– financiering voor ontwikkeling ;

– milieu en klimaat.

Deze drie thema’s werden gekozen, omwille van hun relevantie voor het Belgisch beleid.

De eerste groep draagt bij tot de operationalisering van het concept fragiliteit in onze samenwerking. De principes van werken in fragiele situaties zijn vastgelegd in een Strategienota, de volgende stap is deze principes nu vertalen in instrumenten (tools) die kunnen worden gebruikt in de verschillende sectoren van de samenwerking. Deze groep zal ook bijdragen tot de reflectie over de effectiviteit van onze programma’s in vijf landen: Democratische Republiek Congo (DRC), Burundi, Rwanda, Mali en Niger.

De tweede groep doet onderzoek rond twee beleidsvragen : 1° op welke manier kunnen donors het best bijdragen tot de ontwikkeling van de lokale private sector in ontwikkelingslanden (via ontwikkelingsbanken, via het stimuleren van obligatiemarkten in partnerlanden, …) ? ; 2° wat is het belang van een aantal internationale geldstromen voor de ontwikkeling van het Zuiden. De tweede vraag is op dit moment uiteraard bijzonder actueel, met het oog op de voorbereiding van de VN-conferentie inzake financiering voor duurzame ontwikkeling in Addis Abeba (juli 2015). Op dit moment werkt de groep vooral rond de schuldenproblematiek, en rond illegale geldstromen en rond belastingontwijking.

De laatste groep werkt rond verschillende thema’s inzake duurzame ontwikkeling : hoe klimaatimpact in rekening brengen in projecten en programma’s, hoe bio-diversiteit ondersteunen, hoe een beter zicht krijgen op de totale, internationale geldstromen gericht op klimaat, hoe duurzame energie aanmoedigen ? Deze groep is ook betrokken bij de voorbereiding in België van de Klimaat-top op het einde van het jaar in Parijs.

Voor deze drie onderzoeksthema's voor beleidsondersteuning wordt vanaf 2014 en dit voor een periode van drie jaar een jaarlijks budget vrijgemaakt van 1 000 000 euro, waarvan 500 000 euro voor de Vlaams Interuniversitaire Raad (VLIR) en 500 000 euro voor de Académie de recherche et d'enseignement supérieur (ARES). Deze bedragen maken deel uit van de begroting van de programma's « Formation, Recherche et Sensibilisation au développement (FRSC) » van de ARES en het « Noord Acties Programma (NAP) » van de VLIR.

2) De universitaire samenwerkingsactiviteiten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking worden geregeld door een algemene overeenkomst en bijzondere overeenkomsten tussen de Belgische Staat en de universiteiten van de VLIR en de ARES (ex-Conseil interuniversitaire de la Communauté françaiseCIUF). De bijzondere programma's dragen bij aan de uitvoering van een door de minister van Ontwikkelingssamenwerking goedgekeurd, ruimer strategisch plan voor de periode 2014 tot 2016.

Deze conventionele samenwerkingsovereenkomst wordt vanaf 2017 opgevolgd door nieuwe modaliteiten. Deze modaliteiten worden verduidelijkt in het koninklijk besluit van 25 april 2014 betreffende de subsidiëring van de actoren van de niet-gouvernementele samenwerking.

De VLIR en de ARES zullen een nieuw programma moeten voorbereiden en voorstellen voor de periode 2017-2022, dat zal worden onderzocht en ter goedkeuring worden voorgelegd aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking. Het is aan VLIR-UOS en ARES-CCD om interventies te zoeken en te formuleren die zullen worden opgenomen in dit nieuwe programma. De subsidies die hieruit zouden voortvloeien voor de periode vanaf 2017 zijn nog niet gekend.

Wat betreft de totale bedragen waarover de VLIR momenteel in 2015 beschikt en waarover het in de toekomst zou kunnen beschikken, zijn de volgende data en schattingen beschikbaar :

– gGoedgekeurd budget VLIR-UOS 2015 : 35 148 000 euro ;

– budget VLIR-UOS 2016: 35 148 000 euro ;

– budget VLIR-UOS 2017 : op dit ogenblik onbekend ;

– budget VLIR-UOS 2018 : op dit ogenblik onbekend ;

– budget VLIR-UOS 2019 : op dit ogenblik onbekend.

3) Een algemene overeenkomst en bijzondere overeenkomsten tussen de Belgische Staat en de universiteiten van de VLIR en de ARES (ex-CIUF) bepalen de doelstellingen van de financiering van de universitaire ontwikkelingssamenwerking en de reikwijdte ervan, die beperkt is tot interventies waarvan de relevantie erkend wordt volgens de principes van de wet op de Ontwikkelingssamenwerking.

In 2012-2013 is er discussie geweest over de zogenaamde usurperende bevoegdheden. Universitaire ontwikkelingssamenwerking stond op de bewuste lijst. In de zomer van 2013 is het dossier beslecht. Alle betrokken overheden en partijen hebben bevestigd dat ontwikkelingssamenwerking een parallelle en geen usurperende bevoegdheid is. Dit betekent dat zowel de federale overheid als de deelstaten het recht hebben om een beleid voor ontwikkelingssamenwerking uit te bouwen, naar eigen prioriteit, en er geen sprake is van exclusiviteit van bevoegdheid. In het kader van de zesde staatshervorming is er politiek een oplossing gevonden voor de meeste dossiers die op de beruchte lijst van usurperende bevoegdheden stonden. Zo ook voor het dossier van de universitaire ontwikkelingssamenwerking. Dit betekent concreet dat VLIR-UOS erkend blijft als partner van de federale overheid, en door de directie-generaal voor Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp (DGD) gefinancierd blijft, minstens tot in 2017. Alle partners moeten in functie van financiering vanaf 2017 een toetsing ondergaan, zo ook VLIR-UOS.

VLIR-UOS werkt nauw samen met de Vlaamse overheid, in het bijzonder de departementen onderwijs, wetenschapsbeleid, en internationaal Vlaanderen, ofwel via de VLIR, de VLUHR, of Flanders Knowledge Area.

Op het vlak van ontwikkelingssamenwerking is er afstemming tussen de VLIR-UOS-projecten en de projecten van de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking in twee van de drie Vlaamse partnerlanden : Zuid-Afrika en Mozambique. VLIR-UOS heeft een landenlijst van 18 landen. Bij het tot stand komen van de landenstrategie voor elk van die landen, was de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking uitgenodigd.

De afgelopen jaren heeft VLIR-UOS concreet bijgedragen tot de conceptualisatie en operationalisering van onderdelen van Brains on the Move (mobiliteitsbeurzen studenten hoger onderwijs), academische diplomatie, het Trauma- en Transformatienetwerk, Belanghebbendenmanagement, ontwikkelingssamenwerking en de privé-sector, … VLIR-UOS wil graag ook een concrete bijdrage leveren tot de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking. In functie hiervan werd recent een concreet voorstel ingediend.

VLIR-UOS maakt jaarlijks zijn jaarverslag over aan de bevoegde Vlaamse ministers en administraties.