Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-2081

van Lode Vereeck (Open Vld) d.d. 10 januari 2019

aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en Minister van Ontwikkelingssamenwerking

Groene obligaties - Uitgifte - Datum - Verwachte ontvangsten - Inschatting - Renteverschil met de gewone staatsobligatie - Projecten die in aanmerking komen - Selectie - Toekomstige uitgifte van groene obligaties

obligatie
overheidslening
uitgifte van effecten
geldmarkt
duurzame ontwikkeling
milieukeurmerk
beleid inzake klimaatverandering

Chronologie

10/1/2019 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 14/2/2019 )
18/2/2019 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 6-1727

Vraag nr. 6-2081 d.d. 10 januari 2019 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op 13 december 2017 berichtte De Tijd over de uitgifte van een groene obligatie door de federale regering. Deze obligatie heeft de financiering van investeringen in duurzame projecten tot doel. Op deze manier wil de federale regering, aldus eerste minister Michel, op de One Planet Summit, « een sterk signaal geven in de strijd tegen de klimaatopwarming ».

De uitgave van deze zogenaamde « green bonds » werd aangekondigd in het zomerakkoord 2017 en « toont het ecologisch engagement op lange termijn van de regering », aldus de presentatie van het zomerakkoord op de thematische Ministerraad van 26 juli 2017. Het milieubeleid is echter een gewestaangelegenheid en behoort tot de bevoegdheid van de drie gewesten in België. Hiermee wordt het transversale karakter van dit thema meteen duidelijk gemaakt.

Ik heb volgende vragen voor u :

1) Graag ontvang ik van u een duidelijke toelichting bij de modaliteiten van de uitgifte van de groene obligatie :

a) De uitgifte van de groene obligatie zou gepland zijn in het eerste trimester of de lente van 2018. Is de concrete datum van uitgifte thans al bekend ?

b) Met de groene obligaties hoopt de federale regering 3 à 5 miljard euro op te kunnen halen bij institutionele investeerders, zoals banken en verzekeringsmaatschappijen. Particulieren zullen na de uitgifte de obligaties kunnen kopen via de secundaire markt.

- Op welke berekeningen, analyses, voorspellingen en aannames is de inschatting van het bedrag gebaseerd dat de regering met de groene obligaties hoopt op te halen ? Graag een gedetailleerde toelichting.

- Kunt u het op te halen bedrag nauwkeuriger inschatten, aangezien de verwachte ontvangsten nu een marge laten van 2 miljard euro ?

- Kunnen ook institutionele investeerders uit het buitenland intekenen ?

c) De federale regering verwacht dat de rente van de groene obligaties « gelijk of iets lager zal zijn dan die op een gewone staatsobligatie ».

Werd de hoogte van de rente of het renteverschil met de gewone staatsobligatie inmiddels al vastgesteld ? Zo ja, hoeveel bedraagt de rente of het renteverschil ? Zo nee, wanneer zal dit gebeuren ?

d) Hoeveel zal de looptijd van de groene obligaties bedragen ?

e) Welke financiële instelling(en) zal (zullen) de groene obligaties van de federale regering mogen uitgeven ? Hoe verliep de selectieprocedure van de uitgever ?

2) Tijdens de presentatie van het zomerakkoord werd verduidelijkt dat « de in aanmerking komende projecten / uitgaven waaraan de " green OLO's " zullen worden toegekend, [zullen] worden gediversifieerd in termen van type uitgaven en zullen recente, huidige en toekomstige projecten / uitgaven bevatten die onder federale bevoegdheden vallen ».

a) Door wie / welke instantie zullen de in aanmerking komende projecten worden gescreend en geëvalueerd ?

b) Wie / welke instantie zal de uiteindelijke beslissing nemen over de selectie van de projecten die kaderen in de strijd tegen de klimaatopwarming en waaraan de « green OLO's » worden toegekend ?

c) Het artikel in De Tijd spreekt van « infrastructuur voor de spoorwegen en investeringen in energie-efficiëntie ». Kunt u de projecten die de federale regering voor ogen heeft meer in detail duiden ?

3) Voor de komende jaren worden er nog uitgiftes van groene obligaties aangekondigd.

a) Welk tijdspad wordt hiervoor vooropgesteld ?

b) Welk bedrag wordt nagestreefd en binnen welke periode ?

Antwoord ontvangen op 18 februari 2019 :

1) a) De groene OLO werd op 26 februari 2018 uitgegeven.

b)

– Deze groene obligatie was enerzijds een gewone OLO, waarop institutionele beleggers graag inschrijven, en het verleden heeft uitgewezen dat een initieel volume van minstens 3,0 miljard euro steeds haalbaar was voor OLO’s die een duurtijd van 15 tot 20 jaar hebben. De lage rentes zorgden voor een voldoende belangstelling voor de langere maturiteiten, die hogere rendementen bieden dan de korter lopende leningen. En uiteraard werd een bijkomende vraag verwacht van beleggers die specifiek op zoek zijn naar groene investeringen.

Zo kon uiteindelijk een bedrag van 4,5 miljard euro bereikt worden.

Anderzijds moesten de opgehaalde bedragen voor deze groene OLO volledig besteed kunnen worden aan projecten en uitgaven die de toets doorstaan: die 4,5 miljard euro was dan ook het maximum dat kon uitgegeven worden in 2018.

– Zie antwoord hierboven.

– Zeker, net zoals voor een gewone OLO.

c) De uitgifte werd geplaatst aan een rendement dat 1,5 basispunt boven de rente lag die uit de secundaire markt kon worden afgeleid. Dat is zo’n 2,5 basispunten minder dan de gebruikelijke premie voor een eerste uitgifte van een nieuwe OLO. We kunnen er dus van uit gaan dat het renteverschil 2,5 basispunt bedroeg.

d) Er werd aangekondigd dat de looptijd van de groene OLO minimaal 15, en maximaal 20 jaar zou zijn. Het werd uiteindelijk een 15-jarige OLO met vervaldag in 2033.

e) Het syndicaat van lead managers bestond enerzijds uit de twee instellingen die de uitgifte samen met de overheid voorbereid hebben (BNP Paribas Fortis en Credit Agricole CIB, beide Primary Dealers van de schuldproducten van de federale overheid), aangevuld met 3 andere lead managers (Barclays, JP Morgan, en ING).

De dealers die als lead manager kunnen optreden worden door het Federale Agentschap van de Schuld geselecteerd, onder andere op basis van hun prestaties in het verleden, en voor het aanduiden van de instellingen die specifiek de structurering van dit product voor hun rekening namen werd ook rekening gehouden met hun bewezen ervaring op het domein van de groene obligaties.

2) a) De strategische beleidscellen van de Eerste Minister en van de Minister van Leefmilieu, Energie en Duurzame Ontwikkeling hebben samen met mijn strategische beleidscel en met de hulp van het Federaal Agentschap van de Schuld en de beide adviserende instellingen de lijst van projecten en uitgaven die voor de initiële uitgaven in aanmerking komen opgesteld.

b) Die beslissing is gezamenlijk genomen worden door de Minister van Leefmilieu en de Minister van Financiën.

c) Het gaat onder andere over de dotatie voor het personenvervoer van de NMBS en over de dotaties voor investeringen. Het eerste allocatierapport van de groene OLO zal in detail beschrijven waaraan de gelden besteed werden.

3) a) In eerste instantie zal deze groene OLO, net zoals voor andere OLO’s het geval is, regelmatig aangeboden worden in de aanbestedingen. Dat zal gedurende een paar jaren gebeuren. Pas nadat deze OLO een voldoende volume bereikt heeft, kan er gedacht worden aan de uitgifte van een tweede groene OLO.

b) OLO’s met een initiële maturiteit van 15 tot 20 jaar bereiken een volume van 10 miljard euro of meer. Om dit bedrag te bereiken is een paar tot enkele jaren vereist.