Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-3962

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 28 december 2011

aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden

Treinverkeer - Negatie rood licht - Frequentie - Veiligheidsprocedures - Automatisch stopsysteem

Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
reizigersvervoer
vervoersduur
bebakening
voertuigverlichting
veiligheid van het vervoer

Chronologie

28/12/2011 Verzending vraag
10/5/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-2885

Vraag nr. 5-3962 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Een passagierstrein liep op woensdag 6 juli 2011 meer dan twee uur vertraging op nadat de bestuurder door een rood licht was gereden. De trein stopte wel onmiddellijk maar de veiligheidsprocedure van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) schrijft voor dat een andere bestuurder moet worden opgeroepen om de trein verder te laten rijden. Er moet ook worden gecontroleerd of de veiligheid verzekerd is.

In dit kader volgende vragen:

1) Hoeveel treinen reden in de periode 2008 tot en met de eerste helft van 2011 door een rood licht? Tot welke vertragingen gaf dit aanleiding?

2) Kan de geachte minister de stand van zaken meedelen betreffende de invoer van het automatische stopsysteem bij het negeren van een rood licht door een trein?

3) Acht zij de voorgeschreven veiligheidsprocedure absoluut noodzakelijk? Zal deze procedure blijven gehandhaafd na de invoer van het automatische stopsysteem? Kan zij haar antwoord motiveren?

Antwoord ontvangen op 10 mei 2012 :

1.   Tussen 1 januari 2008 en 31 december 2011 bedroeg het aantal seinvoorbijrijdingen voor alle soorten treinen samen (goederen- en reizigerstreinen) werd als volgt : 

 

2008

2009

2010

2011

Hoofdspoor of spoor dat toegang verleent tot hoofdspoor

82

96

104

91

Bijspoor

15

21

26

42*

Totaal

97

117

130

133

*Waaronder 4 voorbijrijdingen van "Merkborden einde bovenleiding" die in aanmerking werden genomen tengevolge de toepassing van het koninklijk besluit van 25 juni 2010 tot wijziging van de wet van 19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen wat betreft gemeenschappelijke veiligheidsindicatoren en gemeenschappelijke methoden voor de berekening van de kosten van ongevallen. 

De treinen die bij deze incidenten betrokken waren, stonden tussen 40 minuten en iets meer dan 2 uur stil, afhankelijk van de plaats waar de trein zich bevond en de bereikbaarheid ervan. Er dient echter opgemerkt te worden dat, afhankelijk van de omstandigheden en de situatie, de reizigers soms gevraagd werd om de trein te verlaten en om hun reis met een andere trein voort te zetten. 

2.   Wat de installatie van TBL1+ betreft, dient te worden opgemerkt dat in de loop van 2011, 900 seinen werden uitgerust met dit nieuwe veiligheidssysteem, wat neerkomt op een effectieve dekking van 15,578 %.

In totaal geeft dat een effectieve dekking van 71,456 % en zijn er 2 550 seinen uitgerust met het veiligheidssysteem TBL1+.

3.   Wat de procedure betreft om bedienden te schorsen die een risico vormen voor de exploitatieveiligheid, zoals bij een seinvoorbijrijding, stelt een nieuw koninklijk besluit van 15 mei 2011 tot bepaling van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel dat dergelijke bediende preventief aan zijn functie onttrokken moet worden.