Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-11266

van Dalila Douifi (sp.a) d.d. 26 maart 2014

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

het aanzetten tot antimoslimgeweld door boeddhistische monniken in Myanmar

Birma/Myanmar
boeddhisme
boeddhist
islam
moslim
bestrijding van discriminatie

Chronologie

26/3/2014 Verzending vraag
5/5/2014 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-4599

Vraag nr. 5-11266 d.d. 26 maart 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Van 13 tot 15 november vond in Yangon en Naypyidaw de eerste EU-Myanmar Task Force plaats. Tijdens de driedaagse kwam de vooruitgang die op verschillende vlakken al geboekt is ter sprake, net als de politieke en economische uitdagingen waar het land nog voor staat, en welke bijdrage de Europese Unie hierbij kan leveren.

Met de task force wil de Europese Unie haar kennis en ervaring bundelen met de kennis en ervaring in Myanmar om het leven van de bevolking op alle vlakken te verbeteren. Sinds 2011 is er onmiskenbaar heel wat vooruitgang geboekt. Zo werd een aanzienlijk aantal politieke gevangen vrijgelaten, werden er stappen gezet inzake de vrijheid van meningsuiting, vergadering en vereniging en werden er initiatieven genomen om tot vrede en nationale verzoening te komen in de multi-etnische samenleving die Myanmar kenmerkt.

De vrijlating van Aung San Suu Kyi en de terugkeer van de Nationale Liga voor Democratie naar het formele politieke toneel waren andere mijlpalen in de vreedzame transitie naar democratie en hebben voor een positieve dynamiek gezorgd in het politieke leven.

Toch blijven er uitdagingen, op het vlak van vrede en nationale verzoening, democratisering, respect voor de mensenrechten, versterking van de staatsinstellingen en de economische ontwikkeling van het land. Deze uitdagingen werden ook uitgebreid beklemtoond in de conclusies van de Raad van Ministers van Buitenlandse Zaken van 22 juli 2013 over het kader waarbinnen de Europese Unie haar beleid en steun aan Myanmar/Birma uiteenzet.

Met de opening van het land, komt de maatschappelijke verdeeldheid naar boven, die gedurende decennia onderdrukt is geweest. Het lijkt erop dat een deel van de boeddhistische monniken hun moreel-politieke autoriteit in het land willen benutten en gebruik maken van die verdeeldheid, ten kosten van de moslimbevolking in Myanmar.

De 969-beweging, geleid door prominente monniken, kenmerkt zich door felle antimoslimretoriek. De beweging moedigt boeddhisten aan om moslimzaken te boycotten en wil een wet die huwelijken tussen de twee godsdiensten beperkt. Ze maken gewag van moslimcomplotten om het land over te nemen, waarschuwen voor plannen om moslims tegen betaling met boeddhistische vrouwen te laten trouwen om hen zo te bekeren, jagen de bevolking angst aan voor jihadi's die overal zouden infiltreren en zorgen er zo voor dat de gemoederen verhit raken.

Wanneer er een incident ontstaat tussen moslims en boeddhisten, maken boeddhistische bendes gebruik van het klimaat van wetteloosheid en straffeloosheid om hun woede te koelen door de moslims aan te vallen en hun huizen, winkels en moskeeŽn te plunderen en te verwoesten.

In de conclusies van juli stelde de Raad nog dat wie aanzet tot haat en geweld vervolgd moet worden en werden politieke en religieuze leiders aangemoedigd om een standpunt tegen extremisme in te nemen. Uit respect voor de boeddhistische solidariteit blijft kritiek op deze antimoslimpropaganda echter uit. Invloedrijke gematigde boeddhistische monniken vinden het een taboe om andere monniken te bekritiseren. Hierdoor krijgen enkel de intolerante stemmen gehoor.

Dit interne probleem dreigt ook regionale gevolgen te hebben. Door het geweld in Myanmar is er een sterke stijging van het aantal moslims die de Rakhine-staat ontvluchten; velen wagen de tocht naar MaleisiŽ of elders in de regio. Heel wat mensen laten hierbij het leven of worden het slachtoffer van wreedaardige bendes of handelaars. Het grote aantal is een zorg geworden voor de buurlanden, vooral Thailand, MaleisiŽ en IndonesiŽ.

In MaleisiŽ zijn er reeds aanvallen geweest op boeddhistische migratiearbeiders uit Myanmar, met vijf doden als gevolg. Er brak ook geweld uit tussen boeddhisten en moslims uit Myanmar in een Indonesisch detentiecentrum. Boeddhistische bewoners van Rakhine werden ook aangevallen in Bangladesh, waarbij hun huizen verbrand en hun tempels gevandaliseerd werden. Al deze voorvallen lijken direct gelinkt aan de escalerende spanningen tussen de gemeenschappen in Myanmar. De spanningen en het geweld zorgen voor een vruchtbare context waarin radicalisering zou kunnen plaatsvinden. Dit fenomeen aanpakken is dus ongetwijfeld een van de sleuteluitdagingen voor het land.

Graag kreeg ik een antwoord op volgende vragen:

1) Is het aanzetten tot geweld tegen moslims door boeddhistische monniken en specifiek door de 969-beweging ter sprake gekomen tijdens de bijeenkomst van de EU-Myanmar Task Force?

2) Hebt u weet van maatregelen - zowel structureel als op korte termijn - die worden genomen om de antimoslimretoriek tegen te gaan en de oplopende spanningen tussen de gemeenschappen te doen bedaren?

3) Welke stappen kan en zal de Europese Unie zetten om Myanmar hierbij te ondersteunen?

4) Bent u op de hoogte van de vorderingen in de vredesbesprekingen tussen de regering van Myanmar en de rebellen in de Kachin-provincie?

5) Kunt u mij zeggen of er de laatste maanden al stappen gezet zijn voor een menswaardiger bestaan van de Rohingya in Myanmar?

Antwoord ontvangen op 5 mei 2014 :

1) De besprekingen van deze taskforce EU-Myanmar hadden betrekking op alle uitdagingen waarmee Myanmar wordt geconfronteerd, waaronder het geweld tussen de gemeenschappen en het lot van de Rohingya’s.

In de gezamenlijke verklaring die de taskforce EU-Myanmar na afloop bekendmaakte, veroordelen de Hoge Vertegenwoordiger, mevrouw Ashton, en de vertegenwoordiger van de Regering van Myanmar, U Soe Thane, het geweld tussen de gemeenschappen en zeggen ze hun steun toe voor alle inspanningen die worden gedaan om de oorzaken van het geweld bloot te leggen en vrijheid en verzoening te bevorderen.

2) De Regering van Myanmar was niet op dergelijk geweld voorbereid.

De respons liet dan ook op zich wachten. Toch riep president Thein Sein op tot nultolerantie ten aanzien van het geweld tussen de gemeenschappen.

Er word steeds vaker een vervolging ingesteld tegen de daders. Terwijl in het begin weliswaar vooral moslims werden vervolgd, kan worden vastgesteld dat nu ook meer en meer boeddhistische daders worden gevangengezet en voor het gerecht gebracht.

3) De EU wil het geweld tussen de gemeenschappen aanpakken via drie kanalen : ten eerste draagt ze bij aan de ontwikkeling van een bekwame politiemacht met verantwoordelijkheidszin, die het vertrouwen geniet van alle gemeenschappen. Vanuit deze optiek zette de EU een missie voor politiebijstand in. Ten tweede kant ze zich tegen de straffeloosheid van wie zich schuldig heeft gemaakt aan geweld tussen de gemeenschappen of heeft aangezet tot haat en geweld. In het verlengde hiervan pleit de EU ervoor dat de religieuze leiders zich tegen het extremisme zouden uitspreken.

Tenslotte dringt de EU bij de Regering erop aan de oorzaken van deze spanningen weg te werken om tot duurzame oplossingen te komen. Dat betekent ook dat er rekening moet worden gehouden met de behoeften van de Rohingya’s en dat hen het burgerschap moet worden toegekend.

4) Heel wat gewapende etnische groepen sloten (in het verleden) aparte staakt-het vuren akkoorden af met de regering. Bij de Kachin gebeurde dit nog niet en de onderhandelingen gaan door. Intussen startte de regering gesprekken met de etnische groepen samen (in plaats van groep per groep) om een nationaal staakt het vuren af te sluiten. Dit zou één omvattend akkoord zijn. 13 groepen verzamelden zich (in het Nationwide Ceasefire Coordination Team - NCCT - en in de United Nationalities Federal council - UNFCA) en houden geregeld besprekingen. Hun volgende vergadering gaat door op 20 januari, ter voorbereiding van een vergadering tussen de regering en de groepen die zal plaatsvinden in Karen staat op 24-26 januari. Dit zal de tweede vergadering van zijn soort zijn (een eerste dergelijke vergadering vond plaats in november). Over een aantal punten van het akkoord is reeds consensus, maar sommige punten liggen nog open. Volgens minister Aung Min zou er al consensus zijn over 80 % van de punten, maar sceptici zeggen dat een akkoord nog verder af staat. De regering hoopt op het nationaal akkoord rond te krijgen tegen februari.

5) Momenteel valt er geen vooruitgang te bespeuren in de situatie van de Rohingya’s, zowel wat hun welzijn betreft als hun toegang tot het burgerschap.

Toch wordt er veel internationale humanitaire hulp geboden in de Staat Rakhine waar de meeste Rohingya’s leven. Zo trok de EU bijvoorbeeld sinds 2007 aanzienlijke middelen uit, met name ongeveer 24 miljoen euro voor humanitaire bijstand. Daarnaast verleende de EU vanaf 2012 een steunbedrag van om en bij 7 miljoen euro voor een aantal projecten van ngo’s inzake voedselhulp of gezondheidszorg. In 2013 zette ze die steun voort.

De bedoeling hiervan was een respons te bieden op noodsituaties die ontstonden ingevolge het geweld tussen de gemeenschappen dat in 2012 in de Staat Rakhine losbarstte. België, van zijn kant, financiert middels het budget conflictpreventie ten bedrage van 150 000 euro een project van de UNESCO in het noorden van de Staat Rakhine. Het project heeft ten doel door middel van toegang tot onderwijs een betere verstandhouding te bewerkstelligen tussen de gemeenschappen.

De Europese Unie blijft er bij de autoriteiten van Myanmar op aandringen dat het welzijn van de Rohingya’s wordt gewaarborgd en dat hen het burgerschap wordt toegekend, zoals recent nog in de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van december en na de conclusies van april 2013. Ook ik heb daar tijdens mijn ontmoetingen met de leden van de Regering van Myanmar voor gepleit en ik zal in de toekomst daarvoor blijven ijveren, net als de Europese Unie.