Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3838

van Sabine de Bethune (CD&V) d.d. 4 augustus 2009

aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking

Kinderen in het Zuiden - Slachtoffers van dagelijks geweld - Maatregelen

rechten van het kind
kind
huiselijk geweld
kinderbescherming
armoede
ontwikkelingsland
ontwikkelingshulp

Chronologie

4/8/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 3/9/2009 )
2/9/2009 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-1035

Vraag nr. 4-3838 d.d. 4 augustus 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Geweld is voor vele kinderen overal ter wereld een dagelijkse realiteit. Elk jaar worden naar schatting 40 miljoen kinderen mishandeld. Vier op vijf kinderen krijgen thuis lijfstraffen. Bij drie op tien kinderen zijn die lijfstraffen erg zwaar. Minstens één op vijf kinderen werden in de voorbije dertig dagen verbaal of fysiek mishandeld. 150 miljoen meisjes en 73 miljoen jongens onder 18 jaar werden ooit het slachtoffer van seksueel geweld.

Geweld tegen kinderen komt overal ter wereld voor. In België en Europa maar zeker ook in het Zuiden. De maatschappelijke context in ontwikkelingslanden leidt er immers toe dat kinderen in het Zuiden sneller het slachtoffer worden van geweld. Armoede en de economische toestand van landen in het Zuiden spelen een belangrijke rol in de bestendiging van het geweld in het Zuiden. Armoede en inkomensonzekerheid en de spanningen die deze met zich meebrengen zijn een belangrijke uitlokkende factor voor geweld tegen kinderen. Door beperkt onderwijs en bewustmaking zijn mensen niet goed op de hoogte van de gevolgen van geweld tegen kinderen en hoe ze het gebruik van geweld in de opvoeding kunnen vermijden. De afwezigheid van een vermogende, zorgende en efficiënte overheid is een groot nadeel bij het bestrijden van geweld. Zo is er in vele landen onvoldoende aandacht voor de begeleiding van ouders bij de opvoeding van hun kinderen, voor toegankelijke en efficiënte meldingssystemen, voor de opleiding en verloning van leerkrachten, voor vervolging door politie en justitie, voor het weerbaar maken van kinderen en voor gedegen onderzoek naar het ontstaan en voorkomen van het geweld.

Daarnaast spelen ook een aantal socio-culturele factoren die in sterkere mate aanwezig zijn in het Zuiden een rol: het voorkomen van traditionele normen en waarden, een traditioneel kindbeeld en beperkte participatie van kinderen, ongelijke man-vrouw verhoudingen, respect voor de hiërarchie, etc. Geweld tegen kinderen is vaak wijd verspreid en aanvaard in alle geledingen van de samenleving.

Onlangs nog organiseerden we in de Senaatscommissie Buitenlandse Betrekkingen en Landverdediging - in samenwerking met Plan België - een hoorzitting over deze belangrijke problematiek waarbij professor Pinheiro - de auteur van de Verenigde Naties (VN) studie rond geweld tegen kinderen - de Belgische Ontwikkelingssamenwerking opriep aandacht te besteden aan dit probleem.

Sinds 2005 zijn kinderrechten opgenomen als een transversaal thema in de wet op de internationale samenwerking. De strategienota Eerbied voor de Rechten van het Kind, die een concrete vertaling is van het transversale thema kinderrechten, wijdt verschillende paragrafen aan de strijd tegen het geweld tegen kinderen (artikel 80 tot en met 84, en 95 tot en met 97). Ook verschillende andere artikels zijn van toepassing op de strijd tegen geweld op kinderen. Bovendien schuift de strategienota op basis van hoogdringendheid en de impact op de toekomst van kinderen " Kinderen in een situatie van geweld en uitbuiting " naar voor als één van dé drie beleidsprioriteiten.

Tot op heden heeft het ontwikkelingsbeleid zich wat het geweld tegen kinderen betreft vooral gericht op de strijd tegen een aantal zeer extreme vormen van geweld tegen kinderen zoals het gebruik van kindsoldaten. Deze inspanningen zijn uiteraard bewonderenswaardig. Anderzijds worden miljoenen kinderen elke dag het slachtoffer van minder extreme maar evenzeer schadelijke vormen van geweld die een inbreuk vormen op hun rechten. Geweld dat hen overkomt juist daar waar ze het meest veilig moeten kunnen zijn en dat gepleegd wordt door naasten en bekenden. Het gaat dan met name over familiaal en huiselijk geweld of geweld tegen kinderen in de scholen.

Graag kreeg ik van de geachte minister een antwoord op de volgende vragen:

1. Welke inspanningen heeft de Belgische overheid sinds de goedkeuring van de strategienota geleverd om het geweld op kinderen in het zuiden te bestrijden, met name de vormen van " dagelijks geweld " zoals familiaal en huiselijk geweld en geweld tegen kinderen op school:

- via projecten programma's van de bilaterale ontwikkelingssamenwerking;

- via het ondersteunen van de indirecte actoren voor ontwikkelingssamenwerking;

- via de bijdrages aan multilaterale ontwikkelingssamenwerking?

2. Wat is het zijn beleid voor de toekomst op het vlak van de strijd tegen " dagelijks geweld " zoals familiaal geweld en geweld tegen kinderen op school en welke concrete activiteiten en of projecten zijn er hieromtrent vastgelegd?

3. Zal hij dit thema agenderen op de gemengde commissies die gepland staan in het najaar van 2009 en dit aankaarten aan de hand van de Concluding Observations van het VN Comité voor de rechten van kind? In de strategienota staat immers expliciet vermeld dat " de Belgische overheid samen met zijn partners en andere donoren in zijn beleidsdialoog het respect voor kinderrechten zal integreren " (p. 9, paragraaf 11).

Antwoord ontvangen op 2 september 2009 :

1. De afgelopen jaren was er wereldwijd groeiende aandacht voor het dagelijkse geweld tegen kinderen. Jarenlang werd deze problematiek beschouwd als een ondergeschikt probleem, want minder indrukwekkend dan de gevallen van extreem geweld. Nochtans zijn jaarlijks veertig miljoen kinderen er het slachtoffer van. We moeten dus de strijd aangaan tegen de onaanvaardbare gedachte dat de rechten van het kind ophouden te bestaan op de dorpel van het huis of aan de schoolpoort.

De Belgische Ontwikkelingssamenwerking onderneemt op verschillende niveaus actie. In het algemeen dragen onze inspanningen ter bestrijding van armoede bij tot de strijd tegen het dagelijkse geweld. Armoede is inderdaad één van de belangrijkste factoren van het dagelijkse geweld. Ouders zien zich immers verplicht om bepaalde overlevingsstrategieën aan te nemen, hun kinderen te negeren of net te gebruiken.

Er werden ook meer concrete inspanningen gedaan. Onze bijdragen aan de algemene werkmiddelen van internationale organisaties, zoals UNICEF (4,5 miljoen euro in 2009), de WHO (4 miljoen euro in 2009) of de ILO (2,8 miljoen euro in 2009) laat ons onder meer toe de programma’s van die organisaties die kinderen tegen dergelijke misbruiken willen beschermen, te ondersteunen.

In het kader van de indirecte samenwerking, worden tevens verschillende programma’s gefinancierd, zowel sensibiliseringsactiviteiten in België (Plan België, Dynamo), als projecten in landen in het Zuiden. Het gaat om acties gericht op het informeren van kinderen over hun rechten en het waken over de eerbiediging ervan (Projecten van de niet-gouvernementele organisatie (NGO) VIC in India, Brasilië, de Filippijnen en de DRC) of activiteiten die gericht zijn op de opvang en de reïntegratie van de kinderen van wie de band met de familie verbroken werd (projecten van de NGO Enfance Tiers-Monde in de Democratische Republiek Congo (DRC) en Oeganda en van SOS Kinderdorpen in Burundi).

Tot slot dragen, op bilateraal vlak, ook de projecten rond de vorming van onderwijzers, zoals het project “Basic Education and Teacher Training” in Cambodja, bij tot de strijd tegen deze situatie. Het is inderdaad van fundamenteel belang dat onderwijzers een opleiding krijgen en geïnformeerd worden over de mogelijke gevolgen van hun handelen. Lijfstraffen en praktijken zoals de toekenning van goede punten voor seksuele wederdiensten mogen niet langer getolereerd worden.

2. Het dagelijkse geweld tegen kinderen maakt integraal deel uit van onze strategie ter bevordering en bescherming van de rechten van het kind.

In het kader van de herziening van de strategische nota onderwijs zal ik er tevens op toezien dat een bijzondere aandacht gaat naar de problematiek van geweld op school. Hierover heeft een eerste contact plaatsgevonden met Plan België, die het dagelijkse geweld tegen kinderen tot het thema van haar jaarlijkse campagneweek heeft gemaakt. Deze bezorgdheid moet zich ook vertalen in concrete projecten, in functie van de financieringsmogelijkheden.

3. Sinds 2008 wordt, in het kader van de voorbereiding van de nieuwe indicatieve samenwerkingsprogramma’s, meer aandacht geschonken aan de rechten van het kind. In het basisdocument ter voorbereiding op de gemengde commissies, wordt de situatie van de rechten van het kind geanalyseerd in het licht van de internationale verbintenissen. Die analyse moet ons in staat stellen om mogelijke problemen te identificeren die, enerzijds, in het kader van de politieke dialoog kunnen worden aangehaald en, anderzijds, op vraag van de partnerlanden, financiële steun kunnen krijgen van België. Bovendien moedigt België vertegenwoordigers van de ministeries voor familiezaken aan om deel te nemen aan de gemengde commissies en de partnercomités die instaan voor de opvolging van de indicatieve samenwerkingsprogramma’s.