Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3776

van Jurgen Ceder (Vlaams Belang) d.d. 9 juli 2009

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Institutionele Hervormingen

Fraude - BTW-nummers - Schrapping

BTW
registratie van maatschappij
fraude
fiscale controle
belastingfraude

Chronologie

9/7/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 14/8/2009 )
27/8/2009 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3777

Vraag nr. 4-3776 d.d. 9 juli 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In 2006 werden 51 166 BTW-nummers geschrapt. Het overgrote deel van de doorhalingen gebeurt op aangeven van de belastingplichtige. De echte ambtshalve schrappingen maken slechts een klein deel uit van het totaal. Dat fraude wordt vastgesteld, is voor de administratie immers geen voldoende rechtsgrond om het nummer te schrappen. Dat is enkel mogelijk als de administratie geen activiteit meer vaststelt.

Uit de statistieken blijkt bovendien dat jaren na afloop van het fiscaal onderzoek ruim 30 % van de belastingplichtigen betrokken in de grootste affaires van intracommunautaire BTW-fraude, nog steeds beschikken over een actief "BE" BTW-nummer.

1. Welke maatregelen heeft u reeds genomen om in geval van fraude sneller te kunnen overgaan tot het doorhalen van een BTW-nummer?

2. Welke maatregelen zijn reeds genomen om - als tussenoplossing - in geval van fraude minstens te kunnen overgaan tot het schrappen van de BE-predix, zodat de belastingplichtige geen intracommunautaire transacties meer kan verrichten? Nu wordt dat systeem slechts zeer sporadisch toegepast.

Antwoord ontvangen op 27 augustus 2009 :

Er dient op gewezen te worden dat het feit dat er ruim 30 % van de fraudegevallen belastingplichtigen betreft die na verloop van tijd nog steeds over een actief btw-identificatienummer beschikken, eenvoudig kan worden verklaard.

Vooreerst is het zo dat – zoals het geachte lid zelf stelde – het feit dat er fraude wordt gepleegd, geen reden is om het btw-identificatienummer te schrappen. Dit is inderdaad enkel mogelijk indien de administratie kan aantonen dat betrokken belastingplichtige niet langer enige economische activiteit uitoefent.

De nog steeds actieve dossiers waarin in het verleden fraudegevallen werden vastgesteld zijn bijgevolg geen “missing traders”, maar belastingplichtigen die deel uitmaakten van een fraudedossier, doch terzelfder tijd hun administratieve verplichtingen nog steeds naleven. Het kan daarbij gaan om “in-and- outers” of om een zogenaamde “conduit company”. Dit zijn actoren in een carrouselfraude die als tussenpersonen optreden en waarvan in bepaalde gevallen moeilijk kan worden bewezen dat zij te kwader trouw zijn ten aanzien van de handelingen die ze stellen met contractanten die wel degelijk fraude hebben gepleegd. De administratie kan tegen dergelijke gevallen wel navorderingen stellen, doch het btw-identificatienummer ambtshalve doorhalen behoort niet steeds tot de mogelijkheden.

In die omstandigheden rest de administratie niet anders dan op basis van jaarlijkse lijsten (de zogenaamde lijsten 724) die alle belastingplichtigen zonder activiteit signaleren, alle niet langer actieve btw-identificatienummers zo snel mogelijk door te halen. Deze lijst 724 werd op aanbeveling van het Rekenhof vanaf de editie voor het jaar 2008 nog geactualiseerd en meer efficiënt gemaakt door alle belastingplichtigen reeds na één jaar inactiviteit te signaleren. Bovendien worden thans ook de ondernemingen die geen enkele uitgaande handeling verrichten, doch wel inkomende handelingen verrichten, op de lijst gesignaleerd.

Uw suggestie, die U vooropstelt als tussenoplossing, om in geval van fraude de nog actieve belastingplichtigen het BE-prefix te ontnemen zodat ze geen intracommunautaire transacties meer verrichten is strijdig met zowel het nationaal als het Europees recht. Inderdaad, zolang een belastingplichtige actief is, dient de administratie hem op grond van artikel 50, § 1 van het Wbtw een (geldig) btw-identificatienummer toe te kennen.

Op Europees vlak groeit evenwel het besef dat een harmonisering van de regels voor registratie en deregistratie van btw-belastingplichtigen noodzakelijk is om de snelle detectie en schrapping van valse btw-belastingplichtigen mogelijk te maken. De expertengroep ATFS (Anti Tax Fraud Agency), die functioneert onder het voorzitterschap van de Europese Commissie, heeft in haar schoot een subwerkgroep belast met een studie over de invoering van minimale standaarden of normen voor de registratie en deregistratie van btw-identificatienummers in het VIES-systeem.

Ten slotte wijs ik erop dat de betrokken diensten van de BBI en de AOIF de communicatieprocedure voor kritische btw-identificatienummers eerlang zal verfijnen en op punt stellen teneinde tot een vlottere samenwerking te komen.