Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3600

van Sabine de Bethune (CD&V) d.d. 23 juni 2009

aan de minister van Justitie

Verdrag inzake de rechten van het kind - Belgische toepassing - Rapportage

rechten van het kind
verslag over de werkzaamheden
VN-conventie

Chronologie

23/6/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 23/7/2009 )
23/9/2009 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-957

Vraag nr. 4-3600 d.d. 23 juni 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Sinds 15 januari 1992 is in BelgiŽ het Verdrag inzake de rechten van het kind van de Verenigde Naties (VN)van kracht.

Daarnaast bepaalt de wet van 4 september 2002 tot instelling van een jaarlijkse rapportage over de toepassing van het Verdrag inzake de rechten van het kind (Belgisch Staatsblad van 17 oktober 2002), dat de regering het Parlement jaarlijks op de hoogte houdt van haar beleid ter zake.

Dit verslag wordt uitgebracht in de vorm van een voortgangsnota met een specifiek actieplan en houdt een evaluatie in van de maatregelen die werden genomen. Het omvat, naast een verslag over het kinderrechtenbeleid van de regering in zijn geheel, ook deelverslagen per departementen over de maatregelen die werden genomen en de actiemogelijkheden (artikel 2 van de wet).

Volgens mijn informatie dateert het laatste rapport reeds van 2006.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1. Klopt het dat het laatste rapport dat werd overgemaakt aan het Parlement reeds van 2006 dateert? Is er een reden voor die vertraging?

2. Wanneer wordt het volgende rapport bekend gemaakt?

Antwoord ontvangen op 23 september 2009 :

Ik bevestig u dat het laatste jaarlijks rapport over de toepassing van het Verdrag inzake de rechten van het kind opgesteld werd op basis van de wet van 4 september 2002 en bij het parlement werd ingediend in de maand april 2007. Dit rapport slaat op het jaar 2006 en eveneens de eerste drie maanden van het jaar 2007.

De afloop van de federale verkiezingen van juni 2007 heeft de opstelling van een nieuw rapport bemoeilijkt. Dit rapport moet, volgens de normen van de wet, een actieplan van de regering bevatten.

Er werd bovendien vastgesteld dat het opstellen van een dergelijk jaarlijks rapport veel werk met zich meebrengt, waardoor er weinig tijd is tussen het opstellen van twee rapporten. Daardoor wordt een actualisering van het federaal actieplan eveneens bemoeilijkt. Men kan zich dus afvragen of het wel gepast is om een dergelijk rapport jaarlijks te laten opstellen, ondanks wat door de wet wordt voorgeschreven.

In dit opzicht dien te worden opgemerkt dat voor gelijkaardige opdrachten er in de Franstalige gemeenschap slechts een driejaarlijks rapport wordt vereist (decreet van 28 januari 2004 - Decreet houdende het opstellen van een rapport over de toepassing van de principes van het internationale verdrag inzake de rechten van het kind, artikel 2 ) terwijl in de Vlaamse Gemeenschap, hoewel de regering een jaarlijks verslag moet afleveren, het actieplan slecht vereist is aan het begin van elke legislatuur (decreet van 18 juli 2008 houdende het voeren van een Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid, artikel 5).

In casu, een rapport dat de periode betreft gaande van het laatste rapport tot nu, zou eind dit jaar moeten worden neergelegd.

Tot slot dient vermelding te worden gemaakt van de bijdrage van de regering in 2008 aan het vijfjaarlijks nationaal rapport inzake de toepassing van het Verdrag van de rechten van het kind. Dit rapport, gecoördineerd door de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind, bevat voornamelijk de acties die genomen werden op federaal niveau en werd recent ingediend bij de Verenigde Naties.