SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2008-2009 Zitting 2008-2009
________________
28 novembre 2008 28 november 2008
________________
Question écrite n° 4-2095 Schriftelijke vraag nr. 4-2095

de Pol Van Den Driessche (CD&V)

van Pol Van Den Driessche (CD&V)

au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au Premier ministre

aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste minister
________________
Circulation routière - Installations audio avec casque d'écoute - Interdiction Verkeer - Geluidsinstallaties met hoofdtelefoon - Verbod 
________________
circulation routière
matériel audiovisuel
véhicule à deux roues
infraction au code de la route
téléphone mobile
communication mobile
wegverkeer
audiovisueel materiaal
tweewielig voertuig
overtreding van het verkeersreglement
mobiele telefoon
mobiele communicatie
________ ________
28/11/2008 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 1/1/2009 )
5/1/2009 Dossier gesloten
28/11/2008 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 1/1/2009 )
5/1/2009 Dossier gesloten
________ ________
Heringediend als : schriftelijke vraag 4-2739 Heringediend als : schriftelijke vraag 4-2739
________ ________
Question n° 4-2095 du 28 novembre 2008 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 4-2095 d.d. 28 november 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Le Code de la route sanctionne – à juste titre – tous les actes d'un conducteur pouvant mettre en danger les autres usagers de la route. Un chauffeur utilisant le GSM non doté d'un kit « mains libres » sera ainsi sanctionné pour une infraction de deuxième catégorie.

Chaque jour dans la circulation, je remarque que de plus en plus de cyclistes, de motocyclistes et autres usagers de la route utilisent une installation audio avec casque d'écoute alors qu'ils conduisent un véhicule.

Cela me paraît très dangereux. Ces conducteurs ne perçoivent en effet plus les avertissements sonores donnés par d'autres usagers de la route dans des situations dangereuses. Ils ne sont pas non plus en mesure de réagir à la sirène des services de secours. Ils ne peuvent entendre les véhicules qui s'approchent d'eux, ce qui peut engendrer des situations très dangereuses. De plus, l'utilisation de ces installations détournera l'attention du conducteur qui sera dès lors moins concentré sur la circulation.

Il me semble indispensable de prendre des mesures appropriées face à ce problème.

L'arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière et de l'usage de la voie publique dispose très clairement qu'un conducteur doit avoir constamment le contrôle de son véhicule. Cette obligation est exprimée très précisément dans les articles suivants :

8.3. Tout conducteur doit être en état de conduire, présenter les qualités physiques requises et posséder les connaissances et l'habileté nécessaires.

Il doit être constamment en mesure d'effectuer toutes les manœuvres qui lui incombent et doit avoir constamment le contrôle du véhicule ou des animaux qu'il conduit.

8.4. Sauf si son véhicule est à l'arrêt ou en stationnement, le conducteur ne peut faire usage d'un téléphone portable en le tenant en main.

Ma question est très précise : le secrétaire d'État – en complément des articles cités ci-dessus – peut-il formuler une interdiction de faire usage d'installations audio impliquant l'utilisation d'un casque d'écoute ?

 

De verkeerswet voorziet - terecht - de bestraffing van alle handelingen door een bestuurder dewelke andere weggebruikers in gevaar kunnen brengen. Zo wordt een chauffeur die de GSM gebruikt zonder handenvrije set, bestraft met een overtreding van de tweede categorie.

In het dagelijks verkeer merk ik steeds meer fietsers, bromfietsers en andere weggebruikers die tijdens het besturen van een voertuig gebruik maken van een geluidsinstallatie met hoofdtelefoon.

Dit lijkt mij zeer gevaarlijk. Andere weggebruikers kunnen immers in gevaarlijke situaties geen geluidssignaal meer geven aan die bestuurders. Ze kunnen ook geen gevolg geven aan sirene-signalen van hulpdiensten. Ook kunnen ze aankomend verkeer niet horen, wat kan leiden tot zeer gevaarlijke situaties. Daarnaast zal het gebruik hiervan ook de aandacht van de bestuurder afleiden wat een verminderde concentratie op het verkeer met zich meebrengt.

Het lijkt mij noodzakelijk om hiertegen passende maatregelen te nemen.

Het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg stipuleert zeer duidelijk dat een bestuurder in alle omstandigheden zijn voertuig in de hand te houden. Dit komt duidelijk naar voor in volgende artikels :

8.3. Elke bestuurder moet in staat zijn te sturen, en de vereiste lichaamsgeschiktheid en de nodige kennis en rijvaardigheid bezitten.

Hij moet steeds in staat zijn alle nodige rijbewegingen uit te voeren en voortdurend zijn voertuig of zijn dieren goed in de hand hebben.

8.4. Behalve wanneer zijn voertuig stilstaat of geparkeerd is, mag de bestuurder geen gebruik maken van een draagbare telefoon die hij in de hand houdt.

Mijn vraag is zeer duidelijk : kan de geachte staatssecretaris - in aanvulling van bovengenoemde artikels - een verbod formuleren op geluidsinstallaties waarbij een hoofdtelefoon wordt gebruikt ?