BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2012-2013
________
22 november 2012
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-7295

de Cindy Franssen (CD&V)

aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen
________
Automatische toekenning van rechten - Opvragen van informatie
________
sociale uitkering
gereduceerde prijs
sociale rechten
armoede
sociaal achtergestelde groep
________
22/11/2012 Verzending vraag
15/1/2013 Antwoord
________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7291
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7292
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7293
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7294
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7296
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7297
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7298
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7299
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7300
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7301
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7302
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7303
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7304
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7305
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7306
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7307
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7308
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7309
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-7295 d.d. 22 november 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Heel wat rechten van burgers worden pas toegekend na een administratieve procedure waarbij het inkomen en/of het vermogen van de burgers wordt berekend en onderzocht. Dat betekent voor de burger heel wat administratieve beslommeringen en vaak brengt het ook heel wat emoties met zich: schaamte, schuld, onbegripÖ Door rechten automatisch toe te kennen kunnen die administratieve procedures eenvoudiger en aangenamer worden voor de burger.

De federale regering engageert zich in het federale regeerakkoord 2011-2014 om, inzake de strijd tegen sociale uitsluiting en voor maatschappelijke integratie, "overal waar mogelijk de automatische opening van sociale rechten van het type "sociaal tarief" voor personen die aan de voorwaarden voldoen (onder meer energie, water, communicatie, NMBS) te versnellen. Zij zal de uitwisseling van informatie terzake aanmoedigen en voldoende communiceren over de sociale rechten toegekend aan de begunstigden." Staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke integratie en Armoedebestrijding, Maggie De Block bevestigde dit engagement eveneens in haar Algemene Beleidsnota van 12 januari 2012.

Ook in het Federaal Plan Armoedebestrijding (FPA) lezen we dat de federale regering bereid is om de overheidsdiensten toegankelijker te maken voor de burgers: "De overheidsdiensten toegankelijk maken voor alle burgers houdt dus in dat de meest kwetsbare burgers worden geÔdentificeerd en dat de rechten waarop ze aanspraak kunnen maken automatisch worden toegekend." Uit verschillende acties van het FPA blijkt dat die automatische toekenning van rechten op verschillende domeinen een plaats zal krijgen: een sociaal tarief voor energieleveringen (actie 32), efficiŽntere informatieverwerving bij de werking van de DAVO (actie 50), snellere en eenvoudige toekenning van de verhoogde tegemoetkoming van ziekteverzekering (actie 78)Ö

De Vlaamse regering gelast alle Vlaamse ministers om hun betrokken administraties op te dragen om waar nodig voorstellen tot aanpassing uit te werken om de automatische toekenning van rechten op hun respectieve beleidsdomein te verwezenlijken. Via deze maatregel wordt verzekerd dat elk departement toegankelijk is voor alle burgers en dat de rechten automatisch worden toegekend aan elke burger die er recht op heeft. Er wordt met andere woorden voor een integrale aanpak geopteerd. Binnen de federale regering is een dergelijke maatregel echter nog niet terug te vinden.

Graag had ik van de minister/staatssecretaris vernomen:

1) Wat wordt binnen het federale beleid specifiek verstaan onder een "automatische toekenning van rechten"? Uit welke verschillende maatregelen en aspecten bestaat die automatische toekenning?

2) Op welke manier wordt momenteel verzekerd dat elke federale minister of staatssecretaris erover waakt dat de rechten binnen zijn beleidsdomein automatisch worden toegekend? Indien hierrond nog geen maatregel bestaat, zal zo'n maatregel worden genomen? Waarom wel/niet?

3) Op welke beleidsdomeinen worden rechten automatisch toegekend? Graag een overzicht van alle rechten die automatisch worden toegekend per beleidsdomein onder de bevoegdheid van de betreffende minister/staatssecretaris.

4) Wordt bij de beleidsdomeinen waarbij de automatische toekenning van rechten reeds wordt gehanteerd een evaluatie uitgevoerd inzake de toegankelijkheid van administratieve procedures, de tevredenheid van de burger en de efficiŽntie van de automatische toekenning?

Zo ja, wanneer wordt ze uitgevoerd? Hoe krijgt de evaluatie vorm en hoe wordt ze georganiseerd? Wat zijn de resultaten van de evaluatie?

Zo neen, waarom niet? Zal een evaluatie worden gepland? Wanneer?

5) Op welke manier geeft de minister/staatssecretaris de diensten onder zijn/haar bevoegdheid de mogelijkheid om de nodige informatie voor de administratieve procedure te verkrijgen zonder dat zij dit moeten opvragen aan de burger? Op welke manier worden de kwetsbare burgers en/of de burgers die aanspraak kunnen maken op een bepaald recht geÔdentificeerd?

Antwoord ontvangen op 15 januari 2013 :

Voor wat de Rijksdienst voor pensioenen (RVP) betreft:

In antwoord op zijn vragen heb ik de eer om het geachte lid het volgende mee te delen:

De RVP heeft als basisopdrachten het toekennen en betaalbaar stellen van de rust- en overlevingspensioenen werknemers en de inkomensgarantie voor ouderen. Daarnaast heeft de RVP een uitgebreide informatieopdracht met betrekking tot deze rechten.

In het kader van zijn informatieopdracht en dienstverlening naar de burger streeft de RVP ernaar om de toekenning van de rechten zoveel mogelijk te automatiseren.

1. Rustpensioen werknemer

Aanvankelijk gold dat elke uitkering ( uitgezonderd het vakantiegeld en de verwarmingstoelage) voorzien bij de wetgeving inzake werknemerspensioenen het voorwerp dient uit te maken van een aanvraag. De aanvraag kan ten vroegste worden ingediend 1 jaar voorafgaand aan de door de aanvrager gekozen ingangsdatum. In een beperkt aantal gevallen start de RVP zelf een dossier op, het dossier wordt dan “ambtshalve” onderzocht ( bijvoorbeeld op 60j : recht op rustpensioen voor een mijnwerker die een invaliditeitspensioen ontvangt). Daarnaast bestaat ook het systeem van “polyvalentie” : 1 aanvraag telt zowel voor de werknemers als voor de zelfstandigen, en 1 aanvraag volstaat om alle rechten te doen onderzoeken ( RPW, OPW en IGO).

Sinds 2002 werd in verschillende fasen, het automatisch pensioenonderzoek voor alle actieve en niet meer actieve werknemers die de wettelijke pensioenleeftijd bereiken, veralgemeend. Het betreft pensioenen ten vroegste ingegaan op 1 januari 2003 (voor de gerechtigden op ziekte – en invaliditeitsuitkeringen) en 1 januari 2004. (alle anderen die de wettelijke pensioenleeftijd bereiken)

Huidige stand van zaken : automatische toekenning op de wettelijke pensioenleeftijd (65 jaar)aan personen die hun hoofdverblijfplaats in België hebben en ooit werknemer zijn geweest

Moeten nog een aanvraag indienen:

  1. Personen die hun pensioen vervroegd wensen op te nemen vóór 65 jaar

  2. Personen die hun pensioen willen opnemen na 65 jaar

  3. Personen die hun rustpensioen willen opnemen op de leeftijd eigen aan een bijzonder stelsel ( mijnwerkers, zeevarenden, vliegend personeel van de burgerluchtvaart)

  4. Personen die hun hoofdverblijfplaats in het buitenland hebben.

2. Overlevingspensioen werknemer

Door de wetgeving van toepassing vanaf 1991, werd een reglementaire basis gegeven aan een praktijk die reeds door de RVP werd toegepast inzake automatisch onderzoek naar de rechten op een overlevingspensioen.

Huidige stand van zaken:

Het recht op overlevingspensioen wordt ambtshalve onderzocht :

  • indien de overleden echtgenoot, bij zijn overlijden, daadwerkelijk een rustpensioen als werknemer genoot, voordien een dergelijk pensioen daadwerkelijk had genoten, had afgezien van de betaling ervan of de betaling ervan niet had bekomen om de andere echtgenoot in de mogelijkheid te stellen het rustpensioen te verkrijgen berekend op basis van 75 % van de bezoldigingen;

  • indien op het ogenblik van het overlijden van de echtgenoot :

a) nog geen definitieve beslissing was betekend omtrent het recht op rustpensioen, ingevolge de daartoe ingediende aanvraag of ingevolge het onderzoek van ambtswege;

b) een beslissing omtrent het recht op rustpensioen was betekend en het overlijden plaats vond tussen de datum van kennisgeving van beslissing en de ingangsdatum van het rustpensioen.

Ingevolge een doorgedreven informatisering worden de meeste van deze beslissingen binnen enkele dagen na het overlijden genomen en wordt een onderbreking in de betzaling zo goed als vermeden

Ingeval van scheiding van tafel en bed of feitelijke scheiding wordt het recht op overlevingspensioen van de langstlevende echtgenoot ambtshalve onderzocht, zo hij een aanvraag had ingediend om een gedeelte van het rustpensioen van de andere te bekomen of zo zijn recht daarop ambtshalve werd onderzocht.

3. Inkomensgarantie voor ouderen (IGO)

In de wetgeving van 2001 is een automatisch onderzoek naar de rechten op IGO voorzien als de betrokkene:

  1. Een pensioenaanvraag indient ten laste van een Belgische verplichte pensioenregeling ( omgekeerd geldt aanvraag om IGO ook als pensioenaanvraag in de Belgische wettelijke pensioenregelingen);

  2. Een pensioen geniet in de regeling voor werknemers of voor zelfstandigen, zelfs indien vervroegd toegekend;

  3. Een tegemoetkoming aan gehandicapten geniet;

  4. Het bestaansminimum ontvangt.

De RVP onderzoekt automatisch het recht op IGO wanneer iemand op 65 jaar met pensioen gaat, en sinds oktober 2010 ook voor mensen die vervroegd met pensioen gingen wanneer ze 65 worden. ( vanaf geboortejaar 1945)

De RVP is ook bezig met onderzoek met terugwerkende kracht voor wie het recht op de IGO in het verleden niet werd onderzocht. Deze inhaalbeweging wordt georganiseerd sinds januari 2011 door elke maand alle vervroegd gepensioneerden in één geboortemaand vóór 1945 te screenen.

Bij een verkoop van een onroerend goed geldt een vrijstelling die jaarlijks moet worden toegepast. De Rijksdienst doet dit eveneens ambtshalve.

Het kan zijn dat, wanneer de IGO eerder geweigerd werd, een gepensioneerde op een later moment door een verhoging van het bedrag van de IGO of door een wijziging in zijn financiële of gezinssituatie nu misschien wel aanspraak kan maken op een IGO. In dat geval dient de persoon zelf een aanvraag te doen.

4. Polyvalentie van de aanvragen

Vroeger bestond er alleen polyvalentie van de pensioenaanvragen bij de RVP en het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) en een beperkte polyvalentie met Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS)

Sinds 1 april 2010 is er polyvalentie voor aanvragen bij RVP, RSVZ en PDOS : een aanvraag in de openbare sector geldt als aanvraag in de regeling werknemers/ zelfstandigen, een aanvraag in de regeling werknemers/zelfstandigen geldt als aanvraag in de openbare sector.

5. Ramingen

De RVP stuurt ook automatisch aan de 55-jarigen een overzicht van de pensioenverzekeringstijdvakken samen met een raming van de toekomstige pensioenrechten. Dit geeft mensen de kans om te reageren op eventuele lacunes.

6. Elektronische attesten

Reeds in 2005 heeft de Rijksdienst voor pensioenen via een partnership met de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ) een project opgestart met als doel om alle attesten voor het verkrijgen van aanvullende sociale rechten, die afgeleverd worden door de RVP, elektronisch beschikbaar te stellen.

De attesten afgeleverd door de Rijksdienst aan de gerechtigden op een inkomensgarantie voor ouderen , op het gewaarborgd inkomen en op een tegemoetkoming als minder-valide worden via de KSZ elektronisch beschikbaar gesteld aan de instellingen/bedrijven die een sociaal tarief toepassen.

Dit laat toe dat de instellingen die afgeleide rechten verlenen, nagaan, door middel van een on- stroom met de KSZ, of de aanvrager al dan niet een IGO, een GI of een tegemoetkoming als minder-valide ontvangt (op het ogenblik van de aanvraag). Dit vermijdt voor de burgers de administratieve formaliteiten gekoppeld aan het afleveren van papieren attesten.

Dit laat de desbetreffende instellingen en organismen toe om automatisch aanvullende (afgeleide) sociale rechten aan de desbetreffende burgers te verlenen.

Op 7 maart 2007 werden de doelstellingen van dit project gerealiseerd. De mogelijkheid om elektronische attesten af te leveren via de KSZ is technisch aanwezig. Het succes hangt af van de bereidheid van de andere actoren om in het systeem te stappen.

Aangezien deze attesten tot velerlei nut kunnen zijn, worden ze door de Rijksdienst daarnaast ook nog ambtshalve aan iedereen in papieren vorm toegestuurd.

7. My Pension

Via het elektronisch dossier wordt aan de burger online de kans gegeven om zijn gegevens inzake zijn pensioenverzekeringstijdvakken als werknemer raadplegen. Hij vindt er de details van zijn pensioendossier en kan sinds kort via interactieve formulieren met de Rijksdienst in verbinding treden en rechtstreeks sommige persoonlijke gegevens wijzigen.

De verplichting tot het starten van een ambtshalve onderzoek, het opsturen van pensioenverzekeringstijdvakken en van de automatische ramingen is reglementair voorgeschreven.

De RVP zal alle nodige informatie trouwens in eerste plaats zoeken bij andere administraties en pas in laatste instantie bij de burger. Om dit te faciliteren hebben de 3 grote pensioeninstellingen trouwens de toestemming gekregen van het toezichtscomité om inzage te hebben in elkaars databanken.

De Rijksdienst sluit om de 3 jaar, als openbare instelling van sociale zekerheid, met de voogdijoverheid een bestuursovereenkomst af waarin de doelstellingen worden vastgelegd. Het uitbreiden van de automatisering en van de ambtshalve onderzoeken maken steeds deel uit van deze overeenkomst, waarvan de uitvoering nauwlettend wordt opgevolgd. Deze opvolging gebeurt volgens de principes van de balanced scorecard in semesteriele en jaarrapporten op basis van indicatoren deze rapporten worden voorgelegd aan de regeringscommissarissen, aan het beheerscomité en aan de Minister van pensioenen. Uit dit document blijkt dat in 58 percent van alle gevallen de RVP in 2011 het dossier zelf heeft opgestart zonder dat de burger een aanvraag diende in te dienen

De Rijksdienst voor pensioenen doet ook op maandelijkse basis tevredenheidsenquêtes bij de burger en doet aan klachtenmanagement.

Voor wat de PDOS betreft :

Overeenkomstig artikel 8 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het handvest van de sociaal verzekerde worden de sociale prestaties ambtshalve toegekend telkens wanneer dit materieel mogelijk is en bepaalt de Koning wat onder “materieel mogelijk” moet worden verstaan.

Voor wat de pensioenen van de overheidssector betreft heeft het koninklijk besluit van 16 juli 1998 tot uitvoering voor de pensioenstelsels van de openbare sector van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het handvest van de sociaal verzekerde, de gevallen opgesomd waarin het materieel mogelijk is om de pensioenrechten van de overheidssector automatisch vast te stellen.

Deze gevallen worden hierna beschreven.

De PDOS beslist ambtshalve over het recht op overlevingspensioen van een langstlevende echtgenoot, van een uit de echt gescheiden echtgenoot indien hij de enige rechthebbende is en van een minderjarige wees indien respectievelijk de overleden echtgenoot, de ex-echtgenoot of de ouder reeds gerechtigd was op een rustpensioen dat werd beheerd door de PDOS.

Voor de uit de echt gescheiden echtgenoot die niet de enige rechthebbende is – en dus in samenloop komt met een langstlevende echtgenoot – beslist de PDOS niet ambtshalve over het recht op overlevingspensioen. De PDOS wijst deze uit de echt gescheiden echtgenoot wel per aangetekend schrijven op de mogelijkheid dat hij binnen een termijn van een jaar na het overlijden een aanvraag kan indienen tot het verkrijgen van een overlevingspensioen ingevolge het overlijden van de gewezen echtgenoot. De PDOS doet het voormelde niet enkel indien de ex-echtgenoot reeds gerechtigd was op een rustpensioen dat werd beheerd door de PDOS, maar eveneens indien de ex-echtgenoot overlijdt in dienstactiviteit. Het spreekt vanzelf dat in dit laatste geval, de PDOS de uit de echt gescheiden echtgenoot pas kan verwittigen nadat de langstlevende echtgenoot een pensioenaanvraag heeft ingediend en op voorwaarde dat de uit de echt gescheiden echtgenoot geïdentificeerd kan worden op basis van de in het Rijksregister van de natuurlijke personen beschikbare gegevens.

Wanneer uit de aanvraag om een rust- of overlevingspensioen in de pensioenregeling van de werknemers of in de pensioenregeling van de zelfstandigen blijkt dat er eveneens pensioenrechten zijn in een pensioenstelsel van de overheidssector, dan is de RVP, respectievelijk het RSVZ, ertoe gehouden de pensioenaanvraag door te sturen naar de PDOS. Deze pensioenaanvraag geldt als aanvraag voor een pensioen van dezelfde aard in het pensioenstelsel van de overheidssector.

Indien tijdens het ambtshalve onderzoek van het recht op een rust- of overlevingspensioen in de pensioenregeling van de werknemers of in de pensioenregeling van de zelfstandigen blijkt dat er eveneens pensioenrechten zijn in een pensioenstelsel van de overheidssector, dan is de RVP, respectievelijk het RSVZ, ertoe gehouden de PDOS hiervan op de hoogte te brengen. De PDOS is in dit geval gehouden het recht op pensioen ambtshalve te onderzoeken.

De PDOS is eveneens gehouden tot ambtshalve onderzoek van het recht op rustpensioen indien hem een beslissing van lichamelijke ongeschiktheid wordt toegezonden door de daartoe bevoegde dienst medische expertise.

Wat de begrafenisvergoeding betreft is de langstlevende echtgenoot niet verplicht een aanvraag tot het verkrijgen van deze vergoeding in te dienen als hij is vrijgesteld van het indienen van een aanvraag om overlevingspensioen omdat de overleden echtgenoot reeds gerechtigd was op een rustpensioen dat werd beheerd door de PDOS. Indien de langstlevende echtgenoot niet is vrijgesteld van het indienen van een aanvraag om een overlevingspensioen, geldt de aanvraag die wordt ingediend om het overlevingspensioen te verkrijgen als aanvraag van de begrafenisvergoeding.

Wat betreft de toegankelijkheid van de administratieve procedure voor de gepensioneerde kan het volgende worden vermeld.

In de voormelde situaties waarin de PDOS een ambtshalve onderzoek doet naar het recht op overlevingspensioen, beschikt hij over alle basisgegevens op grond waarvan hij het overlevingspensioen kan berekenen. Deze basisgegevens zijn immers dezelfde als deze op grond waarvan hij het rustpensioen van de rechtgever heeft berekend. De medewerking van de rechthebbende op het overlevingspensioen is dan ook niet vereist bij het samenstellen van de basisgegevens.

In voormelde situatie waarin de PDOS een ambtshalve onderzoek doet naar het recht op rustpensioen indien hem een beslissing van lichamelijke ongeschiktheid wordt toegezonden door de daartoe bevoegde dienst medische expertise, beschikt de PDOS nog niet over alle basisgegevens op grond waarvan hij dit rustpensioen moet berekenen. De medewerking van de rechthebbende op dit rustpensioen bij het samenstellen van deze basisgegevens onderging ingevolge het project Capelo grondige wijzigingen. Terwijl het personeelslid vroeger geacht werd zelf zijn papieren pensioendossier samen te stellen en te laten verifiëren en aanvullen door zijn laatste werkgever van de overheidssector, is het nu aan deze laatste om de gegevens op basis waarvan de PDOS het pensioen kan toekennen elektronisch aan te geven via Capelo. Het personeelslid krijgt wel een overzicht van de loopbaan die de werkgever elektronisch heeft aangegeven en heeft de mogelijkheid hierover opmerkingen te maken.

Voormelde elektronische aangifte van pensioengegevens geldt overigens ook voor rust- en overlevingspensioenen waarvoor een aanvraag vereist is.

De elektronische aangifte van pensioengegevens betekent evenwel niet dat geen verdere medewerking van de gepensioneerde meer nodig is bij de afhandeling van zijn pensioendossier. Vóór de eventuele inbetalingstelling van het pensioen moet de PDOS immers door betrokkene geïnformeerd worden over zijn beroepsinkomsten, vervangingsinkomen of eventuele andere pensioenen die hij ontvangt. De formulieren waarmee deze inlichtingen worden opgevraagd, zijn – zoals vereist door het Handvest van de Sociaal Verzekerde – opgesteld in een voor de gepensioneerde begrijpelijke taal. De betrokkene wordt een telefoonnummer meegedeeld zodat hij telefonische ondersteuning kan bekomen bij het invullen van de formulieren. Eventueel kan hij zich persoonlijk laten bijstaan in één van de pensioenpunten waarvan de adreslijst hem wordt meegedeeld.

Wat de tevredenheid van de burger betreft, kan worden vermeld dat de gepensioneerde schriftelijk wordt meegedeeld dat hij, indien hij niet tevreden is over de behandeling van zijn pensioendossier, een klacht kan richten aan de directeur van de bevoegde dienst binnen de PDOS. De klachten van eventueel ontevreden gepensioneerden zijn voor de PDOS een instrument bij de dagelijkse evaluatie van zijn procedures.

Gezien in de meeste situaties het recht op overlevingspensioen ambtshalve wordt onderzocht, alsook gelet op het ambtshalve onderzoek naar het recht op een rustpensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid, worden de meest kwetsbare categorieën van rechthebbenden binnen de PDOS automatisch geïdentificeerd.

De mogelijkheid om het ambtshalve onderzoek ook te verrichten voor de gevallen waarvoor momenteel een aanvraag voor pensioen vereist is, zal pas kunnen worden onderzocht eens de loopbaangegevens van alle personeelsleden binnen de overheidssector elektronisch zijn aangegeven. Dit wordt voorzien tegen einde 2015.