Justitie

Moderner strafbeleid

De commissies voor de voorwaardelijke invrijheidstelling en de nieuwe wetgeving op het centraal strafregister kaderen in de modernisering van het penitentiaire beleid.

Commissies voor voorwaardelijke invrijheidstelling

De problematiek van de voorwaardelijke invrijheidstelling is met de affaire
Dutroux in een stroomversnelling geraakt. De bekende wet-Lejeune die de voorwaardelijke invrijheidstelling in 1888 invoerde, kwam hevig onder vuur te liggen. De oude wet is dringend aan een verjongingskuur toe.

De instelling van de commissies voor voorwaardelijke invrijheidstelling is daarbij een eerste stap. De minister van Justitie zal niet meer beslissen over de voorwaardelijke invrijheidstelling van een gevangene. Deze bevoegdheid zal liggen bij een administratief rechtscollege bestaande uit een magistraat-voorzitter, specialisten inzake strafbeleid en sociale reïntegratie en een lid van het parket. Deze multidisciplinaire equipe zal de voorwaardelijk in vrijheid gestelde gedetineerden blijven volgen. Belangrijk is ook dat de commissie het slachtoffer zal kunnen horen. In totaal zullen 6 dergelijke commissies worden ingesteld, namelijk 1 per rechtsgebied van de Hoven van beroep en 2 voor het rechtsgebied van het Hof van beroep van Brussel.

De woordvoerders van de oppositie opteerden eerder voor een strafuitvoeringsrechtbank samengesteld uit beroepsmagistraten dan voor een multidisciplinair administratief rechtscollege. Toch waren alle senatoren het erover eens dat het ontwerp een belangrijke vooruitgang betekende.

Efficiënter opsporings- en vervolgingsbeleid

De Senaat heeft ook aandacht besteed aan het derde deel van het gerechtelijke drieluik: het opsporings- en vervolgingsbeleid. Eerder dit jaar keurden de senatoren het wetsontwerp goed over het college van procureurs-generaal en het ambt van nationaal-magistraat. Begin juli publiceerde de commissie voor Binnenlandse aangelegenheden een omvangrijk verslag waarin zij de werking van de politiediensten evalueert en een aantal voorstellen doet voor hun herstructurering.

Centraal strafregister wordt echte databank

In het centraal strafregister zijn alle gerechtelijke beslissingen over strafzaken opgenomen.

In de wet op het centraal Strafregister wordt dit omgevormd tot een geautomatiseerde gegevensbank. De gegevens worden slechts onder strenge voorwaarden meegedeeld, afhankelijk van wie erom vraagt en waarom. Zo kan het gerecht bijna alle beslissingen opvragen die in het strafregister van een persoon zijn opgenomen. Een overheidsadministratie krijgt enkel toegang voor zover dat nodig is voor de toepassing van de wet. Particulieren kunnen enkel hun eigen register raadplegen.

De Senaat is niet ingegaan op het voorstel van de senatoren Anne-Marie Lizin (PS) en Claude Desmedt (PRL-FDF) om een apart preventieregister voor seksuele delinquenten op te richten om zo te verhinderen dat zij opnieuw in contact met minderjarigen komen. De meeste senatoren waren van oordeel dat de nieuwe wet op het centraal strafregister voldoende garanties biedt om dit te beletten. Bovendien hebben ook deze veroordeelden recht op een tweede kans. Niettemin stelde de minister van Justitie dat als de wet op de zedenmisdrijven en -misdaden binnenkort wordt herzien, kan worden overwogen sommige veroordeelden te verbieden beroepen uit te oefenen waarbij zij veel in contact komen met minderjarigen.


Texte fran‡ais


Opmerkingen voor de webmaster