5-740/1

5-740/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

28 JANUARI 2011


Wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, om het niet toegestaan gebruik van parkeerplaatsen voor personen met een handicap tot een overtreding van de derde graad te maken

(Ingediend door de heer Jacques Brotchi)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 17 april 2008 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 4-709/1 - 2007/2008).

Het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap heeft toegankelijkheid erkend als een grondbeginsel.

Om dat beginsel concreet vorm te geven, reserveert de overheid specifieke parkeerplaatsen voor personen met een beperkte mobiliteit. Personen die daar mogen parkeren, hebben een speciale parkeerkaart.

Die parkeerplaatsen voor personen met een handicap worden gesignaleerd met een blauw pictogram dat een persoon met een handicap in een rolstoel voorstelt. Men kan er moeilijk naast kijken...

Toch zijn er heel wat automobilisten die in hun haast, omdat ze verstrooid zijn als gevolg van een telefoontje of omdat ze het verkeersreglement aan hun laars lappen, die parkeerregels overtreden.

« Wil je mijn parkeerplaats ? Neem er dan ook mijn handicap bij ! ». Dat was de slogan van een recente campagne die de automobilisten ertoe moest aanzetten de gereserveerde parkeerplaatsen voor personen met een beperkte mobiliteit vrij te laten.

Het is betreurenswaardig, maar die campagne is niet voldoende. Het volstaat een blik te werpen op de parkeerplaatsen die voor personen met een handicap gereserveerd zijn om vast te stellen dat in heel wat wagens de speciale kaart ontbreekt.

Dat is niet aanvaardbaar. Die gereserveerde parkeerplaatsen zijn immers zeker geen voorrecht. Ze geven personen met een lichamelijke handicap alleen maar de mogelijkheid om hun verplaatsingen in hun dagelijks leven te verkorten.

Het is één van de maatregelen waardoor personen met een handicap zich beter in de samenleving kunnen integreren.

Het komt ons daarom voor dat valide personen die hun wagen parkeren op parkeerplaatsen die gereserveerd zijn voor personen met een handicap, zwaarder moeten worden gestraft.

Momenteel wordt die overtreding in het algemeen reglement op de politie over het wegverkeer als een overtreding van de tweede graad beschouwd. Dit voorstel strekt om ze als een overtreding van de derde graad te beschouwen (de onmiddellijke inning verhoogt van 100 naar 150 euro en de geldboeten voor de rechtbank verhogen van 110 naar 1 375 euro voor de tweede graad en van 165 naar 2 750 euro voor de derde graad).

Jacques BROTCHI.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 2, 21º, van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, wordt opgeheven.

Art. 3

In artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1º er wordt een 49º toegevoegd, luidende :

« 49º Het is verboden een voertuig te parkeren op de parkeerplaatsen gesignaleerd zoals bepaald in artikel 70.2.1.3º c, behalve wanneer het voertuigen betreft die worden gebruikt door personen met een handicap die in het bezit zijn van de speciale kaart bedoeld in artikel 27.4.1 of 27.4.3. »;

2º in de kolom « Artikelen » worden tegenover deze rubriek de cijfers « 25.1.,14º » ingevoegd.

10 december 2010.

Jacques BROTCHI.