4-956/1

4-956/1

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

8 OKTOBER 2008


Voorstel tot oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie belast met een onderzoek naar de interventie van de Belgische regering in een aantal financiŽle instellingen

(Ingediend door mevrouw Anke Van dermeersch en de heer Freddy Van Gaever)


TOELICHTING


Volgens commentatoren spelen twee sleutelmomenten een cruciale rol in het pokerspel dat tot de ondergang van Fortis heeft geleid : de overname van de Generale Bank in 1998 en de overname van ABN Amro in 2007. De vraag rijst of deze overnames het gevolg waren van solide en gezonde afwegingen, dan wel of deze overnames al dan niet op grootheidswaanzin en duistere motieven berustten van een of meer figuren in de Belgische financiŽle en politieke wereld. Vooral de vrijkaart — en de adellijke titel — die Maurice Lippens kreeg als dank voor het verijdelen van het Italiaanse overnamebod op de Generale Maatschappij in 1988, speelt blijkbaar een rol in beide grote transacties. Woog het woord van het koningshuis en de Belgische haute finance in beide overnames zwaarder door dan de zakelijke cijfers en het belang van de spaarders en andere aandeelhouders ? Naar onze mening willen vele belanghebbenden eindelijk een antwoord op de vraag hoever de invloed van het koningshuis en zijn entourage in de financiŽle wereld — en vooral dan in en via Fortis — strekt. Volgens de Nederlandse minister van FinanciŽn Bos zou het zelfs kunnen dat door Fortis verstrekte onvolledige en of incorrecte informatie de directe aanleiding is voor het ABN Amro-debacle. De Nederlandse regering heeft naar aanleiding van het reddingsplan in de boekhouding van Fortis ongunstige balansen ontdekt, informatie die voor haar verborgen is gehouden in 2007 en die een andere wending had kunnen geven in de overname van ABN Amro. De huidige en vroegere toplui van de Belgische financiŽle instellingen, en in het bijzonder van Fortis, moeten hierop een antwoord geven.

Een tweede aspect dat dringend moet onderzocht worden en waaruit snel harde lessen moeten getrokken worden, is de werking — of beter gezegd het falen — van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) en het politieke toezicht op dit instrument. De rode lampen zijn aangesprongen bij de CBFA, maar blijkbaar veel te laat. Is de CBFA, zoals trouwens de hele FOD FinanciŽn, verwaarloosd door de huidige en vorige regeringen, en dan meer bepaald door minister van FinanciŽn Reynders, of moet er structureel ingegrepen worden op het vlak van de Europese regelgeving, die de CBFA zou moeten implementeren ? En wat te denken van een premier die, nadat hij enkele uren ervoor de bevolking heeft gemeld dat er niets aan de hand is en het financieel systeem gezond is, de grootste financiŽle instelling van BelgiŽ moest behoeden voor de totale instorting door een gedeeltelijke nationalisatie ?

Ten derde moet onderzocht worden of het klopt dat onze banken het slachtoffer zijn van de Amerikaanse kredietcrisis, en hoe het komt dat zij in de problemen zijn geraakt door risico's die financiŽle instellingen over de Atlantische Oceaan hebben genomen, en hoe dit domino-effect in de toekomst kan vermeden worden. Of is er toch meer aan de hand, en hebben ook onze financiŽle instellingen uit winstbejag risico's aangegaan, met in de hand de garantie van de overheid dat, indien het misgaat, Jan met de pet toch zou worden gedwongen om financieel bij te springen ? Met andere woorden, hebben de Belgische financiŽle sector en politiek zich met voorbedachten rade schuldig gemaakt aan een hold-up op de belastingbetaler ?

De hamvraag is en blijft natuurlijk : heeft de regering de juiste beslissing genomen door miljarden euro's overheidsgeld te pompen in enkele financiŽle instellingen ? Er waren in het geval van Fortis immers meerdere opties, en het zou wenselijk zijn dat de regering zich ten overstaan van de bevolking verantwoordt voor de genomen keuze. Is deze keuze effectief in het belang van de spaarders genomen, of was de doorslaggevende factor de verankering van de hoofdzetel in Brussel ? Met het oog op de incorrecte informatie die Fortis aan de Nederlandse autoriteiten zou gegeven hebben om ABN Amro te kunnen overnemen, kan ook de vraag gesteld worden of de Belgische regering in de drie gevallen gehandeld heeft, gebaseerd op juiste informatie. En blijkbaar maakt de regering, wat de maatregelen inzake Ethias betreft, dezelfde fout die analisten de top van Dexia aanwreven de dagen voor de val. Waarom zweeg premier Leterme de eerste dagen na de redding van Ethias over de modaliteiten van de staatsinterventie in Ethias ?

Na de van overheidswege opgelegde ę redding Ľ van Fortis, Dexia en Ethias met het geld van de Belgische belastingbetaler vallen de lijken uit de kast. Vooral wat Fortis betreft, worden dagelijks luidop meer vragen gesteld dan antwoorden gegeven. Nu deze drie banken en verzekeraars deels in handen van de Belgische staat zijn beland, is het tijd om via een parlementaire onderzoekscommissie duidelijkheid te brengen over de oorzaken van en verantwoording af te leggen voor de dramatische neergang van het Belgische financiŽle systeem en de miljarden euro's overheidsgeld die in deze financiŽle instellingen zijn gepompt.

Anke VAN DERMEERSCH
Freddy VAN GAEVER.

VOORSTEL


Artikel 1

Er wordt een parlementaire onderzoekscommissie opgericht, belast met een onderzoek naar de interventie van de Belgische regering in enkele financiŽle instellingen. Meer bepaald heeft de onderzoekscommissie tot taak :

1. een onderzoek in te stellen naar de overnames van Generale Bank en ABN Amro door Fortis en de gevolgen hiervan voor de ondergang van Fortis zelf;

2. de omstandigheden te onderzoeken die hebben geleid tot de financiŽle ingrepen van de overheid bij Fortis en Dexia;

3. de besluitvormingsprocessen bij de banken die geleid hebben tot riskante bankproducten, afgeleide producten tot en met zeer risicovolle overnames, te onderzoeken;

4. de invloed van het koningshuis en zijn omgeving in de Belgische haute finance en alle netwerken hieromtrent door te lichten en een onderzoek in te stellen naar de rol van het koningshuis in strategische beslissingen bij Fortis;

5. de werking van de CBFA inzake controle en de herwerking van de ę corporate governance Ľ door te lichten;

6. de politieke verantwoordelijkheid voor het eventuele falen van de CBFA vast te leggen;

7. te onderzoeken of de Belgische regering de juiste keuzes heeft gemaakt inzake de redding van deze financiŽle instellingen en wat de motieven waren voor haar keuzes;

8. de bredere oorzaken en de politieke verantwoordelijkheid te onderzoeken van de financiŽle crisis in BelgiŽ.

De Commissie kan aanbevelingen doen die naar haar oordeel kunnen bijdragen tot een oplossing van de door haar onderzochte problemen en meer bepaald tot het beter functioneren van, het voorkomen van problemen bij en de noodzakelijke wettelijke regelgeving van de organisatie en de werking van de banksector en/of CBFA.

Art. 2

De parlementaire onderzoekscommissie bestaat uit negen leden, die de Senaat uit zijn leden aanwijst volgens de regel van de evenredige vertegenwoordiging van de fracties en wordt bij hoogdringendheid samengesteld.

Art. 3

De commissie wordt bekleed met alle bevoegdheden waarin de wet van 3 mei 1880 op het parlementair onderzoek voorziet en kan zich voor alle opdrachten laten bijstaan door het Rekenhof en de Nationale Bank.

Art. 4

De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. De commissie kan evenwel op elk ogenblik het tegendeel beslissen.

Art. 5

Binnen het budget dat het Bureau van de Senaat haar ter beschikking stelt, kan de commissie alle nodige maatregelen nemen teneinde het onderzoek op deskundige wijze te voeren.

Daartoe kan zij — eventueel in het raam van een arbeids- of bedrijfsovereenkomst — een beroep doen op deskundigen. De looptijd van die overeenkomsten mag die van de onderzoekscommissie niet overschrijden.

Art. 6

De commissie brengt binnen drie maanden na haar oprichting verslag uit aan de Senaat, tenzij de Senaat een verlenging van de commissiewerkzaamheden toestaat.

7 oktober 2008.

Anke VAN DERMEERSCH
Freddy VAN GAEVER.