4-119/2

4-119/2

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

27 NOVEMBER 2007


Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en tot instelling van een forfaitaire belastingregeling inzake auteursrechten en naburige rechten


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER DALLEMAGNE

Opschrift

Het voorgestelde opschrift vervangen als volgt :  Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en tot instelling van een specifiek belastingstelsel inzake auteursrechten en naburige rechten .

Verantwoording

Het voorstel wil geen forfaitaire belastingregeling (sic) instellen, maar het belastingstelsel inzake auteursrechten en naburige rechten op artistieke prestaties of werken nader uitwerken.

Nr. 2 VAN DE HEER DALLEMAGNE

Art. 2

Dit artikel vervangen als volgt :

 Art. 2. —. Artikel 17,  1, 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt vervangen als volgt :

 3 inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen, met inbegrip van overdracht of concessie van auteursrechten en naburige rechten; . .

Verantwoording

Zo wordt op fiscaal gebied wettelijk een roerend karakter toegekend aan de valorisatie van de rechten met betrekking tot intellectuele eigendom zowel via cessie (nieuw) als via concessie van auteursrechten of naburige rechten. De exploitatie van de genoemde rechten behoudt evenwel nog altijd een beroepskarakter krachtens artikel 37 van het WIB en de inkomsten van de auteur zijn in deze veronderstelling belastbaar als beroepsinkomsten. Wat de toepassing van de roerende voorheffing betreft, verandert er niets voor de schuldenaar van de rechten, aangezien deze rechten wat hun aard betreft roerende inkomsten blijven. Voor de schuldeiser van de rechten geldt de roerende voorheffing als voorschot op de belastingen die hij is verschuldigd op zijn beroepsinkomsten (met aftrek van de kosten om deze rechten te verwerven). De geldende aanslagvoet wordt bepaald door de nieuwe letter j) van artikel 171, 1.

Nr. 3 VAN DE HEER DALLEMAGNE

Art. 3

Dit artikel vervangen als volgt :

 Art. 3. —. Artikel 171, 1, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld als volgt :

 j) de beroepsinkomsten betaald aan een kunstenaar of een schrijver wanneer hem voor de exploitatie van zijn werken, buiten een arbeidsovereenkomst om, met name de actieve promotie van het werk, de reproductie of de uitvoering ervan worden opgelegd. Voor de inkomsten die een langere periode bestrijken dan het jaar van de inning ervan, wordt het totale bedrag in gelijke delen verdeeld over het lopende aanslagjaar en de volgende twee aanslagjaren; . .

Verantwoording

Er is geopteerd voor de aanslagvoet van 33 % om het belastingniveau voor de beroepsinkomsten van kunstenaars en schrijvers in overeenstemming te brengen met het niveau dat vanaf 1 januari 2008 van toepassing is op sportbeoefenaars in bijberoep. Er zijn criteria vastgesteld om het al dan niet professionele karakter van een artistieke activiteit te bepalen en die zijn expliciet vermeld in de wettekst teneinde de rechtszekerheid te versterken. Wanneer aan deze criteria is voldaan, krijgen alle producten die voortvloeien uit de cessie, de concessie en de exploitatie van aan een kunstenaar of een schrijver verleende auteursrechten en naburige rechten een professioneel karakter en worden ze belast tegen een afzonderlijke aanslagvoet (behalve indien globalisatie gunstiger is). Voor kleine inkomens of baten is dit nieuwe stelsel in twee opzichten gunstig : (1) de werkelijk gemaakte of forfaitair vastgestelde beroepskosten zijn aftrekbaar, terwijl het belastingstelsel voor roerende inkomsten de gende rechten op hun brutobedrag belast tegen een lineair percentage van 15 % en (2) omdat zodra globalisatie gunstiger is, de (gemiddelde) effectieve aanslagvoet lager is dan 33 % en varieert tussen 0 % (minimumtarief) en 33 % (maximumtarief), toegepast op een netto-inkomen (terwijl de Ven. B. geldt vanaf de eerste belastbare netto-euro). Er wordt bovendien voorzien in een stelsel van forfaitaire spreiding (over drie aanslagjaren) voor de door een kunstenaar of een schrijver gende rechten die betrekking hebben op een periode die langer is dan het kalenderjaar van de inning ervan.

Nr. 4 VAN DE HEER DALLEMAGNE

Art. 4

Dit artikel vervangen als volgt :

 Art. 4. — -. De artikelen 90, 2; 98, eerste lid, en 171, 4, c), van hetzelfde Wetboek worden opgeheven. .

Verantwoording

De subsidies van de gewesten die aan bedrijven worden betaald, zijn in de regel vrijgesteld van belasting omdat een steuntoelage van het gewest niet via fiscale weg moet worden teruggevorderd. Om discriminatie te voorkomen, geldt deze redenering tevens voor de prijzen en subsidies die de overheid betaalt aan Belgische of buitenlandse geleerden, schrijvers en kunstenaars. Dit is wat hier wordt beoogd met de voorgestelde opheffing van deze categorie van diverse inkomsten.

Nr. 5 VAN DE HEER DALLEMAGNE

Art. 5

Dit artikel vervangen als volgt :

 Art. 5. —. Deze wet treedt in werking vanaf de eerste dag van de derde maand volgend op de maand waarin zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt wat de toepassing van de roerende voorheffing betreft, en vanaf aanslagjaar 2009 wat de personenbelasting betreft. .

Verantwoording

De schuldenaars van de auteursrechten moeten de nodige tijd krijgen om een algemeen systeem van afhouding aan de bron praktisch te organiseren, vandaar deze termijn van ongeveer drie maanden tussen de bekendmaking van de nieuwe wet en de toepassing ervan. Voor de belasting van de auteurs treedt het stelsel in werking vanaf aanslagjaar 2009, inkomsten 2008.

Nr. 6 VAN DE HEER DALLEMAGNE

Artt. 6 tot 10

Deze artikelen doen vervallen.

Verantwoording

Het nieuwe stelsel, dat geen nieuwe categorie van diverse inkomsten instelt, is veel eenvoudiger in te voeren en fiscaal veel correcter, aangezien het de mogelijkheid biedt de beroepsinkomsten van auteurs uit de exploitatie van hun werk te belasten tegen een progressieve maar tot 33 % begrensde aanslagvoet (plus aanvullende gemeentebelasting). Het vult bovendien het belastingstelsel van de kleine onkostenvergoedingen dat dit jaar voor kunstenaars is ingevoerd, aan met artikel 38,  1, 23 en 4 van het WIB. Tot slot schrapt de nieuwe bepaling tevens de belasting tegen een aanslagvoet van 16,5 % van de prijzen en subsidies die zijn betaald aan geleerden, schrijvers of kunstenaars wanneer die anders zijn betaald dan in ruil voor prestaties verricht in een professioneel kader (in welk geval ze belastbaar blijven als beroepsinkomsten).

Georges DALLEMAGNE.