3-1988/6

3-1988/6

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

21 DECEMBER 2006


Wetsontwerp houdende diverse bepalingen (I)


Evocatieprocedure


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING UITGEBRACHT DOOR

DE HEER L. VANDENBERGHE


1. Inleiding

Dit optioneel bicameraal wetsontwerp (artikel 78 van de Grondwet) werd op 21 november 2006 door de regering in de Kamer van volksvertegenwoordigers ingediend (stuk Kamer, nr. 51-2760/1) en op 20 december 2006 door de Kamer aangenomen en overgezonden aan de Senaat.

De Senaat heeft het ontwerp op dezelfde dag geëvoceerd.

In toepassing van het artikel 27, 1, tweede lid, van het Reglement van de Senaat, heeft de commissie de bespreking van deze artikelen aangevat voor de eindstemming in de Kamer van volksvertegenwoordigers.

De artikelen 7 tot 21 die naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging zijn verwezen, werden besproken tijdens de vergaderingen van 14 en 21 december 2006.

Het verslag werd gelezen op 21 december 2006.

2. Inleidende uiteenzetting door de heer Flahaut, minister van Landsverdediging

Het wetsontwerp houdende diverse bepalingen biedt de gelegenheid om verscheidene wetten houdende het statuut van het personeel van Defensie te wijzigen teneinde bepaalde dringende problemen op te lossen.

De wijziging van de wet van 10 april 1973 houdende oprichting van een Centrale Dienst voor sociale en culturele actie van het ministerie van Landsverdediging (« CDSCA ») laat toe om een evenwichtige syndicale afvaardiging te verzekeren, binnen het beheerscomité zowel van militairen als van burgers van Defensie (artikel 7). Het burgerpersoneel kan, sinds juli 2006, gebruik maken van alle diensten van CDSCA.

De wijziging van de wet van 13 juli 1976 hernomen in artikel 8 gaat over de verlenging van de postnatale rust met één week voor de vrouwelijke militair die niet in staat was te werken gedurende de hele periode van zes weken voorafgaand aan de bevalling. Net als in de reglementering in de privésector en in de overheidssector heeft deze maatregel een terugwerkende kracht tot 1 september 2006.

De wijzigingen van de wet van 11 juli 1978 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van het militair personeel komen tegemoet aan de opmerkingen die de Raad van State gemaakt heeft in zijn advies over het ontwerp van een nieuw koninklijk besluit tot uitvoering van deze wet. Deze wijzigingen versterken de wettelijke basis die noodzakelijk is voor verscheidene bepalingen van dit besluit, ondermeer de bevoegdheden van de preventieadviseurs, de overlegcomités en de representatieve vakorganisaties.

De wijziging van de wet van 20 mei 1994 hernomen in artikel 16, komt tegemoet aan de bemerking die de Raad van State gemaakt heeft in zijn advies over het ontwerp van koninklijk besluit betreffende de biotheek van Defensie. Deze wijziging laat toe om op een proactieve wijze in de biotheek bewaarde stalen te gebruiken in het kader van wetenschappelijke of epidemiologische onderzoeken, na — of zelfs tijdens — een buitenlandse opdracht, zonder te wachten tot ziekten of aandoeningen zich manifesteren bij de personeelsleden die aan een dergelijke opdracht hebben deelgenomen.

Artikel 17 verruimt het toepassingsgebied van de wet van 16 juli 2005 houdende de overplaatsing van sommige militairen naar een openbare werkgever. De NMBS en de autonome overheidsbedrijven worden opgenomen in de lijst van de ondernemingen naar dewelke Defensie militairen kan overplaatsen.

Artikel 18 werd ingevoerd krachtens een amendement ingediend in de bevoegde Kamercommissie. Door dit artikel wordt de rechtszekerheid veilig gesteld voor de militairen die in het begin van het jaar 2006 ter beschikking werden gesteld van de politiezones in het kader van de wet van 16 juli 2005 houdende de overplaatsing van sommige militairen naar een openbare werkgever.

Ten slotte bepalen artikelen 19, 20 en 21 de inwerkingtreding van bepaalde gewijzigde wetsartikels.

3. Algemene bespreking

Deze artikelen geven geen aanleiding tot vragen.

4. Stemmingen

Het geheel van de artikelen verwezen naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.


Vertrouwen wordt geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Lionel VANDENBERGHE. François ROELANTS du VIVIER.