Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-67

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-4665 van de heer Brotchi d.d. 17 maart 2006 (Fr.) :
Pneumokokkeninfecties. — Vaccinatie. — Toevoeging aan het vaccinatieprogramma voor kinderen onder twee jaar. — Terugbetaling.

De geachte minister is zowel in de Kamer als in de Senaat al herhaaldelijk ondervraagd over de integratie van de vaccinatie tegen pneumokokkeninfecties in de vaccinatiekalender voor zuigelingen.

Uit een studie van de Belgische Vereniging voor Kindergeneeskunde over de periode 2002 tot 2003 blijkt dat 104 op 100 000 kinderen jonger dan 2 jaar een invasieve pneumokokkeninfectie hebben opgelopen. Dat is gemiddeld ťťn geval per dag. Bij zeer jonge kinderen, bij wie het immuunsysteem slechts beperkt ontwikkeld is, zijn die invasieve infecties verantwoordelijk voor 10 % van de sterfgevallen. In 25 % van de gevallen leidt de aandoening tot neurologische schade en in 30 % van de gevallen tot gehoorschade. De cijfers verschillen van studie tot studie en van jaar tot jaar, maar ze zijn alarmerend genoeg om er rekening mee te houden.

De Hoge Gezondheidsraad vestigt sinds 2002 de aandacht van de overheid op de mogelijke rol van het heptavalente geconjugeerde vaccin bij de voorkoming van pneumokokkeninfecties bij jonge kinderen en op de problemen die de toevoeging van die vaccinatie aan het vaccinatieprogramma voor kinderen kan veroorzaken (de hoge kosten van het vaccin, de introductie van het hexavalente DTPa-HBV-IPV-Hib-vaccin in het programma, de noodzaak van controle op de pneumokokkenstammen in ons land en de noodzaak om over socio-economische gegevens te beschikken teneinde vaccinatiestrategieŽn vast te leggen).

Hoewel het vaccin in 2002 werd geregistreerd, is het pas sinds oktober 2004 echt beschikbaar in ons land. Dat jaar beval de Hoge Gezondheidsraad aan het vaccin in de vaccinatiekalender voor zuigelingen op te nemen.

Dat is nu twee jaar geleden. We hebben veel tijd verloren.

Veel parlementsleden hebben de geachte minister gevraagd of hij van plan is het vaccin, dat veel levens redt, op te nemen in het vaccinatieprogramma voor jonge kinderen en of hij een volledige of gedeeltelijke terugbetaling in het vooruitzicht stelt.

De geachte minister heeft de beslissing al verschillende keren uitgesteld, eerst omdat hij twijfelde aan de doeltreffendheid en het nut van het vaccin en dan omdat de gemeenschappen en de federale overheid de kosten voor het vaccin moeten betalen.

De doeltreffendheid en het nut zijn inmiddels aangetoond. (In december 2004 twijfelde de geachte minister aan de cijfers die in de studies naar voren werden geschoven omdat ze werden gefinancierd door een bedrijf dat vaccins aanmaakt. Ik denk echter niet dat de cijfers in twijfel kunnen worden getrokken. Prevenar dekt weliswaar slechts 7 van de 29 pneumokokkenserotypes, zoals de geachte minister in juli vorig jaar opmerkte, maar het gaat hierbij wel om de zeven meest verspreide en meest resistente stammen, die samen verantwoordelijk zijn voor 85 % van de invasieve pneumokokkeninfecties bij kinderen jonger dan 5 jaar.

Sindsdien werd in de Verenigde Staten aangetoond dat het aantal pneumokokkeninfecties bij kinderen jonger dan 2 jaar die werden gevaccineerd met 70 % is afgenomen en dat het aantal infecties bij de volwassen gezinsleden van die kinderen met 32 % is gedaald).

Het is dus zeker gewettigd om het vaccin in het vaccinatieschema voor zuigelingen op te nemen. Dat heeft de geachte minister tien maanden geleden, in mei 2005, zelf gezegd (zie zijn antwoord op vraag nr. 5885 van mevrouw Tilmans in de Kamercommissie voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu en de Maatschappelijke Hernieuwing van 3 mei 2005), (ook al trok de geachte minister twee maanden later de doeltreffendheid van de vaccinatie weer in twijfel).

Het uitblijven van een beslissing kan dus niet worden gerechtvaardigd door twijfel over de doeltreffendheid. De cijfers zijn er en de Hoge Gezondheidsraad raadt het vaccin aan. Het gaat dus om geld.

Door de kosten van het vaccin verdubbelt niet alleen het vaccinatiebudget van de Federale overheid, maar ook dat van de gemeenschappen. Het gaat om een aanzienlijk budget.

(In afwachting ontstaat een geneeskunde met twee snelheden naar gelang van de regio waar men zich bevindt of het ziekenfonds waarbij men is aangesloten. De provincie Vlaams-Brabant betaalt het vaccin terug, andere provincies niet. Daar betalen de meeste ziekenfondsen de vaccinatie binnen het kader van de aanvullende verzekering gedeeltelijk terug, maar elk ziekenfonds past daarbij zijn eigen regels toe).

Nochtans wordt het vaccin vandaag unaniem aanbevolen door alle kinderartsen en artsen van Kind en Gezin.

In oktober vorig jaar besloot de geachte minister, nadat hij twee jaar lang tussen de kosten en de eventuele ondoeltreffendheid van het vaccin had geschipperd, het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg een studie te laten maken. Het verslag moest in december klaar zijn.

Heeft de geachte minister dat verslag ontvangen ? Is hij van plan de vaccinatie in te voeren en terug te laten betalen ? Zo ja, wanneer ? Zo niet, waarom niet ?

Antwoord : Om op uw eerste vraag te antwoorden, het Federaal kenniscentrum voor de gezondheidszorg heeft me medegedeeld dat de geplande timing voorziet dat de gezondheidseconomische studie over pneumokokkenvaccinatie voorzien is tegen juni 2006. Ik wens er aan toe te voegen dat dit een studie is met een belangrijke complexiteit. Er zijn wereldwijd relatief weinig deskundige gezondheidseconomisten in het specifieke domein van vaccinaties. Anderzijds is de verzameling van de gegevens voor het economische model ook geen sinecure.

De wetenschappelijke kwaliteit die het Kenniscentrum nastreeft, heeft er toe geleld dat het Kenniscentrum voor deze studie nu samenwerkt met een gereputeerde onderzoeksequipe onder de leiding van Prof. Ph. Beutels, die voorheen gelijksoortig onderzoek deed voor de Australische overheid. De resultaten voor een ander land zijn evenwel op zich niet zomaar extrapoleerbaar naar BelgiŽ vermits er rekening moet worden gehouden met de specifieke epidemiologie en de lokale Belgische context met haar specifieke directe en indirecte kosten. Ik wens er ook aan toe te voegen dat Prof. Ph. Beutels, om aan de benodigde gegevens te geraken, samenwerkt met een ziekenfonds en dat ik verneem dat die gegevensinzameling voorlopig ook op schema zit.

Wat uw tweede vraag betreft, begrijp ik dat er veel belangstelling voor dit vaccin is. Het pneumokokkenvaccin wordt inderdaad door een aantal ziekenfondsen al in hun aanvullende verzekering aangeboden. Maar u verwacht van mij dat ik bij nieuwe geneesmiddelen vooreerst de doeltreffendheid maar daarnaast ook de doelmatigheid of de kosten-effectivlteit bekijk alvorens beslissingen te nemen, zeker als het zoals in dit geval over een duur geneesmiddel gaat en het dus een belangrijke budgettaire weerslag zal hebben.

Ik wil u ten slotte ook meedelen dat ik ten volle uw bekommernis deel om onze volksgezondheid verder te verbeteren — daarbij rekening houdend met alle relevante informatie — en ik hoop de volgende maanden tot een langetermijnoplossing te kunnen komen.