Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-45

ZITTING 2004-2005

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 3-2403 van de heer Vandenberghe L. d.d. 31 maart 2005 (N.) :
TsjetsjeniŽ. — Schending van de mensenrechten. — Europees Hof van de rechten van de mens (EHRM). — Veroordeling van de Russische Federatie.

De afgelopen weken waren er nieuwe evoluties in het Tsjetsjeense dossier. Vooreerst werd de wettig gekozen Tsjetsjeense president Maschadov, die president Poetin had opgeroepen om vredesonderhandelingen te beginnen met de Tsjetsjeense rebellen, omgebracht door het Russische leger. Daarmee werd een factor van terughoudendheid uitgeschakeld en een mogelijke dialoog met Moskou ondergraven.

Ten tweede was er de veroordeling van Rusland voor mensenrechtenschendingen in TsjetsjeniŽ door het Europees Hof van de rechten van de mens (EHRM) in zes zaken over beschietingen en bombardementen door het Russische leger van colonnes van vluchtende Tsjetsjeense burgers en over buitengerechtelijke executies van Tsjetsjeense burgers door Russische soldaten. Volgens de arresten van het EHRM van 24 februari 2005 is Rusland verantwoordelijk voor een dubbele schending van het recht op leven, vervat in artikel 2 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Met name, voor de dood van de verwanten van de klagers in Straatsburg en voor het nalaten van het voeren van een afdoende onderzoek naar hun dood. Rusland schond voorts ook artikel 13 EVRM omdat de klagers niet beschikten over een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie in verband met de schending van hun rechten onder het EVRM.

Er zijn nog een honderdtal Tsjetsjeense zaken bij het EHRM aanhangig.

1. Zal deze veroordeling van het Russische optreden in TsjetsjeniŽ door het EHRM en het afsnijden van de mogelijkheid van dialoog tussen Moskou en de Tsjetsjeense rebellen door bepaalde krachten in Rusland de geachte minister ertoe aanzetten om in de contacten met de Russische autoriteiten aan te dringen op het stopzetten van de oorlog ?

2. Welke initiatieven zal hij nemen teneinde bij te dragen tot een vreedzame oplossing voor het Russisch-Tsjetsjeense conflict en het stoppen van de mensenrechtenschendingen in TsjetsjeniŽ ?

Antwoord : In aansluiting op uw bovengenoemde schriftelijke vraag betreffende het conflict in TsjetsjeniŽ en de zware tol die van de bevolking aldaar wordt geŽist, wens ik u mede te delen dat BelgiŽ al lang de grootste waakzaamheid aan de dag legt ten aanzien van de dramatische toestand in deze regio. BelgiŽ ondernam en onderneemt, in het bijzonder via de Europese Unie, acties waarbij gepoogd wordt het lot van de Tsjetsjeense bevolking te verbeteren. Ik kan u verzekeren dat BelgiŽ de uitspraak van het Europees Hof van de rechten van de mens niet heeft afgewacht om uiting te geven aan zijn ongerustheid.

Een oplossing voor dit dossier kan echter slechts gevonden worden door samen te werken met Rusland. Het referendum van 2003 heeft het statuut van deze republiek als onvervreemdbaar deel van de Federatie bevestigt. Bovendien stellen de EU en BelgiŽ zich op het standpunt dat elke oplossing voor dit conflict de territoriale integriteit van Rusland dient te eerbiedigen. De oorlog in TsjetsjeniŽ is een van de grote tragedies van deze tijd en het menselijk leed dat erdoor veroorzaakt wordt kan niemand onberoerd laten. BelgiŽ en zijn Europese partners zijn de mening toegedaan dat de oplossing niet uitsluitend door militaire, maar ook door politieke, economische en sociale middelen dient te worden gezocht.

De goedkeuring van de grondwet van de Republiek TsjetsjeniŽ was een initiatief in die richting. Maar terroristische aanslagen hebben die verworvenheden op de helling geplaatst. De dood van Mashkadov is een nieuwe factor maar is nog te recent om te kunnen inschatten welke precies de invloed zal zijn op de strategie van de betrokken partijen. De uitspraak van het EHRM is natuurlijk een belangrijk element in dit debat.

Ik deel ten volle uw bezorgdheid inzake TsjetsjeniŽ en ben vast besloten om, waar mogelijk, te blijven ijveren voor een oplossing binnen de hierboven aangegeven krijtlijnen.