Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-45

ZITTING 2004-2005

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 3-2356 van de heer Destexhe d.d. 15 maart 2005 (Fr.) :
Volksrepubliek China. — Ontwerp van anti-afscheidingswet.

Naar verluidt zal het Nationaal Volkscongres van de Volksrepubliek China een ontwerp van afscheidingswet bespreken. De tekst van het ontwerp werd nog niet gepubliceerd, maar het ontwerp zal waarschijnlijk binnenkort worden goedgekeurd.

De goedkeuring van die wet zou belangrijke gevolgen hebben voor de betrekkingen tussen beide oevers van de straat van Taiwan :

1. de regering van de Volksrepubliek China zou eenzijdig het status-quo in de toestand aan de straat van Taiwan bepalen;

2. de hereniging met China zou de enige optie worden voor de Taiwanezen;

3. de Chinese regering zou wettelijk gemachtigd zijn om Taiwan binnen te vallen onder het voorwendsel van de groeiende onafhankelijkheidsbeweging;

4. het militair optreden van de Volksrepubliek zou leiden tot een politieke en economische omwenteling in heel de regio.

Volgens een recente opiniepeiling zou bijna 83 % van de Taiwanese bevolking gekant zijn tegen de goedkeuring van die wet. De regeringen van de Verenigde Staten en van Japan hebben aan de Chinese regering al te kennen gegeven dat zij ongerust zijn over de stabiliteit in de regio en zij trachten die regering ervan te overtuigen af te zien van dat wetsontwerp.

Kan de geachte minister me zeggen wat de houding is van de Belgische regering ten aanzien van die anti-afscheidingswet ?

Antwoord : België is van oordeel dat de analyse, die de Posthoofden van de EU te Peking op 30 maart 2005 gemaakt hebben, perfect de analyse weergeeft die ze zelf gemaakt heeft over de anti-secessiewet.

De ambassadeurs van de EU te Peking zijn van mening dat het aannemen van de anti-secessiewet deel uitmaakt van de permanente inspanningen vanwege de Chinese autoriteiten om snel tot een oplossing van de Taiwanese kwestie te komen. De anti-secessiewet is vooral een codificatie van het traditionele Chinese beleid tegenover Taiwan zoals dit is kenbaar gemaakt door Jiang Zemin in zijn achtpunten-toespraak en nadien verder ontwikkeld door de vierde generatie van leiders.

Wat de inhoud betreft kan men vaststellen dat de wet geen nieuwe elementen aanreikt, aangezien ze een weergave is van het traditionele Chinese standpunt. De wet op zich wijzigt de strategische situatie in de Straat van Taiwan dus eigenlijk niet. Daar waar de inhoud niet nieuw is, is de vorm dit wel omdat het Chinese standpunt voor het eerst in een wet werd gecodificeerd. De wet is aangenomen op een moment dat de politieke context van de relaties tussen beide oevers meer positief leek (directe vluchten tijdens het Chinese Nieuwjaar, overwinning van de Kwomintang bij de Taiwanese wetgevende verkiezingen in december ...) dan op het moment toen het initiatief voor een wetsontwerp voor het eerst werd genomen (Chen Shuibian die de wet over het referendum liet aannemen, dreiging met grondwetswijzigingen ...).

Vanuit dit oogpunt kan men vaststellen dat de anti-secessiewet niet is aangenomen op het meest gunstige moment : ze heeft aanleiding gegeven tot negatieve reacties aan Taiwanese kant, alsmede tot de manifestaties van 26 maart 2005. Bovendien is gebleken dat de wet een contra-productief effect heeft gehad, zelfs al hebben een aantal leiders van de Kuomintang en de People's First Party (oppositiepartijen in Taiwan), vergezeld van een uitgebreide delegatie, in april jongstleden een bezoek gebracht aan het continent. De Democratie People's Party van President Chen Shiuban haalde tijdens de wetgevende verkiezingen van 14 mei jongstleden zelfs 42,5 % van de stemmen en 127 zetels op 300 (tegenover 117 zetels of 38 % van de stemmen voor de Kwomintang).

De anti-secessiewet is dus niet de oorlogszuchtige wetgeving die door sommigen was gevreesd en het is voorbarig om te spreken van een toename van de spanningen in de Straat van Taiwan als gevolg van deze wet. De wijziging van de titel « wet over de hereniging » in het eerste ontwerp in een nieuwe titel « anti-secessiewet » bevestigt tevens de bereidheid van Peking om verder te leven met een status quo en haar doelstelling om negatieve internationale reacties te voorkomen.

De Europese Unie heeft in 2003 besloten een strategisch partenariaat aan te gaan met China wat in het belang is van beide partners. Het objectief van M initiatief is aan onze relaties en analyses een perspectief te bezorgen op lange termijn dat wil zeggen wanneer de internationale rol van China, haar economische en commerciële macht maar ook de regionale stabiliteit van groot belang zullen zijn. In deze optiek heeft de EU een rol te spelen om te verzekeren dat een reeks positieve elementen die de anti-secessiewet bevat, zoals Peking's aanbod om met Taiwan onderhandelingen te starten zonder andere voorafgaande voorwaarde dan het « één China-beginsel », in de nabije toekomst de bovenhand halen. De EU zou China moeten aanmoedigen om door te gaan met de realisatie van de positieve elementen van de wet. Voortbouwend op de 7-de Top EU-China van 8 december 2004, de conclusies van de Europese Raad van 16 december 2004, de verklaring van de EU van 14 maart 2005 en China's garanties dat de bedoeling van de wet vredelievend is, zou de EU beide zijdes moeten aanmoedigen nieuwe initiatieven te ontwikkelen teneinde de dialoog en het wederzijds begrip te bevorderen in dezelfde geest van het akkoord over de rechtsreekse vluchten tijdens het Nieuwjaarsfeest. In deze zin zou de EU haar relaties als strategische partner van China dienen te gebruiken om een positieve stimulans te bezorgen aan de regionale stabiliteit. Een dergelijke benadering zou overeenstemmen met de herhaaldelijk herbevestigde gehechtheid van de EU aan het één China-beginsel, haar constante steun voor een vreedzame oplossing van de kwestie Taiwan via constructieve dialoog, en haar gekantheid tegen elk gebruik van geweld.